Beleidsregel van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 januari 2026, nr. 2025-0000675637, houdende wijziging van de Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijke wet Groningen in verband met de aanpassing van de bepalingen over herhaalschade en de aanvullende vaste vergoeding

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de artikelen 2, derde lid, en 10, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen en artikel 1a.1, eerste lid, van de Regeling Tijdelijke wet Groningen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijke wet Groningen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, tweede lid, wordt ‘en de individuele maatwerkbeoordeling, bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze’ vervangen door ‘en ontwikkelt een werkwijze over de omgang met nieuwe schade die zich voordoet na de afronding van de individuele maatwerkbeoordeling, bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze’.

B

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5 Aanvullende vaste vergoeding

  • 1. Het Instituut ontwikkelt een werkwijze met betrekking tot een aanvullende vaste vergoeding om verschillen die zijn ontstaan door aanpassingen in de wijze van afhandeling van fysieke schade zo veel mogelijk te beperken. De aanvullende vaste vergoeding bedraagt ten hoogste € 10.000.

  • 2. Het Instituut kan daarbij voorwaarden stellen voor het verstrekken van deze vergoeding.

  • 3. Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel B terug tot en met 1 juli 2024.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 januari 2026

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum

TOELICHTING

1. Doel en aanleiding

Met de Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijke wet Groningen (hierna: beleidsregel) zijn aanwijzingen gegeven aan het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) over de invulling en uitvoering van de nieuwe mogelijkheden in de schadeafhandeling, die voortvloeien uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen, ‘Nij Begun’.1 Dit betreft onder meer de uitvoering van daadwerkelijk herstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak, het verruimen van mogelijkheden om schade af te handelen met een vaste vergoeding en het ontwikkelen van een werkwijze voor een aanvullende vaste vergoeding, bedoeld om verschillen die in de schadeafhandeling zijn ontstaan op te lossen dan wel te verkleinen. Inmiddels is het IMG vergevorderd met de implementatie van deze verbeteringen in de schadeafhandeling. Zo kan de vaste vergoeding van € 10.000 aangevraagd worden door particuliere aanvragers met een eerste schademelding (kleinere objecten € 5.000). De aanvullende vaste vergoeding wordt in fases opengesteld. Het IMG heeft op zijn website aangegeven voor welke gemeenten al een aanvraag kan worden ingediend.

Bij de verdere uitwerking van de nieuwe mogelijkheden in de schadeafhandeling, in navolging van eerder genoemde aanwijzing, zijn ook verbeterpunten naar voren gekomen die aanleiding geven tot wijziging van deze beleidsregel. Deze wijzigingen hebben betrekking op de ontwikkeling van de werkwijze voor de aanvullende vaste vergoeding (hierna: AVV) evenals op de werkwijze ten aanzien van herhaalschade bij de maatwerkprocedure.

2. Werkwijze aanvullende vaste vergoeding en wijziging daarvan

Eigenaren van een gebouw met schade, die in het verleden een schademelding hebben gedaan en van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (hierna: NAM), het Centrum Veilig Wonen (hierna: CVW), de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen (hierna: TCMG) of het IMG geen vergoeding hebben ontvangen of een vergoeding die kleiner was dan € 10.000 en niet hebben kunnen kiezen voor een vaste vergoeding van € 10.000, kunnen hun vergoeding laten aanvullen tot dat bedrag – rekening houdend met de schadehistorie op dat adres.2 Voor kleine objecten geldt een vaste vergoeding van € 5.000 en kan derhalve aanvulling tot dat bedrag plaatsvinden.

De beleidsregel hanteerde voor het verstrekken van de AVV alleen de vergoeding die aan de aanvrager is betaald als uitgangspunt. Voorliggende wijziging biedt het IMG de ruimte om daarbij ook de schadehistorie op een adres te betrekken. Met deze wijziging wordt het ook mogelijk gemaakt om de AVV uit te keren aan oud-eigenaren en daarbij rekening te houden met de schadehistorie op het adres. Met ‘oud-eigenaren’ wordt gedoeld op eigenaren die inmiddels verhuisd zijn en voor schade aan hun oude woning waarvan zij eigenaar waren, een vergoeding van de NAM, CVW, TCMG of IMG hebben ontvangen die tezamen met de eventuele vergoedingen die eerder voor dat adres zijn uitgekeerd minder dan € 10.000 (of € 5.000) bedroeg. Het IMG wil ook aan deze groep oud-eigenaren de AVV kunnen aanbieden aangezien de vergoeding mede voorziet in een compensatie voor in het verleden ontstane verschillen Inmiddels heeft het IMG de AVV-regeling opengesteld. Voorliggende wijziging van artikel 5 voorziet in de daarvoor gewenste uitvoeringsgrondslag waarmee de schadehistorie op een adres betrokken kan worden. Oud-eigenaren kunnen dus ook in aanmerking komen voor een aanvulling tot € 10.000 zodat er geen nieuwe groep ontstaat die verschillend wordt behandeld en daar de negatieve gevolgen van ondervindt.

Zowel de huidige eigenaar als de oud-eigenaar kan aanspraak maken op een aanvulling tot de minimale vergoeding die zij onder het huidige schaderegime hadden kunnen ontvangen, zonder onderzoek naar de oorzaak en met aftrek van eventuele vergoedingen die eerder op dat adres zijn uitgekeerd.

Het tweede lid van artikel 5 maakt duidelijk dat het IMG de ruimte heeft om voorwaarden te stellen voor het verstrekken van de AVV. Hierbij valt te denken aan de voorwaarde dat vanaf de introductie van de verhoogde VES een aanvrager, die heeft afgezien van het forfaitair aanbod van maximaal € 10.000, later niet alsnog een keer voor de AVV kan kiezen. Dat zou namelijk tot gevolg hebben dat een keuze voor maatwerk altijd de mogelijkheid biedt om daarna een AVV aan te vragen tot een financiële vergoeding van maximaal € 10.000. Dit zou waarschijnlijk leiden tot extra maatwerkaanvragen met bijbehorende uitvoeringskosten, waarna vervolgens alsnog de AVV wordt aangevraagd voor de aanvulling van het schadebedrag tot € 10.000.

Ook kan het IMG hiermee de voorwaarden laten aansluiten bij relevante voorwaarden die ook gelden bij de eenmalige vaste vergoeding. Daarbij kan gedacht worden aan het expliciet maken van de voorwaarde dat enkel natuurlijke personen die eigenaar zijn van het object gebruik kunnen maken van de AVV, en de voorwaarde dat er een maximum kan worden gesteld aan het aantal keer dat gebruik mag worden gemaakt door een rechthebbende van de AVV, de VES of daadwerkelijk herstel.

3. Herhaalschade bij maatwerkprocedure

De werkwijze van het IMG omtrent herhaalschade bij de VES blijkt niet goed verenigbaar met het omgaan met herhaalschade na afronding van de maatwerkprocedure. Dit omdat het IMG bij de maatwerkprocedure onderzoek moet doen naar mogelijke andere schadeoorzaken binnen de grenswaarden, zoals vastgelegd in artikel 10oa van het Besluit Tijdelijke wet Groningen. Bij de VES wordt afgezien van een dergelijk onderzoek en wordt voor herhaalschade een afwijkende grenswaarde van 5 mm/s gehanteerd. De grenswaarde voor herhaalschade bij de VES is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst die is gesloten met de aanvrager. Met voorliggende wijziging krijgt het Instituut daarom de ruimte om na afronding van een maatwerkprocedure een werkwijze te ontwikkelen ten aanzien van het omgaan met herhaalschades, dat wil zeggen nieuwe schades als bedoeld in artikel 1 van de wet.

4. Inwerkingtreding en terugwerkende kracht

De wijziging van artikel 5 van de beleidsregel werkt terug tot en met het moment waarop het oorspronkelijke artikel 5 van kracht werd. Op deze manier wordt aangesloten bij de gewenste wijze van uitvoering van de AVV. Terugwerkende kracht van deze wijziging is mogelijk, omdat de aanpassing van artikel 5 louter begunstigend is. De wijziging in artikel 3 van de beleidsregel treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant van deze wijziging.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum


X Noot
1

Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 17.

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1175.

Naar boven