DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
deelt, overeenkomstig aanwijzing 9.13 van de Aanwijzing voor de regelgeving, mede
dat:
Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2024/846 van de Commissie van 14 maart 2024 tot wijziging
van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumvoorwaarden
voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 en
van Richtlijn 2002/15/EG betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer
(PbEU L 2024/846)
is geïmplementeerd door middel van bestaande wetgeving.
Na de wijziging van Bijlage III bij Richtlijn 2006/22/EG als gevolg van implementatie
van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2024/846 hoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te
worden gebracht. De Inspectie Leefomgeving en Transport is op grond van de krachtens
artikel 8:1, derde lid, van de Arbeidstijdenwet vastgestelde Aanwijzingsregeling toezichthoudende
ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving,
bevoegd om uitvoering te geven aan genoemde richtlijn.
De Inspectie Leefomgeving en Transport is aangewezen als orgaan ter uitvoering van
het bepaalde in artikel 7 van Richtlijn 2006/22/EG. Tevens is aan de Inspectie Leefomgeving
en Transport opgedragen uitvoering te geven aan, onderscheidenlijk te handelen overeenkomstig
de artikelen 2 tot en met 6, 8, 9, 11, tweede en vierde lid, en 14, tweede volzin,
van de Richtlijn 2006/22.
Met deze bekendmaking wordt uitvoering gegeven aan de verplichting van artikel 2,
eerste lid, van de hiervoor genoemde gedelegeerde richtlijn om de nodige wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken op uiterlijk
14 februari 2025.
Deze mededeling zal aan de Europese Commissie worden gestuurd, waarmee uitvoering
wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, van de hiervoor genoemde gedelegeerde richtlijn.
Onderstaande transponeringstabel geeft aan op welke wijze de betreffende gedelegeerde
richtlijn is geïmplementeerd:
|
Bepalingen EU-richtlijn
|
Bepaling in nationale regeling
|
Toelichting
|
|
Artikel 1
|
Er behoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te worden gebracht
|
Wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2006/22/EG.
|
|
Artikel 2
|
Er behoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te worden gebracht
|
Richt zich tot de lidstaat. De bekendmaking van deze Mededeling zal aan de Europese
Commissie worden gestuurd
|
|
Artikel 3
|
Behoeft geen implementatie
|
Betreft de datum van inwerkingtreding van de gedelegeerde richtlijn
|
|
Artikel 4
|
Behoeft geen implementatie
|
De gedelegeerde richtlijn is tot de lidstaten gericht
|
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, DE HOOFDDIRECTEUR BESTUURLIJKE EN JURIDISCHE ZAKEN, G.M. ter Huurne