Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 11266 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 11266 | delegatie- of mandaatbesluit |
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
De Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 4, eerste lid komt als volgt te luiden:
a. De plaatsvervangende leden van het college ontvangen zittingsgeld overeenkomstig de bepalingen voor rechters-plaatsvervangers als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel c van het Besluit rechtspositie rechterlijk ambtenaren.
b. In afwijking van artikel 6a, tweede lid van voormeld besluit, geldt de in onderdeel a van dit artikel bedoelde vergoeding per zitting, ook indien meerdere zittingen op één dag zijn gepland.
c. Indien het plaatsvervangend lid optreedt als voorzitter van de raadkamer, ontvangt dit lid 150% van het in onderdeel a van dit artikel bedoelde zittingsgeld.
d. Bij complexe zaken ontvangen leden van de raadkamer 150% en de voorzitter 200% van het onder a bedoelde zittingsgeld.
e. Voor het in overleg bijwonen van vergaderingen geldt een vergoeding per vergadering die gelijk is aan 3% van het maximum van salarisschaal 15 zoals overeengekomen in de Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
B
Artikel 6 komt als volgt te luiden:
1. De voorzitter van de raad van advies, genoemd in artikel 15 van de Wet College voor de rechten van de mens, ontvangt van de minister per vergadering een vergoeding gelijk aan 130% van 3% van het maximum van schaal 15 van de Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
2. De overige leden van de raad van advies ontvangen van de minister per vergadering een vergoeding gelijk aan 3% van het maximum van schaal 15 van Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
3. Geen vergoeding wordt toegekend aan de Nationale ombudsman, de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Onderhavige regeling wijzigt de Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens. Deze regeling bevat de (onkosten)vergoedingen die de leden van het College voor de rechten van de mens (hierna: het college), alsmede de plaatsvervangend leden en de leden van de raad van advies van het college ontvangen voor hun werkzaamheden.
In de huidige bezoldigingsregeling is voor de vergoeding voor plaatsvervangende leden van het college, aangesloten bij de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden. In artikel 6a van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is de hoogte bepaald van de vergoeding per zitting voor een rechter-plaatsvervanger. In hetzelfde artikel is tevens bepaald dat, van de vergoeding per zitting, zittingen die op één dag worden gehouden, samen als één zitting worden beschouwd. In 2025 bedroef de vergoeding per zittingsdag € 377,–. In deze vergoeding is tevens inbegrepen de voorbereiding van de zaak en (het bijdragen aan) het formuleren van het oordeel. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Eenzelfde vergoeding wordt geboden voor het bijwonen van vergaderingen.
Destijds is om pragmatische redenen gekozen om aan te sluiten bij de al bestaande regeling voor rechters-plaatsvervangers. In de praktijk van het College is gebleken dat met name de bepaling dat voor meerdere zittingen op één dag, een vergoeding wordt uitbetaald voor één zitting, onredelijk is gezien de gevergde tijdsbesteding. Doordat de vergoeding bij meerdere zittingen op een dag niet in verhouding staat tot de geleverde werkzaamheden, blijkt in de praktijk het lastig te zijn de plaatsvervangend collegeleden, voor wie dit over het algemeen een nevenfunctie is, op een efficiënte wijze in te plannen. In het nieuwe artikelonderdeel b van het eerste lid van artikel 4 wordt daarom uitgegaan van een bedrag per zitting, ook als meerdere zittingen op één dag plaatsvinden. Het aanpassen van de vergoeding op dit punt maakt dat het college efficiënter kan werken doordat meer plaatsvervangend collegeleden bereid zullen zijn meerdere zittingen op een dag te doen. Qua planning en reistijd (en de vergoeding daarvoor) is dit voor alle betrokkenen efficiënter.
In artikel 4, eerste lid, onderdeel c is een aparte vergoeding toegevoegd die geldt in het geval een plaatsvervangend collegelid fungeert als voorzitter van de raadkamer. De afgelopen jaren is steeds vaker een beroep gedaan op plaatsvervangend collegeleden om als voorzitter van de raadkamer te fungeren. Gezien de aard en omvang van de werkzaamheden dient hier een afzonderlijke vergoeding tegenover te staan. Ook voor het behandelen van complexe zaken wordt in onderhavig wijzigingsbesluit een aparte vergoeding voor de plaatsvervangend leden geïntroduceerd. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding heeft het college de gemiddelde tijdsbesteding per zaak geïnventariseerd. Daaruit blijkt dat een lid van de raadkamer aan een ‘normale’ zaak ongeveer 8 uur besteed en aan een complexe zaak 12–16 uur. Voor de voorzitter geldt 12–16 uur voor een normale zaak en 16–32 uur aan een complexe zaak. De ondervoorzitter van het college bepaalt wanneer sprake is van een complexe zaak.
Tot slot is in onderdeel d een aparte vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen opgenomen. Voor de hoogte van deze vergoeding is aangesloten bij het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
Enerzijds zal dit voorstel leiden tot een iets hogere gemiddelde vergoeding per zitting. Anderzijds leidt dit tot een efficiëntere planning en afhandeling van zaken. Per saldo heeft dit voorstel geen financiële gevolgen en kan het College dit binnen het bestaande budget realiseren.
In artikel 6, eerste en tweede lid, is de vergoeding voor de voorzitter en leden van de raad van advies vastgelegd. De vergoeding betreft een vast bedrag per vergadering. Sinds de oprichting van het College in 2012 zijn deze bedragen niet gewijzigd. In de onderhavige regeling wordt de vergoeding gekoppeld aan de Cao Rijk zodat de vergoeding meegroeit met de loonontwikkeling van de rijksambtenaren. Voor de systematiek van de vergoeding is het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies gevolgd. Het schaalniveau is beoordeeld door een extern deskundige. Aan de hand van de taken en bevoegdheden en in het licht van het functiegebouwrijk, is aansluiting bij schaal 15 geadviseerd. Vergelijkbaar met functies als strategisch adviseur, specialistisch beleidsmedewerker of topwetenschappelijk medewerker binnen de rijksoverheid. De vergoeding is hiermee toekomst bestendig.
De impact van deze wijziging op het budget van het college is minimaal aangezien de werkzaamheden van de raad van advies beperkt zijn.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-11266.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.