Besluit van de raad van bestuur van Fonds Podiumkunsten tot wijziging van de Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen reglement Fonds voor Podiumkunsten;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 komt te luiden:

In deze regeling wordt verstaan onder:

bestuur:

de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

landsdelen:

Noord (Groningen, Friesland en Drenthe), Oost (Overijssel en Gelderland), Midden (Utrecht en Flevoland), Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) en West (Noord-Holland en Zuid-Holland);

Nederland:

het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden:

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B

Artikel 1.4, lid 4 komt te luiden:

Voor de periode 2026–2028 is per kalenderjaar voor de landsdelen een flexibel budget beschikbaar ten bedrage van 285.714 euro.

C

Aan artikel 1.5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het bepaalde in lid 1 aanhef en onder c geldt niet voor subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

D

Aan paragraaf 2 wordt het volgende artikel toegevoegd:

Artikel 2.6 Afwijking

De bepalingen in paragraaf 2 van deze regeling hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

E

Aan paragraaf 3 wordt het volgende artikel toegevoegd:

Artikel 3.5 Afwijking

De bepalingen in paragraaf 3 van deze regeling hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

F

Paragraaf 4 komt te luiden:

Paragraaf 4: Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 4.1 Algemeen

De bepalingen in deze paragraaf zijn alleen van toepassing op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Artikel 4.2 Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag kan worden gedaan om één of meer talenten in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden ruimte te bieden voor ontwikkeling en presentatie. De subsidie is bedoeld voor activiteiten als het creëren van onderzoeks- en ontwikkelmogelijkheden, faciliteren van optredens, het bieden van begeleiding op het gebied van artistieke ontwikkeling en coaching op zakelijk vlak.

Artikel 4.3 Aanvullende weigeringsgronden

Het bestuur weigert de subsidie:

  • a) als een aanvrager niet woonachtig is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en, indien een aanvrager een rechtspersoon is, deze statutair niet gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • b) als één of meer talenten waarop de aanvraag betrekking heeft, niet beschouwd worden als een professionele podiumkunstenaar;

  • c) als een aanvrager in het betreffende kalenderjaar een aanvraag voor deze subsidie heeft ingediend en deze aanvraag gehonoreerd is.

Artikel 4.4 Subsidieplafond
  • 1. Voor het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling kan het bestuur per kalenderjaar per eiland dat deel uitmaakt van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden afzonderlijk een subsidieplafond vaststellen.

  • 2. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond als bedoeld in lid 1 wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.

Artikel 4.5 Verdeling budget
  • 1. Het bestuur verleent de subsidie op volgorde van ontvangst van de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het vastgestelde subsidieplafond voor het desbetreffende kalenderjaar en eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden is bereikt. Bij een incomplete aanvraag geldt als ontvangstdatum de datum waarop de aanvullende informatie is ontvangen en de aanvraag daarmee compleet is.

  • 2. Als het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van een aantal aanvragen met dezelfde ontvangstdatum, dan worden deze aanvragen gerangschikt op basis van het tijdstip van ontvangst.

  • 3. In de situatie dat voor een of meer eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden in een kalenderjaar het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4.3, lid 1 niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 4.6 Procedure
  • 1. Het bestuur behandelt subsidieaanvragen die digitaal zijn ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier en die een reflectie bevatten op de beoordelingscriteria die genoemd staan bij artikel 4.7 van de regeling. Deze reflectie wordt inhoudelijk beoordeeld.

  • 2. Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze paragraaf.

  • 3. Indien de beoordeling van de reflectie van de aanvrager op de beoordelingscriteria van artikel 4.7 van de regeling drie of meer kritiekpunten bevat, wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 4.7 Beoordelingscriteria

Een aanvraag komt in aanmerking voor een subsidie wanneer er naar het oordeel van het bestuur sprake is van dat:

  • a) de aanvrager een bewezen staat van dienst heeft op het gebied van talentontwikkeling binnen de popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek in de breedste zin van het woord;

  • b) aan één of meer talenten de ruimte wordt geboden voor ontwikkeling en presentatie in de muzikale infrastructuur op de eilanden; en

  • c) de aanvrager een realistische en marktconforme begroting heeft opgesteld.

Artikel 4.8 Subsidiehoogte
  • 1. Een subsidie bedraagt nooit meer dan 40.000 euro indien de aanvrager een rechtspersoon is en 20.000 euro indien de aanvrager een natuurlijk persoon is.

  • 2. Van het toegekende subsidiebedrag mag maximaal een percentage van 25% worden besteed aan organisatie- en overheadkosten.

Artikel 4.9 Subsidieperiode

Het bestuur verstrekt subsidie voor de in de aanvraag beschreven activiteiten die worden uitgevoerd over een periode van minimaal 12 maanden, maar zijn afgerond binnen 24 maanden gerekend van de dag na die waarop het besluit tot subsidieverlening op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Artikel 4.10 Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de datum waarop de complete aanvraag is ontvangen schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

G

Paragraaf 5 komt te luiden:

Paragraaf 5: Verplichtingen en verantwoording

Artikel 5.1 Aan de subsidie verbonden verplichtingen
  • 1. De subsidieontvanger meldt het direct aan het bestuur als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b) niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • a) er aanzienlijke inhoudelijke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten. Daarnaast levert de subsidieontvanger minstens twee rechtenvrije foto’s aan die Fonds Podiumkunsten met naamsvermelding mag gebruiken in zijn communicatie-uitingen.

  • 3. Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.

Artikel 5.2 Verantwoording
  • 1. De subsidieontvanger stuurt binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten.

  • 2. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting. De financiële verantwoording dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol.

  • 4. Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

  • 5. De bepalingen in dit artikel hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Artikel 5.3 Vaststelling subsidie
  • 1. Het bestuur stelt de subsidie aan het einde van de subsidieperiode vast op basis van de verantwoording.

  • 2. Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Artikel 5.4 Intrekking of wijziging subsidie
  • 1. Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan enige voorwaarde van deze regeling of enige aan de subsidie verbonden verplichting, kan het bestuur de subsidie intrekken, ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen of lager vaststellen.

  • 2. De subsidieontvanger wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking, wijziging of lagere vaststelling van de subsidie.

H

Er wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

Paragraaf 6 Overige bepalingen

Artikel 6.1 Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance.

ARTIKEL II

Artikel I treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Bestuur d.d. 5 maart 2026

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten, namens deze, V. van Hulst, directeur-bestuurder

TOELICHTING OP WIJZIGING VAN DE REGELING VOOR MUZIEKHUBS OP HET GEBIED VAN POP, HIPHOP EN DANCE

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance (hierna: de Regeling).

2. Doel

De wijzigingen vinden plaats om verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling mogelijk te maken. Per wijziging is hieronder uitgelegd wat het beoogde doel is van de wijziging.

Onderdeel A

Met de wijziging van artikel 1.1 wordt geregeld dat in de Regeling een definitie is opgenomen van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Onderdeel B

Met de wijziging van artikel 1.4, lid 4 is verduidelijkt dat het flexibel budget alleen beschikbaar is voor de landsdelen zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 1.1 van de Regeling.

Onderdeel C

Met de toevoeging van artikel 1.5, lid 4 wordt geregeld dat het bepaalde in artikel 1.4, lid 4 aanhef en onder c niet geldt voor subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling. De reden daarvoor is dat ook natuurlijke personen die woonachtig zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden een aanvraag voor subsidie kunnen indienen voor de subsidie die verstrekt wordt uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling.

Onderdeel D

Met de toevoeging van artikel 2.6 wordt geregeld dat de bepalingen in paragraaf 2 van de Regeling geen betrekking hebben op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling. De reden daarvoor is dat met deze wijzigingsregeling een aparte paragraaf is opgenomen met bepalingen die zien op de verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling.

Onderdeel E

Met de toevoeging van artikel 3.5 wordt geregeld dat de bepalingen in paragraaf 3 van de Regeling geen betrekking hebben op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling. De reden daarvoor is dat met deze wijzigingsregeling een aparte paragraaf is opgenomen met bepalingen die zien op de verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling.

Onderdeel F

Met de vervanging van paragraaf 4 wordt geregeld dat de Regeling een aparte paragraaf bevat met daarin bepalingen die alleen zien op de verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling.

Onderdeel G

Met de vervanging van paragraaf 5 wordt geregeld dat de bepalingen die eerst in de Regeling in paragraaf 4 zijn opgenomen, nu in paragraaf 5 staan. De reden daarvoor is dat het voor de verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling, noodzakelijk was om een aparte paragraaf op te nemen met daarin bepaling die alleen zien op de vestrekking van subsidies uit dat budget. Vanwege de opbouw van de Regeling is ervoor gekozen om de paragraaf die ziet op de verplichtingen en verantwoording, voorheen paragraaf 4, op te schuiven naar paragraaf 5. Op de toevoeging van een lid aan artikel 5.2 van de Regeling na, zijn de bepalingen ongewijzigd ten opzichte van voor de wijziging van de Regeling. Met de toevoeging van lid 5 aan artikel 5.2 van de Regeling wordt geregeld dat de bepalingen in dat artikel geen betrekking hebben op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling. De reden daarvoor is dat het bepalingen over de verantwoording van de subsidie betreft en deze bepalingen niet in verhouding staan tot de subsidiebedragen die worden verstrekt uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling.

Onderdeel H

Met de toevoeging van paragraaf 6 wordt geregeld dat de bepalingen die eerst in de Regeling in paragraaf 5 zijn opgenomen, nu in paragraaf 6 staan. De reden daarvoor is dat het voor de verstrekking van subsidies uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van de Regeling, noodzakelijk was om een aparte paragraaf op te nemen met daarin bepaling die alleen zien op de verstrekking van subsidies uit dat budget. Vanwege de opbouw van de Regeling is ervoor gekozen om de paragraaf die overige bepalingen bevat, voorheen paragraaf 5, op te nemen in een nieuwe paragraaf 6. De bepalingen zijn ongewijzigd ten opzichte van voor de wijziging van de Regeling

3. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst. Daarnaast zal de Toelichting Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance (hierna: de Toelichting) overeenkomstig de voornoemde wijziging worden geactualiseerd. De gewijzigde Toelichting zal op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wijzigingsregeling wordt geplaatst, beschikbaar zijn op de website van Fonds Podiumkunsten.

Naar boven