Call for proposals NWA Slavernijverleden: (onderbelichte vormen van) doorwerkingen en perspectieven

2025

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1 Achtergrond

1

 

1.2 Beschikbaar budget

2

 

1.3 Indieningsdeadline(s)

2

2

Doel

2

 

2.1 Doelstelling van het programma

2

 

2.2 Inhoudelijk kader

3

 

2.3 Maatschappelijke impact

4

 

2.4 Consortiumvorming

4

3

Voorwaarden voor aanvragers

5

 

3.1 Wie kan aanvragen

5

 

3.2 Wat kan worden aangevraagd

8

 

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

9

 

3.4 Indieningsvoorwaarden

10

 

3.5 Subsidievoorwaarden

11

4

Beoordelingsprocedure

14

 

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

14

 

4.2 Procedure

15

 

4.3 Criteria

18

5

Subsidieverplichtingen

19

6

Contact en overige informatie

22

 

6.1 Contact

22

 

6.2 Overige informatie

22

7

Bijlagen

22

 

7.1 Toelichting op budgetmodules

22

 

7.2 Indexering

26

 

7.3 TO2-instituten en onderzoekorganisaties

26

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde Slavernijverleden: (onderbelichte vormen van) doorwerkingen en perspectieven. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

Wat wil Nederland weten? Vanuit die gedachte is de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) door een innovatief proces met de inbreng van burgers en wetenschappers tot stand gekomen: elke Nederlander kreeg de kans om online vragen aan de wetenschap te stellen. Deze oproep leverde maar liefst 11.700 vragen op, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Deze zijn gebundeld in 140 grote vraagstukken, de zogeheten ‘clustervragen’. Rond deze clustervragen zijn vanuit onderzoekers en maatschappelijke organisaties 25 netwerken ontstaan, die de naam NWA-routes kregen. Deze netwerken kregen een eigen routemanagement en ontwikkelen, geïnspireerd door de clustervragen in de NWA-agenda, kennisagenda’s, organiseren bijeenkomsten en communicatieactiviteiten. De 25 NWA-routes en bijbehorende clustervragen zijn te vinden via Routes | NWO.

De NWA omvat complexe vraagstukken waar samenwerking tussen onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publieke en private) organisaties meerwaarde heeft. Hierin stroomt nieuwe kennis door van onderzoeker naar gebruiker en nieuwe vragen vanuit de praktijk en de samenleving vinden een ingang in nieuw onderzoek. Het NWA- programma stimuleert daarom samenwerking tussen verschillende partners in de overtuiging dat men meer kan bereiken met elkaar dan ieder afzonderlijk.

De kernelementen van de NWA zijn:

  • De Nationale Wetenschapsagenda die gevormd wordt door de 140 clustervragen en de 25 routes;

  • Kennisketenbrede1 en interdisciplinaire consortia, waarin onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publiek en private) organisaties en (waar relevant) burgers samenwerken aan de complexe vraagstukken;

  • Maatschappelijke organisaties, samenleving en burgers hebben een duidelijke rol in het onderzoek;

  • Het in dialoog en interactie delen van de resultaten met de samenleving.

De uitvoering van het programma voor de Nationale Wetenschapsagenda is door het Ministerie van OCW in 2018 belegd bij NWO. De NWA omvat vier programmalijnen2:

Deze Call for proposals ‘Slavernijverleden: (onderbelichte vormen van) doorwerking en perspectieven’ wordt gerealiseerd in het kader van programmalijn 2.

Bij deze Call for proposals is het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de initiatiefnemer.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.750.000. Binnen deze Call for proposals wordt naar verwachting maximaal één aanvraag toegewezen.

1.3 Indieningsdeadline(s)

De deadline voor het indienen van Expressions of Interest is dinsdag 8 april 2025, voor 14:00:00 CEST. De deadline voor het indienen van de aanvraag is donderdag 27 november 2025, voor 14:00:00 CET.

Bij het indienen van uw Expression of Interest voor deelname aan de Sandpit of aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw Expression of Interest of aanvraag. Een Expression of Interest of aanvraag die na de deadline wordt ingediend, wordt niet in behandeling genomen.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Het NWA programma Slavernijverleden: (onderbelichte vormen van) doorwerkingen en perspectieven wil een impuls geven aan theoretisch en toegepast onderzoek op onderbelichte doorwerkingen van het Nederlandse koloniale slavernijverleden. Op deze manier wil het programma enerzijds een bijdrage leveren aan het wetenschappelijk en maatschappelijk debat over hoe samenlevingen kunnen omgaan met historische onrechtvaardigheden en hoe zij kunnen werken aan een meer rechtvaardige toekomst. Anderzijds beoogt het programma de kennisontwikkeling, kennisdeling en kennisborging op deze thematiek in het Koninkrijk der Nederlanden te versterken.

De doorwerkingen kunnen daarbij op twee manieren worden opgevat: ten eerste als manieren waarop koloniale slavernij economisch, maatschappelijk, cultureel en bestuurlijk invloed heeft uitgeoefend op mens en samenleving vanaf de periode van de wettelijk toegestane slavenhandel en slavernij tot in de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw. Ten tweede hebben ze betrekking op de hedendaagse omgang met dat koloniale slavernijverleden, de langdurige gevolgen en voortdurende effecten ervan. In beide vormen van doorwerking zijn de sporen van slavernij duidelijk zichtbaar, even vaak zijn ze verweven geraakt met doorwerkingen van andere aspecten van kolonialisme. Deze effecten kunnen op diverse manieren ervaren worden, zoals ze ook op andere manieren kunnen uitwerken in samenlevingen wereldwijd en in verschillende generaties.

Het onderzoek naar de (onderbelichte vormen van) doorwerkingen vraagt om een open aanpak waarbinnen meerdere perspectieven mogelijk en nodig zijn. Niet alleen gaat het dan om onderzoek in en over de verschillende (onderbelichte) gebieden maar ook om het inzetten en verkennen van nieuwe of nog weinig toegepaste methoden, perspectieven en disciplines. De inzet van nieuwe methoden, perspectieven en disciplines is dan ook een belangrijk element van dit programma.

Deze Call for proposals roept kennisinstellingen en maatschappelijke partijen op tot het gezamenlijk ontwikkelen van academische en praktijkgeoriënteerde onderzoeksvoorstellen gericht op het thema Nederlands koloniale slavernijverleden. De consortia werken multi- en interdisciplinair en zijn kennisketenbreed samengesteld. Kennisketenbreed houdt in dat het programma fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek verbindt en aansluit op de kennisbehoefte vanuit de maatschappelijke partijen.

Voor deze Call for proposals is de totstandkoming van een interactief proces met aandacht voor unieke inter- en transdisciplinaire samenwerkingsverbanden en het stimuleren van innovatieve onderzoeksideeën die nodig zijn om een complexe maatschappelijke opgave aan te pakken van groot belang. Hierbij zullen kennisontwikkeling en kennisdeling binnen het consortium en met de praktijk optimaal gefaciliteerd worden. Om de beoogde verbindingen te bereiken is deze Call for proposals opgebouwd uit drie fases (zie ook paragraaf 3.3) en wordt een meerdaagse Sandpit (zie paragraaf 2.4.1) ingezet.

Deze Call for proposals past binnen de NWA-Routes Op weg naar veerkrachtige samenlevingen, Levendverleden, NeuroLabNL, Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs, en Tussen conflict encoöperatie. Binnen deze routes wil het onderzoek bijdragen aan kennispluralisme over onderbelichte vormen van doorwerkingen van het Nederlandse slavernijverleden.

2.2 Inhoudelijk kader

De sporen van het Nederlandse slavernijverleden en het koloniale verleden zijn, soms erg zichtbaar, soms quasi onzichtbaar, nog steeds aanwezig in onze hedendaagse samenlevingen. Slavernij heeft niet alleen diepe sporen nagelaten in de wereldgeschiedenis, maar heeft tot op de dag van vandaag effecten op de nazaten van betrokkenen van het slavernijverleden en de samenlevingen waarin zij leven. Kennisontwikkeling op het terrein van de rol en invloed van het Nederlandse koloniale slavernijverleden in onze huidige samenlevingen is een noodzakelijke voorwaarde om meer inzicht te krijgen in de langdurige, en vaak verregaande, effecten ervan. We hebben het dan over de doorwerkingen van het Nederlandse koloniale slavernijverleden in onze huidige samenlevingen – in Nederland en in de (voormalig) door Nederland gekoloniseerde gebieden wereldwijd. Dit inzicht in de doorwerkingen is de basis voor het verbeteren van wetenschappelijke praktijken, het maatschappelijke gesprek, voor de ontwikkeling van beleid en het tegengaan van voortdurende negatieve effecten van het slavernijverleden, het bevorderen van maatschappelijke inclusie en het vergroten van erkenning en bewustwording rondom de doorwerkingen van het slavernijverleden.

Hoewel naar bepaalde, meer zichtbare, doorwerkingen al onderzoek is gedaan, zijn er veel vormen van doorwerking die vooralsnog minder aandacht hebben gehad of onderbelicht blijven en/of moeilijker wetenschappelijk te bewijzen lijken. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan:

  • doorwerkingen met negatieve effecten zoals:

    • hedendaags racisme, colorisme en langdurige sociaaleconomische of institutionele ongelijkheden in vermogensongelijkheid, op de arbeids- en woningmarkt en de toegang tot studie en stages maar ook tot netwerken van media, macht en politieke invloed;

    • intergenerationele effecten, beeldvorming, mentaliteit, relaties, gezondheid, lichaam en instituties;

  • Ook vormen van positieve doorwerking, zoals agency, verzet, veerkracht, voorouder connecties en vreugde, zijn van belang. Daarbij kan gekeken worden naar vraagstukken rondom attributie, ofwel het toekennen of verlenen van betekenis aan bepaalde situaties, en de mate waarin het slavernijverleden ten grondslag ligt aan de ervaren doorwerkingen, zowel in negatieve als in positieve zin.

Voor dit programma geldt als inhoudelijke richtingaanwijzer de Kennisagenda 2025-2035: ‘Het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen’. 3 Belangrijke begrippen in bovenstaande beschrijving worden in de Kennisagenda geduid, de Call for proposals volgt deze omschrijvingen.

2.3 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument.

Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

2.3.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

2.3.2 Impact Plan benadering in de NWA

In de NWA richten de programma's zich op complexe vraagstukken waar afstemming en samenwerking meerwaarde heeft om wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken te realiseren. NWA stimuleert die samenwerking tussen verschillende partners, zodat het geheel meer is dan de som der delen en nieuwe kennis voor maatschappelijke vraagstukken ontwikkeld wordt.

Impact Plan benadering

De maatschappelijke impact is nooit alleen het resultaat van kennis en inzichten uit het onderzoek. Om de kans op maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke stakeholders vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project en daarna. Maatschappelijke impact wordt immers vaak pas gerealiseerd in de jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten. Door vanaf het begin van de onderzoeksformulering (co-design) en gedurende de uitvoering van het onderzoek (co-creatie) te zorgen voor voortdurend afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op productieve interacties, en uiteindelijk impact, toe.

Consortia stellen samen met stakeholders een Impact Plan op, als onderdeel van de volledige aanvraag. Dat Impact Plan beschrijft hoe het consortium verwacht tot maatschappelijke impact te komen en de rol die productieve interacties daarbij spelen. Hieruit blijkt hoe het behalen van de beoogde impact geïntegreerd is in de onderzoeksopzet en welke rol consortiumpartners en stakeholders uit beleid, praktijk en bedrijfsleven daarin spelen.

2.4 Consortiumvorming

In deze Call for proposals gaat het om complexe en uitdagende maatschappelijke vraagstukken. Het onderzoek naar beantwoording van deze vraagstukken vraagt om samenwerking, bijvoorbeeld tussen verschillende onderzoeksdisciplines, praktijkgericht en fundamenteel onderzoek, en met maatschappelijke organisaties en bedrijven. NWO stimuleert en ondersteunt de vorming van deze samenwerkingen door het organiseren van bijeenkomsten of workshops voor consortiumvorming.

Deze bijeenkomsten en workshops kunnen verschillende vormen hebben, naargelang de specifieke doelstelling, en staan verder toegelicht in deze Call for proposals.

In deze Call for proposals wordt consortiumvorming gestimuleerd door het inzetten van een Sandpit. Deze methode wordt hieronder toegelicht.

2.4.1 Sandpit

Het doel van een Sandpit is de totstandbrenging van samenwerking in nieuwe samenwerkingsverbanden en gezamenlijke onderzoeksvoorstellen. Bij Sandpits ligt de nadruk op samenwerking in één consortium bestaande uit de geselecteerde partijen. Tijdens een Sandpit werken de geselecteerde deelnemers gezamenlijk op locatie aan de ontwikkeling van een onderzoeksproject, onder begeleiding van externe facilitators en inhoudelijke ondersteuners. Voor deelname aan een Sandpit vindt een selectie plaats middels een Expression of Interest, zie 4.2.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

De aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager namens het consortium. De hoofdaanvrager heeft aan de Sandpit deelgenomen (zie ook paragraaf 2.4.1, 3.3.1 en 4.2.2).

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:

  • 1. Hoofdaanvrager

  • 2. Medeaanvrager(s)

  • 3. Samenwerkingspartner(s)

  • 4. Cofinancier(s) (niet verplicht)

Een consortium dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager, mede-aanvrager en samenwerkingspartner. De voorwaarden per soort deelnemers worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

3.1.1 Hoofd- en medeaanvragers

Hoofdaanvrager

Onderzoekers mogen als hoofdaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben4 of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • Universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • TO2-instituten mits getoetst aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 20245;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling, zie paragraaf 7.3) zijn uitgesloten van indiening als hoofdaanvrager.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de hoofdaanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de hoofdaanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project.

Ook de hoofdaanvrager in dienst van een hogeschool of TO2-instelling wiens dienstverband eindigt voor de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet een dergelijke verklaring bijvoegen.

Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.

Medeaanvragers

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

In deze Call for proposals zijn twee type medeaanvragers mogelijk: medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties en medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties.

Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties kunnen alleen als medeaanvrager optreden onder toepassing van de de-minimisverordening6

Medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties

Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de instellingen vermeld in paragraaf 3.1.1, en aan andere publieke onderzoeksorganisaties.

Aanvullende voorwaarden:

Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de onderzoeksorganisaties vermeld in deze paragraaf, aan de onderzoeksorganisaties vermeld in bijlage 7.3 en aan andere onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 en die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden.

De organisatie dient:

  • een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn;

  • zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;

  • te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.

NWO financiert onder deze Call for proposals geen onderzoeksorganisaties die zich in de hoofdzaak bezighouden met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht.

Let op: Voorafgaand aan het indienen van een Expression of Interest en/of aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of een organisatie aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen. NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun. Deze toets dient ook uitgevoerd te worden als een organisatie binnen een ander NWO programma is getoetst en werd toegestaan als medeaanvrager.

De organisatie van de beoogde medeaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van de Expression of Interest per e-mail aan nwa-slaverypasts@nwo.nl (dus uiterlijk 25 maart 2025 voor 14:00:00 CEST) de onderstaande documenten aan:

De organisatie van de beoogde medeaanvrager (die nog niet voor de Sandpit getoetst is) levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening van de aanvraag per e-mail aan nwa-slaverypasts@nwo.nl (dus uiterlijk 13 november 2025 voor 14:00:00 CET) de volgende documenten aan:

  • een recent uittreksel van de kamer van koophandel;

  • de oprichtingsakte en/of actuele statuten;

  • de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring7

  • de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.

Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.

Indien de organisatie van de beoogde medeaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.

Als in de aanvraag nieuwe medeaanvragers toegevoegd worden aan het consortium en deze nieuwe medeaanvragers niet verbonden zijn aan een organisatie vermeld in deze paragraaf dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. De organisatie van de beoogde medeaanvrager dient uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening van een Expression of Interest en/of aanvraag per e-mail (dus uiterlijk 13 november 2025 voor 14:00:00 CET) in ieder geval de volgende documenten aanlevert:

  • een recent uittreksel van de kamer van koophandel;

  • de oprichtingsakte en/of actuele statuten;

  • de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring1;

  • de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.

Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties

Deze Call for proposals richt zich ook op kennis uit en ten behoeve van de praktijk. Maatschappelijke organisaties die ondersteuning bieden bij en/of expertise opbouwen over (onderbelichte vormen van) doorwerkingen van en perspectieven op het Nederlandse koloniale slavernijverleden kunnen als medeaanvrager optreden onder de de-minimisverordening (zie hieronder). Het betreft bijvoorbeeld expertisecentra, grassroots organisaties en belangenorganisaties, waarvan de praktijkkennis en onderzoeksgerelateerde activiteiten essentieel zijn om volwaardig onderzoek op te kunnen zetten. In de aanvraag dient te worden onderbouwd welke substantiële, actieve bijdrage de maatschappelijke organisatie levert aan het onderzoek. Dit wordt in het kader van het criterium op de kwaliteit van het consortium (zie paragraaf 4.3.2) beoordeeld door de beoordelingscommissie.

De-minimisdrempel voor maatschappelijke organisaties

Maatschappelijke organisaties die als medeaanvrager optreden ontvangen de subsidie van NWO via de hoofdaanvrager, met inachtneming van de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023). Op grond van de de-minimisverordening mag een consortiumpartner maximaal € 300.000 aan de-minimissteun ontvangen over een periode van drie jaar.

Maatschappelijke organisaties dienen door het invullen van de verklaring de-minimissteun te verklaren dat de betreffende organisatie door het toewijzen van een subsidie door NWO de de-minimisgrens niet zal overschrijden. Indien een maatschappelijke organisatie constateert dat met de subsidie van NWO de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de hoofdaanvrager voor deze maatschappelijke organisatie geen subsidie aanvragen bij NWO. De hoofdaanvrager dient hiermee bij het opstellen van zijn projectbegroting rekening te houden en dient dus per maatschappelijke organisatie die als medeaanvrager wil optreden na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de- minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke maatschappelijke organisatie afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag.

3.1.2 Samenwerkingspartners

Samenwerkingspartners zijn binnen deze Call for proposals verplicht, omdat actieve betrokkenheid van maatschappelijke stakeholders van groot belang is bij het ontwikkelen van kennis over uitdagingen en mogelijke oplossingen. Maatschappelijke stakeholders zijn zowel publieke als private organisaties, en waar relevant ook burgers of een vertegenwoordiging daarvan. De organisatie van een maatschappelijke stakeholder is geen hoofd- of medeaanvrager of cofinancier. Organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen kunnen dus ook niet via de de-minimisverordening als medeaanvrager deelnemen.

Een samenwerkingspartner is gedurende het gehele traject actief betrokken, van het formuleren van onderzoeksvragen en de ontwikkeling van het project (co-design) tot de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting (co-creatie). Een samenwerkingspartner kan worden opgenomen in de begeleidingscommissie. Samenwerkingspartners kunnen ook deelnemen aan het consortium zonder deelgenomen te hebben aan de Sandpit, mits de toevoeging van een dergelijke samenwerkingspartner in de aanvraag duidelijk gemotiveerd wordt.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als hoofd- of medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiële kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘project management (zie paragraaf 3.2 en 7.1).

3.1.3 Cofinanciers

Cofinanciering is binnen deze Call for proposals niet verplicht. Cofinanciers zijn organisaties die deelnemen aan het consortium en cash en/of in kind bijdragen aan het project. Cofinanciers ontvangen nooit subsidie van NWO. De voorwaarden omtrent cofinanciering zijn gespecificeerd in paragraaf 3.5.6.

Organisaties waarvan onderzoekers conform de onder in 3.1. gegeven beschrijving als hoofdaanvrager deel mogen nemen, mogen in deze NWA Call for proposals niet deelnemen als cofinancier. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor TO2-instellingen. Zij mogen in een consortium wel deelnemen als cofinancier, mits zij in hetzelfde consortium niet ook als hoofd- of medeaanvrager deelnemen.

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Binnen dit programma is maximaal € 2.750.000 subsidie aan te vragen voor één aanvraag.

De maximale looptijd van het voorgestelde project is 5 jaar. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in paragraaf 7.1.

3.2.1 Personeel

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.

3.2.1.1 Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, arts-onderzoeker, niet- wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).

Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie. Er kan voor ten hoogste 10% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.

3.2.1.2 Personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties. Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie.

3.2.1.3 Studenten

Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.1. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.

3.2.1.4 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland

Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren voor wetenschappelijk personeel. Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.

3.2.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het subsidiebedrag dat gealloceerd is voor personele kosten. Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.

3.2.3 Investeringen

Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan niet worden opgevoerd als onderdeel van de investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1.

Binnen dit programma kan er maximaal € 150.000 aangevraagd worden voor investeringen.

3.2.4 Kennisbenutting

Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,8 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.

Het is verplicht om een bedrag op te voeren voor kennisbenutting. Deze kosten zijn ten minste 5% en maximaal 20% van het subsidiebedrag.

3.2.5 Projectmanagement

Het is verplicht subsidie aan te vragen voor projectmanagement. Maximaal 5% van het subsidiebedrag kan hiervoor worden ingezet.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Deze Call for proposals kent drie fases:

  • 1. Het indienen van een Expression of Interest;

  • 2. Deelname aan de Sandpit;

  • 3. Het indienen van één gezamenlijke aanvraag.

Zie voor een volledig overzicht van alle indieningseisen paragraaf 3.4.1.

Het indienen van een Expression of Interest of aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Een Expression of Interest of aanvraag die niet via ISAAC is ingediend, wordt niet in behandeling genomen. U bent als hoofdaanvrager verplicht een Expression of Interest of aanvraag via uw eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw Expression of Interest of aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Wanneer u al een account heeft wordt aangeraden om ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals te starten met het indienen van uw Expression of Interest/uitgewerkte aanvraag.

Een Expression of Interest of aanvraag die na de deadline wordt ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat ervan uit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is, heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.3.1 Het indienen van een Expression of Interest

Voor het opstellen van de Expression of Interest doorloopt u de volgende stappen:

  • Download het formulier vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • Vul het formulier in;

  • Sla het formulier op als pdf en dien in via ISAAC;

Alle bijlagen dienen als pdf-bestand te worden ingediend. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

3.3.2 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • Download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (onderaan de webpagina van het betreffende financieringsinstrument);

  • Vul het aanvraagformulier in;

  • Sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;

  • Vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlagen:

  • begroting;

  • steunverklaringen samenwerkingspartner(s);

  • verklaring cofinancier(s) (verplicht indien van toepassing);

  • garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (verplicht indien van toepassing, zie paragraaf 3.1.1);

  • verklaring de-minimissteun (verplicht indien van toepassing, zie paragraaf 3.1.1 en 3.5.8);

  • formulier ‘Statement and signature”.

De bijlage dient conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Indien er cofinanciering wordt bijgedragen dient op het moment van indienen in de bijgesloten verklaringen cofinanciering de volledige cofinanciering te zijn toegezegd volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.5.6.

Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

Formele voorwaarden voor indiening – Expression of Interest voor deelname Sandpit

NWO toetst uw Expression of Interest voor deelname aan de Sandpit op onderstaande voorwaarden. Alleen als uw Expression of Interest volledig en volgens de instructies is ingevuld, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van uw Expression of Interest beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. Alleen individuen die uitgenodigd zijn door de raad van bestuur van NWO kunnen deelnemen aan de Sandpit.

Het is belangrijk dat de deelnemers in persoon aanwezig zijn bij de Sandpit. Uitgenodigde deelnemers die niet deelnemen aan de Sandpit worden uitgesloten van de verdere procedure, tenzij sprake is van overmacht, zoals bedoeld in de NWO Tegemoetkomingsregeling bij overmacht.

Voorwaarden voor indiening Expression of Interest:

  • De Expression of Interest is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • De Expression of Interest is in het Engels opgesteld;

  • De Expression of Interest is ingediend vóór de gestelde deadline via ISAAC.

Voorwaarden voor deelname aan de Sandpit:

  • Deelnemers aan de Sandpit voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • De NWO Raad van bestuur heeft een positief besluit genomen over deelname aan de Sandpit.

Formele voorwaarden voor indiening – voorwaarden aan de aanvraag:

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn van toepassing op de aanvraag:

  • de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • de hoofdaanvrager is aanwezig geweest bij de Sandpit (zie paragraaf 3.3.1 en 4.2.2);

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 5 jaar;

  • alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend;

  • indien van toepassing: de cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging,

correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

Zoals omschreven in de NWO Subsidieregeling 2024 moeten onderzoekers wiens onderzoek door NWO wordt gefinancierd de nationale en internationale standaarden voor wetenschappelijk onderzoek naleven. Om onderzoeksactiviteiten in – en met partners uit – ontwikkelingslanden in goede banen te leiden, moeten consortia die binnen dit programma daarnaast voldoen aan de TRUST Global Code of Conduct for Equitable Research Partnerships. 9 In het geval onderzoek wordt uitgevoerd in fragile states, wordt bovendien geadviseerd om de Security Guidelines for field research in complex, remote and hazardous places te raadplegen. 10

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.3 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2024, worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.4 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

3.5.5 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point). NWO gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.6 Cofinanciering

Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.

Aanvullende definities:

  • In kind cofinanciering: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;

  • Cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.

Cofinanciering is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk cofinanciers toe te voegen in de aanvraag. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de hoofdaanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en in kind cofinanciering, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.

Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:

  • NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;

  • Cash cofinanciering is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de hoofdaanvrager. De hoofdaanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.

Niet toelaatbaar als cash cofinanciering zijn11:

  • Door NWO verstrekte subsidie;

  • Cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier inhoudelijke en/of financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers die worden genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website en in ISAAC.

In geval van toewijzing dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1.5).

Verantwoording cash en in kind cofinanciering

De verhouding cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals, is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde projectspecifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).

Ambtshalve indexeren als gevolg wijziging van de tarieven na indiening van een aanvraag heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO bijdrage. NWO gaat uit van de verhouding in de door NWO toegewezen aanvraagbegrotingen.

Bij vaststelling van een project wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals vermeld in de aanvraagbegroting.

In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering(door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.

Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit hoger dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.

Te allen tijde dient NWO onverwijld op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.

3.5.7 Steunverklaring samenwerkingspartner

In een steunverklaring (zonder co financiering) spreekt de samenwerkingspartner steun uit aan het project en beschrijft diens rol binnen het project. Steunverklaringen mogen alleen voor aanvragen worden aangeleverd. NWO stelt een standaard format beschikbaar op de financieringspagina.

In geval van toewijzing dient de samenwerkingspartner diens deelname aan het project te bevestigen in de consortiumovereenkomst. Tevens worden in deze overeenkomst verdere afspraken gemaakt tussen de samenwerkingspartner(s) en de aanvrager(s) (zie ook paragraaf 5.1.5).

3.5.8 Verklaring de-minimissteun

Voor maatschappelijke organisaties die gefinancierd worden onder de de-minimisverordening (zie paragraaf 3.1.1) maakt de verklaring de-minimissteun onderdeel uit van de aanvraag. De toewijzing van de aanvraag zal plaatsvinden onder de voorwaarde dat op het moment van toewijzing de de- minimisdrempel voor de betreffende maatschappelijke organisatie niet wordt overschreden.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO- medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Informatiebijeenkomst (online);

  • Indiening van de Expression of Interest;

  • In behandeling nemen van de Expression of Interest;

  • Selectie van deelnemers voor Sandpit;

  • Besluitvorming;

  • Deelname aan Sandpit;

  • Indiening van de aanvraag;

  • In behandeling nemen van de aanvraag;

  • Interview;

  • Vergadering van de beoordelingscommissie;

  • Herstelmogelijkheid;

  • Besluitvorming.

Beoordelingscommissie

Voor deze Call for proposals wordt door de raad van bestuur van NWO een externe, onafhankelijke, breed samengestelde beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap en de gehele kennisketen, inclusief maatschappelijke stakeholders en vertegenwoordigers vanuit de doelgroep, met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de aanvraag en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria in deze Call for proposals.

Vanwege het bijzondere karakter van de Call for proposals en de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvraag gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

4.2.1 Informatiebijeenkomst (online)

In de periode voorafgaand het indienen van de Expression of Interest voor de Sandpit faciliteert NWO een online informatiebijeenkomst. De informatiebijeenkomst is niet verplicht en dient ervoor (potentiële) aanvragers bewust te maken van de Call for proposals. Ook wordt op de informatiebijeenkomst meer informatie gegeven over het aanvraagproces en de Impact plan benadering (zie ook paragraaf 2.3).

4.2.2 Indiening van de Expression of Interest

Voor deze Call for proposals is het verplicht om een Expression of Interest voor deelname aan de Sandpit in te dienen. Partijen kunnen onderzoekers, onderzoeksorganisaties, scholen, bedrijven, overheidsinstellingen, adviesbureaus, technologen, enzovoort zijn. Partijen dienen beschikbaar te zijn voor deelname aan de Sandpit (25–29 augustus 2025).

Deelnemers dienen de Expression of Interest in als individu en niet als vertegenwoordiger van hun werkgever. Hiervoor is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. Het door u ingevulde formulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). De indiener ontvangt na indiening van de Expression of Interest een ontvangstbevestiging.

4.2.3 In behandeling nemen van de Expression of Interest

Zo snel mogelijk nadat u uw Expression of Interest heeft ingediend, hoort u of NWO deze in behandeling neemt.

NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw formulier hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.4 Selectie van deelnemers voor Sandpit

Alle in behandeling genomen Expressions of Interest worden beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie die wordt ingesteld door de raad van bestuur van NWO.

De intentie is dat (grotendeels) dezelfde beoordelingscommissie zowel de Expression of Interest als de aanvraag beoordeelt. De exacte samenstelling van de beoordelingscommissie kan echter verschillen in de twee fasen van de procedure, om praktische redenen en/of om de in de beoordelingscommissie beschikbare expertise optimaal aan te laten sluiten op de aanvraag die voorligt ter beoordeling.

De beoordelingscommissie beoordeelt de Expression of Interest en stelt een schriftelijk advies met prioritering van de Expressions of Interest voor de Raad van bestuur van NWO op.

De beoordelingscommissie adviseert de raad van bestuur te besluiten over deelname van minimaal 20 en maximaal 30 deelnemers voor de Sandpit, gebaseerd op de beoordelingscriteria zoals beschreven in sectie 4.3.1. Elke Expression of Interest krijgt een numerieke score per beoordelingscriterium. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de NWO score tabel (op een schaal van 1 tot 9, waarbij “1” excellent en “9” ontoereikend is). Om in aanmerking te komen voor een uitnodiging voor deelname aan de Sandpit dient de Expression of Interest tenminste de kwalificatie “goed” te hebben. Naast de numerieke scores houdt de beoordelingscommissie rekening met de benodigde diversiteit en complementariteit van expertises en achtergronden in haar advies over deelname aan de Sandpit om een evenwichtige verdeling van perspectieven en invalshoeken te waarborgen.

4.2.5 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer Expressions of Interest op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde Expression of Interest binnen de selectiegrens. Alle Expressions of Interest met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de Expressions of Interest geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van de selectiegrens, dan zal de Expression of Interest met de hoogste score op het criterium ‘Persoonlijke competenties en motivatie’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de Expression of Interest met de hoogste score op het criterium ‘Academische / professionele eigenschappen’ als hoogste eindigen. Als ook dan Expressions of Interest gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid, van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.6 Besluitvorming

Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over deelname aan de Sandpit. Na het besluit worden alle indieners op de hoogte gesteld of zij wel of niet worden uitgenodigd voor deelname aan de Sandpit.

4.2.7 Deelname aan Sandpit

Van 25–29 augustus 2025 vindt de Sandpit workshop plaats in Nederland. Gedurende deze week verblijven (en overnachten) alle deelnemers op deze locatie. Deelnemers worden geïnformeerd over deelname aan de Sandpit in juni 2025.

Deelname aan de Sandpit wordt niet vergoed. Standaard reis- en verblijfskosten van geselecteerde deelnemers worden wel vergoed. Te zijner tijd wordt bekend gemaakt hoe en welke kosten gedeclareerd kunnen worden.

4.2.8 Indiening van de aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.9 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.10 Interview

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Het consortium kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordelingen en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

4.2.11 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).

4.2.12 Herstelmogelijkheid

In het geval van een advies tot niet toewijzen bij indiening van één aanvraag, zal de beoordelingscommissie schriftelijk aangeven welke elementen onvoldoende zijn en verbeterpunten aandragen. Het consortium heeft eenmalig de kans een gewijzigde aanvraag in te dienen die de verbeterpunten adresseert. De hoofdaanvrager krijgt na dagtekening van het verzoek één maand de tijd om de gewijzigde aanvraag in te dienen. In het geval dat een door de beoordelingscommissie aangedragen verbeterpunt het aantrekken van een of meerdere cofinanciers of samenwerkingspartners in het consortium is, krijgt de hoofdaanvrager twee maanden de tijd voor indiening van de gewijzigde aanvraag.

Na ontvangst van de gewijzigde aanvraag zal een interview met een aantal vertegenwoordigers vanuit het consortium ter bespreking van het voorstel met de beoordelingscommissie worden ingepland waarna de beoordelingscommissie een definitief advies vaststelt.

4.2.13 Besluitvorming

Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvraag.

4.2.14 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Fase 1 en 2: Expressions of Interest en Sandpit

Dinsdag 25 maart 2025, 13:00 – 14:00:00 uur CET

Informatiebijeenkomst (online)

Dinsdag 8 april 2025 voor 14:00:00 CEST

Deadline Expression of Interest

April/mei 2025

Beoordelingscommissie beoordeelt Expressions of Interest

Mei/Juni 2025

Besluit deelname Sandpit

25 – 29 augustus 2025

Sandpit

Fase 3: Aanvraag

Donderdag 27 november 2025 voor 14:00:00 CET

Deadline aanvraag

Januari 2026

Interview

Januari 2026

Vergadering beoordelingscommissie

Februari/maart 2026

Besluit bestuur

4.3 Criteria

Binnen deze Call for proposals gelden voor de Expressions of Interest voor de Sandpit andere beoordelingscriteria dan voor de aanvraag.

4.3.1 Beoordelingscriteria Expressions of Interest

De Expressions of Interest voor deelname aan de Sandpit worden beoordeeld door de beoordelings- commissie. Potentiële deelnemers worden niet alleen beoordeeld op basis van hun academische en/of professionele achtergrond en expertise, maar ook op persoonlijke vaardigheden die nodig zijn voor het ontwikkelen van een gezamenlijke onderzoeksaanvraag waarin kennisketenbreed, inter- en transdisciplinair wordt samengewerkt.

Binnen de groep deelnemers die op basis van deze criteria worden geselecteerd, streeft de beoordelingscommissie naar een evenwichtige mix van disciplines, ervaring, geslacht, diversiteit en achtergrond. Daarbij let de commissie op de volgende aspecten/criteria:

  • Ruimte voor eigen inhoudelijke keuzes, op basis van de breed beschreven beoogde impact in de Call for proposals;

  • Ruimte voor perspectieven uit de verschillende gebieden;

  • Ruimte voor early en mid-career researchers en ‘unusual’ suspects’. Met early career onderzoekers wordt in deze Call verwezen naar mensen die maximaal acht jaar geleden zijn/haar/hun PhD heeft behaald12;

  • Ruimte voor verschillende en vernieuwende onderzoeksmethodes.

Voor deelnemers (onderzoekers, maatschappelijke partijen en bedrijven) gelden de beoordelingscriteria zoals hieronder gespecificeerd:

  • 1. Academische / professionele eigenschappen (40%)

  • 2. Persoonlijke competenties en motivatie (60%)

Binnen de twee beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:

  • 1. Academische / professionele eigenschappen (40%)

    • Mate waarin het academisch (onderzoeker) dan wel professionele (maatschappelijke partij of bedrijf) profiel van de deelnemer aansluit bij het doel en thema van de Call for proposals;

    • Mate waarin de deelnemer blijk geeft van een (wetenschappelijk) trackrecord van onderscheidende kwaliteit, en aansluiting van genoemde ervaringen bij het thema van de Call for proposals;

    • Vaardigheid om onderzoek uit te voeren in een inter-, transdisciplinair en kennisketenbreed consortium;

    • Vaardigheid om in onderzoek samen te werken met maatschappelijke organisaties.

  • 2. Persoonlijke competenties en motivatie (60%)

    • Beschreven affiniteit met het onderwerp van de Call for Proposals;

    • Motivatie om in een Sandpit te willen en kunnen werken, getoonde openheid voor nieuwe ideeën, andere manieren van denken, en gemotiveerde creativiteit en nieuwsgierigheid;

    • Getoonde ervaring met kennisbenutting;

    • Getoonde communicatie- en samenwerkingsvaardigheden.

4.3.2 Inhoudelijke beoordelingscriteria aanvraag

De aanvraag die binnen deze Call for proposals wordt ingediend, wordt inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Probleemstelling en -analyse (20%)

  • 2. Verwachte impact en route naar impact (20%)

  • 3. Kwaliteit van het consortium (30%)

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek (30%)

Binnen de vier beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:

  • 1. Probleemstelling en -analyse

    • Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennisvragen, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de Call for proposals;

    • Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling. Hierbij is aandacht voor maatschappelijke, institutionele, culturele en sociale factoren die onderbelichte vormen van doorwerking en perspectieven op het Nederlandse koloniale slavernijverleden in de hand werken en waarom onderzoek nodig is;

    • Interdisciplinaire en transdisciplinaire karakter van de probleemstelling en de kennisvragen.

  • 2. Verwachte impact en route naar impact

    • De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag. Het consortium heeft voldoende stil gestaan bij ongewenste impact van het onderzoek, en hoe daar mee om te gaan;

    • De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, impact, inclusief de rol van de betrokken partners;

    • Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de beoogde impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling.

  • 3. Kwaliteit van het consortium

    • Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project. Het is interdisciplinair met betrokkenheid van relevante maatschappelijke stakeholders en/of burgers en is kennisketenbreed;

    • Kwaliteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de uitvoering van het project;

    • Actieve betrokkenheid van de partners bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennisvragen, en bij de uitvoering (co-creatie);

    • Heldere en gelijkwaardige taak- en rolverdeling binnen het consortium bij uitvoering van het onderzoek en de governance. Hierbij is aandacht voor de de inclusie en kansen voor leiderschap van early-career onderzoekers. Met early career onderzoekers wordt in deze Call verwezen naar mensen die binnen maximaal acht jaar geleden zijn/haar/hun PhD heeft behaald13.

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek

    • De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines;

    • De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden. Het consortium hanteert in de uitvoering zowel een fundamentele als toepassings- en praktijkgerichte aanpak;

    • Het geïntegreerde karakter van het interdisciplinaire onderzoek;

    • Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risico analyse en eventueel back-up plan.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1.1 Inhoudelijke monitoring

NWO draagt zorg voor de inhoudelijke monitoring van de toegewezen aanvragen. Tijdens de looptijd van dit programma organiseert NWO programmabijeenkomsten. Alle projecten binnen dit thema van de Call for proposals zullen worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen.

Begeleidingscommissie

Ter versterking van de monitoring en om het draagvlak voor de uitvoering van de project te vergroten, zal een begeleidingscommissie worden ingesteld (zie ook paragraaf 5.1.7). De begeleidingscommissie monitort de verbinding tussen de verschillende thema’s, monitort de voortgang van het project en de behaalde resultaten met een focus op kennisoverdracht, kennisbenutting en toepassing van de resultaten. Er zullen geregeld bijeenkomsten worden georganiseerd. Voor de bijeenkomsten van de begeleidingscommissie worden vertegenwoordigers van het consortium gevraagd om input en deelname aan de bijeenkomsten. Waar gewenst worden experts uitgenodigd.

5.1.2 Verantwoording en afsluiting

Verantwoording tijdens het project

Gedurende het project is de hoofdaanvrager verantwoordelijk voor rapportages over het project. NWO kan met het oog op monitoring van de voortgang van het project tussentijds inhoudelijk en financiële rapportages opvragen, evenals verantwoording van geleverde cofinanciering indien van toepassing.

Meer informatie hierover volgt in de toewijzingsbrief.

Afsluiting van een project

Bij afronding van een project zullen inhoudelijke- en financiële eindrapportages worden opgevraagd. Na goedkeuring daarvan wordt definitieve hoogte van de subsidie (en cofinanciering) vastgesteld.

5.1.3 Programma activiteiten

Kick-off workshop

Na toewijzing van de aanvraag dient het project een kick-off workshop te organiseren, als onderdeel van de monitoring en evaluatie van het project. Deze kick-off moet in het voorgestelde budget opgenomen worden en dient binnen zes maanden na de start van het project plaats te vinden. Tijdens de kick-off bijeenkomst komt het gehele consortium samen om het project, de planning en de samenwerking te bespreken. Ook de plannen rondom het bereiken van maatschappelijke impact en communicatieactiviteiten kunnen besproken worden en indien nodig aangevuld.

Midterm bijeenkomst

NWO faciliteert een midterm bijeenkomst rond de helft van het traject van het toegekende project. Deze bijeenkomst zal een specifieke focus hebben en zal in nauwe samenwerking met het consortium worden georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst zal onder andere aandacht zijn voor evaluatie van de ontwikkeling en implementatie van de Impact pathway van het onderzoeksproject. Consortiumleden worden geacht deel te nemen aan deze bijeenkomst deel te nemen. De bijeenkomst duurt (tenminste) twee dagdelen, waarbij het eerste deel focust op het project en het tweede deel een publieksdag is met relevante belanghebbenden om zichten en uitkomsten van het project onder de aandacht te brengen en belangstelling voor het thema van de call te vergroten.

Afsluitende bijeenkomst

Tegen het einde van het project organiseert NWO in nauwe samenwerking met de projectbetrokkenen een afsluitende (publieks)bijeenkomst, bestaande uit een aantal dagdelen. Tijdens deze bijeenkomst bespreekt en identificeert het consortium de conclusies van het project. Hierbij worden de betrokken consortiumleden verwacht, maar ook andere relevante stakeholders met interesse en affiniteit met het thema van de Call for proposals zijn welkom bij deze bijeenkomst. Doel van de afsluitende bijeenkomst is het delen en borgen van de inzichten, uitkomsten en (waar mogelijk) impact van het project.

5.1.4 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.5 Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

NWO streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.

Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. Uploaden in ISAAC is noodzakelijk voordat een project kan starten.

De regie om tot de consortiumovereenkomst te komen ligt bij de aanvrager. De model consortiumovereenkomst die NWO beschikbaar stelt dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2024. NWO is geen partij bij de consortiumovereenkomst.

Partijen hebben de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardtekst van NWO in de modelovereenkomst, en zij hebben ook de mogelijkheid om op de onderdelen IE en publicatieprocedure eigen afspraken te maken of reeds bestaande afspraken toe te passen. De model consortiumovereenkomst voorziet hierin.

5.1.6 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Tien Principes voor Maatschappelijk Verantwoord Liciënteren | NFU”.

5.1.7 Commissie

Na toewijzing van het project zal een commissie conform artikel 3.3.2 van de NWO Subsidieregeling 2024 worden ingesteld ten behoeve van begeleiding en monitoring van het project. Meer informatie over deze commissie volgt in de toewijzingsbrief.

5.1.8 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open Access.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Ms. Zará Kars

+31 (0)70 3440617

Ms. Merve Tosun

+31 (0)70 3494153

E-mail: nwa-slaverypasts@nwo.nl

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Toelichting op budgetmodules

7.1.1 Personeel

Promovendus

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1 van de NWO Subsidieregeling 2024. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Engineering Doctorate

Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende instelling en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1.1.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van NFU.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Arts-onderzoeker

Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts- onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts- onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van NFU. Voor iedere arts- onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière

Niet-wetenschappelijk personeel

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectleiders. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project. Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of NFU voor NWP- mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Vervanging van de aanvrager

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

NWO financiert de vervanging op basis van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (NFU).

Personeel van hogescholen, TO2-instituten, onderwijsinstellingen en overige onderzoeksorganisaties

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten, overige onderwijsinstellingen en overige onderzoeksorganisaties. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

Voor organisaties die niet de cao rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen uit de HOT: Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.

Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland

Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie van artikel 5.1 sub paragraaf van de NWO Subsidieregeling 2024.

Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoek’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.

De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.

Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per onderzoeksorganisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.

7.1.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 4.5 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.

  • het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.

  • reguliere onderwijsactiviteiten.

  • leden van de begeleidingscommissie (zie paragraaf 5.1.1).

7.1.3 Investeringen

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur.

Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur.

  • kosten voor investeringen in datasets.

  • loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Niet-subsidiabel zijn:

  • kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden zoals: volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding).

  • dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn.

  • overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit.

  • kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

7.1.4 Kennisbenutting

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.

Impact Plan-benadering

Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5% tot maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module.

In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:

  • Specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten.

  • Belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.

  • Communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen.

  • Ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten.

  • Monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.

7.1.5 Projectmanagement

De module Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het subsidiebedrag. De hoofdaanvrager moet deze post adequaat motiveren.

Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd zover niet beschikbaar op de kennisinstelling van de hoofdaanvrager. Onderzoeksorganisaties dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en aanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.

Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121,– per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:

  • (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);

  • vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;

  • sociale lasten;

  • pensioenlasten;

  • overhead.

Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.

7.2 Indexering

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd waarop de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.

7.3 TO2-instituten en onderzoekorganisaties

De hieronder genoemde TO2-instituten mogen als hoofdaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.1.1 is voor deze organisaties niet nodig.

  • 1. Stichting Deltares

  • 2. Marin – Maritime Reseacrh Institute Netherlands

  • 3. NLR – Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

  • 4. Stichting Wageningen Research

De hieronder genoemde onderzoeksorganisaties mogen als medeaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.1.1 is voor deze organisaties niet nodig.

  • 5. IHE Delft Institute for Water Education

  • 6. KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

  • 7. RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

  • 8. Waag Futurelab


X Noot
1

De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW- instituten, universitair medisch centra, TO2-instellingen, maar ook overige publieke kennisorganisaties zoals Rijkskennisinstellingen (zie hoofdstuk 6 voor een volledige lijst van publieke kennisorganisaties).

X Noot
2

Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via Nationale Wetenschapsagenda | NWO .

X Noot
3

Esther Captain, Rose-Mary Allen, Matthias van Rossum, Urwin Vyent, Het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen. Kennisagenda 2025-2035. Leiden: KITLV, 2024, Het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen. Kennisagenda 2025-2035 (Leiden, 2024), www.staatenslavernij.nl/kennisagenda.

X Noot
4

Voor lectoren in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling (zie paragraaf 7.3) geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.

X Noot
5

Voor een overzicht van getoetste TO2-instituten zie bijlage 7.3

X Noot
6

Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de de-minimissteun. Zie: Verordening - EU - 2023/2831 - NL - EUR-Lex | Europa.eu.

X Noot
7

De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW- instituten, universitair medisch centra, TO2-instellingen, maar ook overige publieke kennisorganisaties zoals Rijkskennisinstellingen (zie hoofdstuk 6 voor een volledige lijst van publieke kennisorganisaties).

X Noot
8

Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).

X Noot
11

Niet toelaatbare in kind cofinanciering is beschreven in de Regeling Cofinanciering.

X Noot
12

Voor de definitie van early career researchers, zie https://www.academiccareermaps.org/glossary/early-career-researcher-ecr.

X Noot
13

Voor de definitie van early career researchers, zie https://www.academiccareermaps.org/glossary/early-career-researcher-ecr.

Naar boven