Mededeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 12 februari 2025, nr. IENW/BSK-2025/37501 inzake de implementatie van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2024/846

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

deelt, overeenkomstig aanwijzing 9.13 van de Aanwijzing voor de regelgeving, mede dat:

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2024/846 van de Commissie van 14 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 en van Richtlijn 2002/15/EG betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU L 2024/846)

is geïmplementeerd door middel van bestaande wetgeving.

Na de wijziging van Bijlage III bij Richtlijn 2006/22/EG als gevolg van implementatie van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2024/846 hoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te worden gebracht. De Inspectie Leefomgeving en Transport is op grond van de krachtens artikel 8:1, derde lid, van de Arbeidstijdenwet vastgestelde Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving, bevoegd om uitvoering te geven aan genoemde richtlijn.

De Inspectie Leefomgeving en Transport is aangewezen als orgaan ter uitvoering van het bepaalde in artikel 7 van Richtlijn 2006/22/EG. Tevens is aan de Inspectie Leefomgeving en Transport opgedragen uitvoering te geven aan, onderscheidenlijk te handelen overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 6, 8, 9, 11, tweede en vierde lid, en 14, tweede volzin, van de Richtlijn 2006/22.

Met deze bekendmaking wordt uitvoering gegeven aan de verplichting van artikel 2, eerste lid, van de hiervoor genoemde gedelegeerde richtlijn om de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken op uiterlijk 14 februari 2025.

Deze mededeling zal aan de Europese Commissie worden gestuurd, waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, van de hiervoor genoemde gedelegeerde richtlijn.

Onderstaande transponeringstabel geeft aan op welke wijze de betreffende gedelegeerde richtlijn is geïmplementeerd:

Bepalingen EU-richtlijn

Bepaling in nationale regeling

Toelichting

Artikel 1

Er behoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te worden gebracht

Wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2006/22/EG.

Artikel 2

Er behoeft geen nieuwe wetgeving tot stand te worden gebracht

Richt zich tot de lidstaat. De bekendmaking van deze Mededeling zal aan de Europese Commissie worden gestuurd

Artikel 3

Behoeft geen implementatie

Betreft de datum van inwerkingtreding van de gedelegeerde richtlijn

Artikel 4

Behoeft geen implementatie

De gedelegeerde richtlijn is tot de lidstaten gericht

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, DE HOOFDDIRECTEUR BESTUURLIJKE EN JURIDISCHE ZAKEN, G.M. ter Huurne

Naar boven