Verkeersbesluit voor de tijdelijke geslotenverklaring Merwedebrug Papendrecht.

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Zuid-Holland

 

 

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

 

Juridisch kader

 

De Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna BABW).

 

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

Aangezien het hier een weg betreft die onder beheer is van het Rijk, ben ik ingevolge artikel 18, eerste lid onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd dit besluit te nemen.

 

Op grond van artikel 37 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) dient een verkeersbesluit te worden genomen voor de in artikel 34 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer bedoelde tijdelijke plaatsingen en tijdelijke maatregelen van een langere duur dan vier maanden.

 

 

Motivering

De Merwedebrug Papendrecht, ook bekendstaand onder de naam Papendrechtsebrug, is een beweegbare verkeersbrug gelegen in de N3. De Papendrechtsebrug omvat tevens een losstaand fietspad en overspant de rivier de Beneden-Merwede. In verband met het bereiken van het technisch einde levensduur, dienen onderdelen van het beweegbare gedeelte van de Papendrechtsebrug te worden vernieuwd en vervangen. Het is noodzakelijk voor het uitvoeren van de werkzaamheden om de N3 tussen de aansluitingen Papendrecht (1) en Dordrecht-Staart (2) en het fietspad volledig af te sluiten voor het verkeer van 17 juli 2026 tot en met 21 april 2027.

 

Ik ben mij ervan bewust dat de afsluiting van de Papendrechtsebrug ernstige hinder veroorzaakt. Rijkswaterstaat werkt daarom samen met partners in de regio aan een pakket maatregelen om de hinder en vertraging op de omleidingsroutes zo veel als mogelijk te beperken en de bereikbaarheid van de regio in stand te houden. Zo zijn onder andere de volgende (beheers)maatregelen in voorbereiding:

- Instellen van diverse omleidingsroutes;

- Optimaliseren van diverse verkeerslichtenregelingen en andere verkeersmanagement maatregelen;

- Twee additionele veerverbindingen voor (brom)fietsers als alternatieve oeververbinding;

- Een aangepast plan voor het openbaar vervoer in de regio;

- Stimuleren van het gebruik van (deel)fietsen en het openbaar vervoer;

- Het bieden van digitale reis- en routeinformatie;

- Maatwerkmaatregelen voor nood- en hulpdiensten, waaronder het geschikt maken van de Baanhoekfietsbrug als calamiteitenroute;

- Een uitgebreide publiekscommunicatiecampagne

 

Tijdens de periode van de werkzaamheden dienen er diverse tijdelijke (verkeers)maatregelen te worden genomen om het verkeer in goede banen te leiden.

 

 

 

Procedure

 

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 aanhef en sub a van het BABW heeft overleg plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam. De politie heeft met een schriftelijke reactie d.d. 29-01-2026 ingestemd met het voorgenomen verkeersbesluit.

 

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

 

 

BESLUIT

 

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik:

  • Door plaatsing van borden model C1, van bijlage 1 van het RVV 1990, de rijbaan van de N3 in beide richtingen tussen de aansluitingen Papendrecht (1) en Dordrecht-Staart (2) gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Met uitzondering van werkverkeer door middel van het aanbrengen van een onderbord met de tekst “uitgezonderd werkverkeer CMCP”;

  • Door plaatsing van borden model C1, van bijlage 1 van het RVV 1990, de toerit vanaf de Burgermeester Keijzerweg (gemeente Papendrecht) naar de N3/ Papendrechtsebrug gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Met uitzondering van werkverkeer door middel van het aanbrengen van een onderbord met de tekst “uitgezonderd werkverkeer CMCP”;

  • Door plaatsing van borden model C1, van bijlage 1 van het RVV 1990, de toerit vanaf de Merwedestraat (gemeente Dordrecht) naar de N3/ Papendrechtsebrug gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Met uitzondering van werkverkeer door middel van het aanbrengen van een onderbord met de tekst “uitgezonderd werkverkeer CMCP”;

  • Door plaatsing van borden model C15, van bijlage 1 van het RVV 1990, het fietspad van de Papendrechtsebrug, in beide richtingen gesloten te verklaren voor fietsers, bromfietsers en invalidevoertuigen;

  • Door plaatsing van borden model C16, van bijlage 1 van het RVV 1990, het fietspad van de Papendrechtsebrug, in beide richtingen gesloten te verklaren voor voetgangers.

  •  

een en ander overeenkomstig bijgevoegde tekening met kenmerk PA250004-06A01-2.0 N3 d.d. 24-02-2026,

voor de duur van de tijdelijke verkeerssituatie (met ingang van 17 juli 2026 tot en met 21 april 2027).

  •  

 

ONDERTEKENING

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

het hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid,

M. Koubia

MEDEDELINGEN:

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en gezonden aan Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, t.a.v. de afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht.

 

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

 

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit;

d. de gronden van het verzoek (motivering).

 

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overlegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijld spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Als burger kunt u ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de hiervoor vermelde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de hiervoor vermelde internetsite voor de precieze voorwaarden.

 

Naar boven