Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 9574 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 9574 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 14 en 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Besluit (EU) Nr. 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (‘DAEB-Vrijstellingsbesluit’);
BESLUIT:
Als Dienst van Algemeen Economisch Belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt aangewezen de programmalijn Digitaal Samenwerken – Joint Maritime Digital Platform van het Maritiem Masterplan.
Met de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang wordt belast de Stichting Nederland Maritiem Land.
Stichting Nederland Maritiem Land wordt met terugwerkende kracht belast met de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang voor de periode van 19 februari 2024 tot en met 31 december 2033.
Voor de uitvoering van de opgelegde dienst wordt aan de Stichting Nederland Maritiem Land een compensatie verleend, die bestaat uit de netto kosten van de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang. De netto kosten zijn gedefinieerd als de kosten van de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang, na aftrek van de inkomsten gegenereerd uit de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang.
Om overcompensatie te voorkomen wordt de compensatie voor de uitvoering van de in artikel 1 aangewezen Dienst van Algemeen Economisch Belang ten minste elke drie jaar gecontroleerd en eventueel herzien gedurende in artikel 3 bedoelde periode, als onderdeel van de jaarrekeningcontrole.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);
d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;
e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.
Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.
Aan het Nationaal Groeifonds (NGF) project Maritiem Masterplan is een NGF-bijdrage van in totaal 210 miljoen euro toegekend. Met het Maritiem Masterplan wordt gewerkt aan de doelstelling om betrouwbare, concurrerende en modulaire1 klimaatneutrale schepen te ontwikkelen, bouwen en gebruiken in een cyclische2 Nederlandse maritieme innovatieketen. Hiermee wordt de mondiale energietransitie versneld, de verschuiving naar vervoer over water (modal shift) bevorderd en toekomstbestendig gemaakt en de Europese strategische autonomie vergroot.
Het Maritiem Masterplan omvat meerdere programmalijnen, waaronder Digitaal Samenwerken-Joint Maritime Digital Platform (DS-JMDP). DS-JMDP ondersteunt de doelen van het Maritiem Masterplan door het creëren van een dienst van, voor en door maritieme professionals, gericht op digitale samenwerking en data-uitwisseling tussen maritieme ketenpartners tijdens de ontwerp-, bouw-, en operatiefase van schepen. Dit aanwijzingsbesluit dient ertoe DS-JMDP als een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) aan te wijzen, en Stichting Nederland Maritiem Land (NML) met de uitvoering ervan te belasten.
De programmalijn DS-JMDP focust op het versterken en verbeteren van de digitale samenwerking tussen ketenpartners binnen de Nederlandse maritieme sector. Onder ketenpartners wordt in deze context verstaan: organisaties die actief zijn in het Nederlands Maritiem Cluster3. Dit kunnen bijvoorbeeld bedrijven, kennis instellingen of branche organisaties zijn. Deze samenwerking vergemakkelijkt het delen van kennis en technologieën en stimuleert hergebruik van bestaande data. Deze digitale kennisuitwisseling en samenwerking zijn essentieel voor een efficiëntere ontwikkeling en bouw van duurzame energielijnen4 aan boord van schepen, evenals voor het testen van de betrouwbaarheid van deze systemen in de praktijk. Ook is deze vorm van digitale kennisdeling en samenwerking essentieel om de effectiviteit van de samenwerking tussen maritieme ketenpartners te verhogen. Mede hierdoor is DS-JMDP onontbeerlijk om de volgende publieke belangen te realiseren:
– Het versnellen van de mondiale energietransitie: Nederland heeft zich middels nationale en internationale afspraken gecommitteerd aan een klimaatneutrale scheepvaart in 2050. Nederland draagt daarmee bij aan de doelen die zijn neergelegd in het Parijsakkoord5 en de Europese Klimaatwet6. Deze inzet is voor Nederland en voor Europa van belang, omdat de scheepvaart voor grote volumes broeikasgas uitstoot zorgt. Inzet vanuit de scheepvaart op een tijdige bijdrage aan deze doelen dient een algemeen belang, aangezien hiermee relatief grote broeikasgasreducties bereikt kunnen worden. Hiermee draagt de Nederlandse scheepvaartsector bij aan een toekomstbestendig klimaat. Dit is bevorderlijk voor het (toekomstig) welzijn van Nederlanders. Op korte termijn is een tijdelijke extra impuls nodig, om een klimaatneutrale scheepvaart in 2050 haalbaar te maken.7 DS-JMDP maakt het mogelijk om op korte termijn vanuit het Nederlands Maritiem Cluster in te zetten op deze transitie. De energietransitie vergt van maritieme bedrijven omvangrijke investeringen, die zich bovendien alleen in de praktijk kunnen bewijzen omdat bij het bouwen van schepen geen prototypes gebruikt kunnen worden (de prototype fase ontbreekt) vanwege de omvang ervan. Tot 2030 kennen de voor deze transitie benodigde technieken nog een onrendabele top die niet zelfstandig door de markt gedragen kan worden. DS-JMDP helpt nieuwe energielijnen economisch rendabel te maken door in te zetten op cyclisch en modulair werken, bredere ontsluiting van kennis en informatie, eenduidige digitale datastandaarden, het delen en hergebruiken van operationele data van varende schepen, en het versterken van het innovatief vermogen binnen de sector. Daarmee wordt de efficiëntie van Nederlandse klimaatneutrale scheepsbouw en de effectiviteit van de samenwerking in het Nederlands Maritiem Cluster verhoogd. Alleen door deze inzet op verhoogde efficiëntie en effectiviteit, wordt het economisch aantrekkelijk voor bedrijven om in de komende jaren al in te zetten op de energietransitie. Hierdoor creëert DS-JMDP een schaaleffect dat middels andere interventies (zoals subsidies om op beperkte schaal, de onrendabele top in de eerstkomende jaren af te dekken) niet mogelijk zou zijn. DS-JMDP draagt daarmee substantieel bij aan het vanuit Nederland versnellen van de mondiale energietransitie en het behalen van de Europese klimaatdoelen. Daarnaast is deze inzet voor Nederland en voor Europa van belang, omdat de scheepvaart voor grote volumes broeikasgas uitstoot zorgt. Het terugdringen van deze broeikasgas uitstoot is bevorderlijk voor het welzijn van Nederlanders;
– Het bevorderen van de modal shift naar het water: doordat DS-JMDP actief bijdraagt aan een hogere efficiëntie en effectiviteit van schepen (steeds betere scheepsontwerpen en efficiënter klimaatneutraal kunnen varen), draagt DS-JMDP ook bij aan het nog aantrekkelijk maken van vervoer van goederen en personen over water ten opzichte van andere transportmodaliteiten. Vervoer over water kent ten opzichte van andere transportmodaliteiten een hogere energie efficiëntie per vervoerde gewichtseenheid. Een ‘modal shift’ naar water draagt daardoor bij aan verbeterde energie efficiëntie en vermindering van de broeikasgas uitstoot van de transportsector als geheel. Door meer goederen over water te vervoeren, wordt daarnaast de druk op de wegen verminderd.
– Het versterken van de Europese strategische autonomie, door de afhankelijkheid van economieën buiten Europa te verkleinen. Nederland wil zich verder ontwikkelen tot koploper op het gebied van klimaatneutrale schepen. In de maritieme sector ondervinden Europese makers echter in toenemende mate concurrentie van makers afkomstig uit lagelonenlanden buiten de EU. Doordat DS-JMDP de kwaliteit en de efficiëntie van Nederlandse maakprojecten verhoogt, maakt DS-JMDP het op termijn aantrekkelijker om de productie of ‘retrofit’ van schepen (het aanpassen van schepen tijdens de levensduur) binnen Europa plaats te laten vinden. Dit geldt specifiek voor de productie en retrofit van schepen met duurzame energielijnen, waarbij de ontwikkelings- en investeringskosten momenteel nog aanzienlijk hoger liggen dan de opbrengsten (anders gezegd, de investering kan niet volledig terugverdiend worden: er is sprake van een substantiële ‘onrendabele top’). Afhankelijk van het type schip en vaaractiviteit waar het om gaat, kan dit ook bijdragen aan het beschermen van Europese en nationale veiligheidsbelangen, door te zorgen voor een gestandaardiseerde, goed beveiligde uitwisseling van informatie in de Nederlandse maritieme sector. Tot slot versterkt DS-JMDP ook het innovatief vermogen binnen het Nederlands Maritiem Cluster. Ook dit draagt bij aan een versterking van de Nederlandse en Europese strategische autonomie.
Essentiële kenmerken DS-JMDP
Het eerste doel van DS-JMDP is om gezamenlijk (dat wil zeggen, vanuit het gehele Nederlands maritiem cluster) de beschikbare kennis beter en sneller te kunnen ontsluiten. Het tweede doel van DS-JMDP is om nieuw opgedane kennis uit te wisselen en gericht toe te passen bij de ontwikkeling, de bouw en het gebruik van schepen. Dit maakt het mogelijk om efficiënter en effectiever te innoveren. Het strategische doel van DS-JMDP is het verbeterd vermogen van alle deelnemende partijen om:
– bestaande producten en diensten te optimaliseren (denk daarbij aan schepen, systemen, componenten en diensten), en dit proces te versnellen via een cyclische, data gedreven en modulaire werkwijze;
– verschillende soorten innovaties te stimuleren en faciliteren met bijbehorende samenwerkings-, concept-, model, en productontwikkelingen die bewezen worden in de praktijk. Dit om het verdienvermogen van de Nederlandse maritieme sector ook richting de toekomst te behouden en vergroten. Klanten van Nederlandse maritieme bedrijven, zullen hierdoor een lagere prijs tegemoet kunnen zien dan zonder het bestaan van DS-JMDP.
DS-JMDP maakt een versterkte digitale samenwerking mogelijk door alle benodigde voorbereidingen te treffen voor een nieuwe, cyclische en modulaire manier van samenwerken in het Nederlands maritieme cluster. Concreet zorgt DS-JMDP voor alle voorbereidingen die nodig zijn om gestandaardiseerde informatie en data over systemen en schepen uit te kunnen wisselen tussen maritieme (keten)partners, zonder dat daar veel vertaalslagen (dataconversie) voor nodig zijn.
DS-JMDP richt zich daarbij specifiek op:
– Data beschikbaar en herbruikbaar maken middels openbaar beschikbare standaarden en richtlijnen, via het DS-JMDP;
– Ervoor zorgen dat data altijd en overal in de keten veilig toegankelijk zijn. Het te ontwikkelen afsprakenstelsel met kaders, richtlijnen, sectorbrede afspraken en voorzieningen rond data uitwisselen en beveiliging geeft hieraan concrete invulling;
– Digitaal samenwerken actief bevorderen door het stimuleren van nieuwe digitale toepassingen in de sector. Vanuit de maritieme sector aangedragen praktijkvoorbeelden en toepassingsscenario’s, zogenaamde use cases, zowel vanuit de Onderzoek-&-Demonstratieprojecten8 (hierna: ‘O&D projecten’) die onderdeel zijn van het Maritiem Masterplan als vanuit andere lopende projecten, dragen hieraan bij.
De genoemde standaarden, het bijbehorende afsprakenstelsel en het sector-generieke gedeelte van de data-deelinfrastructuur (onderzoeksinfrastructuur) komen beschikbaar voor de hele maritieme sector. Het DS-JMDP staat open voor alle maritieme ketenpartners, zowel binnen als buiten de initiële ketensamenwerkingen. Dit bevordert brede deelname, zodat ook bedrijven die niet deelnemen aan de regelingen van het Maritiem Masterplan van de gedeelde kennis en infrastructuur kunnen profiteren en er een bijdrage aan kunnen leveren. Deze brede toegang stelt sectorpartijen in staat gezamenlijk efficiënter te innoveren en de kosten te verlagen. Ketenpartners kunnen daarbij voor het delen en ontvangen van data gebruik maken van gestandaardiseerde afspraken, wat tijd en middelen bespaart. Het afsprakenstelsel waarborgt bovendien dat bedrijven altijd de controle behouden over hun eigen data.
Een Dienst van Algemeen Economisch Belang (hierna: DAEB) is een dienst waarmee het algemeen belang is gediend, maar waarin door de markt niet of onvoldoende wordt voorzien. De overheid kan een organisatie aanwijzen die belast is met een DAEB om dit marktfalen te compenseren. De compensatie voor het verrichten van een DAEB moet, ingevolge het Altmark-arrest9, om niet als staatssteun te worden aangemerkt, aan de volgende voorwaarden voldoen. De eerste voorwaarde is dat de begunstigde onderneming daadwerkelijk belast moet zijn met de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen. De tweede voorwaarde is dat de parameters op basis waarvan de compensatie wordt berekend, vooraf op objectieve en doorzichtige wijze moeten worden vastgesteld. De derde voorwaarde is dat de compensatie niet hoger mag zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen te dekken. Dit betekent dat het bedrag van de compensatie moet worden vastgesteld aan de hand van de kosten die een gemiddelde goed beheerde onderneming zou hebben gemaakt. De laatste voorwaarde is dat de selectie via aanbesteding of benchmarking moet gaan.
Het DAEB-Vrijstellingsbesluit, waar deze DAEB op gebaseerd is, is van toepassing op DAEB-compensaties die voldoen aan de eerste drie Altmark-voorwaarden, maar niet aan de laatste voorwaarde (aanbesteding of benchmarking). Er is voor vergoeding voor deze DAEB dus wel sprake van staatssteun, maar deze hoeft niet bij de Europese Commissie gemeld te worden.
De programmalijn DS-JMDP is naar aard en inrichting verlieslatend, en zal dan ook niet door de markt worden gerealiseerd. Vanwege dit marktfalen ligt het in de rede dat de DS-JMDP wordt aangewezen als DAEB. Met dit besluit wordt Stichting NML met de uitvoering hiervan belast. Op dit marktfalen en de aanwijzing van NML als uitvoerder van de DAEB wordt in de artikelsgewijze toelichting nader ingegaan. Het algemeen belang is hierboven (onder 2) behandeld.
Europees recht
Op grond van het Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (DAEB Vrijstellingsbesluit (2012/21/EU)) wordt het DS-JMDP met dit besluit aangewezen als DAEB. Staatssteun die in de vorm van compensatie voor een DAEB wordt verleend aan de met het beheer van de DAEB belaste onderneming, is verenigbaar met artikel 106, tweede lid, VWEU en is vrijgesteld van de in artikel 108, derde lid, van het VWEU neergelegde aanmeldingsverplichting.
De compensatie voor de activiteiten als benoemd in de artikelsgewijze toelichting vallen onder het toepassingsgebied als omschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het DAEB Vrijstellingsbesluit.
In het kader van de aanwijzing van deze DAEB wordt door het Ministerie minimaal eens per twee jaar verslag aan de Europese Commissie uitgebracht over deze dienst van algemeen economisch belang.
Aanbestedingsrecht
Het is de verantwoordelijkheid van Stichting NML om te allen tijde te handelen in overeenstemming met het Europees Aanbestedingsrecht. Ook moet Stichting NML, ter voorkoming van overcompensatie, te allen tijde kunnen aantonen dat door Stichting NML gemaakte kosten voor door derde partijen uitgevoerde werkzaamheden behorende bij de uitvoering van de DAEB, marktconform zijn.
In artikel 1 wordt de programmalijn DS-JMDP aangewezen als DAEB. Deze dienst kan niet door de markt verleend worden. De programmalijn DS-JMDP is naar aard en inrichting verlieslatend. De investeringen die nodig zijn om DS-JMDP te realiseren, in combinatie met een zeer lange terugverdientijd, zorgen ervoor dat geen enkele marktpartij het initiatief neemt om DS-JMDP uit te voeren zonder opdracht en financiële compensatie van de overheid. De investeringen bedragen in totaal maximaal € 24 miljoen. De terugverdientijd bedraagt in elk geval substantieel meer dan 6 jaar, aangezien een periode van 6 jaar nodig is om DS-JMDP voor te bereiden en er in die periode geen tot zeer beperkte mogelijkheden zijn om vanuit de markt inkomsten te genereren voor DS-JMDP. Dit marktfalen hangt samen met de uitdagingen van de bredere energietransitie in de scheepvaart, en komt in die transitie vaker voor. In de jaren tot 2030 heeft in het algemene deel van de toelichting, onder 2 (voetnoot 7) genoemde internationale regelgeving naar verwachting nog onvoldoende effect om de transitie vanuit de markt op gang te brengen. Onderzoek van CE Delft (zie voetnoot 7) wijst dit uit. Dat hangt samen met het feit dat de onrendabele top op schepen met duurzame energielijnen op dit moment nog te hoog is om concurrerend te zijn met schepen die op fossiele brandstoffen varen. Het vervullen van een onafhankelijke rol bij de totstandbrenging van het DS-JMDP en bij de bij verdere ontwikkeling en toepassing ervan benodigde nauwe samenwerking in de sector, biedt een grote meerwaarde. Dit omdat een marktpartij niet onafhankelijk is van andere marktpartijen binnen de sector en mogelijk ook andere doelen zal nastreven naast het faciliteren van de uitwisseling volgens de kenmerken van de in dit besluit omschreven DAEB. Bovendien ontbreekt in zo’n geval de controle van de deelnemende bedrijven door het gebrek aan een governance-structuur waar de bedrijven zelf deel van uitmaken. Door een beperkte onafhankelijkheid en controle van de sector over een commerciële dienstverlener zal er geen vertrouwen zijn vanuit de deelnemende sectorpartijen. Zonder vertrouwen in onafhankelijkheid worden de nagestreefde doelen van DS-JMDP onvoldoende bereikt. Dit wordt nader toegelicht in artikel 2.
In artikel 2 wordt bepaald dat Stichting Nederland Maritiem Land (NML) wordt belast met de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde DAEB. Stichting NML richt zich op het bevorderen van de sectorbrede samenwerking en toekomstbestendigheid van de maritieme sector in Nederland. De stichting verbindt bedrijven, kennisinstellingen, overheden en andere belanghebbenden binnen de maritieme keten. Dit gebeurt door middel van innovatie, het ontwikkelen van kennis, het stimuleren van samenwerking en het ondersteunen van duurzaamheid binnen de sector.
Stichting NML richt zich op een breed scala aan maritieme activiteiten, waaronder zeevaart en binnenvaart, maritieme techniek, havens, offshore en de maritieme dienstverlening. Stichting NML speelt ook een rol in het ontwikkelen van beleid en het creëren van randvoorwaarden die de groei en verduurzaming van de sector ondersteunen.
Het succes van de programmalijn DS-JMDP is afhankelijk van de acceptatie ervan door de maritieme sector. Daarom kan DS-JMDP alleen tot stand worden gebracht door een organisatie zonder een eigen, direct concurrentiebelang ten opzichte van andere maritieme ketenpartners. Stichting NML is binnen het Nederlands maritiem cluster de enige partij die voldoet aan deze vereisten, omdat Stichting NML als enige het Nederlands maritiem cluster als geheel goed kent en vertegenwoordigt. Ook kan DS-JMDP alleen tot stand gebracht worden in nauwe samenwerking met de verschillende onderdelen van het Nederlands maritiem cluster, waaronder verschillende gebruikersgroepen. Bij Stichting NML is daarvoor niet alleen de juiste expertise aanwezig, maar ook het juiste netwerk binnen de gehele sector. Deze stichting is daardoor ideaal gepositioneerd om DS-JMDP uit te voeren, als onderdeel van het Maritiem Masterplan, en is dan ook in de governance-structuur van het programma Maritiem Masterplan aangewezen om DS-JMDP tot stand te brengen.
DS – JMDP, dat wil zeggen het beoogde digitale platform, de bijbehorende samenwerk afspraken en alle andere bijbehorende randzaken, kan niet in één keer ontworpen en ingericht worden. Daarvoor zijn er te veel onderlinge afhankelijkheden en te veel nieuwe en onbeproefde elementen. Daarom wordt een gefaseerde aanpak toegepast met ruimte voor onderzoek en experiment om de complexiteit van het geheel en de afhankelijkheden erbinnen hanteerbaar te maken. De programmalijn DS-JMDP is opgedeeld in vier fasen. Het betreft een voorbereidende fase en drie uitvoerende fasen, gericht op de ontwikkeling van drie opeenvolgende versies (incrementen). Hieronder zijn voor elk van de vier fasen het doel en de bijbehorende activiteiten omschreven. Ten behoeve van de aanvraag voor steun vanuit het Nationaal Groeifonds voor het Maritiem Masterplan, waaronder een bijdrage voor DS-JMDP, is een meer gedetailleerde omschrijving uitgewerkt dan de hieronder opgenomen tabel.10 Deze gedetailleerde omschrijving biedt meer context bij de voorgenomen uitwerking van DS-JMDP. De hieronder opgenomen tabel richt zich concreet op de uit te voeren activiteiten.
|
Doel |
Activiteiten |
|---|---|
|
Voorbereiding |
|
|
In een voorbereidingsfase wordt de sector betrokken, en wordt draagvlak gecreëerd om samen te gaan werken aan het verbeteren van de digitale samenwerking in het Nederlands Maritiem Cluster. Dit cluster kent veel kleine innovatieve bedrijven, naast enkele grotere marktpartijen. Door deze opbouw is er sprake van een divers ecosysteem, hetgeen uitdagingen in de samenwerking met zich meebrengt. Ook is er sprake van een transactionele, project gedreven samenwerkingscultuur. Partijen zijn hierdoor niet automatisch geneigd om met elkaar samen te werken aan systematische verbeteringen, die de scope van individuele maritieme projecten overstijgen. De voorbereidende fase maakt een eerste start om dit te veranderen en commitment te creëren bij een brede set partijen, om DS-JMDP samen te gaan vormgeven. Hierdoor zijn partijen er aan het einde van de voorbereidende fase klaar voor om gezamenlijk te starten met de drie uitvoerende fasen van DS-JMDP. |
– NML nodigt maritieme partijen uit om praktijkvoorbeelden en toepassingscenario’s ofwel use cases in te dienen waar een verbetering van de digitale samenwerking nieuwe kansen zou kunnen creëren. Eén van de andere programmalijnen van het Maritiem Masterplan is gericht op de uitvoering van O&D-projecten aan boord van schepen voor de ontwikkeling en toepassing van duurzame energielijnen. De consortia van deze demonstratieprojecten dragen de eerste use cases aan voor DS-JMDP. Dit wordt aangevuld met andere use cases vanuit de maritieme sector; – NML faciliteert dat sectorpartijen deze use cases gezamenlijk verder uitwerken, bijvoorbeeld via kleine praktijk testen en experimenten. Hierdoor wordt de meerwaarde van een verbeterde digitale samenwerking inzichtelijk en kwantificeerbaar gemaakt; – NML faciliteert dat sectorpartijen op basis van deze use cases met elkaar de principes, richtlijnen en kaders formuleren voor de verdere ontwikkeling van DS-JMDP. Het gaat dan concreet om de principes, richtlijnen en kaders voor de basisproposities van DS-JMDP, die in de uitvoerende fasen verder ontwikkeld zullen worden; – NML faciliteert dat sectorpartijen samen de eerste contouren schetsen van afspraken (standaarden en bijbehorende samenwerkafspraken) voor het digitaal delen van data, en faciliteert de verdere gezamenlijke uitwerking van deze afspraken. Hiervoor verkent NML welke standaarden en benodigde digitale samenwerkingsvoorwaarden er al bestaan (zowel binnen als buiten de maritieme sector) en hoe bruikbaar die zijn voor een brede en geoptimaliseerde digitale samenwerking in de maritieme sector. Ook voert NML met een breed scala aan sectorpartijen overleg om tot overeenstemming te komen wat betreft deze standaarden, en voeren sectorpartijen hierover onderling overleg. NML faciliteert daarnaast dat sectorpartijen een uitwerking opstellen van wat dit van partijen vraagt. Over de beoogde afspraken stemt NML af met de Autoriteit Consument en Markt (ACM); |
|
– NML legt vast wat de beoogde scope is voor de later te ontwikkelen datadeel infrastructuur, samen met en op basis van de input van sectorpartijen en kennisinstellingen; – NML verkent, samen met en met input van sectorpartijen, welke functionele en technische eisen gesteld moeten worden aan de later te ontwikkelen maritieme datadeel infrastructuur; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn voor de voorbereiding van de volgende fase van DS-JMDP, waaronder het evalueren van de resultaten uit de voorbereidende uitvoerende fase en het schrijven van een plan voor uitvoering van de eerste uitvoerende fase (Increment 1, zie hieronder), met input van sectorpartijen; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de monitorings-, evaluatie- en verantwoordingseisen over DS-JMDP, gesteld vanuit het Nationaal Groeifonds, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) en andere controlerende instanties. – NML toetst de in deze fase ontwikkelde aspecten van DS-JMDP aan geldende Nederlandse en Europese regelgeving, en zorgt er waar nodig voor dat deze aspecten van DS-JMDP met de genoemde regelgeving in overeenstemming worden gebracht. |
|
|
Uitvoerende fase 1: ontwikkeling Increment1 1.0 DS-JMDP |
|
|
In uitvoerende fase 1 ligt de focus vooral op het concreet ontwikkelen van de eerste basisproposities voor DS-JMDP (ontwikkeling Increment 1.0 DS-JMDP). Ook wordt in deze fase gekeken welke (aanvullende) al bestaande business case-elementen er kunnen worden ingezet bij DS-JMDP, worden eerste oplossingen geformuleerd, en worden de eerste werkende prototypes (Proof of Concepts) ontwikkeld en getest in verschillende experimenten. |
– NML selecteert en adopteert, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de standaarden die gebruikt zullen worden bij DS-JMDP: samenwerkingsstandaarden, dataformaten en semantiek benodigd voor o.a. het ontwikkelen van Digital Twins (digitaal model van fysiek object om o.a. digitale simulaties voor gedrag en prestaties te kunnen uitvoeren); – NML faciliteert, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de ontwikkeling van een maritiem afsprakenstelsel: een uniforme set afspraken die zorgt voor veilige, betrouwbare en gecontroleerde toegang tot data binnen de maritieme sector; – NML faciliteert, samen met en op basis van input van sectorpartijen en kennisinstellingen, de ontwikkeling van een maritieme datadeel-infrastructuur2: een infrastructuur met datadiensten voor het beschikbaar maken van data op basis van aangedragen use cases. Hiervoor faciliteert NML dat de benodigde processchema’s, werkinstructies en inrichtingsvoorwaarden worden uitgeschreven; – NML experimenteert, test en valideert, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de in de voorbereidende fase ingediende use cases, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de in deze use cases (in de ontwerp- en bouwfase) gebruikte (scheeps)modellen, standaarden en semantiek zo goed mogelijk getoetst kunnen worden aan o.a. operationele data. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van de use cases afkomstig van de O&D-projecten, zoals genoemd bij de activiteiten van de voorbereidende fase; – NML faciliteert de dynamische in- en uitstroom van (aanvullende) partijen die bij willen en kunnen dragen aan DS-JMDP (inclusief eventuele instroom van aanvullende use cases), of wiens bijdrage afgerond kan worden; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn voor de voorbereiding van de volgende fase van DS-JMDP, waaronder het evalueren van de resultaten uit de eerste uitvoerende fase en het schrijven van een plan voor uitvoering van de tweede uitvoerende fase (Increment 2, zie hieronder), met input van sectorpartijen; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de monitorings-, evaluatie- en verantwoordingseisen over DS-JMDP, gesteld vanuit het Nationaal Groeifonds, IenW en andere controlerende instanties. – NML toetst de in deze fase ontwikkelde aspecten van DS-JMDP aan geldende Nederlandse en Europese regelgeving, en zorgt er waar nodig voor dat deze aspecten van DS-JMDP met de genoemde regelgeving in overeenstemming worden gebracht. |
|
Uitvoerende fase 2: ontwikkeling Increment 2.0 DS-JMDP |
|
|
In uitvoerende fase 2 ligt de focus op de ontwikkeling van Increment 2.0 van DS-JMDP. Deze versie zal zich voornamelijk richten op het verder brengen van Increment 1.0 door opschaling, uitbreiding en verdieping. De (nieuwe) use cases worden geconcretiseerd en uitgewerkt, de verwachte inbreng van de verschillende pilotprojecten wordt gedefinieerd en vervolgens uitgevoerd. |
– NML werkt, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de tot dusver ingebrachte use cases en bijbehorende toepassingsscenario’s verder uit voor Increment 2.0; – NML werkt, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de standaarden die gebruikt zullen worden bij DS-JMDP verder uit; – NML faciliteert een doorontwikkeling van het in uitvoerende fase 1 geadopteerde maritieme afsprakenstelsel, samen met en op basis van input van sectorpartijen; – NML faciliteert een doorontwikkeling van de in fase 1 gecreëerde maritieme datadeel infrastructuur; – NML faciliteert, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de eerste configuraties en tests op DS-JMDP – NML faciliteert de dynamische in- en uitstroom van (aanvullende) partijen die bij willen en kunnen dragen aan DS-JMDP (inclusief eventuele instroom van aanvullende use cases), of wiens bijdrage afgerond kan worden; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn voor de voorbereiding van de volgende fase van DS-JMDP, waaronder het evalueren van de resultaten uit de tweede uitvoerende fase en het schrijven van een plan voor uitvoering van de derde uitvoerende fase (waarin Increment 3 wordt ontwikkeld, zie hieronder), met input van sectorpartijen; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de monitorings-, evaluatie- en verantwoordingseisen over DS-JMDP, gesteld vanuit het Nationaal Groeifonds, IenW en andere controlerende instanties. – NML toetst de in deze fase ontwikkelde aspecten van DS-JMDP aan geldende Nederlandse en Europese regelgeving, en zorgt er waar nodig voor dat deze aspecten van DS-JMDP met de genoemde regelgeving in overeenstemming worden gebracht. |
|
Uitvoerende fase 3: ontwikkeling Increment 3.0 DS-JMDP |
|
|
Fase 3.0 zal zich richten op de ontwikkeling van Increment 3.0 van DS-JMDP. In deze versie ligt de focus op het implementeren en operationaliseren van o.a. de use cases met meer dynamische data uitwisseling en geavanceerde of voorspellende datatoepassingen. Daarnaast zal er proof of concept (een bewezen effectieve en werkzame infrastructuur voor data uitwisseling en digitale samenwerking) zijn, inclusief informatiebeveiliging en toegangs-licentiebeheer, privacy verhogende technologieën en de certificering van de eisen tegen geldende EU-regelgeving. |
– NML werkt, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de tot dusver ingebrachte use cases en bijbehorende toepassingsscenario’s verder uit voor Increment 3.0; – NML faciliteert, samen met en op basis van input van sectorpartijen, de verzameling en analyse van gegevens om de effectiviteit van de gecreëerde datadeel infrastructuur te kunnen meten, en zorgt ervoor dat benodigde verbeteringen worden doorgevoerd. Hierdoor is er sprake van een bewezen effectieve en werkzame infrastructuur voor data uitwisseling en digitale samenwerking; – NML faciliteert de dynamische in- en uitstroom van (aanvullende) partijen die bij willen en kunnen dragen aan DS-JMDP (inclusief eventuele instroom van aanvullende use cases), of wiens bijdrage afgerond kan worden; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn voor de afronding van de derde uitvoerende fase van DS-JMDP (inclusief afronding van Increment 3.0 van DS-JMDP), met input van sectorpartijen. Als onderdeel hiervan evalueert NML de resultaten uit de derde uitvoerende fase en treft NML alle voorbereidingen die nodig zijn om na deze fase zonder overheidssteun het DS-JMDP, inclusief de overeengekomen standaarden, het maritieme afsprakenstelsel, en de gecreëerde datadeel infrastructuur, operationeel te kunnen houden; – NML voert alle activiteiten uit die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de monitorings-, evaluatie- en verantwoordingseisen over DS-JMDP, gesteld vanuit het Nationaal Groeifonds, IenW en andere controlerende instanties. – NML toetst de in deze fase ontwikkelde aspecten van DS-JMDP aan geldende Nederlandse en Europese regelgeving, en zorgt er waar nodig voor dat deze aspecten van DS-JMDP met de genoemde regelgeving in overeenstemming worden gebracht. |
Een ‘increment’ betekent een ‘versie’ van het DS-JMDP. In de Omschrijving Programmalijn DS-JMDP’, waarnaar wordt verwezen in voetnoot 9, is dit aangeduid als ‘incrementen’, daarom wordt die term hier ook gehanteerd.
Waar in dit document gerefereerd wordt aan ‘het faciliteren van de ontwikkeling van een maritieme datadeel infrastructuur’, omvat dit onder meer het realiseren van deze datadeel infrastructuur. Mogelijk zal deze concrete realisatie alleen in bepaalde uitvoerende fasen aan bod komen.
Stichting Nederland Maritiem Land wordt met terugwerkende kracht voor de periode van de datum van 19 februari 2024 tot en met 31 december 2033 belast met de in artikel 1 bedoelde Dienst van Algemeen Economisch Belang. Dit omvat:
– Het voorbereiden van de gewenste en in het algemene deel van de toelichting, onder 2, omschreven nieuwe manier van digitaal samenwerken binnen het Nederlands maritiem cluster;
– Het uitvoeren en implementeren van deze nieuwe manier van digitaal samenwerken in drie fasen;
– Het eigenaarschap en beheer van het digitale platform JMDP dat een essentieel middel vormt om deze nieuwe manier van samenwerken te faciliteren en te zorgen voor een professionele beheersorganisatie die tevens de sectorbrede toegang tot het DS-JMDP borgt;
– Overige activiteiten die noodzakelijk zijn voor het efficiënt uitvoeren van de activiteiten genoemd in de eerste drie onderdelen.
Voor vergoeding komt in aanmerking het verschil tussen de in aanmerking te nemen uitgaven en inkomsten, met een maximum van in totaal € 24 miljoen. De compensatie zal in geen geval de drempel van € 15.000.000 per jaar zoals vastgelegd in artikel 2, eerste lid, onder a van het Vrijstellingsbesluit overschrijden.
De in aanmerking te nemen uitgaven omvatten alle kosten die voor het beheer van de dienst zoals omschreven in het algemene deel van de toelichting, onder 2, worden gemaakt. Deze worden aan de hand van algemeen aanvaarde beginselen van kostprijsadministratie berekend. De nettokosten worden berekend als het verschil tussen de met het beheer van de dienst van algemeen economisch belang gemaakte kosten en de uit de dienst van algemeen economisch belang behaalde inkomsten: Netto kosten DAEB = kosten DAEB – inkomsten DAEB.
Met de kosten DAEB en de inkomsten DAEB wordt het volgende bedoeld:
– Kosten DAEB: alle door Stichting NML gemaakte kosten voor het beheer van de in het algemene deel van de toelichting, onder 2, omschreven DAEB. Hieronder wordt verstaan: alle kosten die Stichting NML maakt om de in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 genoemde activiteiten uit te kunnen voeren. De aan de DAEB toegerekende kosten omvatten alle directe kosten die voor deze activiteiten worden gemaakt (berekend als het aantal uren vermenigvuldigd met de prijs per uur), plus alle indirect toe te rekenen kosten die NML voor de uitvoering van de in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 genoemde activiteiten maakt (die op basis van facturen worden verantwoord). De kosten voor de DAEB zijn inclusief de kosten die NML maakt voor investeringen t.b.v. het realiseren van de genoemde datadeel-infrastructuur. Wat betreft de indirect toe te rekenen kosten moeten de betreffende facturen minimaal een uitsplitsing bevatten naar (a) het aantal uren en de prijs per uur voor door derde partijen geleverde diensten, en (b) de prijs van geleverde producten. Voor deze indirecte kosten moet er aantoonbaar sprake zijn van marktconforme tarieven, en worden uitsluitend marktconforme tarieven gecompenseerd;
– Inkomsten DAEB: de in aanmerking te nemen inkomsten omvatten alle met de dienst behaalde inkomsten, ongeacht de herkomst. Dat betekent dat de inkomsten afkomstig kunnen zijn uit overheidssteun of uit bijdragen vanuit de markt. Als Stichting NML winst maakt op activiteiten die buiten de DAEB vallen, of daarvoor staatssteun ontvangt, dan worden ook deze winsten en steunmaatregelen als inkomsten gezien als NML zou besluiten dit geheel of gedeeltelijk voor de financiering van de DAEB in te zetten.
Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, wordt het bedrag dat door deze bestuursorganen is verstrekt in mindering gebracht op de compensatie waarvoor Stichting NML krachtens dit besluit in aanmerking komt. Dit bedrag is inclusief alle eventuele belastingen waaronder de btw.
Het DAEB vrijstellingsbesluit staat toe dat eventueel een redelijke winst vergoed wordt. Omdat NML een stichting is, is er in dit geval geen sprake van een eventuele winst. Deze is dan ook geen onderdeel van de berekeningsmethodiek.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zal te allen tijde een monitoring van de verstrekte compensatie uitvoeren die in overeenstemming is met het DAEB vrijstellingsbesluit. Om overcompensatie te voorkomen, wordt de compensatie voor de uitvoering van de DAEB minimaal elke drie jaar gecontroleerd en eventueel herzien gedurende de periode waarvoor Stichting NML met de uitvoering hiervan is belast, als onderdeel van de jaarrekeningcontrole. De wijze waarop hieraan vorm wordt gegeven, wordt uitgewerkt in de beschikking(en) die Stichting NML ontvangt t.b.v. uitvoering van de DAEB, en in het controle protocol dat daar bij hoort. In de praktijk kan gekozen worden voor een ritme dat goed aansluit op de fasering van de in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 omschreven activiteiten (voorbereidende fase en uitvoerende fasen 1 tot en met 3). In aanvulling op de genoemde periodieke controle vindt ook een dergelijke controle plaats aan het einde van de periode waarin Stichting NML met de uitvoering van de DAEB is belast. Indien wordt vastgesteld dat er bij de toegekende compensatie sprake is van overcompensatie moet het te veel ontvangen bedrag worden terugbetaald.
Conform het DAEB vrijstellingsbesluit en het bredere staatssteunkader van de EU wordt het teveel ontvangen bedrag aan compensatie vermeerderd met een wettelijke rente. Van overcompensatie is sprake indien:
– Compensatie is ontvangen voor activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het beheer van de in het algemene deel van de toelichting, onder 2 van dit besluit omschreven dienst;
– Voor deze activiteiten compensatie ontvangen is die hoger is dan de gemaakte netto kosten; of
– De ontvangen compensatie niet aan de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 omschreven activiteiten zijn uitgegeven.
Indien een deel van de ontvangen steun moet worden terugbetaald, wordt dat deel, waar mogelijk, verrekend met nog te ontvangen compensatievoorschotten aan Stichting NML voor deze DAEB en binnen dezelfde DAEB-periode. Verrekening is alleen mogelijk op voorwaarde dat het overschot op jaarbasis onder de 10% blijft. Indien het overschot meer dan 10% bedraagt, wordt ieder overschot boven de 10% teruggevorderd. Indien verrekening niet mogelijk is, moet Stichting NML de teveel ontvangen steun terugbetalen binnen een termijn van 30 dagen na het moment waarop Stichting NML hierover in kennis is gesteld.
Indien er sprake is van een terugvordering, zullen het terug te vorderen bedrag en de wijze van terugvordering worden opgenomen in een herzieningsbesluit, dat aan Stichting NML wordt verstrekt.
Het besluit treedt met terugwerkende kracht in werking omdat Stichting NML op 19 februari 2024 de aanvraag voor deze DAEB heeft ingediend en daaropvolgend met de activiteiten is gestart.
Met ‘modulaire schepen’ wordt bedoeld: schepen waarvan onderdelen individueel aan te passen of te vervangen zijn, zodat bij een aanpassing niet het gehele schip aangepast of vervangen hoeft te worden.
Met een ‘cyclische innovatieketen’ wordt bedoeld: een innovatieketen (ook wel innovatie proces) waarin nieuwe inzichten getest worden, de lessen hieruit verwerkt worden in de innovaties, deze opnieuw getest worden en hieruit opgedane lessen wederom in de innovaties worden verwerkt.
Met ‘het Nederlands Maritiem Cluster’ wordt bedoeld: de verzameling van organisaties die actief zijn in verschillende onderdelen van de scheepvaart, inclusief scheepsbouw, de operatie van schepen, havens, maritieme dienstverlening en maritieme toeleveranciers. Zie voor een nadere toelichting op deze term: De Nederlandse Maritieme cluster | Rapport | Rijksoverheid.nl.
Met een ‘energielijn’ wordt bedoeld: de techniek die aan boord van het schip aanwezig is om een energiedrager om te kunnen zetten in voortstuwing of andere toepassingen van energie (de ‘aandrijving’ van het schip). Onderdelen van de energielijn zijn bijvoorbeeld de motor en de leidingen waarmee de energiedrager naar de motor gebracht wordt. Met een ‘duurzame energielijn’ wordt bedoeld: een energielijn die het schip geschikt maakt voor een energiedrager die substantieel minder broeikasgas uitstoot genereert dan fossiele brandstoffen. Binnen het Maritiem Masterplan ligt de focus op energielijnen voor varen waterstof en methanol, en op afvang van CO2 aan boord van het schip bij schepen die op LNG varen.
Vanwege de lange levensduur van schepen zijn transitiepaden in de scheepvaart lang, vaak meerdere decennia. Voor een klimaatneutrale vloot in 2050 is het daarom nodig om al ver vóór 2030 de transitie op gang te laten komen. Internationale regelgeving moet de markt op termijn in staat stellen om de energietransitie te gaan dragen over de gehele keten heen. Onderzoek toont echter aan dat de effecten van deze internationale maatregelen, pas na 2030 voldoende zullen zijn om de transitie vanuit de markt te kunnen dragen. De volgende studie gaat daar nader op in: CE Delft, 29 november 2022, Fit for 55 and 2030 milestones for maritime shipping: A pathway towards 2050, Delft: CE Delft.https://open.overheid.nl/documenten/ronl-0c6c9313fe616d20d9675fe4fdca4436d114bc4f/pdf
Eén van de andere programmalijnen van het Maritiem Masterplan is gericht op de uitvoering van demonstratieprojecten aan boord van schepen voor de ontwikkeling en toepassing van duurzame energielijnen. Hiertoe dient de Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan (stcrt. 2024, 13437). Binnen deze demonstratieprojecten worden partijen aangemoedigd om use cases aan te dragen voor DS-JMDP. Dit wordt aangevuld met overige use cases vanuit de maritieme sector.
Stichting NML zal deze omschrijving op haar website (Home – Nederland Maritiem Land) publiceren onder de titel: ‘Omschrijving Programmalijn DS-JMDP’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-9574.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.