Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 21 maart 2026, nummer WBV 2026/4, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/13 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea

13.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  • Personen die het militaire of civiele onderdeel van de nationale dienstplicht hebben ontdoken of hieruit zijn gedeserteerd.

13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

13.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc

De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw:

  • personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij het militaire of civiele onderdeel van de nationale dienstplicht moeten vervullen.

13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

13.4.1.3. Illegale uitreis

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:

  • aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.

13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

13.5. Bescherming
13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.

13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief

De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.

13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:

  • algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  • de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

13.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

13.8. Bijzonderheden

Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.

Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.

B

Aan paragraaf C7/30.3.2 Vreemdelingencirculaire 2000 wordt de tekst '(deels)' toegevoegd:

In paragraaf C7/30.3.2 wordt aan de zin 'De IND merkt [...] aan als risicoprofiel:' (deels) toegevoegd tussen 'Somalië die' en 'onder controle': De IND merkt gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:

C

Aan paragraaf C7/ 30.3.2.1 Vreemdelingencirculaire 2000 wordt de tekst '(deels)' toegevoegd:

In paragraaf C7/30.3.2.1 wordt aan de zin 'Een vreemdeling die [...] dit aannemelijk maken' (deels) toegevoegd tussen 'dat niet' en 'onder controle': Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet (deels) onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken.

In paragraaf C7/30.3.2.1 wordt aan de zin 'Voor een vreemdeling [...] andere internationale actoren' (deels) toegevoegd tussen 'het gebied' en 'controleert geldt': Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied (deels) controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren.

D

Aan paragraaf C7/30.4.1.2 Vreemdelingencirculaire 2000 wordt de tekst '(deels)' toegevoegd:

In paragraaf C7/30.4.1.2 wordt aan de zin 'De IND merkt [...] aan als risicoprofiel:' (deels) toegevoegd tussen 'Somalië die' en 'onder controle': De IND merkt voor gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 maart 2026

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

A

Op 18 december 2025 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een algemeen ambtsbericht uitgebracht over de (veiligheids)situatie in Eritrea In de brief van 1 april 2025 (kenmerk: 7035113) heeft de Minister de Tweede Kamer geïnformeerd dat het nieuwe ambtsbericht aanleiding is geweest om enkele wijzigingen door te voeren in het landgebonden asielbeleid voor Eritrea (C7/13 Vc).

Naar aanleiding van het nieuwe ambtsbericht is vastgesteld dat het verlaten van Eritrea tijdens de dienstplichtige leeftijd door de Eritrese autoriteiten als landverraad wordt beschouwd en dat hier straffen op staan. Dit betekent dat er in dergelijke gevallen sprake is van vervolging op grond van (toegedichte) politieke overtuiging. Gelet hierop heeft de Minister besloten om voor Eritreeërs die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor vervolging omdat zij het militaire of civiele onderdeel van de nationale dienstplicht hebben ontdoken of hieruit zijn gedeserteerd, aan te nemen dat zij systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc. Gelet hierop zijn er aanpassingen doorgevoerd in paragraaf C7/13.3.1 Vc.

Bovendien is in voornoemd ambtsbericht vastgesteld dat er geen harde scheidslijn gemaakt kan worden tussen het militaire onderdeel en het civiele onderdeel van de nationale dienstplicht. Dit is vooral van belang voor de asielbeoordeling van Eritreeërs die niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij de nationale dienstplicht hebben ontdoken of zijn gedeserteerd, maar bij terugkeer wel het risico lopen om de nationale dienstplicht te moeten vervullen. Dit zal vooral aan de orde kunnen komen bij personen met de Eritrese nationaliteit die nog nooit in Eritrea zijn geweest. Gelet hierop heeft de Minister geconcludeerd dat iedereen die de nationale dienstplicht moet vervullen risico loopt op ernstige schade op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. In paragraaf C7/13.4.1.1 is daarom verduidelijkt dat voor het moeten vervullen van zowel het militaire als civiele onderdeel van de nationale dienstplicht een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde brief aan de Tweede Kamer.

B–D

In het huidige landenbeleid van Somalië (paragraaf C7/30 Vc) zijn verschillende groepen aangemerkt als risicoprofiel binnen de gebieden die onder controle staan van Al-Shabaab. In de uitvoering wordt dit zo toegepast dat deze groepen eveneens in de gebieden waarin Al-Shabaab deels de controle heeft, aangemerkt worden als risicoprofiel. Voor de gebieden waar Al-Shabaab deels de controle heeft wordt verwezen naar de gele gebieden op de kaart op pagina 22 van het Algemeen Ambtsbericht Somalië van april 2025. De enkele aanwezigheid van Al-Shabaab in een gebied van herkomst of terugkeer vergroot namelijk het risico dat Al-Shabaab gericht geweld kan uitoefenen tegen de verschillende groepen die zijn aangemerkt als risicoprofiel. Dit geldt ook voor de gebieden waar Al-Shabaab deels de controle heeft. Dit is verduidelijkt in de paragrafen C7/30.3.2 Vc, C7/ 30.3.2.1 Vc en C7/30.4.1.2 Vc. Met deze wijziging is geen beleidswijziging beoogd.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven