Nieuw uitleggen markering toegangsgeul naar jachthaven Oesterdam Marina te Tholen

27 februari 2025

Nr. RWS-2025/5967

DE HOOFDINGENIEUR-DIRECTEUR VAN DE RIJKSWATERSTAAT ZEE EN DELTA

Begripsbepalingen:

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • 1. “de hoofdingenieur-directeur”, de hoofdingenieur van de Rijkswaterstaat Zee en Delta (adres: Poelendaelesingel 18 te Middelburg, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht);

  • 2. “het teamhoofd”, het hoofd van het Waterdistrict Zeeuwse Delta (Bezoekadres: Evertsenstraat 98 te Goes, Postadres: Postbus 2232, 3500 GE Utrecht);

  • 3. “SVW”, de Scheepvaartverkeerswet;

  • 4. “BPR”, het Binnenvaartpolitiereglement;

  • 5. “AWB”, de Algemene Wet Bestuursrecht;

  • 6. “BABS”, het Besluit Administratieve Bepalingen Scheepvaartverkeer.

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

Vereiste van besluit

Op grond van artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet, juncto artikel 2, onder a. van het BABS, is voor het plaatsen of verwijderen van verkeerstekens, zoals opgenomen in o.m. bijlage 8 van het BPR, een verkeersbesluit vereist van het bevoegde gezag.

Op grond van artikel 2, eerste lid, onder a.1e van de Scheepvaartverkeerswet ben ik bevoegd.

Belangenafweging en motivering

Na het aanleggen en uitbreiden van de jachthaven Oesterdam Marina is er behoefte ontstaan vanuit de jachthaven om vaartuigen te ontvangen met een maximale toelaatbare diepgang van 2,70 meter. Omdat er vanaf het vaarwater Tholense gat tot de invaart jachthaven Oesterdam Marina diverse verondiepingen aanwezig zijn die veilige scheepvaart belemmeren is er behoefte ontstaan om een toegangsgeul te creeren. Er is besloten om ten behoeve van de veilige vaart laterale vaarwegmarkering uit te leggen op een diepte van minimaal 3.00 meter. Uitleggen van vaarwegmarkering is een landelijke taak op Rijkswateren.

Procedure

Door mij is geen openbare voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Reden hiervan is dat maatregel een verduidelijking betreft van reeds bestaand en uitgevoerd beleid en dat belanghebbenden hierdoor redelijkerwijs niet in hun rechten worden geschaad.

BESLUIT:

Op grond van voorstaande besluit ik kenbaar te maken:

  • 1. Dat het nieuwe vaarwater “Waterrijk” wordt begrensd door de invaart van de jachthaven Oesterdam Marina, de groene sparboeien WR 3, WR 1, TG 21, de groen/rode scheidingsspar TG 21A-WR 2, en rode sparboeien WR 4, WR 6 en WR 8. Hiermee is een lateraal gemarkeerde toegangsgeul ontstaan, zuidelijk vanaf het vaarwater “Tholense Gat” tot de invaart van de jachthaven Oesterdam Marina;

  • 2. Dat het nieuwe vaarwater “Waterrijk” nevenvaarwater is ten opzichte van het vaarwater “Tholense gat”

  • 3. Dat het uitleggen van de nieuwe markering plaats zal vinden medio april 2025 en jaarrond blijft liggen;

  • 4. Dat in een nader uit te geven Bekendmaking aan de Scheepvaart de wijzigingen in de Vaarwegmarkering, voor wat betreft positie en nummering, zullen worden aangegeven.

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking na publicatie in de Nederlandse Staatscourant.

DE HOOFDINGENIEUR-DIRECTEUR, Namens deze, HET TEAMHOOFD WATERDISTRICT ZEEUWSE DELTA, J.C.M. Bol

MEDEDELINGEN:

Bezwaar

Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij de hierboven vermelde contactpersoon.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop deze is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister/Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta (afdeling Werkenpakket), Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. vermelding van de datum en het kenmerk van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met de beschikking niet kan verenigen.

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waar de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te worden ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. vermelding van het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen en de datum en het kenmerk van de beschikking;

  • d. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Als burger kunt u ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de hiervoor vermelde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de hiervoor vermelde internetsite voor de precieze voorwaarden.

Naar boven