Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 19 maart 2026, nummer WBV 2026/2, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/17 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran

17.1. Besluitmoratorium

Er geldt een besluitmoratorium in de zin van artikel 43, eerste lid, Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Iran. De beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van aanvragen die tijdens het besluitmoratorium worden ontvangen, worden verlengd met 12 maanden. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden.

17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  • christenen die evangeliseren.

17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  • bahai’s;

  • christenen die nieuwe kerken of huiskerken bezoeken;

  • personen die actief zijn in de politiek, journalistiek, op het gebied van de mensenrechten of een ander maatschappelijk terrein (in het bijzonder op het terrein van vrouwenrechten en de rechten van etnische minderheden); en

  • LHB.

17.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

17.5. Bescherming
17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:

  • slachtoffers van eergerelateerd geweld;

  • slachtoffers van seksueel geweld; of

  • LHBTIQ+.

17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

Geen bijzonderheden.

17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In Iran is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

17.7. Vertrekmoratorium

Er geldt een vertrekmoratorium in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Iran.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 maart 2026

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

A

De Minister van Asiel en Migratie heeft per brief van 19 maart 2026 (kenmerk: 7272533) aan de Tweede Kamer bericht, dat hij een besluit- en vertrekmoratorium heeft ingesteld voor asielzoekers afkomstig uit Iran. De minister heeft hiertoe besloten vanwege het gewapende conflict tussen Israël en de Verenigde Staten enerzijds en Iran anderzijds. Door de voortdurende aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iraans grondgebied en het gebrek aan accurate en objectieve informatie over de gevolgen hiervan (onder meer vanwege beperkte toegang tot het land en gebrek aan internettoegang), is er veel onzekerheid over de (veiligheids-)situatie en de situatie van burgers en specifieke groepen onder het bewind van de Iraanse autoriteiten. Gelet hierop kan niet op zorgvuldige wijze worden vastgesteld óf en welk risico een Iraanse burger loopt bij terugkeer naar Iran. Asielaanvragen van vreemdelingen uit Iran worden daarom tijdelijk aangehouden totdat er meer duidelijk is over de situatie aldaar.

Het besluit- en vertrekmoratorium voor Iran, zoals opgenomen in het ‘Besluit van de Minister van Asiel en Migratie tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Iran’, van 23 maart 2026 (kenmerk 7273172) is ingesteld voor de duur van zes maanden.

Het besluitmoratorium geldt voor vreemdelingen die Iran als land van herkomst hebben zoals bedoeld in artikel 2, onder n, Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU. Het besluitmoratorium houdt in dat de beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van asielaanvragen die tijdens het moratorium worden ontvangen, worden verlengd met een jaar. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden. Als gevolg van het vertrekmoratorium geldt er voor uitgeprocedeerde asielzoekers die moeten terugkeren naar Iran tijdelijk geen vertrekplicht naar Iran. Voor meer informatie wordt verwezen naar bovengenoemde brief aan de Tweede Kamer.

Paragrafen C7/17.1 en C7/17.7 Vc zijn aangepast vanwege het instellen van het besluit- en vertrekmoratorium.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven