Call for proposals, Take-off fase 1 – Haalbaarheidsstudies WO, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Richtlijnen voor het aanvragen van financiering voor een haalbaarheidsstudie voor bedrijvigheid van innovatieve starters voortkomend uit universitair wetenschappelijk onderzoek.

2026

Inhoudsopgave

1

Inleiding

 

1.1

Achtergrond

 

1.2

Beschikbaar budget

 

1.3

Indieningsdeadline(s)

2

Doel

 

2.1

Doelstelling van het programma

 

2.2

Wat wordt er verstaan onder een haalbaarheidsstudie?

3

Voorwaarden voor aanvragers

 

3.1

Wie kan aanvragen

 

3.2

Wat kan worden aangevraagd

 

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

 

3.5

Subsidievoorwaarden

4

Beoordelingsprocedure

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

 

4.2

Procedure

 

4.3

Criteria

5

Subsidieverplichtingen

 

5.1

Start, looptijd en tranchebetalingen

 

5.2

Tussentijdse wijzigingen

 

5.3

Rapportage

 

5.4

Maatschappelijk verantwoord licentiëren

6

Contact en overige informatie

 

6.1

Contact

 

6.2

Overige informatie

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde Haalbaarheidsstudies WO 2026. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van subsidieverlening. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens.

1.1 Achtergrond

Het programma Take-off bevat twee onderdelen, fase 1 Haalbaarheidsstudies en fase 2 Vroegefasetrajecten. Deze onderdelen zijn gericht op het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid vanuit Nederlandse onderzoeksorganisaties.

Take-off is een wetenschapsbreed programma dat openstaat voor aanvragen uit alle wetenschapsgebieden en in alle toepassingsgebieden. Take-off komt tot stand door een samenwerking met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Economische Zaken.

1.1.1 Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals

In tegenstelling tot vorige Take-off fase 1 rondes geldt deze Call for proposals heel 2026. Er worden geen afzonderlijke Calls for proposals meer gepubliceerd voor een voorjaars- of najaarsronde. Er kan doorlopend worden ingediend.

Aanvragen worden in pakketten van 40 aanvragen beoordeeld en per pakket worden 15 aanvragen toegewezen, mits deze voldoen aan de gestelde kwaliteit. Er worden maximaal vijf pakketten in behandeling genomen.

In de beoordeling is er geen clusterindeling meer, de aanvragen worden door een brede commissie beoordeeld.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt voor aanvragen die zijn ingediend in totaal € 4.500.000. Voor dit bedrag gelden de volgende verdeelregels:

  • Er worden maximaal vijf pakketten in behandeling genomen.

  • Ieder pakket bestaat uit maximaal 40 aanvragen die de beoordelingsprocedure zullen doorlopen. Een pakket wordt gesloten zodra er 40 aanvragen in behandeling zijn genomen voor dat pakket.

  • Per pakket worden de 15 hoogst geprioriteerde aanvragen toegewezen (37,5%) die als geheel ten minste een score van 4,0 (gemiddelde totaalscore) of lager moet krijgen. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria gemiddeld een score van 5,4 of lager krijgen (zie ook paragraaf 4.2.6).

  • Per pakket kan het aantal in behandeling genomen aanvragen meer of minder zijn dan 40 door onvoorziene omstandigheden. In een dergelijke situatie kan NWO besluiten de beoordeling van het pakket doorgang te laten vinden met minder dan 40 aanvragen. NWO kan besluiten om een pakket aan te vullen tot maximaal 44 aanvragen.

  • Het subsidieplafond van € 4.500.000 is een vaststaand plafond voor aanvragen die worden ingediend tussen 19 januari 2026 en 10 december 2026. Op het moment dat er 200 aanvragen zijn ingediend, kan NWO besluiten om de mogelijkheid om in te dienen in deze Call for proposals voortijdig te sluiten. NWO zal hierover communiceren door middel van een aankondiging op de financieringspagina van deze Call for proposals. Indien de Call for proposals voortijdig wordt gesloten, zullen aanvragen die na het moment van sluiting van deze Call for proposals worden ingediend, niet in behandeling worden genomen.

  • Indien het subsidieplafond niet is bereikt en er op 10 december 2026 wordt geconstateerd dat er in het laatste pakket minder dan 40 aanvragen, maar ten minste 20 aanvragen in behandeling worden genomen, dan zal het laatste pakket bestaan uit deze aanvragen. Indien er in het laatste pakket minder dan 20 aanvragen in behandeling zouden worden genomen, dan zullen deze aanvragen aan het voorlaatste pakket worden toegevoegd.

In bovengenoemde gevallen waarin een pakket uit meer of minder dan 40 aanvragen bestaat, kan het voorkomen dat een subtsidieverleningspercentage van 37,5% niet tot een afgerond getal van toe te wijzen aanvragen leidt. Het aantal toe te wijzen aanvragen wordt in dat geval omhoog afgerond in het voordeel van de aanvragers.

Indien na prioritering van de aanvragen blijkt dat er sprake is van een ex aequo-situatie, kan dit in voorkomende gevallen een afwijking van het bovengenoemde subsidieverleningspercentage met zich meebrengen (zie paragraaf 4.2.7: Ex aequo).

1.3 Indieningsdeadline(s)

In deze Call for proposals kunnen aanvragen doorlopend worden ingediend in de periode tussen 19 januari 2026 en 10 december 2026, zolang het subsidieplafond of het maximaal aantal ingediende aanvragen nog niet is bereikt.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma.

2.1 Doelstelling van het programma

Het Take-off programma heeft als doel het stimuleren van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid op basis van innovatieve kennis uit Nederlandse onderzoeksorganisaties. Deze onderzoeksresultaten dienen de unieke en expliciete basis te vormen voor commerciële activiteiten via een (nog op te richten) start-up.

Het onderdeel fase 1 Haalbaarheidsstudies WO verstrekt subsidies aan ondernemende wetenschappers voor de uitvoering van een haalbaarheidsstudie naar de technische en commerciële toepassingsmogelijkheden van hun innovatieve onderzoeksresultaten.

Indien succesvol vormt de haalbaarheidsstudie de basis voor een eerste bedrijfsplan. Gestoeld op dit bedrijfsplan en na oprichting van een start-up (als deze nog niet was opgericht) kan de verdere ontwikkeling van het innovatieve product of dienst, en het bedrijf daar omheen, van start gaan. In de regel dient dit niet later dan twee jaar na het opleveren van het haalbaarheidsrapport te zijn. Echter is dit wel afhankelijk van de snelheid van de ontwikkelingen in de doelmarkt(en).

Een vervolg op de haalbaarheidsstudie kan het indienen van een aanvraag voor een vroegefasetraject (fase 2) zijn. Dit is de tweede fase van het Take-off programma.

2.2 Wat wordt er verstaan onder een haalbaarheidsstudie?

De haalbaarheidsstudie levert een strategisch bedrijfsrapport op dat inzicht geeft in de toepassingsmogelijkheden van innovatieve onderzoeksresultaten middels nieuwe bedrijvigheid. De haalbaarheidsstudie beantwoordt zowel commerciële als technische vragen, zoals: is er vraag naar het product of de dienst, wat zijn de technische eisen aan het product of de dienst, kan de innovatieve kennisbasis voldoen aan de technische eisen, en hoe kan er een levensvatbaar bedrijf uit ontstaan?

Hiervoor is gerichte feedback uit de markt nodig van bijvoorbeeld potentiële klanten, zakelijke partners en investeerders.

De haalbaarheidsstudie resulteert in een onderbouwd advies aan de (nog op te richten) start-up over of de beoogde toepassing van innovatieve onderzoeksresultaten kan leiden tot levensvatbare nieuwe bedrijvigheid. Om daar een conclusie over te trekken bevatten haalbaarheidsstudies in de regel activiteiten die een (risico)inschatting mogelijk maken van:

  • 1. de commerciële potentie van de innovatieve kennis, bijvoorbeeld op basis van gesprekken met potentiële klanten en analyses van de concurrentie, de marktpotentie en het verdienmodel;

  • 2. de benodigdheden om een succesvol bedrijf te lanceren gebaseerd op de innovatieve kennis, bijvoorbeeld op basis van het in kaart brengen van een investeringsbehoefte, een IP-strategie, een analyse van de wet- en regelgeving en/of certificeringseisen;

  • 3. de technische haalbaarheid van het beoogde product of dienst voor een of meerdere potentiële afzetmarkten. Eventuele verdere productontwikkelingen die nodig zijn per specifieke doelgroep per specifieke doelmarkt kunnen daar onderdeel van uit maken;

  • 4. de benodigde (aanvullende) vaardigheden van het team om een eventuele start-up op te zetten en succesvol door te ontwikkelen.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste of tijdelijke dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband hebben) bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

Promovendi, Engineering Doctorates en personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening.

Indien de aanvrager een tijdelijke aanstelling heeft dient de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij te voegen, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat de aanvrager een aanstelling heeft of zal hebben tot ten minste de uiterste afrondingsdatum van het project (12 maanden na het bestuursbesluit weergegeven in paragraaf 4.2.8) waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Per project is minimaal € 30.000 en maximaal € 60.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 6 maanden. De voor deze Call for proposals beschikbare kostensoorten (inclusief de maximum bedragen) staan vermeld in tabel 1 hieronder en in tabel 2 in paragraaf 3.2.1. De genoemde kostenposten dienen in de aanvraag nader te worden gespecificeerd. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren.

Let op: wanneer u naast een aanvraag in dit NWO Take-off instrument ook een lopende aanvraag heeft in een (of meerdere) van de NWO valorisatie-instrumenten (zijnde Faculty of Impact, Venture Challenge of Demonstrator), is het niet toegestaan om in de aanvraag voor dit NWO Take-off instrument kosten op te nemen die reeds onderdeel zijn van een lopende aanvraag (of aanvragen).

Doet u dit toch dan zal NWO uw aanvraag in dit NWO Take-off instrument niet in behandeling nemen. U kunt deze kosten pas opnemen in een nieuwe aanvraag als de reeds lopende aanvraag afgewezen is. Voorbeelden zijn: kosten voor een meetopstelling, kosten voor een coaching- of opleidingstraject, of salariskosten die optellen tot meer dan 1 fte per aanstelling.

Tabel 1: Overzicht en toelichting toegestane kostensoorten.

Kostensoort

Omschrijving

Maximaal subsidiabel bedrag

Personeelskosten

Kosten van tijdelijk of vast personeel in dienst van de betrokken onderzoeksorganisatie (o.a. technici, postdocs)

Voor uurtarieven,

zie paragraaf 3.2.1

Materiaalkosten

Kosten van gebruiksgoederen of kleine hulpmiddelen

 

Aanschaf kleine instrumenten tot € 20.000

 

Afschrijfkosten op grote apparatuur (>€ 20.000)1

 

Reiskosten

Reis- en verblijfskosten (woon-werk verkeer is niet toegestaan)

 

Kosten voor Intellectueel Eigendom

Instandhoudingskosten van octrooien, voor maximaal de looptijd van het vroegefasetraject, mits het octrooi in bezit is van de start-up2

 

Kosten om het IE van de onderzoeksorganisatie te licentiëren,

voor maximaal de looptijd van het vroegefasetraject;

 

Kosten voor onderzoek naar de kennispositie van de (nog op te richten) start-up (bijv. een novelty search, inwinnen juridisch advies), tot aan een eventuele octrooiaanvraag. Kosten voor het aanvragen van octrooien zijn niet subsidiabel.

 

Overige kosten

Loonkosten van personeel in dienst van de (op te richten) start-up (i.e. arbeidsovereenkomst).3

tot € 45,– per uur, inclusief btw.

Arbeidskosten van natuurlijke personen met een directe relatie/belang bij de (nog op te richten) start-up (i.e. medeoprichters en aandeelhouders met een dienstverleningsovereenkomst).3

tot € 45,– per uur, inclusief btw.

Kosten derden, voor zover zij projectactiviteiten uitvoeren in opdracht van de aanvrager.4

tot € 125,– per uur, inclusief btw.

Overige kosten die direct aan het project gerelateerd zijn en die specifiek staan beschreven in het projectplan. Onder deze post vallen ook studiekosten zoals het opdoen van ondernemersvaardigheden.5

 
X Noot
1

Kosten voor grote apparatuur (aanschafwaarde groter dan € 20.000,–) kunnen alleen begroot worden als afschrijvingskosten gedurende looptijd van het project (maximaal 6 maanden), en alleen als deze eigendom worden van de start-up na de haalbaarheidsstudie. Rekenvoorbeeld: een detector van € 60.000,– aanschafwaarde, die eigendom wordt van de (toekomstige) start-up, met een afschrijftijd van vijf jaar, mag voor € 6.000,– worden opgevoerd in de begroting van deze subsidieaanvraag.

X Noot
2

Kosten om een bestaand octrooi in stand te houden voor een periode van maximaal de loopduur van het project (maximaal 6 maanden) zijn toegestaan, mits het octrooi in bezit is van de start-up. Een licentiehouder is geen eigenaar van een octrooi. Instandhoudingskosten voor octrooien die in bezit zijn van de onderzoeksorganisatie en (exclusief dan wel non-exclusief) worden uitgelicentieerd aan de (nog op te richten) start-up kunnen dus niet worden opgevoerd. Kosten om het bestaande octrooi uit te breiden naar nieuwe gebieden, of het uitbreiden van claims, kunnen niet worden opgevoerd.

X Noot
3

Arbeidskosten van aandeelhouders en medeoprichters vallen binnen de regeling onder arbeidskosten van de aanvrager (aldus van de innovatieve starter / onderneming). Dit vanwege de directe relatie tussen de natuurlijke personen (i.e. aandeelhouders, oprichters) en de rechtspersoon (de startup). Het maximale subsidiabele uurtarief bedraagt € 45,– per uur. Indien u hiervan wenst af te wijken en hogere kosten wilt rekenen, dan kan dit niet bekostigd worden vanuit deze subsidiegelden. Aandeelhouders en medeoprichters worden niet gezien als externe adviseurs.

X Noot
4

Onder kosten derden wordt verstaan: kosten die worden gemaakt voor het inhuren van diensten van personen die werk verrichten zonder een arbeidsovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst met de onderzoeksorganisatie van de aanvrager, ofwel met de (nog op te richten) start-up. Dit kunnen diensten zijn van andere (toegepast) onderzoeksorganisaties, commerciële organisaties, coaches, consultants, (studenten) uitzendkrachten, zzp-ers of andere relevante derde partijen.

X Noot
5

Het is niet toegestaan om uit deze Take-off haalbaarheidssubsidie de eigen bijdrage voor deelname in de NWO Venture Challenge te bekostigen.

Betaalde btw over bijvoorbeeld ingekochte goederen, diensten en investeringen wordt alleen vergoed voor zover de begunstigde geen btw-aftrek heeft. Btw wordt dus alleen vergoed wanneer dit onderdeel uitmaakt van de kosten van de aanvrager. Dit betekent dat bovenstaande kosten mogelijk inclusief btw zijn.

De volgende kostensoorten worden niet vergoed:

  • algemene bedrijfskosten (zoals oprichtings-, notaris-, accountant- en administratiekosten, printkosten, internet of mobiele telefonie abonnementen, software voor algemene bedrijfsvoering zoals MS Office, etc.);

  • kosten voor regulier woon-werk reizen

  • kosten gemaakt buiten de looptijd van het toegewezen project;

  • kosten voor het maken, beheren/onderhouden en hosten van een website, tenzij het nut hiervan voor het uitvoeren van de haalbaarheidsstudie specifiek wordt toegelicht in het projectplan; (i.e. niet indien voor marketing doeleinden, wel als de innovatie een online tool / platform betreft).

  • kosten voor huisvesting;

  • kosten voor desktops of laptops, tenzij deze bijzondere functionaliteiten/hardware-eisen hebben waarvan de noodzaak specifiek worden toegelicht in het projectplan;

  • alle kosten in het aanvraagproces van een octrooi.

3.2.1 Personeel

Tijdelijke en vaste personeelsplaatsen komen in aanmerking voor financiering voor maximaal de duur van het project. Voor kosten van personeel in dienst van de betrokken onderzoeksorganisatie gelden vaste uurtarieven: zie tabel 2 hieronder. De uurtarieven zijn gebaseerd op de UNL salaristabellen, geldig vanaf 1 juli 2025. Uitzondering is het AGIO/AGNIO uurtarief; dit is gebaseerd op de UMCNL salaristabellen, geldig vanaf 1 juli 2025. Voor meer informatie en de salaristabellen, zie Salaristabellen | NWO.

Let op: personeelslasten die al gefinancierd worden vanuit een andere subsidie (al dan niet verstrekt door NWO) komen niet in aanmerking voor vergoeding.

Let op: projecten die zijn toegewezen in deze subsidieronde dienen de onderstaande tarieven gebruiken voor de gehele looptijd van het project.

Tabel 2: Verplichte uurtarieven per type aanstelling.

AIO

€ 42,52

Postdoc

€ 60,97

Wetenschappelijk personeel vaste aanstelling

€ 60.97

Niet Wetenschappelijk Personeel MBO

€ 45.39

Niet Wetenschappelijk Personeel HBO

€ 54.56

Niet Wetenschappelijk Personeel Academisch

€ 65.31

AGIO, AGNIO

€ 55.62

Wetenschappelijk Personeel (WP) betreft personeel met een functietype Onderwijs en Onderzoek.

Niet-Wetenschappelijk Personeel (NWP) betreft personeel zonder functietype Onderwijs en Onderzoek.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier, het begrotingsformulier en het instructieformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de webpagina van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in volgens de daarin opgenomen instructies;

  • sla het formulier op, inclusief de verplichte en optionele bijlagen, als één pfd bestand;

  • dien uw aanvraag in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlage(n):

  • curriculum vitae teamleden;

  • business model canvas;

  • intentiebrief tot kennisoverdracht (of verklaring kennis volledig in publiek domein);

  • begroting (Take-off template);

  • aanstellingsgarantie (indien aanvrager een tijdelijke aanstelling heeft), zie paragraaf 3.1.

Optionele bijlage(n) uitsluitend:

  • selectie belangrijkste publicaties van het team;

  • steunbrieven van bijvoorbeeld (potentiële) partners, klanten, investeerders, etc.

Intentiebrief tot kennisoverdracht

De brief, opgesteld en ondertekend door het kennisvalorisatiebureau van desbetreffende onderzoeksinstelling, omtrent de intentie tot kennisoverdracht bevat de volgende elementen:

  • een duidelijke beschrijving van de kennis, intellectueel eigendom en/of (prototype) technologie die reeds is ontwikkeld aan de onderzoeksorganisatie van de aanvrager;

  • een duidelijk uitgesproken intentie om deze kennis over te dragen aan dan wel (onder licentie) in gebruik te geven aan (het team van) de aanvrager;

  • een verklaring dat de onderzoeksorganisatie van de aanvrager de UNL Dealterm principes zal volgen bij het opstellen van de kennisoverdrachtovereenkomst met de startup;

  • indien er reeds een start-up betrokken is, of voorzien is dat voor het einde van het project de start-up opgericht gaat worden, dient deze brief tevens: de naam van de (nog op te richten) start-up expliciet te vermelden;

  • geen nader gestelde voorwaarden aan deze intentie tot overdracht, behalve eventueel een positieve uitkomst van de haalbaarheidsstudie;

  • een handtekening van een daartoe bevoegd persoon bij de onderzoeksorganisatie (i.e. kennisvalorisatiebureau).

Verklaring kennisbasis volledig in publiek domein

Indien alle onderdelen van de kennis volledig in het publieke domein zijn, is er geen intentiebrief vereist. Een verklaring hiervan, opgesteld en onderstekend door het kennisvalorisatie bureau van desbetreffende onderzoeksinstelling dient echter te worden toegevoegd. Deze verklaring bevat de volgende elementen:

  • een duidelijke beschrijving van de kennis en/of (prototype) technologie die reeds is ontwikkeld aan de onderzoeksorganisatie van de aanvrager;

  • een duidelijke verklaring dat deze kennis geen (exclusief) eigendom (meer) is van de onderzoeksorganisatie van de aanvrager, aangezien deze zich volledig in het publieke domein bevindt, waardoor er geen belemmeringen meer zijn voor de (toekomstige/ nog op te richten) start-up in het commercieel exploiteren daarvan;

  • een handtekening van een daartoe bevoegd persoon bij de onderzoeksorganisatie (i.e. kennisvalorisatiebureau).

Het aanvraagformulier en het begrotingsformulier dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

Om de leesbaarheid van alle voorstellen te bevorderen gelden de volgende vormeisen:

  • een volledig voorstel mag maximaal 8 pagina’s zijn. De bijlagen tellen niet mee in dit pagina aantal;

  • indien u referenties wilt toevoegen, tellen deze mee binnen de maximaal 8 pagina’s;

  • de cv beschrijvingen van de teamleden (bijlage A) mag maximaal 1 pagina zijn;

  • de lijst met belangrijkste publicaties van het team (bijlage B) mag maximaal 1 pagina zijn;

  • de begroting (bijlage F) dient de laatste pagina te zijn en op één pagina te lezen zijn;

  • het verplichte lettertype is Calibri, tekengrootte 10. Alle tekst in de aanvraag (waaronder ook in figuren) dient aan deze minimale tekengrootte van 10 te voldoen.

Het is verplicht uw aanvraag in het Nederlands of het Engels op te stellen.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als aanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een aanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;

  • de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 6 maanden;

  • de aanvraag is gebaseerd op eerder uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek binnen de onderzoeksorganisatie van de aanvrager;

  • binnen de aanvraag is er sprake van, of de intentie om, kennis, IE of technologie die ontwikkeld is aan een door NWO erkende onderzoeksorganisatie verder te ontwikkelen richting een product, proces of dienst en deze commercieel op de markt te zetten. Indien reeds een start-up betrokken is, dient deze daadwerkelijk voort te bouwen op deze kennis, IE of technologie;

  • de onderzoeksorganisatie heeft, behoudens een eventuele negatieve uitkomst van de haalbaarheidsstudie, de onvoorwaardelijke intentie om de relevante kennis over te dragen aan de (eventueel nog op te richten) start-up. Dit blijkt uit de intentiebrief tot kennisoverdracht van de onderzoeksorganisatie.

Alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de in deze Call for proposals opgenomen voorwaarden van toepassing.

De Take-off financiering voor haalbaarheidsstudies is een persoonsgebonden subsidie. NWO-domein TTW kan te allen tijde de financiering tussentijds beëindigen indien de projectleider niet meer in staat is het project te leiden en er – in overleg met NWO-domein TTW – geen geschikte vervanger kan worden gevonden door de projectleider en het projectteam.

NWO-domein TTW is bevoegd de subsidieverlening in te trekken of te wijzigen indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden, dan wel de begunstigde niet heeft voldaan aan de voorwaarden, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid, dan wel de subsidieverlening onjuist was en begunstigde dit hoorde te weten.

Indien sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor kan worden gesproken over een substantiële wijziging van de haalbaarheidsstudie en niet meer wordt voldaan aan de subsidieverleningsvoorwaarden dient hiervan melding te worden gemaakt bij NWO-domein TTW. Te denken valt aan o.a.: een wijziging van het team dat van invloed is op de uitvoering van het projectplan.

3.5.1 Kennisveiligheid

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de subsidieverleningsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.3 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

3.5.4 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home - ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • inhoudelijk pre-advies door leden beoordelingscommissie;

  • weerwoord;

  • preadvisering beoordelingscommissie;

  • vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit onder meer ondernemende wetenschappers (uit verschillende wetenschapsgebieden), ondernemers en (private) financiers. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.

4.2.1 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.2 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen enkele weken na de indiening kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.3 Inhoudelijk pre-advies door beoordelingscommissie

Alle aanvragen worden voor inhoudelijk preadvies voorgelegd aan de leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd pre-advies op de aanvraag. Zij formuleren dit pre-advies aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1).

4.2.4 Weerwoord

De aanvrager ontvangt geanonimiseerde inhoudelijke pre-adviezen. U heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. U krijgt vijf werkdagen de tijd om uw weerwoord in te dienen. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.

4.2.5 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna wordt uw weerwoord voorgelegd aan de preadviseurs die het pre-advies hebben gegeven. De preadviseurs wegen het weerwoord en gaan na in hoeverre het weerwoord eventuele vragen en commentaar heeft weerlegd. De preadviseurs zien hierbij alle pre-adviezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag en het weerwoord. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).

4.2.6 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de pre-adviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling. De commissie weegt de argumenten van de preadviseurs (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de pre-adviezen. De commissie heeft bovendien, anders dan de pre-adviseurs, zicht op de kwaliteit van alle ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de commissie tot een andere beoordeling kan komen dan de afzonderlijke pre-adviseurs.

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein TTW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel (gemiddelde totaalscore) moet tenminste een score van 4,0 krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste een gemiddelde score van 5,4 krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.7).

4.2.7 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Commercieel potentieel’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van het team’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering. Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.8 Besluitvorming

Tot slot toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.9 Tijdpad

U kunt doorlopend aanvragen indienen met inachtneming van de in hoofdstuk 3 vermelde voorwaarden voor uw subsidieaanvraag, zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt en het maximaal aantal aanvragen niet zijn ingediend (zie ook paragraaf 1.2 Beschikbaar budget). NWO behandelt aanvragen op volgorde van binnenkomst. De oorspronkelijke indiendatum en indientijd van een aanvraag die voldoet aan de voorwaarden voor indiening, bepalen de volgorde van behandeling. Zodra het tijdpad voor het in behandeling nemen van uw aanvraag bekend is, wordt u daarover geïnformeerd.

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Kennisbasis en innovativiteit (20%)

    • kennis die aan de basis ligt van het bedrijfsidee;

    • vernieuwende elementen.

  • 2. Commercieel potentieel (20%)

    • onderbouwing beoogde toepassingsmogelijkheden en toegevoegde waarde;

    • onderbouwing te onderzoeken markt- en commerciële perspectieven.

  • 3. Kwaliteiten van het team (20%)

    • wetenschappelijke expertise aanvrager(s) en ondersteunend personeel voor uitvoering studie;

    • ondernemers- en commerciële vaardigheden binnen het team voor uitvoering van de studie;

    • betrokkenheid van het team bij uitvoering projectplan.

  • 4. Kwaliteit van het projectplan (40%)

    • praktische en economische aanpak;

    • activiteitenplan;

    • projectbegroting, opgesplitst naar projectactiviteit.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na subsidieverlening.

5.1 Start, looptijd en tranchebetalingen

De startdatum van een Take-off haalbaarheidsstudie dient binnen 6 maanden na de datum van het subsidieverleningsbesluit te zijn, tenzij NWO-domein TTW schriftelijk toestemming geeft voor een latere startdatum. De maximale looptijd van een haalbaarheidsstudie is 6 maanden. Kosten gemaakt buiten de looptijd zijn niet subsidiabel. De maximale doorlooptijd, gedefinieerd als de uiterste startdatum van 6 maanden na subsidieverlening plus de maximale looptijd van 6 maanden, is daardoor gelimiteerd tot een jaar vanaf de datum van het bestuursbesluit. Een Take-off haalbaarheidsstudie kan dus geen einddatum kennen na deze periode.

De verleende subsidie wordt in twee tranches uitbetaald aan de onderzoeksorganisatie waaraan de aanvrager verbonden is. De eerste tranche bedraagt 80% en wordt bij de start overgemaakt nadat is voldaan aan alle gestelde subsidieverleningsvoorwaarden, waaronder het tijdig indienen van een volledig ingevuld en voor akkoord ondertekend Startformulier (dit wordt bijgevoegd bij het subsidieverleningsbesluit). De tweede tranche, met een maximum van 20% van de totaal verleende subsidie, wordt overgemaakt nadat NWO-domein TTW uw inhoudelijke rapportage en kostenverantwoording heeft goedgekeurd (zie paragraaf 5.3 voor meer informatie).

5.2 Tussentijdse wijzigingen

Voor elke substantiële inhoudelijke wijziging van de door NWO toegewezen aanvraag is voorafgaande toestemming van NWO vereist.

Zodra er aanleiding is voor de projectleider en/of een begunstigde om te veronderstellen dat het project niet of niet geheel vóór de einddatum kan worden afgerond of dat vóór de einddatum niet of niet geheel aan de subsidievoorwaarden zal worden voldaan, dient deze dit onverwijld te melden aan NWO. Hiervan is onder meer sprake in de volgende gevallen:

  • indien de start van het project vertraging oploopt;

  • indien (de uitvoering van) het project vertraging oploopt;

  • indien uitgaven per kostensoort niet conform goedgekeurde aanvraagbegroting worden gedaan, met uitzondering van kleine verschuivingen tussen kostensoort zoals weergegeven in paragraaf 3.2, tabel 1. Kleine verschuivingen worden beschouwd indien:

  • de kostensoort met 20% of minder wordt overschreden ten opzichte van de aanvraagbegroting;

  • de kostensoort met meer dan 20% wordt overschreden ten opzichte van de aanvraagbegroting, maar deze overschrijding niet hoger is dan € 5.000.

In geval van substantiële inhoudelijke wijzigingen dient u een wijzigingsformulier uploaden in uw ISAAC account (voor meer informatie zie www.nwo.nl/wijzigingen). Het aangevraagde budget in de studie is een beoogd budget, dat pas achteraf wordt omgezet in een subsidie middels een subsidievaststelling.

Inhoudelijke activiteiten die veranderen ten opzichte van het activiteitenplan in de toegewezen aanvraag dienen vooraf besproken te zijn met NWO. Indien dit om ingrijpende veranderingen gaat, zult u NWO vooraf om toestemming moeten vragen. Te denken valt aan een werkpakket vervangen door een andere set activiteiten, de samenstelling van het team veranderen, of andere wijzigingen die tot een ander besluit omtrent uw aanvraag hadden kunnen leiden. Bij afwijkingen van de voorgestelde projectactiviteiten zonder toestemming van NWO riskeert u een lagere vaststelling van het subsidiebedrag, of een intrekking van het subsidieverleningsbesluit.

De Take-off financiering voor haalbaarheidsstudies is een persoonsgebonden subsidie. NWO kan te allen tijde de financiering tussentijds beëindigen indien de projectleider niet meer in staat is het project te leiden en er geen geschikte vervanger kan worden gevonden door de projectleider en het projectteam in overleg met NWO.

5.3 Rapportage

Aan het eind van de studie dienen twee documenten te worden opgeleverd:

  • 1. Een inhoudelijke rapportage die de punten uit paragraaf 2.2 beschrijft. Voor meer toelichting zie de Take-off programma, Take-off | NWO, onder ‘Documenten, ‘Take-off-richtlijnen eindrapportage fase 1 haalbaarheidsstudie’.

  • 2. Een kostenverantwoording die:

    • Gebruik maakt van het standaard format kostenverantwoording, te vinden op Take-off programmapagina, Take-off | NWO, onder ‘Documenten, ‘Formulier Kostenverantwoording haalbaarheidsstudie’;

    • het aangevraagde budget weergeeft;

    • het gerealiseerde budget weergeeft.

Voor het mogelijk afwijkingen van uw aangevraagde budget, zie paragraaf 5.2.

5.4 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het UMCNL rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren”.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor vragen omtrent uw aanvraag maakt het Take-off team gebruik van:

E-mail: aanvragentake-off@nwo.nl

Voor algemene vragen en voor correspondentie tijdens de loop van een toegewezen project:

E-mail: take-off@nwo.nl

Desgewenst kunt u telefonisch kunt u contact opnemen met:

Anouk Borsboom Program Officer Tel: 06 10 582 352

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Naar boven