De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gelet op artikel 58, derde lid, van de Mijnbouwwet;
Besluit:
Artikel 1
Het tarief, bedoeld in artikel 58, eerste lid, juncto derde lid, van de Mijnbouwwet,
voor het houden van een opsporingsvergunning voor de zeezijde bedraagt over 2025 voor:
-
a. het 1e tot en met 6e tijdvak € 338 per vierkante kilometer;
-
b. het 7e tot en met 9e tijdvak € 678 per vierkante kilometer; en
-
c. de volgende tijdvakken € 1.016 per vierkante kilometer.
Artikel 2
Het tarief, bedoeld in artikel 58, tweede lid, juncto derde lid, van de Mijnbouwwet,
voor het houden van een winningsvergunning bedraagt over 2025 € 1.016 per vierkante
kilometer.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling oppervlakterechten Mijnbouwwet 2025.
’s-Gravenhage, 27 maart 2025
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
TOELICHTING
I. Algemeen
Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan artikel 58, derde lid, van de Mijnbouwwet.
Op grond van dit artikel stelt de Minister van Klimaat en Groene Groei jaarlijks de
voor dat jaar geldende tarieven vast voor de oppervlakterechten die worden geheven
van houders van een opsporingsvergunning voor de zeezijde, alsmede van houders van
een winningsvergunning. De in het genoemde artikel bedoelde indexcijfers, aan de hand
waarvan de tarieven over 2025 zijn berekend, zijn door het Centraal Bureau voor de
Statistiek bekendgemaakt in het Statistisch Bulletin, 81e jaargang, januari 2025,
nr. 1 en zijn te raadplegen op http://www.cbs.nl. Het percentage waarmee de tarieven over 2025 zijn verhoogd, is gelijk aan het op
één tiende van een procent afgeronde procentuele verschil tussen het indexcijfer der
lonen per 31 december 2023 (112,7) en het indexcijfer der lonen per 31 december 2024
(120,3), dus 6,7%. In het belang van de administratieve eenvoud zijn de tarieven over
2025 afgerond op hele euro's.
II. Regeldruk
Deze regeling heeft geen effect op de regeldruk. De regeling bevat geen informatieverplichtingen
voor bedrijven en veroorzaakt geen administratieve lasten. Ook is er geen sprake van
inhoudelijke nalevingskosten en toezichtslasten. De regeling is niet ter toetsing
voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR), op grond van de werkafspraken
met het ATR.
III. Vaste verandermomenten
Met betrekking tot de inwerkingtreding en bekendmaking van deze regeling wordt met
toepassing van de eerste uitzonderingsgrond genoemd in het Kabinetsstandpunt inzake
Vaste Verandermomenten (Kamerstukken II, 2009/10, 29 515, nr. 309) afgeweken van de voorgeschreven vier vaste verandermomenten die gelden voor ministeriële
regelingen. Deze eerste uitzonderingsgrond betreft hoge private of publieke nadelen
van vertragingen van invoering (meer specifiek: een andere jaarindeling, om redenen
zoals hieronder aangegeven). Ingevolge artikel 58, derde lid, van de Mijnbouwwet dienen
aan het begin van elk kalenderjaar de voor dat jaar geldende tarieven voor de oppervlakterechten
te worden vastgesteld. Deze tarieven worden berekend aan de hand van het indexcijfer
der lonen, zoals dat gold op 31 december van het voorafgaande jaar. Daarom is het
niet mogelijk deze tarieven reeds aan het einde van het voorafgaande jaar te berekenen
zoals dat bij jaarlijks veranderende tarieven gebruikelijk is. Vanuit een oogpunt
van rechtszekerheid is het nodig dat de mijnbouwondernemingen zo spoedig mogelijk
na 1 januari van een nieuw jaar zekerheid krijgen over de tarieven die dat jaar betaald
moeten worden. Dit geldt te meer nu artikel 59, tweede lid, van de Mijnbouwwet voorschrijft
dat betrokken mijnbouwondernemingen uiterlijk op 1 april aangifte moeten doen. Het
betrokken bedrijfsleven en de met de heffing en invordering belaste inspecteur en
ontvanger van de belastingdienst zijn sinds de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet
op 1 januari 2003 bekend en vertrouwd met deze jaarlijks terugkerende procedure.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans