Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 27 maart 2026, nr. WJZ/ 26823197, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij in verband met het voorschrijven van een monitoringssysteem voor de garnalenvisserij in de kustwateren [KetenID: 25703]

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 19, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L, 354) en artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, en vierde lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling visserij wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel hh door een puntkomma, een begripsbepaling toegevoegd, luidende:

ii. blackbox-systeem:

een systeem dat voldoet aan NTA 8390:2025.

B

Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden:

HOOFDSTUK 2. AANWIJZINGSBEPALINGEN, ADMINISTRATIEVERPLICHTINGEN EN BLACKBOX-SYSTEEMVERPLICHTING.

C

Aan hoofdstuk 2 wordt na artikel 10b een paragraaf toegevoegd, luidende:

§ 2.4. Blackbox-systeemverplichting en andere verplichtingen

Artikel 10c
  • 1. De eigenaar van een vaartuig schaft een blackbox-systeem aan indien zijn vaartuig:

    • a. een lengte heeft van meer dan 9 meter;

    • b. wordt gebruikt om te vissen met demersale sleepnetten met een maaswijdte van 16 tot en met 31 millimeter; en

    • c. wordt gebruikt om in de kustwateren, het zeegebied of de visserijzone tot 3 zeemijl vanaf de Nederlandse kustlijn te vissen.

  • 2. Degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid heeft uiterlijk met ingang van 1 september 2026 een werkend blackbox-systeem aan boord geïnstalleerd.

  • 3. De eigenaar van of degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid toont op verzoek van de Minister aan dat dit systeem voldoet aan NTA 8390:2025. Dit doen zij met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld model.

  • 4. De Minister gebruikt de gegevens die het blackbox-systeem genereert en registreert, het e-mailadres van degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid en het externe kenteken van een vaartuig als bedoeld in het eerste lid, voor het toezicht op en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Visserijwet 1963 of artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet.

  • 5. De Minister gebruikt de gegevens, genoemd in het vierde lid, ook in het kader van de vaststelling van de subsidie bedoeld in paragraaf 3.7 van de Regeling Europese EZK- en LNV- subsidies 2021.

  • 6. Degene die vist met een vaartuig als bedoeld in het eerste lid, verstrekt de gegevens, genoemd in het vierde lid, aan de Minister door deze te laten verzenden naar een door de Minister te bepalen centrale server.

  • 7. De gegevens, genoemd in het vierde lid, worden tien jaar bewaard door de Minister.

  • 8. Het eerste tot en met derde en zesde lid zijn niet van toepassing op degene die subsidie heeft aangevraagd of verkregen voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten als bedoeld in artikel 2.26.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.

  • 9. Met een blackbox-systeem als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld systemen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met NTA 8390:2025 wordt nagestreefd. In dat geval is het derde lid van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 27 maart 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

1. Inhoud van de regeling

1.1. Inleiding

In deze regeling wordt een verplichting opgenomen voor garnalenvissers die vissen in de kustwateren, de visserijzone en het zeegebied tot 3 zeemijl1 om een werkend blackbox-systeem aan boord te hebben.

Eigenaren van vissersvaartuigen waarmee op garnalen wordt gevist die gebruik maken van demersale sleepnetten met een maaswijdte van 16-31 mm zijn verplicht om het blackbox-systeem aan te schaffen en moeten per 1 april 2026 desgevraagd een aanschafbewijs tonen. In veel gevallen zal deze eigenaar ook de visser zijn die verplicht is om het blackbox-systeem werkend aan boord te hebben. De verplichting om het blackbox-systeem werkend aan boord te hebben treedt in werking met ingang van 1 september 2026.

Met behulp van een blackbox-systeem worden digitaal gegevens verzameld waarmee kan worden geconstateerd in welke gebieden de visser heeft gevist, hoelang wordt gevist en gedurende welke periode. Deze functies van het blackbox-systeem staan omschreven in NTA 8390:2025 (zie nader paragraaf 1.3).

1.2. Nut en noodzaak

Het verplicht stellen van een blackbox-systeem voor alle garnalenvissersvaartuigen is nodig omdat zonder een blackbox-systeem het niet mogelijk is om nauwkeurig de locatie van de garnalenvissers vast te stellen en te kunnen bepalen waar het vaartuig vist of vaart in bijvoorbeeld een voor garnalenvisserij gesloten gebied of Natura 2000 gebied. Met het nieuwe en fraudebestendige blackbox-systeem kan het toezicht en de controle door de handhavende instanties efficiënter en effectiever worden uitgevoerd. Een blackbox-systeem genereert en registreert nagenoeg real time de vaar-/visactiviteit en met gegevens uit een fraudebestendig blackbox-systeem hoeven er minder aanvullende fysieke controles door de toezichthouder plaats te vinden. Het blackbox-systeem is nauwkeuriger dan alternatieve handhavingssystemen zoals Vessel Monitoring System (VMS), omdat het meer data registreert en verzendt. Uit deze data kan naast de locatie van het vissersvaartuig ook worden opgemaakt of een vaartuig aan het vissen is of niet en in welke richting het vaartuig zich beweegt. Een effectieve handhaving is van belang om de gezondheid van het mariene ecosysteem te borgen en om de instandhouding van voor de visserijsector belangrijke visbestanden als garnaal en (juveniele) platvis te borgen.

Het blackbox-systeem met netsensoren conform NTA 8390:2025 is verplicht voor garnalenvissers en niet voor andere typen visserijen die in de Nederlandse kustzone plaatsvinden. Reden hiervoor is dat voor andere typen visserijen het volstaat om een verschil tussen varen en vissen waar te nemen op basis van snelheid en, waar van toepassing, voorts een ander type blackbox-systeem is voorgeschreven in de natuurvergunning. Bij garnalenvisserij is snelheid echter een minder nauwkeurige factor om een verschil tussen vissen en varen te bepalen omdat zowel het varen als het vissen op vergelijkbare snelheid plaatsvindt. Voor effectieve en nauwkeurige handhaving is het wel noodzakelijk om het verschil tussen vissen en varen te kunnen waarnemen.

Het voorschrijven van een blackbox-systeem is nodig omdat het in bepaalde gebieden en gedurende bepaalde perioden verboden is voor vissers om te vissen op grond van de visserijregelgeving. Een voorbeeld is artikel 11 van de Uitvoeringsregeling visserij (hierna: de Uitvoeringsregeling), op grond waarvan het verboden is om te vissen in het gebied aangegeven in bijlage 3 bij deze regeling. Deze controle draagt bij aan de instandhouding van visbestanden waar de Minister op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van het Reglement regels over kan stellen. In het kader van de instandhouding van visbestanden kan het blackbox-systeem aanvullend worden gebruikt om toezicht te houden op het verbod om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. Het verbod om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten kan immers lastiger worden gehandhaafd wanneer het blackbox-systeem enkel als verplichting in de op de Omgevingswet gebaseerde natuurvergunning (hierna: natuurvergunning) is opgenomen omdat in het kader van dit verbod ook op garnalenvissers zonder natuurvergunning toezicht nodig is. Het verplicht stellen van een blackbox-systeem in deze regeling voorkomt dan ook dat vissers zonder natuurvergunning, die dus niet op grond van de natuurvergunning verplicht zijn een blackbox-systeem aan boord te hebben, ongedetecteerd in de Natura 2000 gebieden kunnen vissen.

1.3. Uitwerking en vormgeving van de regeling

Om eenduidige voorwaarden aan het blackbox-systeem te stellen is vanuit NEN (Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut)- een Nederlands Technische Afspraak (NTA) ‘Blackbox voor het vissen op garnalen- Methode op basis van radiobakens’ (NTA 8390:2025) opgesteld. Deze norm is terug te vinden op de website van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut 2en wordt aan de vissers gratis ter beschikking gesteld. Door het gebruik van een NEN-norm kan de fraudebestendigheid van het blackbox-systeem worden gewaarborgd.

Om aan te tonen dat het blackbox-systeem voldoet aan NTA 8390:2025 dient de visser of de eigenaar van het vaartuig op verzoek een zelfverklaring van de leverancier van het aan boord geïnstalleerde blackbox-systeem te kunnen overhandigen. Met deze verklaring verklaart de leverancier, die betrokken is geweest bij de totstandkoming van de NTA-norm, dat het systeem voldoet aan NTA 8390:2025. Deze verklaring bestaat uit een ingevuld format dat door RVO ter beschikking is gesteld. Tevens moet deze verklaring worden opgevraagd wanneer de visser heeft deelgenomen aan de subsidie bedoeld in paragraaf 3.7 van de Regeling Europese EZ-, KGG- en LVVN- subsidies 2021 (hierna: subsidieregeling).

De gegevens uit de blackbox moeten worden verzonden naar een door de Minister aangewezen centrale server. De door de Minister te bepalen centrale server is noodzakelijk om de gegevens die de blackbox genereert en registreert om te zetten in data die toegankelijk en bruikbaar zijn voor het houden van toezicht. Door deze gegevens binnen één systeem te verzamelen en te analyseren kan worden gesignaleerd of een visser in overtreding is. De in de centrale server georganiseerde gegevens zullen niet worden vermengd met logboekgegevens omdat het koppelen van deze gegevens niet noodzakelijk is voor toezicht en handhaving. De betrokken visser kan binnen de centrale server te allen tijde diens eigen gegevens raadplegen. Op termijn zal het beheer worden overgenomen door de Minister. Het systeem van de centrale server wordt nu tijdelijk beheerd door een marktpartij die is gekozen op basis van gesprekken met partijen van dit type systemen en een biedingsprocedure waarbij meerdere partijen zijn uitgenodigd om een offerte in te dienen. Deze opdracht blijft onder de aanbestedingsdrempel.

In deze regeling worden twee verplichtingen onderscheiden, de verplichting om een blackbox-systeem aan te schaffen en de verplichting om een blackbox-systeem werkend aan boord te hebben. Er is een aparte verplichting opgenomen om het blackbox-systeem aan te schaffen om te waarborgen dat dit systeem tijdig wordt aangeschaft. Na de aanschaf duurt het naar verwachting namelijk nog vijf maanden totdat het blackbox-systeem is geproduceerd en aan boord kan zijn geïnstalleerd. Daarnaast zal de productie van dit systeem vanwege de beperkte afzetmarkt pas worden opgestart nadat hiervoor voldoende orders zijn ontvangen. Daarom is het van belang dat de eigenaar van een garnalenvissersvaartuig het blackbox-systeem tijdig aanschaft.

De verplichting om een blackbox-systeem aan te schaffen beperkt zich tot de eigenaren van vaartuigen die worden gebruikt om te vissen met vistuigen die geschikt zijn voor het vangen van garnalen. De verplichting om een blackbox-systeem aan te schaffen geldt voor de eigenaar van een vissersvaartuig omdat het gaat om een systeem die op zijn vaartuig moet worden geïnstalleerd. Deze verplichting beperkt zich specifiek tot vissersvaartuigen die worden gebruikt om te vissen met demersale sleepnetten met een maaswijdte van 16 tot en met 31 millimeter. De verplichting beperkt zich tot de genoemde sleepnetten omdat met die sleepnetten varend wordt gevist op de bodem. Het gaat hierbij specifiek om demersale sleepnetten omdat spieringvissers, voor wie deze verplichting niet geldt, gebruik maken van pelagische sleepnetten met een soortgelijke maaswijdte. Er kan mogelijk ook met passieve vistuigen op garnalen worden gevist. Hier wordt nog onderzoek naar gedaan. Met deze vistuigen is het verschil tussen varen en vissen niet relevant omdat deze vistuigen continu in het water staan. Het blackbox-systeem is gericht op het meten van het verschil tussen varen en vissen. Vissers die enkel gebruikmaken van deze passieve vistuigen zullen daarom geen blackbox-systeem aan boord hoeven te hebben. Door deze verplichting te beperken tot vaartuigen waarop de genoemde sleepnetten worden gebruikt is de verplichting toekomstbestendig.

Een andere beperking is dat de verplichting alleen geldt voor vaartuigen met een lengte groter dan 9 meter omdat het blackbox-systeem vooralsnog niet geschikt is voor installatie op kleinere vaartuigen. Dit betreft hooguit tien vaartuigen. Deze uitzondering is proportioneel en zonder significante gevolgen voor de handhaving. De handhaving en controle van deze kleine groep kleine vaartuigen is namelijk ook op andere manieren mogelijk (bijvoorbeeld door middel van een fysieke waarneming of mobiele VMS apparatuur). Voorts gaat het binnen de groep van garnalenvissers relatief gezien om een hele kleine groep.

De verplichtingen om een blackbox-systeem aan te schaffen en aan boord te hebben, gelden niet voor de visser of eigenaar van een vaartuig die een aanvraag heeft ingediend op grond van de regeling ‘Tijdelijke subsidieregeling sanering garnalenvisserij’ (hierna: saneringsregeling) of die subsidie hebben verkregen op grond van voornoemde saneringsregeling. Dit betreft immers vissers die op grond van de saneringsregeling verplicht zijn om hun vissersvaartuig te laten slopen. Het is daarom niet nodig om een blackbox-systeem te installeren op deze vissersvaartuigen. Voor dit geval is een uitzondering opgenomen in het achtste lid. Hiermee is geregeld dat de uitzondering van de verplichting voor aanschaf en installatie van het blackbox-systeem niet geldt voor degene die subsidie heeft aangevraagd of verkregen heeft op grond van de saneringsregeling. Als op grond van de saneringsregeling een subsidieaanvraag wordt ingetrokken of afgewezen, of een subsidie op nihil wordt vastgesteld is deze uitzondering niet (meer) van toepassing op het betrokken vaartuig, de visser of de eigenaar.

In die gevallen is de verplichting om een werkend blackbox-systeem aan te schaffen en aan boord te hebben (weer) van toepassing.

De verplichting om een werkend blackbox-systeem aan boord te hebben is opgenomen in hoofdstuk 2 als aparte verplichting. Het is geen verbodsbepaling omdat het in deze regeling niet gaat om het verbieden van een visserijactiviteit.

Er is voorts niet voor gekozen om deze verplichting op te nemen in de vergunning voor het uitoefenen van de garnalenvisserij op grond van artikel 70, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling. De verplichting om een werkend blackbox-systeem aan boord te hebben moet voor een effectieve handhaving namelijk gaan gelden voor alle garnalenvissers in de kustwateren. Hieronder vallen ook de garnalenvissers die uitsluitend op de Westerschelde respectievelijk de Oosterschelde-Oost vissen. Voor het vissen op garnalen in deze wateren geldt op grond van de artikelen 21 respectievelijk 43, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling een vrijstelling (onder bepaalde voorwaarden).

De verplichting wordt daarom opgenomen in een nieuwe paragraaf in de Uitvoeringsregeling. Er zijn op dit moment geen andere verplichtingen in voorbereiding.

1.4. Verhouding met andere regelgeving

Deze regeling is gebaseerd op artikelen 3, eerste lid, onderdelen a en b, en vierde lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 (hierna: het Reglement). Hierna is toegelicht dat de verplichtingen en bevoegdheden uit deze regeling voortvloeien uit een bevoegdheid die is verleend op grond van een EU-verordening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Reglement. Daarnaast is deze regeling ook een voorschrift ten behoeve van de naleving van regels ter bescherming van de instandhouding van visbestanden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b en het vierde lid van het Reglement. Met het voorschrijven van een blackbox kan immers beter worden toegezien op de naleving van verboden uit de visserijregelgeving om te vissen in bepaalde gebieden en gedurende bepaalde perioden (zoals hierboven toegelicht). Deze verboden hebben mede de bescherming van visbestanden tot doel.

Op grond van artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) Nr. 1380/2013 (hierna: basisverordening)3 hebben lidstaten de bevoegdheid om nationale maatregelen te treffen die bijdragen aan de instandhouding van visbestanden. Deze maatregelen kunnen op grond van dit lid alleen van toepassing zijn op Nederlandse vissersvaartuigen, zij mogen niet minder streng zijn dan het EU-recht en zij moeten verenigbaar zijn met de doelstellingen van het GVB die in artikel 2 van de basisverordening staan. Aan deze voorwaarden is voldaan. De verplichtingen om een werkend blackbox-systeem aan boord te hebben en de gegevens uit dit blackbox-systeem te verstrekken en de bevoegdheid om deze gegevens te gebruiken zijn nodig om te controleren op de naleving van de visserijregelgeving en op het verbod om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. Een belangrijk doel van de visserijregelgeving is de instandhouding van visbestanden. De hiervoor genoemde verplichting beoogt de bescherming van de natuur, waaronder de visbestanden. Een blackbox-systeem draagt bij aan de controle op de naleving van de visserijregelgeving en daardoor aan de instandhouding van visbestanden. Dit laatste is een belangrijk doel van het GVB. De verplichting is alleen van toepassing op Nederlandse vissersvaartuigen en Belgische vissersvaartuigen die onder het Benelux verdrag in de Nederlandse kustwateren, de visserijzone of het zeegebied tot 3 zeemijl mogen vissen.4 Uit het Benelux-verdrag volgt dat Belgische vissersvaartuigen gelijk zijn aan Nederlandse vissersvaartuigen in de zin van de basisverordening.

De herziening van de controleverordening heeft tot gevolg dat er vanaf 10 januari 2028 regels worden gesteld over de continumeting van het motorvermogen van vissersvaartuigen. Naar verwachting zal de blackbox die met deze regeling wordt voorgeschreven aangepast kunnen worden om te voldoen aan de voorwaarden uit de gewijzigde controleverordening.

De eis dat een blackbox voldoet aan NTA 8390:2025 kan het vrije verkeer van goederen beperken, bedoeld in artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Deze beperking van het vrije verkeer is gerechtvaardigd omdat zij nodig is voor de bescherming van de gezondheid en het leven van dieren, bedoeld in artikel 36 VWEU. Zoals eerder toegelicht draagt een blackbox-systeem bij aan de instandhouding van visbestanden en is het voorschrijven van dit systeem daarvoor noodzakelijk. Het is noodzakelijk voor een effectieve controle en handhaving van regels die visbestanden beogen te beschermen omdat alternatieve systemen minder nauwkeurig data registeren die gebruikt worden voor deze controle en handhaving. Om deze redenen is de beperking van het vrije verkeer als gevolg van deze regeling gerechtvaardigd.

De beperking van het vrije verkeer is kleiner doordat een bepaling van wederzijdse erkenning is opgenomen in het voorgestelde artikel 10c, negende lid. Deze bepaling betekent dat ieder bedrijf dat een blackbox produceert of in de handel brengt in een andere lidstaat of derde land een blackbox-systeem kan leveren, indien deze conform nationale technische voorschriften is geproduceerd die ten minste gelijkwaardig zijn aan de genoemde NTA-norm. Gelijkwaardigheid betekent onder meer dat het mogelijk moet zijn om de gegevens die het systeem registreert te verstrekken aan Nederlandse handhavende autoriteiten. Op dit moment zijn er nog geen gelijkwaardige nationale technische voorschriften bekend.

1.5. Gegevensverwerking

De belangrijkste doelstelling van de verplichting om een blackbox-systeem aan boord te hebben is verbetering van toezicht en handhaving op de garnalenvisserij. Gelet op deze doelstelling worden de volgende persoonsgegevens verwerkt: het e-mailadres van de schipper, scheepsidentificatiegegevens, locatie-informatie van het vaartuig (geografische positie), visserij-activiteiten (vissen en varen) en detectie van molest- of sabotageactiviteiten aan het blackbox-systeem. Dit is de minimale set aan (persoons)gegevens die noodzakelijk is om in het kader van toezicht en handhaving na te gaan of er een overtreding wordt begaan en door wie en om de schipper te kunnen waarschuwen wanneer deze mogelijk een overtreding begaat.

Deze gegevens worden opgeslagen in de blackbox en door de visser en eigenaar verstrekt aan de Minister van LVVN door deze te verzenden, of deze te laten verzenden door de producent van de blackbox, naar een door de Minister te bepalen centrale server. Deze centrale server is in paragraaf 1.3 verder toegelicht en zal gelijk zijn aan de centrale server die op dit moment in gebruik is, de Visserijmonitor. In de Visserijmonitor worden de gegevens uit de blackbox georganiseerd, vertaald naar concrete data over tijd en plaats, en kunnen deze data worden geraadpleegd. De gegevens worden in dit systeem vergeleken met ingevoerde, op de regelgeving gebaseerde, grenswaarden. Wanneer een grenswaarde wordt overschreden, wordt een signaal verstuurd naar de relevante handhavende instanties (afhankelijk van de context) en naar de schipper zelf. Het is vervolgens aan de handhavende instantie om deze melding op te pakken en te beoordelen of er daadwerkelijk een overtreding is begaan.

Er is op geen enkel moment sprake van automatische besluitvorming op basis van de in de Visserijmonitor verwerkte persoonsgegevens.

Gegevens kunnen tevens worden geëxporteerd ten behoeve van verbetering van toezicht en handhaving. De gegevens kunnen ook worden gebruikt (verder worden verwerkt) om de subsidie voor de aanschaf of update van een blackbox-systeem vast te stellen. Hiervoor is in deze regeling een grondslag opgenomen. In de praktijk verstrekt de NVWA, deze gegevens aan RVO, zodat RVO namens de Minister de subsidie kan vaststellen. De NVWA heeft toegang tot de Visserijmonitor en houdt toezicht op het op tijd aanschaffen en werkend hebben van het blackbox-systeem. Met de verstrekte gegevens kan worden gecontroleerd of de subsidieontvanger de subsidiabele activiteit heeft verricht door een blackbox-systeem aan boord te installeren en werkend te hebben.

Gegevens worden drie jaar na de verwerking gepseudonimiseerd en gearchiveerd, waarna slechts beperkt toegang mogelijk is. De gegevens worden gearchiveerd omdat het gaat om archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet. De termijn van drie jaar is gebaseerd op de minimale termijn dat VMS-gegevens moeten worden bewaard op grond van artikel 6, tweede lid van Gedelegeerde verordening (EU) nr. 2025/1766.5 Omdat een blackbox-systeem gegevens registreert die qua toepassing vergelijkbaar zijn met VMS-gegevens wordt in deze regeling dezelfde termijn gehanteerd. Indien de visser over een natuurvergunning voor garnalenvisserij beschikt worden de gegevens zeven jaar na de verwerking gepseudonimiseerd en gearchiveerd. De reden hiervoor is dat de gegevens langer beschikbaar dienen te zijn om het gemaakte aantal ecologische visuren in Natura 2000-gebieden correct te kunnen monitoren. De natuurvergunning staat jaarlijks per Natura 2000-gebied een maximum aantal ecologische visuren toe waar de garnalenvissers collectief gebruik van mogen maken. Gedurende zeven jaar mogen eventuele overschrijdingen of onderuitputtingen van de ecologische visuren gecompenseerd worden, zolang het totaal aan gemaakte ecologische visuren in die zeven jaar niet meer is dan zeven keer het jaarlijkse aantal. Om dit goed te kunnen monitoren dienen gegevens gedurende zeven jaar te kunnen worden ingezien in de Visserijmonitor, waarbij het van belang is te weten welke vissers in die jaren over een natuurvergunning beschikten. Tien jaar na de verwerking van de gegevens worden de gepseudonimiseerde en gearchiveerde gegevens verwijderd. Deze termijnen sluiten aan op de termijnen die volgens het archiefbeleid van de Minister worden gehanteerd bij gegevens die zijn verzameld naar aanleiding van inspecties of controles.

De volgende partijen zijn betrokken bij de gegevensverwerking: de schipper, als betrokkene en verstrekker van de persoonsgegevens; de Inspecteur-Generaal van de NVWA, die namens de Minister van LVVN verwerkingsverantwoordelijk is voor het raadplegen en gebruiken van die gegevens voor toezicht en handhaving; en de directeur Visserij en Grote Wateren (onderdeel van Directoraat-Generaal Natuur en Visserij) van het Ministerie van LVVN, die namens de Minister van LVVN verwerkingsverantwoordelijk is voor het verzamelen en bewaren van gegevens in de Visserijmonitor en, voor zover het de Waddenunit en het Team Natuurvergunningen betreft die onderdeel zijn van het directoraat-generaal, het raadplegen en gebruiken van die gegevens voor toezicht en handhaving.

De twee voornaamste risico’s geassocieerd met de gegevensverwerkingen zijn: 1) door onjuiste invoer van contact- of autorisatiegegevens krijgen onbevoegden toegang tot persoonsgegevens; en 2) door software- of beveiligingsfouten krijgen onbevoegden toegang tot persoonsgegevens. Deze risico’s worden beperkt door de opslag van persoonsgegevens te minimaliseren, en door te borgen dat de softwareleverancier voldoet aan (overheids)kwaliteits- en beveiligingseisen die worden gesteld in de biedprocedure voor het systeem, de Visserijmonitor. De kans dat deze risico’s plaatsvinden wordt daarom als laag ingeschat. De impact van een dergelijke gebeurtenis blijft bovendien beperkt en wordt daarom ingeschat als laag. Van de “near real-time” informatie in de Visserijmonitor zou enkel de locatie van het vaartuig en de betreffende schipper als gevoelig kunnen worden gezien. Locaties van vaartuigen zijn echter via het AIS systeem al verplicht openbaar. De Visserijmonitor bevat wat betreft gevoelige gegevens geen nieuwe informatie. Ook heeft een schipper zelf andere apparatuur aan boord staan om de geografische positie en vaarkoers te bepalen. Er is dus geen risico dat onbevoegden, wanneer zij toegang zouden hebben gekregen tot de Visserijmonitor, middels de Visserijmonitor de geografische informatie kunnen manipuleren op basis waarvan de schipper opereert. Andere informatie uit de Visserijmonitor, zoals het verschil tussen de activiteit vissen/varen of het detecteren van molest aan het blackbox-systeem, is geen gevoelige informatie die, wanneer onbevoegden toegang hebben tot de informatie, tot een direct risico voor de schipper en/of bemanning leidt.

Op grond van deze regeling worden persoonsgegevens verwerkt. Daarom is er een Data Privacy Impact Assessment (DPIA) uitgevoerd. Op basis van de DPIA is de regelingstekst voor advies voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het advies van de AP is om de bewaartermijn van de verwerkte persoonsgegevens beter te onderbouwen. Naar aanleiding hiervan is de bewaartermijn in de toelichting verder onderbouwd.

2. Regeldruk en administratieve lasten

Deze regeling leidt in beperkte mate tot administratieve lasten voor de visser. Voor de aanschaf van het blackbox-systeem kon een eigenaar van een Nederlands vissersvaartuig gebruik maken van een subsidieregeling die de aanschafkosten volledig dekt. De visser dient zelf de installatie van het blackbox-systeem te bekostigen. Naar schatting komt dit neer op ongeveer € 1.000. De verplichting leidt niet tot andere kosten per gemiddeld bedrijf voor aparte subgroepen (bijvoorbeeld MKB en grootbedrijf); dit onderscheid is hier dus ook niet gemaakt. Indien een visser niet in aanmerking komt voor de subsidie, bijvoorbeeld omdat het een eigenaar van een Belgisch vissersvaartuig betreft, zijn de aanschafkosten van een blackbox-systeem naar verwachting ongeveer € 10.000.

De meeste Nederlandse en Belgische garnalenvissers die in Nederlandse wateren vissen zijn al verplicht een blackbox-systeem aan boord te hebben het blackbox-systeem conform NTA 8390:2025 ook is ook voorgeschreven in de nieuwe natuurvergunning voor garnalenvissers. Daarnaast zijn de garnalenvissers gebonden aan de Vibeg en VisWad convenanten, waarin een vergelijkbaar blackbox-systeem is voorgeschreven (zij het zonder radiobakens). Het nieuwe systeem is slechts een aanvulling op wat de meeste garnalenvissers al aan boord hebben geïnstalleerd. De meeste garnalenvissers hebben dus ook al een overeenkomst met een leverancier. Het is in die gevallen waar al een blackbox aan boord staat denkbaar dat een software-update van de huidige blackbox kan volstaan, in dat geval dienen alleen de radiobakens nieuw aangeschaft te worden. Het (gesubsidieerde) aanschafbedrag en het installatiebedrag zal dan lager uitvallen.

Middels een praktijkproef, waaraan garnalenvissers hebben deelgenomen, is de technische en praktische haalbaarheid van het beoogde blackbox-systeem getoetst. Hoewel de nadruk lag op de werking van de netsensoren en radiobakens bleek uit de praktijkproef dat het blackbox-systeem praktisch werkbaar was voor individuele vissers en hen niet belemmerde in hun reguliere visactiviteiten. De regeldruk is volgens het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) voldoende in kaart gebracht. ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.

3. Uitvoering en handhaving

De NVWA en Waddenunit handhaven de visserijregelgeving, de Waddenunit specifiek in de Waddenzee. Beide instanties kunnen gebruikmaken van de gegevens uit de blackbox bij de handhaving van de visserijregelgeving. Daarom is bepaald dat de gegevens uit de blackbox worden verzonden aan de Minister van LVVN. Zowel de NVWA als de Waddenunit vallen onder de Minister van LVVN.

De NVWA heeft een handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) uitgevoerd voor deze regeling. Uit deze toets volgt dat deze regeling handhaafbaar en uitvoerbaar is en dat er geen uitbreiding nodig is van de capaciteit bij de NVWA om deze regeling uit te kunnen voeren. De NVWA heeft nog wel enkele suggesties gedaan om de fraudebestendigheid van het blackbox-systeem te verbeteren. Door middel van een aankoopbewijs kan de NVWA controleren op de verplichting om een blackbox aan te schaffen, die per 1 april 2026 in gaat. Met betrekking tot het aankoopbewijs is door de NVWA voorgesteld dat zij het aankoopbewijs voor het blackbox-systeem bij de leverancier moet kunnen opvragen om zeker te stellen dat dit systeem is aangeschaft. Garnalenvissers kunnen dit bewijs echter zelf opvragen bij de leverancier en vervolgens tonen aan de NVWA. Bovendien is het in het belang van de visser om tijdig een blackbox-systeem te bestellen en dus een aankoopbewijs te hebben. De levering en installatie van het blackbox-systeem kan namelijk vijf maanden duren, terwijl er ook vijf maanden zitten tussen de inwerkingtreding van de verplichting om een blackbox aan te schaffen en de verplichting om een blackbox werkend aan boord te hebben.

Daarnaast heeft de NVWA voorgesteld om afspraken te maken over hoe de blackbox bevestigd moet worden om het risico op verplaatsingen te voorkomen. In NTA 8390:2025 zijn al bepalingen opgenomen over de wijze waarop een blackbox bevestigd dient te worden aan boord, waardoor het risico op eventuele verplaatsing van het systeem wordt beperkt. Er zijn daarnaast verschillende maatregelen genomen om manipulatie (bijvoorbeeld door spoofing) van het GPS-signaal tegen te gaan. Naast de reeds aanwezige mogelijkheden om onregelmatigheden in de blackbox-gegevens te herkennen kunnen aanvullende maatregelen, zoals versleuteling en authenticatie van de communicatie tussen sensoren en de blackbox en periodieke kruiscontrole om afwijkende patronen te signaleren, verdere risico’s verkleinen. Daarnaast is het frauderisico beperkt doordat het VMS systeem verplicht is voor vissersvaartuigen. Zo vindt er een continue kruiscontrole plaats tussen de blackbox-systeem waarnemingen en VMS waarnemingen. In geval van twijfel is er vanuit de NVWA altijd de mogelijkheid om aanvullende fysieke waarnemingen uit te voeren middels zee- en/of luchtwaarnemingen. De fraudegevoeligheid van het blackbox-systeem is bovendien op grond van de praktijkproef als zeer laag ingeschat.

4. Consultatie

Gedurende het traject van het testen van het blackbox-systeem en het vervolgtraject om tot regelgeving te komen zijn stakeholders (toezichthouders en de visserijsector) betrokken. Ook heeft een internetconsultatie plaatsgevonden. Deze internetconsultatie heeft vier reacties opgeleverd. Er is gevraagd naar interferentie van het blackbox-systeem met overige navigatie-/radioapparatuur. Het gebruik van de NTA 8390:2025 borgt dat er geen interferentie van het blackbox-systeem met overige navigatie-/radioapparatuur zal zijn, omdat de NTA verwijst naar officiële normen waaraan het systeem op dit punt dient te voldoen.

Ook werd gevraagd hoe het zit met periodieke keuring en onderhoud van het blackbox-systeem. Daarnaast is gevraagd naar de fraudebestendigheid van het systeem. Wat betreft periodieke keuring en onderhoud van het blackbox-systeem worden er vanuit de overheid geen specifieke eisen gesteld. Wel zijn er in de NTA 8390:2025 verscheidene vereisten opgenomen om te borgen dat het blackbox-systeem zelf afwijkingen in het functioneren herkent en daartoe een alarmsignaal afgeeft. Hiermee worden de toezichthouders op de hoogte gesteld dat het blackbox-systeem niet correct functioneert. De toezichthouder kan hier vervolgens op handhaven omdat de visser een werkend blackbox-systeem aan boord moet hebben. De fraudegevoeligheid van het blackbox-systeem wordt zoals in paragraaf 1.3 is uitgelegd, op grond van de praktijkproef, als zeer laag ingeschat.

Ook is opgemerkt dat de NTA 8390:2025 op één plek verwijst naar een verouderde norm (NEN-EN 50102, welke is vervangen door NEN-EN-IEC 62262:2002). Dit betreft een redactionele fout in de NTA 8390:2025, welke geen gevolgen heeft voor de inhoud van de NTA. Het specifieke onderdeel waarnaar wordt verwezen is namelijk gelijk in zowel de huidige als de verouderde norm. Indien in de toekomst een wijzigingsronde van de NTA 8390:2025 plaatsvindt zal dit worden meegenomen.

In de internetconsultatie zijn vraagtekens gezet bij de toegevoegde waarde van het blackbox-systeem ten opzichte van andere controle- en handhavingssystemen zoals het verhogen van de VMS frequentie en traceerbaarheidsregels. De toegevoegde waarde van het blackbox-systeem is al in paragraaf 1.2 van de toelichting uitgelegd. Het systeem ziet voornamelijk op het nauwkeurig kunnen detecteren van een verschil tussen de activiteiten vissen en varen doordat het blackbox-systeem registreert wanneer het vistuig langdurig onder water is. Dit is met name van belang om te kunnen handhaven op visserij in voor visserij gesloten gebieden, waar men vaak wel doorheen mag varen. Het blackbox-systeem geeft daarom extra handvatten voor effectief toezicht en handhaving.

Daarnaast is betoogd dat de voorgenomen wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij kan leiden tot disproportionele en ongelijke behandeling van buitenlandse vaartuigen omdat het systeem technisch enkel in Nederland beschikbaar is en er sprake is van certificering van enkel Nederlandse systemen. Het gaat dan specifiek om Belgische vissersvaartuigen die op grond van het Benelux-verdrag in de wateren mogen vissen waarop de verplichting betrekking heeft. Er is echter geen sprake van certificering van één of meerdere Nederlandse systemen. De NTA 8390:2025 beschrijft enkel de technische vereisten waaraan een systeem dient te voldoen. Daarmee is het (in lijn met het beginsel van wederzijdse erkenning) in principe voor elke leverancier mogelijk om een systeem aan te bieden, zolang deze voldoet aan eisen die gelijkwaardig zijn aan de genoemde NTA-norm en zolang de leverancier dit verklaart (zie artikel 10c, derde en negende lid).

De reacties op de internetconsultatie hebben niet tot wijzigingen in de regelingstekst geleid, met uitzondering van enkele verduidelijkingen in de toelichting.

5. Notificatie technisch voorschrift

De regeling bevat een technisch voorschrift als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241). Om deze reden is deze subsidiemodule ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 voorgelegd aan de Europese Commissie. Tijdens de standstill-periode is er een reactie binnengekomen van het Federaal Ministerie van Landbouw, Voedsel en Plattelandsontwikkeling (Bundesministerium für Ernährung und Landwirtschaft, BMEL) en Federaal Ministerie voor Economische Zaken en Energie (Bundesministerium für Wirtschaft und Energie). Dit ministerie vroeg naar de toepassing van deze regeling in het Eems-Dollardgebied.

De verplichting om een blackbox aan boord te hebben is niet van toepassing op Duitse vissers die vissen in het Eems-Dollardgebied. Op basis van het Eems-Dollardverdrag wordt de visserij in dit gebied namelijk in wederzijds overleg geregeld. In dit geval betekent dit dat Duitse vissers in het gebied onderworpen zijn aan het Duitse recht en deze regeling dus niet van toepassing is op Duitse vissers in dit gebied.

6. Inwerkingtreding en VVM

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2026. Daarmee wordt afgeweken van het uitgangspunt dat bekendmaking uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding geschiedt. Dit is op grond van Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, gerechtvaardigd omdat uitstel tot aanmerkelijke ongewenste nadelen kan leiden. Het blackbox-systeem is namelijk belangrijk in het kader van de handhaving van de visserijregelgeving. Bovendien is de voorgenomen inhoud van deze regeling al in april 2025 aangekondigd in een brief aan de Nederlandse garnalensector. Met de Belgische sector is in maart 2025 overleg geïnitieerd om de voorgenomen inhoud van deze regeling aan te kondigen. Voorafgaand aan het proces van wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij heeft in 2023 en 2024 een praktijkproef met verschillende blackbox-systemen plaatsgevonden, waarbij Nederlandse producentenorganisaties en enkele deelnemende garnalenvissers nauw betrokken waren. Ook is de Nederlandse garnalensector betrokken geweest bij de totstandkoming van de NTA 8390:2025.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens


X Noot
1

De kustwateren en het zeegebied zijn afgebakend in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren.

X Noot
3

Verordening (EU) Nr. 1380/2013 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU, L 354).

X Noot
4

Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, artikel 2 lid 2 onderdeel b jo. artikel 61.

X Noot
5

Gedelegeerde verordening (EU) 2025/1766 van de Commissie van 27 augustus 2025 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad door de vaststelling van regels inzake visserijcontrole en inzake de bewaking en inspectie van visserijactiviteiten, handhaving en naleving.


X Noot
1

De kustwateren en het zeegebied zijn afgebakend in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren.

X Noot
3

Verordening (EU) Nr. 1380/2013 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU, L 354).

X Noot
4

Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, artikel 2 lid 2 onderdeel b jo. artikel 61.

X Noot
5

Gedelegeerde verordening (EU) 2025/1766 van de Commissie van 27 augustus 2025 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad door de vaststelling van regels inzake visserijcontrole en inzake de bewaking en inspectie van visserijactiviteiten, handhaving en naleving.

Naar boven