Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2026, 10218 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2026, 10218 | beleidsregel |
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op artikel 10:7, zesde lid, tweede volzin, van de Arbeidstijdenwet en artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUITEN:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
bedrijfsinspectie die geen tweede bedrijfsinspectie of volgende bedrijfsinspectie is;
transportinspectie die geen tweede of volgende transportinspectie is;
bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste bedrijfsinspectie, waarbij de eerste bedrijfsinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de huidige bedrijfsinspectie aanvangt;
transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste transportinspectie waarbij de eerste transportinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer bedrijfsinspecties, waarbij ten minste twee van deze bedrijfsinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de bedrijfsinspectie aanvangt;
transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer transportinspecties, waarbij ten minste twee van deze transportinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet.
Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde, voor zover:
a. het arbeid betreft verricht in of op motorrijtuigen, genoemd in artikel 5: 12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet, niet zijnde een taxi;
b. het arbeid betreft van personen werkzaam in of op die motorrijtuigen of in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking hebben op die arbeid; en
c. voor zover daarvoor op grond van de wet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
1. In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid, van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.
2. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.
3. Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:
a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid;
c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en
d. 2,00, indien sprake is van opzet.
4. Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:
a. eerdere interventies of overtredingen;
b. andere overtredingen in de controleperiode;
c. het met de overtreding behaalde voordeel;
d. de impact of duur van de overtreding;
e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.
5. In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.
Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.
Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met:
a. minder dan 25 werknemers: 3;
b. 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6;
c. 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9;
d. 100 of meer werknemers: 12.
1. De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10,7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
Zelfstandige/ aantal werknemers |
verminderde verwijtbaarheid |
normale verwijtbaarheid |
grove schuld |
opzet |
|---|---|---|---|---|
|
Zelfstandige |
6,25% |
12,5% |
18,75% |
25% |
|
1 t/m 24 |
12,5% |
25% |
37,5% |
50% |
|
25 t/m 49 |
25% |
50% |
75% |
100% |
|
50 t/m 99 |
37,5% |
75% |
112,5% |
150% |
|
100 of meer |
50% |
100% |
150% |
200% |
2. Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.
3. De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat overeenkomstig het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.
1. De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een eerste transportinspectie bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
2. De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een tweede transportinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op boetes voor overtredingen die vallen onder de in bijlage 1 opgenomen boetefeitcodes B 2.4:4 (11), B 2.4:5 (40) of B 2.4:5 (40a).
De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 wordt ingetrokken.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een overtreding is begaan, blijft met betrekking tot de berekening van de boete voor die overtreding het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor dat tijdstip, indien de toepassing daarvan voor de overtreder gunstiger is.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel
Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:
Arbeidstijdenwet;
Arbeidstijdenbesluit vervoer;
Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60);
Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU 2006, L 102);
de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR) (Trb. 1972, 97);
Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149).
|
Feitcode |
Overtreden bepaling |
Omschrijving overtreding |
Norm-adressaat |
Boete in C |
Direct beboetbaar bij transport inspectie |
|---|---|---|---|---|---|
|
1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT |
|||||
|
A 4.3 (1) |
art. 4:3, eerste lid, Atw |
Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een werkgever en een persoon als bedoeld in art. 2:7, eerste lid, ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Nee |
|
B 2.4:1 (1) |
art. 2.4:1, eerste lid, Atbv |
Het niet bewaren van een deugdelijke registratie voor ten minste 104 weken |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Nee |
|
B2.4:1 (la) |
art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 10, vijfde lid, onder a, Vo 561/2006; art. 33, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 15, eerste en tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het niet bewaren van een deugdelijke registratie voor ten minste 1 jaar (zoals registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens (zoals c- en M-bestanden) |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Nee |
|
B2.4:1 (lb) |
art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 33, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 15, eerste en tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
De registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens (zoals C- en M-bestanden) zijn niet op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren overgelegd of overhandigd |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Nee |
|
B 2.4:1 (2) |
art. 2.4:1, derde lid, Atbv jo art. 6, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.4:1, derde lid, Atbv jo art. 4, vijfde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst; art. 2.5:3 Atbv, jo art. 6, vijfde lid AETR |
Andere werkzaamheden en/of beschikbaarheid zijn niet geregistreerd |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:1 (2a) |
art. 2.4:1, vierde lid, Atbv jo art. 10, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.4:1, derde lid, onder b, Atbv jo art. 7, vijfde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Werkgever/ zelfstandige heeft de originele gedownloade gegevens van voertuigunit en/of bestuurderskaart geen 12 maanden bewaard |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Nee |
|
B 2.4:1 (2b) |
art. 2.4:1, vijfde lid, Atbv |
Werknemer heeft de registratie gegevens en bescheiden (m.b.t. art. 4:3 Atw) tijdens zijn vervoerswerkzaamheden niet bewaard tot het tijdstip van overdracht aan de werkgever |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Nee |
|
B 2.4:1 (4) |
art. 2.4:1, zesde lid, Atbv jo art. 11, tweede lid, Regeling tachograafkaarten |
Werkgever/ zelfstandige heeft de gegevens op de bestuurderskaart niet elke 28 dagen overgebracht naar de vestiging |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Nee |
|
B 2.4:1 (5) |
art. 2.4:1, zesde lid, Atbv jo art. 11, eerste lid, Regeling tachograafkaarten |
Werkgever/ zelfstandige heeft de gegevens van de voertuigunit niet elke 90 dagen overgebracht naar de vestiging |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Nee |
|
3. DIENSTROOSTER |
|||||
|
B 2.4:3 (1) |
art. 2.4:3, eerste lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 |
Het niet opgesteld hebben van een dienstrooster |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
B 2.4:3 (2) |
art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 |
Niet naleven voorschriften dienstrooster (geen naam, standplaats en vastgesteld rooster) |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:3 (3) |
art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder a, Vo 561/2006 |
Niet naleven voorschriften dienstrooster (Dienstrooster bevat niet de gegevens als bedoeld in art. 16, derde lid, onder a, van de Vo 561/2006 en de gegevens van de lopende dag) |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:3 (4) |
art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder b, Vo 561/2006 |
Niet naleven voorschriften dienstrooster (Dienstrooster niet getekend door hoofd onderneming of diens gevolmachtigde) |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Nee |
|
B 2.4:3 (6) |
art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 |
Niet naleven voorschriften dienstrooster (Niet bij zich hebben dienstrooster/ dienstregeling) |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:3 (7) |
art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder c, Vo 561/2006 en gelet op art. 4:3 Atw |
Het niet bewaren van het dienstrooster na afloop van de betrokken periode van één jaar en/of het niet op verzoek van de met de controle belaste ambtenaar tonen en/of overhandigen |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Nee |
|
4. MISBRUIK CONTROLEMIDDELEN |
|||||
|
B 2.4:4 (1) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder a, Atbv |
In of op controlemiddelen onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stellen, te doen stellen, of toe te laten dat zij daarin of daarop gesteld worden |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (2) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder b, Atbv |
In of op controlemiddelen wijziging aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wijziging wordt aangebracht in vroeger daarin of daarop gestelde gegevens of aantekeningen, deze onleesbaar te maken, te doen maken of toe te laten dat zij onleesbaar gemaakt worden |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (3) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder c, Atbv |
Controlemiddelen geheel of ten dele zoek te maken of te doen zoekmaken, ondeugdelijk te maken of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, verborgen te houden of te doen verborgen houden, dan wel toe te laten dat deze zoekgemaakt, ondeugdelijk gemaakt, vernietigd of verborgen gehouden worden |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (4) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder d, Atbv |
Gebruik te maken van een controlemiddel waarop of waarin onjuiste aantekeningen zijn gesteld, waarop of waarin in de aantekeningen wijzigingen zijn aangebracht dan wel waarop of waarin aantekeningen onleesbaar zijn gemaakt |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (9) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder e, Atbv |
Een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart te gebruiken, met uitzondering van een bedrijfskaart van een werkgever die wordt gebruikt door zijn werknemer |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (10) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 27, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, vierde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 3, tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Een bestuurder mag geen andere dan uitsluitend zijn eigen gepersonaliseerde bestuurderskaart gebruiken |
Werkgever/ zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:4 (10a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 27, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, vierde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 3, tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Bezit van meer dan één geldige op zijn naam gestelde bestuurderskaart. Gebruik defecte of ongeldige bestuurderskaart Er worden met de gebruikte bestuurderskaart geen arbeids-, rij- en rusttijden geregistreerd |
Bestuurder |
1.500,– |
Ja |
|
B 2.4:4 (10b) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 27, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, vierde lid, bijlage controleapparaten AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 3, tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Bezit van meer dan één geldige op zijn naam gestelde bestuurderskaart. Gebruik defecte of ongeldige bestuurderskaart Er worden met de gebruikte bestuurderskaart welarbeids-, rij- en rusttijden geregistreerd |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:4 (11) |
art. 2.4:4, eerste lid, onder f, Atbv |
In het voertuig een voorziening aanwezig te hebben of een manipulatie die voor misbruik als bedoeld in de onderdelen a tot en met e van art. 2.4:4, eerste lid van het Atbv kan worden aangewend |
Werkgever/ Zelfstandige |
10.375,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (38) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, achtste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 7, tweede lid van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Vervalsen, verbergen, uitwissen of vernietigen van gegevens op registratiebladen/tachograaf/Bes tuurderskaart, manipulatie tachograaf/registratieblad/bestu urderskaart |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
Werknemer |
1.500,– |
||||
|
B 2.4:5 (40) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, achtste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a Atbv jo art. 7 tweede lid van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
In het voertuig een voorziening aanwezig hebben of een manipulatie die gebruikt kan worden om de in de tachograaf, het registratieblad, of de op de bestuurderskaart opgeslagen gegevens en/of afdrukken kan vervalsen, uitwissen of vernietigen |
Werkgever/ Zelfstandige |
10.375,– |
Ja |
|
B2.4:5 (40a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. art. 32, vierde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 14, tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Een voertuig is uitgerust met meer dan één tachograaf |
Werkgever/ Zelfstandige |
10.375,– |
Ja |
|
5. INSTALLATIE EN GEBRUIK TACHOGRAAF |
|||||
|
B 2.4:5 (1) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 1, eerste lid, tweede alinea jo art. 22 vijfde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en lB, AETR; art. 5 van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Niet zorg dragen dat het controleapparaat is voorzien van verzegelingen, dan wel na verbreking van de verzegelingen de tachograaf is onderzocht |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (la) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art 1, eerste lid, tweede alinea jo art. 22, vierde lid Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en 1B, AETR; art. 5, vierde lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Niet zorg dragen dat het controleapparaat is voorzien van een installatieplaatje |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (2) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 3, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10 AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 3, onder a, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Niet zorg dragen dat een tachograaf/controleapparaat is aangebracht |
Werkgever/ Zelfstandige |
4.400,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (2a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. art. 1, eerste lid, tweede alinea, van Vo 165/2014 jo. bijlagen 1 van Vo 165/2014, bijlage 1 B, van verordening (EEG) nr. 3821/85 en bijlage lC van Vo 799/2016; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo. art. 10 AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 3, eerste en tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst, mede gelet op de Aanhangsels 31-B-4-1, 31-B-4-2, 31-B-4-3. |
Het aangebrachte controleapparaat/de tachograaf voldoet niet aan de wettelijke eisen |
Werkgever/ Zelfstandige |
2.200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (3) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 1, eerst lid, tweede alinea jo. art. 23, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en 1B, AETR; art. 6, eerste lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst |
Het niet zorg dragen dat het controleapparaat binnen 2 jaar is onderzocht (periodieke controle; routine-inspectie) |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (6) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 10 bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 7, eerste lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Vervoersonderneming heeft er niet voor gezorgd dat tachografen, bestuurderskaarten en/of registratiebladen correct werken en correct worden gebruikt |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (7a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 1, eerste lid tweede alinea, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 10 en aanhangsels 1 en lb bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 3, eerste en tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst, mede gelet op de Aanhangsels 31-B-4-1, 31-B-4-2, 31-B-4-3. |
De instellingen in de tachograaf zijn niet correct |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (7) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, eerste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 15, eerste lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Onvoldoende registratiebladen verstrekt |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (8) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, eerste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 15, eerste lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Model van het registratieblad niet goedgekeurd, of niet geschikt voor gebruik in het voertuig geïnstalleerde apparaat |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (9) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 15, eerste lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Onvoldoende papier voor afdrukken |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (11) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, eerste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 6, tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Gebruik van vuile of beschadigde registratiebladen of bestuurderskaarten |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (12) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 6, eerste lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het niet gebruik maken van een registratieblad |
Bestuurder |
1.500,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (12a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, eerste lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het niet gebruik maken van een bestuurderskaart |
Bestuurder |
1.500,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (12b) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, eerste lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het voortijdig uithalen registratiebladen of bestuurderskaart, voor het einde van zijn dagelijkse werktijd tenzij anderszins is toegestaan en er geen ondeugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden plaatsvindt. |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (12c) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, eerste lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Registratieblad of bestuurderskaart gebruiken voor langere periode dan waarvoor het blad of de kaart bestemd is |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B2.4:5 (13) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. art. 34, vierde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo. art. 10, tweede lid AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaten AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, vierde, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Bij meervoudige bemanning wordt de bestuurderskaart of het registratieblad niet op de juiste plek in de tachograaf geplaatst |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:9 (1) |
art. 2.4:9 Atbv |
De houder van een werkplaatskaart handelt niet overeenkomstig art. 22, tweede lid, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, en art. 23 Vo 165/2014 |
Houder werkplaatsk aart |
1.100,– |
Ja |
|
B 2.4:10 (1) |
art. 2.4:10 Atbv |
Bedrijfskaart is niet conform art. 2.4:10 Atbv gebruikt |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:11 (1) |
art. 2.4:11, derde lid, Atbv |
Geen melding van verlies of diefstal van de bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart |
Houder |
200,– |
Nee |
|
B 2.4:11 (2) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 26, zevende lid onder bis Vo 165/2014 |
Niet voldoen aan verplichting om de bestuurderskaart te vervangen door een nieuwe wanneer dit noodzakelijk is om aan de toepasselijke technische specificaties te voldoen |
Houder |
1.500,– |
Ja |
|
B 2.4:13 (1) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 29, art. 35 Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, jo art. 9, tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Bestuurder handelt bij beschadiging, defect, verloren of gestolen bestuurderskaart of in geval van een praktijk test als bedoeld in art. 21, tweede lid, Vo 165/2014 niet overeenkomstig art. 35 Vo 165/2014 of overeenkomstig art. 13, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR |
Bestuurder |
550,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (18) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, derde lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen handmatige invoer wanneer dit vereist is |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (20) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, vijfde lid, onder a, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, derde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, vijfde lid onder a, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst |
De tijdsaanduiding op het blad stemt niet overeen met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (21) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, vijfde lid, onder b, i t/m iv, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, derde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, vijfde lid, onder b, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Incorrect gebruik van de schakelorganen |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (21a) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, vijfde lid, onder b, v, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, derde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, vijfde lid, onder b, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Incorrect gebruik of niet-gebruik van het teken voor ‘veerboot-/trein’ |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (22) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6. zesde, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Middenveld registratieblad in geheel niet ingevuld |
Bestuurder |
1.100,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (23) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder a, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid onder a, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Naam en/of voornaam ontbreekt op het registratieblad |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (24) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder b, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid onder b, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Datum bij het begin of einde van het gebruik van het blad ontbreekt |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (25) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder b, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid onder b, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Plaats bij het begin of einde van het gebruik van het blad ontbreekt |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (26) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder c, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid onder c, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Kenteken/registratienummer van het voertuig ontbreekt op het registratieblad |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (27) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder d, onder i, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid onder d, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Kilometerstand (vóór de eerste rit die op het blad is geregistreerd) ontbreekt op het registratieblad |
Bestuurder |
100,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (28) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder d, onder ii, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid, onder d, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst |
Kilometerstand (aan het einde van de laatste rit die op het registratieblad is geregistreerd) ontbreekt op het registratieblad |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (29) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder e, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage. controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid, onder e, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het tijdstip waarop van voertuig wordt gewisseld ontbreekt op het registratieblad |
Bestuurder |
100,– |
Ja |
|
B2.4:5 (30) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde of zevende lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid en vijfde lid bis, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 6, zesde lid, onder f, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het symbool van het land waar de werkperiode van de dag respectievelijk is begonnen en geëindigd ontbreekt op het registratieblad of in de tachograaf |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
B 2.4:5 (31) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zevende lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid en vijfde lid bis, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, 5 onder a, Atbv jo art. 6, zevende lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Het symbool van het land van binnenkomst ontbreekt op het registratieblad of in de tachograaf |
Bestuurder |
200,– |
Ja |
|
6. HET VOORLEGGEN VAN INFORMATIE |
|||||
|
B 2.4:5 (32) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 36, eerste of tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, zevende lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, jo art. 10, eerste of tweede lid, van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Niet in staat gegevens te verstrekken. Afdrukken, handmatig opgetekende gegevens, bestuurderskaart en registratiebladen van de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen niet kunnen overleggen ten tijde van de controle (indien AETR van toepassing is) Niet in staat gegevens te verstrekken. Afdrukken, handmatig opgetekende gegevens, bestuurderskaart en registratiebladen van de dag zelf en de voorafgaande 56 dagen niet kunnen overleggen ten tijde van de controle (indien de Verordening of HSO van toepassing is) |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
7.DEFECT |
|||||
|
B2.4:5 (41) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, eerste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 16, eerste lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Defecte tachograaf is niet hersteld door een erkende installateur of werkplaats |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Ja |
|
B2.4:5 (42) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, eerste lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder b, Atbv jo art. 16, tweede lid, van deel C, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
In de situatie waarin het voertuig niet binnen een week nadat het defect is opgetreden naar de vervoersonderneming kan terugkeren, de defecte tachograaf niet onderweg herstellen |
Werkgever/ Zelfstandige |
450,– |
Ja |
|
8. HANDMATIGE INVOER OP AFDRUKKEN |
|||||
|
B 2.4:5 (43) |
art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR; art. 2.4:13, vijfde lid, onder a, Atbv jo art. 11 van deel B, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
De bestuurder handelt niet overeenkomstig art. 37, tweede lid, verordening (EU) nr. 165/2014, dan wel art. 13, tweede lid, bijlage controleapparaat AETR |
Bestuurder |
450,– |
Ja |
|
9. REGELING TACHOGRAAFKAARTEN |
|||||
|
B 2.4:13 (la) |
art. 2.4:13, eerste lid, Atbv jo art. 6 Regeling tachograafkaarten; |
Niet voldaan aan inleverplicht ingetrokken, defecte, beschadigde of teruggevonden bestuurderskaart of werkplaatskaart |
Houder |
550,– |
Ja |
|
10. RIJ- EN RUSTTIJDEN |
|||||
|
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 11 uur, INDIEN EEN VERKORTING VAN DE DAGELIJKSE RUSTTIJD NIET IS TOEGESTAAN |
|||||
|
B 2.5:1 (1) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 11 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (2) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 10 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (3) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur en 30 minuten |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort |
Ja |
|
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 9 uur, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN |
|||||
|
B 2.5:1 (4) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 9 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (5) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (6) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 7 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort |
Ja |
|
ONVOLDOENDE OPGESPLITSTE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN TENMINSTE 3 uur+ 9 uur |
|||||
|
B 2.5:1 (7) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. ie rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 9 uren |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (8) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B' afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. 1e rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 8 uren |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (9) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. 1e rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 7 uren |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort |
Ja |
|
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 9 uur BIJ MEERVOUDIGE BEMANNING |
|||||
|
B 2.5:1 (10) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 9 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (11) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 8 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (12) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 7 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort |
Ja |
|
ONVOLDOENDE VERKORTE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 24 uur |
|||||
|
B 2.5:1 (13) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 24 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (14) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 22 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (15) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst |
Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 20 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 45 uur, INDIEN VERKORTING VAN DE WEKELIJKSE RUSTTIJD NIET IS TOEGESTAAN |
|||||
|
B 2.5:1 (16) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust minder dan 45 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (17) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, |
Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
minder dan 42 uur |
||||
|
B 2.5:1 (18) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust minder dan 36 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (16a) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid onder b, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen compensatie genoten van verkorte wekelijkse rusttijd; benodigde compensatie tot en met 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (17a) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen compensatie genoten van verkorte wekelijkse rusttijd; benodigde compensatie meer dan 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (18a) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen compensatie genoten van verkorte wekelijkse rusttijd; benodigde compensatie meer dan 9 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
B 2.5:1 – (16b) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst |
Geen compensatie genoten van twee opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden bij internationaal vervoer Benodigde compensatie tot en met 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (17b) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, Vo 561/2006; art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen compensatie genoten van twee opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden bij internationaal vervoer Benodigde compensatie meer dan 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (18b) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zevende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen compensatie genoten van twee opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden bij internationaal vervoer Benodigde compensatie meer dan 9 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te kort met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (18c) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, onder bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, tiende lid van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Geen organisatie van terugkeermogelijkheid van de bestuurder 1 maal in de vier weken |
Werkgever |
1.300,– |
Ja |
|
MEER DAN 6 MAAL 24 uur TUSSEN WEKELIJKSE RUSTTIJDEN |
|||||
|
B 2.5:1 (19) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met maximaal 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (20) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1,tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met maximaal 12 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (21) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, zesde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met 12 uur of meer |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
AFWIJKING VAN DE 12-DAGENREGEL |
|||||
|
B 2.5:1 (21a) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, AETR |
Overschrijden van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met maximaal 3 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (21b) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, AETR |
Overschrijden van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met maximaal 12 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (21c) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, onder b, AETR |
Overschrijding van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met 12 uur of meer |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
NORMALE WEKELIJKSE RUSTTIJD GENIETEN IN VOERTUIG |
|||||
|
B 2.5:1 (22) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, negende lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Genieten van een normale wekelijkse rusttijd in het voertuig |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.300,– |
Ja |
|
B 2.5:1 (22a) |
art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, AETR; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 6, negende lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
De werkgever dekt de kosten voor het verblijf buiten het voertuig niet, de bestuurder heeft de normale wekelijkse rusttijd niet in het voertuig doorgebracht. |
Werkgever |
1.300,– |
Ja |
|
OVERSCHRIJDING VAN DE DAGELIJKSE RIJTIJD VAN 9 uur, INDIEN VERLENGING TOT 10 uur NIET IS TOEGESTAAN |
|||||
|
B 2.5:3 (1) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 9 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (2) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 10 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (3) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 11 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang |
Ja |
|
B 2.5:3 (3a) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 13,5 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.350,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 2.000,– |
Ja |
|
OVERSCHRIJDING VAN DE DAGELIJKSE RIJTIJD VAN 10 uur INDIEN VERLENGING IS TOEGESTAAN |
|||||
|
B 2.5:3 (4) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5: 3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 10 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (5) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 11 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (6) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 12 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang |
Ja |
|
B 2.5:3 (6a) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd van meer dan 15 uur |
Werkgever/ zelfstandige |
1.350,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 2.000,– |
Ja |
|
OVERSCHRIJDING VAN DE WEKELIJKSE RIJTIJD |
|||||
|
B 2.5:3 (7) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, tweede lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Wekelijkse rijtijd meer dan 56 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (8) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, tweede lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst. |
Wekelijkse rijtijd meer dan 60 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (9) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, tweede lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Wekelijkse rijtijd van meer dan 65 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang |
Ja |
|
B 2.5:3 (9a) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, tweede lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Wekelijkse rijtijd meer dan 70 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.350,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 2.000,– |
Ja |
|
OVERSCHRIJDING VAN DE BIJ ELKAAR OPGETELDE RIJTIJD GEDURENDE TWEE OPEENVOLGENDE WEKEN |
|||||
|
B 2.5:3 (10) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, derde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst. |
Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken meer dan 90 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (11) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, derde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken 100 uur of meer |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:3 (12) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, derde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst. |
Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken 105 uur of meer |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang |
Ja |
|
B 2.5:3 (12a) |
art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR; art. 2.5:3 Atbv jo art. 4, derde lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken 112 uur en 30 minuten of meer |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.350,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 2.000,– |
Ja |
|
OVERSCHRIJDING VAN DE AANEENGESLOTEN RIJTIJD |
|||||
|
B 2.5:6 (1) |
art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR; |
Ononderbroken rijtijd meer dan 4 uur en 30 minuten |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Ja |
|
art. 2.5:6, tweede lid, Atbv art. 5 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerki ngsovereen komst |
|||||
|
B 2.5:6 (2) |
art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv art. 5 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Ononderbroken rijtijd meer dan 5 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Ja |
|
B 2.5:6 (3) |
art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv art. 5 van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Ononderbroken rijtijd meer dan 6 uur |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– + 100,– per uur te lang met een max. boete van 1.300,– |
Ja |
|
11. PAUZE |
|||||
|
B 2.5:6 (7) |
art. 2.5:6, eerste lid, Atbv |
Bestuurder handelt niet conform art. 5.4, tweede en derde lid, Atw (Pauze) |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
B 2.5:6 (8) |
art. 2.5:6, derde lid, onder a, Atbv |
Arbeidstijd langer dan 6 uur zonder pauze |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
B 2.5:6 (9) |
art. 2.5:6, derde lid, onder b, Atbv |
Geen ½ (of 2x ¼) pauze bij 6 tot en met 9 uur arbeid |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
B 2.5:6 (10) |
art. 2.5:6, derde lid, onder c, Atbv |
Geen ¾ (of 3 x ¼) pauze bij meer dan 9 uur arbeid |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
12. NACHTDIENST EN ARBEID TUSSEN 00.00 uur EN 06.00 uur |
|||||
|
B 2.5:4 (1) |
art. 2.5:4, tweede lid, onder a en b, Atbv |
Het verrichten van meer dan 43 maal in 16 weken arbeid in nachtdienst of het verrichten van meer dan 20 uren arbeid in nachtdienst in elke periode van 2 weken |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– per uur te lang met een max. boete van 1.100,– |
Nee |
|
B 2.5:4a (1) |
art. 2.5:4a, vijfde lid, Atbv (Indien Vo 561/2006 van toepassing is) |
Het verrichten van meer dan 12 uren dagelijkse arbeidstijd in elke periode van 24 achtereenvolgende uren |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– per uur te lang met een max. boete van 1.100,– |
Nee |
|
B 2.5:5 (1) |
art. 2.5:5, derde lid, onder a en b, Atbv |
Het verrichten van meer dan 52 maal in 16 weken en 140 maal in 52 weken arbeid in nachtdienst of het verrichten van meer dan 38 uren arbeid in nachtdienst in elke periode van 2 weken. |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– per uur te lang met een max. boete van 1.100,– |
Nee |
|
13. ARBEIDSTIJDEN |
|||||
|
B 2.5:7 (1) |
art. 2.5:7, zesde lid, Atbv (Vo 561/2006 n.v.t.) |
Gemiddelde arbeidstijd van meer dan 48 uren per week |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Nee |
|
B 2.5:8 (1) |
art. 2.5:8, vijfde lid, Atbv (Vo 561/2006 wel van toepassing); art. 3, eerste lid, van deel B, afdeling 3, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Arbeidstijd van meer dan 60 uur per week |
Werkgever/ Zelfstandige |
550,– |
Nee |
|
14. SOORTEN BETALING EN INFORMATIEVERSTREKKING |
|||||
|
B 2.7:1 (1) |
art. 2.7:1, eerste lid, Atbv jo art. 10, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.7:1, eerste lid, Atbv art. 7, eerste lid, van deel B, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereen komst |
Koppeling loon aan afgelegde afstand, levering snelheid en/of hoeveelheid vervoerde goederen Indien aangetoond dat betaling van dien aard is dat verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht of inbreuken worden aangemoedigd |
Werkgever/ Zelfstandige |
1.100,– |
Nee |
|
B 2.7:1 (3) |
art. 2.7:1, derde lid, Atbv jo art. 20 Vo 561/2006 |
Bestuurder handelt niet overeenkomstig art. 20 Vo. 561/2006 (Niet bij zich hebben van bewijzen van vorige sancties of procedure) |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
B 2.7:1 (4) |
art. 2.7:1, derde lid, Atbv jo art. 20, derde lid, Vo 561/ 2006 |
De bestuurder verstrekt geen informatie aan onderneming |
Werkgever/ Zelfstandige |
200,– |
Nee |
|
B 2.7:4 (1) |
art. 2.7:4, eerste lid, Atbv, jo art 5 tweede lid Vo 561/2006 |
Het verrichten van arbeid als bijrijder door jeugdige werknemer buiten Nederland |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
|
B 2.7:4 (2) |
art. 2.7:4, derde lid, Atbv |
Het niet toezien op het bezit van een verklaring, afgegeven door het bevoegd gezag van de opleiding waaruit blijkt dat een jeugdige werknemer welke als bijrijder arbeid verricht aldaar is ingeschreven als leerling |
Werkgever/ Zelfstandige |
100,– |
Nee |
(bijlage als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026)
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
Kleine inbreuken, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen € 0,– – € 149,– geldt;
Belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen€ 150,– – € 449,– geldt;
Heel belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen€ 450,– – € 1.299,99 geldt;
Meest belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag boven € 1.300,– geldt.
Transportinspectie
Alle overtredingen ter zake van arbeids-, rij- en rusttijden. De overtredingen ten aanzien van registratiemiddelen:
○ het niet aanwezig zijn van registratie- en controlemiddelen;
○ het onjuist gebruik van registratie- en controlemiddelen;
○ het misbruik van registratie- en controlemiddelen;
○ het niet aangeven van 'belangrijke gegevens' op een registratiemiddel, waarmee wordt bedoeld gegevens die achteraf eenvoudig kunnen worden gewijzigd.
Bedrijfsinspectie
Bij een bedrijfsinspectie worden de meest belangrijke inbreuken en de heel belangrijke inbreuken direct beboet bij een eerste bedrijfsinspectie. Voor de overige overtredingen wordt eerst een waarschuwing gegeven. Bij een tweede bedrijfsinspectie worden tevens de belangrijke inbreuken direct beboet, voor de kleine inbreuken wordt nog een waarschuwing gegeven. Vanaf een volgende bedrijfsinspectie worden alle overtredingen direct beboet.
Een bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen 5 jaar na de datum waarop de eerste bedrijfsinspectie is opgestart wordt als een tweede bedrijfsinspectie aangemerkt als voor de bij de eerste bedrijfsinspectie geconstateerde overtredingen een onherroepelijke bestuurlijke boete is opgelegd.
Inleiding
Met deze beleidsregel wordt de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 met de bijlagen vervangen door een nieuwe beleidsregel.
Deze beleidsregel stelt de wijze van berekening van de hoogte van de bestuurlijke boete vast bij overtreding van de bij of krachtens de Arbeidstijdenwet gestelde regels met betrekking tot het wegvervoer. De beleidsregel is gebaseerd op artikel 10:7, zesde lid, van de Arbeidstijdenwet.
Aanleiding en noodzaak
In de praktijk is gebleken dat het taxivervoer en de handhaving op de arbeids- en rusttijden van taxichauffeurs een andere benadering vergt. Mede door de ontwikkelingen met betrekking tot de Centrale Database Taxi (hierna: CDT) wordt ook de handhaving anders vormgegeven. Om die reden wordt taxivervoer ondergebracht in een aparte beleidsregel. Tezamen met deze beleidsregel treedt derhalve ook de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026 in werking. Daarmee wordt recht gedaan aan het type vervoer wat plaatsvindt, alsmede aan de wijziging in de wettelijk voorgeschreven controlemiddelen. In deze beleidsregel wordt derhalve het taxivervoer geschrapt en zijn ook overige kleine wijzigingen doorgevoerd.
Het niet naleven van daartoe aangemerkte voorschriften van de Arbeidstijdenwet en de daarop gebaseerde besluiten levert een overtreding op. De naleving ervan wordt gecontroleerd door de daartoe aangewezen toezichthouders. Bij het wegvervoer kan wat betreft de controles een onderscheid worden gemaakt tussen transport- en bedrijfsinspecties. Een transportinspectie is een inspectie langs de weg naar de naleving van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer over de lopende dag en de voorafgaande 56 dagen. Onder een bedrijfsinspectie wordt verstaan een inspectie naar de naleving van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer op basis van de wettelijke controlemiddelen voor de registratie van de arbeids- en rusttijden en de overige bedrijfsadministratie.
Bij beide soorten inspecties geldt als uitgangspunt dat bij de boeteoplegging wordt uitgegaan van de boetenormbedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel. In artikel 2 is aangegeven dat deze beleidsregel niet geldt voor arbeid die plaatsvindt in een taxi of die direct daarmee samenhangt. Hiermee is aansluiting gezocht bij formulering in artikel 2.3:1 van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer. Voor arbeid die plaatsvindt in een taxi of die direct daarmee samenhangt, geldt thans de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit Vervoer (taxivervoer) 2026.
Het berekenen van de bestuurlijke boete gebeurt op basis van normbedragen. Deze normbedragen zijn opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel en gelden indien er sprake is van normale verwijtbaarheid. Indien er sprake van verminderde verwijtbaarheid, grove schuld of opzet wordt het normbedrag vermenigvuldigd met de factor zoals opgenomen in het derde lid. Op deze manier wordt recht gedaan aan de mate van verwijtbaarheid, zoals bedoeld in artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De normbedragen zoals opgenomen in bijlage 1 zijn gebaseerd op de classificatie van ernst van overtredingen die wordt aangehouden in Verordening (EU) 2016/403.1
Gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling)2 kan de verwijtbaarheid namelijk per overtreding verschillen. De Afdeling onderscheidt eveneens verminderde verwijtbaarheid, normale verwijtbaarheid, grove schuld en opzet. De toezichthouder vermeldt in het boeterapport of proces-verbaal eventuele indicaties en observaties die aanleiding geven om de verwijtbaarheid vast te stellen. De boeteoplegger bepaalt aan de hand van (onder meer) deze observaties in welke mate de overtreder verwijtbaar heeft gehandeld.
Hierbij wordt opgemerkt dat het in beginsel aan de overtreder zelf is om aannemelijk te maken dat de overtreding hem verminderd verwijtbaar is. In beginsel wordt uitgegaan van de normale verwijtbaarheid. Anders gezegd, indien er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de overtreder verminderd verwijtbaar, opzettelijk of met grove schuld heeft gehandeld, zal het normbedrag worden toegepast zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.
In het vierde lid van dit artikel is aangegeven dat bij het opleggen van een bestuurlijke boete een onderscheid wordt gemaakt tussen overtredingen die direct leiden tot een bestuurlijke boete en overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen die tijdens een transportinspectie worden vastgesteld en overtredingen die tijdens een bedrijfsinspectie worden vastgesteld. Bij een transportinspectie is – gelet op de verkeersveiligheid – het uitgangspunt dat alle overtredingen die worden geconstateerd een direct beboetbare overtreding opleveren.
Bij een bedrijfsinspectie wordt rekening gehouden met de ernst van de overtreding. Om die ernst van de overtreding te bepalen wordt gekeken naar het normbedrag dat voor deze overtreding geldt. Bij een eerste bedrijfsinspectie kunnen daarom de meest belangrijke inbreuken en de heel belangrijke inbreuken direct worden beboet terwijl voor de overige overtredingen eerst een waarschuwing gegeven kan worden (preventief handhavingstraject). Bij een tweede bedrijfsinspectie worden tevens de belangrijke inbreuken beboet. Bij een volgende bedrijfsinspectie worden tevens de kleine inbreuken beboet. Ook hier geldt dat voor wekelijkse rust-overtredingen wordt gekeken naar de cumulatie van het normbedrag.
In het vijfde lid van artikel 3 zijn omstandigheden opgenomen die relevant zijn voor het bepalen van de mate van verwijtbaarheid. Deze criteria zijn niet uitputtend bedoeld. Een van de relevante factoren is of er eerdere interventies zijn geweest. Hierbij kan gedacht worden aan een eerdere bestuurlijke boete, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, waarschuwing of aan eerdere strafrechtelijke handhaving. Voorts kunnen andere overtredingen in de controleperiode, al dan niet opgenomen als boetefeit, een rol spelen om de mate van verwijtbaarheid vast te stellen. Daarbij kan gedacht worden aan overtredingen die blijkens de (hierna te bespreken) artikelen 5 en 6 niet meegenomen worden in het boeterapport. Ook kan gedacht worden aan overtredingen die om een andere reden niet worden opgenomen in het boeterapport als boetefeit, maar wel als overtreding kunnen worden aangemerkt. Tevens kan het behaalde voordeel met de overtreding relevant zijn. Hoewel dit vaak niet berekend kan worden, kan uit de omstandigheden wel blijken dat een voordeel is behaald doordat de overtreding is begaan. Dit kan dienen als indicatie voor een andere mate van verwijtbaarheid. Daarnaast kunnen de impact, de duur van de overtreding en de vraag of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd redenen zijn om tot een andere mate van verwijtbaarheid te komen. De opsteller van het boeterapport kan deze omstandigheden vermelden in het boeterapport, indien daartoe aanleiding bestaat.
De boeteoplegger bepaalt aan de hand hiervan en aan de hand van de overige administratie van de boeteoplegger of tot een andere mate van verwijtbaarheid gekomen dient te worden dan normale verwijtbaarheid. De boeteoplegger heeft hierbij beleidsruimte. Indien de overtreding in het geheel niet aan de overtreder kan worden verweten wordt, gelet op artikel 5:41 Awb, geen boete opgelegd. Met dit stelsel wordt recht gedaan aan zowel de ernst van de gedraging als de mate waarin de gedraging aan de overtreder kan worden verweten. In het standaard boetenormbedrag zoals opgenomen in bijlage 1, dat geldt bij normale verwijtbaarheid, is de ernst van de gedraging reeds meegenomen.
Opgemerkt wordt dat het normbedrag, eventueel vermenigvuldigd met de factor zoals bedoeld in het derde lid, verder verhoogd wordt indien er sprake is van recidive. Hiervoor wordt verwezen naar artikel 10:7, tweede en vierde lid, van de wet en de bijbehorende memorie van toelichting.
Voor een controle op de naleving van de arbeids-, rij- en rusttijden is het van belang dat deze per dag en per bestuurder worden geregistreerd middels de wettelijk voorgeschreven controlemiddelen (bijv. bestuurders- of chauffeurskaart, tachograaf of dienstrooster). Deze controlemiddelen vormen de basis voor de naleving op de arbeids-, rij- en rusttijden. Indien een controle (geheel of gedeeltelijk) op basis van deze controlemiddelen niet mogelijk is, dan is er sprake van een overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, artikel 2.4:1 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, artikel 33, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 165/2014 en/of artikel 2, derde lid, onder a, van Verordening (EG) nr. 561/2006 juncto artikel 11, tweede lid, onder b, van de bijlage Controleapparaat van de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (hierna: AETR) en de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU/ Verenigd Koninkrijk.
Deze overtreding betreft een meest belangrijke inbreuk. Immers, indien (data uit) controlemiddelen ontbreken kan de naleving van arbeids-, rij- en rusttijden niet worden gecontroleerd. Naleving van deze regelgeving is van groot belang in verband met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 561/2006 genoemde doelen. Deze doelen zijn: het harmoniseren van de voorwaarden voor concurrentie tussen verschillende wijzen van vervoer over land, met name met betrekking tot de wegvervoersector, het verbeteren van de werkomstandigheden en het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Voornoemde overtreding betreft voornamelijk het ontbreken van zogenoemde C- en M-bestanden. Deze bestanden zijn nodig om naleving van de regelgeving met betrekking tot arbeids-, rij- en rusttijden te controleren. Het M-bestand is het bestand uit de voertuigunit; de tachograaf. Het bestand geeft onder meer inzicht in welke chauffeur(s) met het voertuig heeft/hebben gereden en of er zonder bestuurderskaart is gereden. Het C-bestand is het chauffeursbestand; het bestand dat wordt gedownload van de bestuurderskaart. Dit bestand geeft onder meer aan met welke voertuigen de chauffeur heeft gereden en of hij naast rijden nog andere werkzaamheden heeft verricht, zoals bijvoorbeeld laden en lossen (hetgeen ook wordt gerekend tot werktijd). Indien een chauffeur heeft gereden met een voertuig en de vervoersonderneming wel over het desbetreffende M-bestand beschikt, maar niet over het desbetreffende C-bestand, dan is voornoemde controle onmogelijk. Immers, onduidelijk is of de chauffeur bijvoorbeeld ook met een ander voertuig werkzaamheden heeft verricht. Indien een chauffeur werkzaamheden heeft verricht en de vervoersonderneming alleen beschikt over het C-bestand maar niet over het M-bestand, dan is voornoemde controle evenmin mogelijk. In dat geval is bijvoorbeeld onduidelijk of de chauffeur ook werkzaamheden heeft verricht met een voertuig zonder zijn bestuurderskaart te gebruiken.
Kortom, beide bestanden zijn noodzakelijk voor voornoemde controle.
Met de kolom ‘Direct beboetbaar bij transportinspectie’ in bijlage 1 van deze beleidsregel wordt aangegeven of overtredingen die zijn geconstateerd tijdens een transportinspectie direct beboet kunnen worden. Indien hier staat ‘nee’ dan kunnen die overtredingen alleen beboet worden indien ze zijn geconstateerd tijdens een bedrijfsinspectie.
Aan de boetenormbedragen ligt artikel 19 van Verordening (EG) nr. 561/2006 ten grondslag. De boetenormbedragen zijn conform dit artikel doeltreffend, in verhouding tot de ernst van de overtredingen, afschrikwekkend en niet-discriminerend. Opgemerkt wordt dat hetgeen opgenomen in deze beleidsregel een verbijzondering van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) inhoudt en dat deze bepalingen in overeenstemming zijn met de LHSO. Anders gezegd, de bestuursrechtelijke interventie wordt daarmee afgestemd op deze beleidsregel.
Feitcode gerelateerde toelichting
Alle feitcodes die zien op het taxivervoer zijn geschrapt uit de tabel zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel. Daarnaast zijn (kleine) wijzigingen doorgevoerd ten behoeve van het verduidelijken van bepaalde feitcodes. Hiermee is geen wijziging in de strafwaardigheid beoogd. Zo is in de boetefeitcodes B 2.4:4 (11) en B 2.4:5 (40) verduidelijkt dat niet alleen een voorziening, maar ook een gemanipuleerde tachograaf onder de reikwijdte van deze boetefeitcode valt. Hiermee wordt, nu ook onder de vorige beleidsregel dergelijke feiten werden afgedaan met deze boetefeitcode, geen inhoudelijke verandering beoogd. Omwille van de duidelijkheid is er evenwel voor gekozen dit nu explicieter op te nemen. Daarnaast is aan boetefeitcode B 2.4:5 (12b) toegevoegd dat, indien een bestuurderskaart of registratieblad voortijdig uit de tachograaf wordt gehaald, deze handeling geen effect mag hebben op de registratie van de arbeids- en rusttijden.
Anders gezegd, door het voortijdig verwijderen van de bestuurderskaart of het registratieblad mag geen ondeugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden plaatsvinden. Dit is toegevoegd omdat in de praktijk bleek dat verwarring kon ontstaan over de reikwijdte van deze boetefeitcode. Ook hier is derhalve geen gewijzigd inzicht inzake de strafwaardigheid.
Nieuw is de boetefeitcode B 2.5:1 (22a). Deze boetefeitcode is toegevoegd omwille van de duidelijkheid en viel voorheen eveneens onder B 2.5:1 (22). In artikel 8, achtste lid en tweede alinea, van de Verordening (EG) nr. 561 / 2006 is opgenomen dat de normale wekelijkse rust en de wekelijkse rusttijden van meer dan 45 uur die ter compensatie van eerdere verkorte wekelijkse rusttijden wordt genoten, niet in het voertuig mag worden genoten. Tevens is opgenomen dat de werkgever de eventuele kosten voor een verblijf buiten het voertuig dekt. In boetefeitcode B 2.5:1 (22) is opgenomen dat het doorbrengen van de normale wekelijkse rust in het voertuig wordt beboet met een boete van€ 1.300,–. Omwille van de duidelijkheid is een extra boetefeitcode toegevoegd die regelt dat, ook indien de bestuurder de normale wekelijkse rust niet in het voertuig doorbrengt maar op eigen kosten een passend verblijf heelt genomen omdat de werkgever de eventuele kosten voor een verblijf buiten het voertuig niet heelt gedekt, eveneens wordt beboet met een boete van€ 1.300,–.
Voor de berekening van het totaalbedrag worden de boetebedragen per overtreding opgeteld. Deze berekening is gebaseerd op artikel 10:5, derde lid, van de Arbeidstijdenwet waarin is bepaald opgenomen dat de overtredingen gelden ten opzichte van elke persoon, met of ten aanzien van wie de overtreding is begaan, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan deze overtreding is begaan
In dit artikel is bepaald dat de bestuurder zijnde een werknemer per boetefeit maximaal één boete krijgt opgelegd. Dit geldt zowel bij transport- als bedrijfsinspecties. Deze maximering is opgenomen om te voorkomen dat werknemers onevenredig worden bestraft, indien zij bijvoorbeeld meerdere dagen een overtreding begaan.
Dit artikel is gericht op bedrijfsinspecties. Het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal werknemers is afhankelijk van het totaal aantal werknemers. Op die manier wordt eveneens een onevenredige cumulatie voorkomen en wordt recht gedaan aan de omvang van onderneming, in relatie tot de boetehoogte.
Dit artikel kan alleen worden toegepast als de overtredingen gerelateerd kunnen worden aan werknemers. Indien dit niet het geval is worden alle overtredingen in het boeterapport opgenomen.
Dit artikel is gericht op een eerste en tweede bedrijfsinspectie.
Bij de eerste bedrijfsinspectie is een maximum gesteld aan de op te leggen boete per boetebeschikking. Ook bij deze maximering dient per overtreding de mate van verwijtbaarheid te worden beoordeeld. Daarbij is het maximum afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid en van de bedrijfsgrootte zoals uiteengezet in het eerste lid. Omdat er sprake is van meerdere overtredingen die zijn opgenomen in één boeterapport verzet artikel 10:7 van de Arbeidstijdenwet zich niet tegen het opleggen van een bestuurlijke boete die mogelijk boven de vijfde categorie van artikel 23 van het wetboek van Strafrecht uitkomt. Immers, dit maximum geldt per overtreding en in dit artikel is een maximering opgenomen waar pas aan wordt toegekomen indien er sprake is van meerdere overtredingen.
Op grond van het tweede lid wordt, indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de meest ernstige verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de verschillende overtredingen die zijn vastgesteld door de toezichthouder. Ter illustratie, indien in het boeterapport twee overtredingen zijn opgenomen en één overtreding verminderd verwijtbaar is begaan en één overtreding met grove schuld is begaan, zal bij toepassing van het eerste lid de verwijtbaarheid grove schuld worden gehanteerd. Indien één overtreding verminderd verwijtbaar is begaan en één overtreding opzettelijk is begaan, zal bij toepassing van het eerste lid de verwijtbaarheid opzet worden toegepast.
De oude leden 3 en 4 van dit artikel zijn geschrapt, nu recidive is ondergebracht in artikel 3 van deze beleidsregel. Het nieuwe derde lid voorziet in de maximering voor een tweede bedrijfsinspectie. Hierin is bepaald dat bij een tweede bedrijfsinspectie de maximale boete maximaal 200% van het bedrag bedraagt, berekend overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel. Anders gezegd, in het geval van een tweede bedrijfsinspectie zal de boete derhalve maximaal verdubbelen. Bij een volgende bedrijfsinspectie geldt dat er geen sprake meer is van een maximering.
Artikel 8 ziet op de maximering van de boete bij een transportinspectie. Bij een transportinspectie is een maximum gesteld aan de op te leggen boete per boetebeschikking. Het maximum in geval van een eerste transportinspectie is gelijk aan 50% van de boete die opgelegd kan worden op basis van artikel 7, eerste lid, van deze beleidsregel aan een zelfstandige of aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers. Het maximum in geval van een tweede transportinspectie is gelijk aan 200% van de voornoemde bedragen. Bij een volgende transportinspectie geldt dat er geen sprake meer is van een maximering. Voor een zelfstandige geldt bij transportinspecties aldus een maximumboete van 50% van de maximumboete die bij bedrijfsinspecties aan een zelfstandige kan worden opgelegd.
Voor bedrijven met werknemers, ongeacht het aantal werknemers, geldt bij transportinspecties een maximumboete van 50% van de maximumboete die bij bedrijfsinspecties aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers kan worden opgelegd. Overtredingen bestaande uit de aanwezigheid van een manipulatievoorziening zijn uitgesloten van deze maximeringsbepaling.
De leden 4 en 5 zijn geschrapt, nu recidive is ondergebracht in artikel 3 van deze beleidsregel.
De beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 wordt vanwege wijzigingen ingetrokken en vervangen door deze Beleidsregel.
De beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 blijft van toepassing op overtredingen die zijn begaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige beleidsregel. Op grond van artikel 5:46, vierde lid, Awb in samenhang met artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is echter de onderhavige beleidsregel van toepassing als dat tot een gunstiger resultaat leidt. Nu de wijzigingen nagenoeg geen inhoudelijke wijzigingen betreffen, anders dan ten aanzien van het taxivervoer, zal toepassing van deze beleidsregel in beginsel niet tot een gunstiger effect leiden.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel
Verordening (EU) 2016/403 van de Commissie van 18 maart 2016 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad met betrekking tot de classificatie van ernstige inbreuken op de wetgeving van de Unie die tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus van wegvervoerondernemers kunnen leiden, en tot wijziging van bijlage 111 bij Richtlijn 2006/22/EG van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2016, L 74).
Verordening (EU) 2016/403 van de Commissie van 18 maart 2016 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad met betrekking tot de classificatie van ernstige inbreuken op de wetgeving van de Unie die tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus van wegvervoerondernemers kunnen leiden, en tot wijziging van bijlage 111 bij Richtlijn 2006/22/EG van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2016, L 74).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-10218.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.