Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 5795 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 5795 | overige overheidsinformatie |
SUBSIDIERONDE 2025
Den Haag, 2025
ZonMw
Inhoudsopgave
|
1 |
Inleiding |
1 |
|
1.1 Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 Indieningsdeadlines |
2 |
|
|
2 |
Doel |
2 |
|
2.1 Doelstelling van het programma |
2 |
|
|
2.2 Doelgroep |
2 |
|
|
2.3 Impact |
2 |
|
|
3 |
Voorwaarden voor aanvragers |
3 |
|
3.1 Wie kan aanvragen |
3 |
|
|
3.2 Wat kan worden aangevraagd |
5 |
|
|
3.3 Het opstellen en indienen van het projectidee en de uitgewerkte aanvraag |
6 |
|
|
3.4 Indieningsvoorwaarden |
7 |
|
|
3.5 Subsidievoorwaarden |
8 |
|
|
4 |
Beoordelingsprocedure |
10 |
|
4.1 De San Francisco Declaration (DORA) |
11 |
|
|
4.2 Procedure |
11 |
|
|
4.3 Criteria |
15 |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
17 |
|
5.1 Aanvullende voorwaarden |
17 |
|
|
6 |
Contact en overige informatie |
19 |
|
6.1 Contact |
19 |
|
|
6.2 Overige informatie |
19 |
|
|
7 |
Bijlagen |
19 |
|
7.1 Toelichting op budgetmodules |
19 |
|
|
7.2 Indexering |
23 |
In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘ZonMw Open Competitie 2025’. ZonMw Open Competitie wordt in opdracht van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) uitgevoerd door ZonMw en valt onder haar verantwoordelijkheid.
U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de financiële bijlage.
Vrij, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek vormt de basis voor het begrijpen van de wereld om ons heen – voor vooruitgang en ontwikkeling. ZonMw stimuleert daarom nieuwsgierigheidsgedreven en innovatief fundamenteel onderzoek op het gebied van (bio)medisch en gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.
Gezondheidsonderzoek omvat het onderzoek naar vóórkomen, ontstaan, herkennen en preventie van ziekten, behandeling van ziekten, verlichting van ziektelast, en functioneren van het systeem van de gezondheidszorg. Het doel ervan is een bijdrage te leveren aan bevordering van de gezondheid of verlichting van ziektelast. Het omvat het hele werkterrein van het medisch-biologisch -, het klinisch wetenschappelijk -, het populatie – en het (zorg)stelselonderzoek.
NWO heeft een nieuwe subsidieregeling. De aanpassingen hebben te maken met een veroudering van de NWO Subsidieregeling 2017. Deze is nu aangepast naar de huidige wet- en regelgeving. Vanaf 2025 maakt het ZonMw Open Competitie programma gebruik van deze nieuwe regeling.
Aanvragers ontvangen tijdig het voorgenomen advies op hun projectidee van de beoordelingscommissie. Hierop krijgen aanvragers met een voorlopig negatief advies een aantal werkdagen de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om correctie van een feitelijke onjuistheid. Deze optie is niet bedoeld om aanvullende, nieuwe informatie betreffende de aanvraag te verstrekken of vragen te stellen aan de beoordelingscommissie. Met inachtneming van deze verzoeken beoordeelt de beoordelingscommissie of zij aanleiding ziet om haar voorgenomen advies te wijzigen. Daarna wordt de definitieve prioritering vastgesteld en volgt een besluit tot uitwerking tot een volledige aanvraag.
Het budget voor de ronde 2025 is € 24.000.000. Daarnaast stelt het ZonMw Onderzoeksprogramma Dementie (OPD) extra budget met een maximum van € 1.000.000 beschikbaar (zie ook paragraaf 3.2) Een eventueel restbedrag vloeit terug naar het programma OPD. Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt hiermee in totaal € 25.000.000.
Bij het indienen van uw aanvraag in Mijn ZonMw dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De deadline voor het indienen van een projectidee1 is dinsdag 3 april 2025 voor 14.00 uur CE(S)T. De deadline voor het indienen van een uitgewerkte aanvraag2 is donderdag 11 september 2025, voor 14.00 uur CE(S)T.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de impact.
Het doel van ZonMw Open Competitie is ruimte creëren voor nieuwsgierigheidsgedreven, creatieve samenwerking die leidt tot grensverleggende wetenschap van uitzonderlijke kwaliteit op het terrein van gezondheidsonderzoek. ZonMw Open Competitie kent geen thematische beperking en richt zich op potentieel baanbrekende onderzoeksaanvragen in alle wetenschappelijke disciplines met een vraag- of probleemstelling op het (grens)gebied van fundamenteel (bio)medisch onderzoek naar gezondheidszorg en innovatie. De verwachte uitkomst van een aanvraag is primair fundamentele wetenschappelijke verdieping (kennisvermeerdering, model- en theorievorming) binnen een innovatieve samenwerking tussen onderzoeksgroepen (team science). Daarnaast is impact een belangrijke criterium (zie ook paragraaf 4.3). Aanvragen kunnen monodisciplinair, multidisciplinair of interdisciplinair van aard zijn, gegeven dat er een duidelijke focus op fundamenteel (bio)medisch onderzoek is.
ZonMw Open Competitie is specifiek bedoeld voor het initiëren en opzetten van nieuwe onderzoekslijnen door originele en creatieve bundeling van expertises, die elkaar niet vanzelfsprekend verrijken, te stimuleren. Voor dergelijke innovatieve en nieuwsgierigheidsgedreven team science is van belang de synergetische samenstelling en diversiteit van een team met betrekking tot ervaring, gender, en affiliaties goed te beschrijven. Hierbij is complementariteit in (technische) vaardigheden en expertise van individuele teamleden ook van belang. Zie beoordelingscriterium B voor inhoudelijke voorwaarden (paragraaf 4.3).
Veel wetenschappelijk onderzoek raakt aan belangrijke vraagstukken in onze samenleving, cultuur en economie. Het potentiële, bij voorkeur breed uitstralende, effect van het gekozen onderzoek op de wetenschap en maatschappij is een belangrijk onderdeel van ZonMw Open Competitie. Kennisbenutting kan gaan om resultaten en conclusies, maar ook over andere kennis in zorgonderzoek. Denk hierbij aan kennis over de methoden van onderzoek inclusief apparatuur gebruik, data en data infrastructuren, theoretische verrijking door multidisciplinaire inzichten, of juist kennis op operationeel niveau. ZonMw vraagt daarbij om plannen voor het delen van onderzoeksresultaten buiten de wetenschappelijke gemeenschap, ook als een concrete toepassing in de nabije toekomst niet denkbaar of haalbaar zou zijn. ZonMw hecht hierbij aan creatieve kennisbenuttingsstrategieën om stakeholders te inspireren en mobiliseren, evenals om gebruikers en effectieve eindgebruikers te laten participeren aan wetenschappelijke en maatschappelijke impact.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).
Onderzoekers mogen als hoofdaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:
− universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
− universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
− KNAW- en NWO-instituten;
− het Nederlands Kanker Instituut;
− het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
− NCB Naturalis;
− Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
− Prinses Máxima Centrum.
Personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de aanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project. Aanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.
Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de onderzoeksorganisaties vermeld in deze paragraaf, en aan andere onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling en die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden.
De organisatie dient:
− in Nederland gevestigd te zijn3;
− een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn;
− zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling;
− te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
NWO financiert onder deze Call for proposals geen onderzoeksorganisaties die zich in de hoofdzaak bezighouden met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door ZonMw/NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of een organisatie aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen. ZonMw/NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun. Deze toets dient ook uitgevoerd te worden als een organisatie binnen een ander NWO of ZonMw programma is getoetst en werd toegestaan als medeaanvrager.
De organisatie van de beoogde medeaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan opencompetitie@zonmw.nl (dus uiterlijk 20 maart voor 14:00:00 CE(S)T) de volgende documenten aan:
− een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
− de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
− de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring4
− de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan ZonMw/NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager. Indien de organisatie van de beoogde medeaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan ZonMw/NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Als in de uitgewerkte aanvraag nieuwe medeaanvragers toegevoegd worden aan het consortium en deze nieuwe medeaanvragers niet verbonden zijn aan een instelling vermeld in deze paragraaf dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. Ook hiervoor geldt dat de organisatie van de beoogde medeaanvrager uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail (dus uiterlijk 28 augustus voor 14:00:00 CE(S)T) in ieder geval de volgende documenten aanlevert:
− een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
− de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
− de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring4;
− de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Een onderzoeksorganisatie die voorafgaand aan het indienen van een projectidee is getoetst en goedgekeurd als medeaanvrager, hoeft voorafgaand aan het indienen van de uitgewerkte aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Hoofdaanvrager:
• Hoofdaanvragers moeten minimaal 15 jaar geleden gepromoveerd zijn op het moment van de deadline van het projectidee. De datum op de doctorsbul is hiervoor bepalend. Deze voorwaarde geldt niet voor mede-aanvragers.
Hoofd- en medeaanvragers:
• Een onderzoeksteam:
○ bestaat uit één hoofdaanvrager en minimaal één medeaanvrager;
○ dient te voldoen aan de omschrijving van de doelgroep (paragraaf 2.2).
• Hoofd- en medeaanvragers mogen slechts bij één ZonMw Open Competitie aanvraag in ronde 2025 betrokken zijn;
• Hoofd- en medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en dienen een significant deel van het budget, passend bij het beschreven onderzoek, aan te vragen. Niet-gebudgetteerde betrokkenen fungeren als adviseur en worden niet opgevoerd als lid van het onderzoeksteam in Mijn ZonMw.
Uitgesloten als hoofdaanvrager zijn:
• Onderzoekers die in de Vici subsidieronde 2025 een aanvraag hebben ingediend én uitgenodigd zijn voor het indienen van een uitgewerkte aanvraag bij ZonMw;
• Onderzoekers die in de ronde 2022, 2023, 2024 of 2025 een ZonMw Open Competitie subsidie of Vici bij ZonMw of één van de andere NWO domeinen toegewezen hebben gekregen.
De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via Mijn ZonMw, het elektronische indiensysteem van ZonMw. Tijdens het beoordelingsproces communiceert ZonMw met de hoofdaanvrager. Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor ZonMw. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
Per project is maximaal € 800.000 subsidie aan te vragen. Daarnaast is het mogelijk om een optionele investeringsmodule van minimaal € 100.000 tot maximaal € 250.000 in te dienen bovenop de maximaal aan te vragen subsidie. Het maximaal aan te vragen subsidiebedrag voor aanvragen met een investeringsmodule is daarmee € 1.050.000. De maximale looptijd van het voorgestelde project is minimaal 48 tot maximaal 60 maanden. De aanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in hoofdstuk 7.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, postdoc, arts-onderzoeker, niet-wetenschappelijk personeel (NWP), overige wetenschappelijk personeel (OWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).
• Er kunnen maximaal 3 posities worden aangevraagd voor het type functie: promovendus, postdoc en arts-onderzoeker.
• Er kan maximaal € 100.000 worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP)
• bij universiteiten.
• Er kan maximaal € 100.000 worden aangevraagd voor overig wetenschappelijk personeel (OWP) bij universiteiten.
• Er kan voor ten hoogste 5% van het subsidiebedrag voor vervanging worden aangevraagd.
Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2- instituten, en overige organisaties. Er kan maximaal € 100.000 worden aangevraagd voor dit type functie. Financiering verloopt volgens de geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven Salaristabellen | NWO.
Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.1. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.
Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren voor wetenschappelijk personeel. Dit is maximaal 50% van het totale aangevraagde budget. Een uitzondering is een samenwerking met Luxemburg (FNR), waarbij maximaal € 500.000 bovenop het ZonMw budget mag worden aangevraagd.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het subsidiebedrag dat gealloceerd is voor personele kosten. Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan worden opgevoerd als onderdeel van de investering. De tarieven en voorwaarden van Personeel zijn hierbij van toepassing en de kosten moeten worden opgevoerd als Investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1.
Er zijn twee typen investering die gedaan kunnen worden. Zie hoofdstuk 7 voor meer informatie.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,5 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.
Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is verplicht om van deze module gebruik te maken.
NWO en ZonMw hebben afspraken gemaakt met het Fonds National de la Recherche (FNR) in Luxemburg over de samenwerking met Luxemburgse onderzoekers in ZonMw Open Competitie projecten. Onderzoekers uit Luxemburg betrokken bij een ZonMw Open Competitie aanvraag met een Luxemburgse component moeten voldoen aan de voorwaarden van het FNR INTER programma (https://www.fnr.lu/funding-instruments/inter/) en worden verzocht ruim voor de deadline contact op te nemen met de FNR. ZonMw beoordeelt een aanvraag in zijn geheel, zijnde een reguliere ZonMw Open Competitie aanvraag en in afstemming met de FNR. Neem contact op met ZonMw voor meer informatie of indien een Luxemburgse component overwogen wordt in de aanvraag. Aanvullende informatie is te vinden op de FNR website en in Module 1I ‘Bilaterale overeenkomst met Luxemburg’ (hoofdstuk 7).
ZonMw heeft afspraken gemaakt met het Onderzoeksprogramma Dementie (OPD) over aanvragen die zich thematisch richten op het onderwerp dementie. Vooropstaand dient een aanvraag te voldoen aan de doelstelling en reguliere voorwaarden van ZonMw Open Competitie zoals beschreven in deze Call for proposals. Een aanvraag komt in aanmerking wanneer zij daarnaast past binnen één van de volgende OPD thema’s: werkpakket 1 ‘Fundamenteel onderzoek’, werkpakket 2 ‘Risicoreductie’, werkpakket 3 ‘Diagnostiek (en prognostiek)’ en werkpakket 5 ‘Jonge mensen met dementie’.
ZonMw beoordeelt deze aanvragen als zijnde een reguliere ZonMw Open Competitie aanvraag. In ieder geval zal de hoogst geprioriteerde aanvraag, die is gericht op dementie en voldoet aan de gestelde beoordelingscriteria in deze Call for proposals, uit het OPD budget worden gefinancierd. De overige aanvragen gaan mee in de reguliere procedure van prioritering en toewijzing.
Voor het opstellen van uw projectidee en uitgewerkte aanvraag (indien uitgenodigd) doorloopt u de volgende stappen:
− download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem Mijn ZonMw of vanaf de website van ZonMw (op de website van het betreffende financieringsinstrument);
− vul het aanvraagformulier in de Engelse taal (verplicht);
− sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in Mijn ZonMw in;
− vul de online in Mijn ZonMw de gevraagde gegevens in.
Bijlage(n) voor het projectidee:
− formulier non-referenten (maximaal 3 namen; optioneel);
− verklaring aanstelling en projectbegeleiding;
− verklaring onderzoeksorganisatie (enkel voor nieuw te toetsen organisaties).
Bijlage(n) voor de uitgewerkte aanvraag:
− begroting (Excel; de bedragen moeten overeenkomen met de module in Mijn ZonMw);
− verklaring aanstelling en projectbegeleiding (enkel voor nieuw toegevoegde leden);
− verklaring onderzoeksorganisatie (enkel voor nieuw te toetsen organisaties);
− verklaring reguliere cofinanciering (verplicht indien een in kind/in cash bijdrage is opgevoerd);
− verklaring cofinanciering investeringsmodule (verplicht indien van toepassing).
De bijlage dient conform het door ZonMw aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in Mijn ZonMw geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als bundel pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in Mijn ZonMw. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem Mijn ZonMw. Aanvragen die niet via Mijn ZonMw zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke Mijn ZonMw-account in te dienen.
Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in Mijn ZonMw:
− indien u nog geen Mijn ZonMw-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
− nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door ZonMw toegevoegd worden aan Mijn ZonMw;
− u moet ook online nog gegevens invoeren.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt ZonMw niet in behandeling. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de Mijn ZonMw-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Voor deze Call for proposals geldt dat de aanvraag moet passen binnen het domein ZonMw. Bedenk daarom tijdig of de aanvraag inhoudelijk past. Bij twijfel, bijvoorbeeld omdat de aanvraag een (deels) domein-overstijgend karakter heeft, neem dan ruim voor de deadline contact op met de contactpersoon van het programma. Deze persoon kan adviseren over de inhoudelijke aansluiting van de aanvraag bij deze Call. De definitieve keuze voor indiening is echter aan het aanvragende onderzoeksteam. Voor contactgegevens zie paragraaf 6.1.
ZonMw toetst elk projectidee en uitgewerkte aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. De hoofdaanvrager wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden zijn:
− de hoofdaanvrager en mede-aanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;
− de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
− het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;
− de aanvraag is ingediend via het Mijn ZonMw-account van de hoofdaanvrager;
− de aanvraag is ontvangen vóór de gestelde deadline;
− de aanvraag is in het Engels opgesteld;
− de aanvraagbegroting bij de uitgewerkte aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld;
− het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 48 en maximaal 60 maanden;
− alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet, volgens de instructies ingevuld en volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing. Daaruit volgt dat toegekende projecten van start dienen te gaan binnen zes maanden na dagtekening van het subsidieverleningsbesluit.
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. ZonMw verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door ZonMw zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. ZonMw hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan middels de datamanagementparagraaf (in de uitgewerkte aanvraag) en het datamanagementplan na toewijzing van de subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvragers om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvragers dienen er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat ZonMw een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home - ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
ZonMw onderschrijft de code Openheid Dierproeven en de code Biosecurity. De aanvragers dienen de bestaande codes te onderschrijven en na te leven. Indien in de aanvraag dierexperimenteel onderzoek is opgenomen, dan is het gebruik van de ARRIVE guidelines verplicht. Een duidelijke onderbouwing van het gebruik van deze richtlijn behoort in het plan van aanpak te worden opgenomen. De ARRIVE guidelines zijn bedoeld als richtlijn voor publicaties, maar kan ook worden gebruikt als richtlijn van voorwaarden voor goed dierexperimenteel onderzoek (zoals randomiseren, blindering, goede statistische- en methodologische onderbouwing). Deze richtlijn is te vinden op de website Equator Network. Kijk hierbij ook op de websites van Experimental design assistent (EDA) en PREPARE.
Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.
Aanvullende definities:
− cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;
− cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door ZonMw verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.
Cofinancieringseis investeringsmodule
Cofinanciering is bij aanvragen in deze Call for proposals mogelijk. Uitsluitend bij gebruik van de investeringsmodule (minimaal 25% in cash van het totaal aangevraagd bedrag van de module) is cofinanciering verplicht. In alle gevallen dient door de onderzoeksinstelling en/of een derde partij bij het indienen van de uitgewerkte aanvraag (dus nog niet bij het projectidee) een Verklaring cofinanciering bijgevoegd te worden die ondertekend is door een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de co financierende partij. Dit kan via een Matching Declaration for Investment of een Letter of Commitment. Hierbij is van belang dat deze partij in dit formulier de omvang van de bijdrage in euro’s expliciet toezegt. Het innen van de cofinanciering verloopt via de organisatie van de aanvrager/projectleider. Cofinancieringsverklaringen zijn onvoorwaardelijk en bevatten geen ontbindende bepalingen. Een verplicht format voor de cofinancieringsverklaring vindt u op de financieringspagina van dit instrument. Cofinancieringsverklaringen worden niet doorgestuurd naar commissieleden en worden niet beoordeeld.
Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:
− ZonMw is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;
− cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de aanvrager. De aanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.
Niet toelaatbaar als cash cofinanciering zijn6:
− door NWO verstrekte subsidie
Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers
In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de uitgewerkte aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. ZonMw stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de ZonMw website en in Mijn ZonMw. In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1.2).
Verantwoording cofinanciering cash en in kind
De verhouding tussen cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door ZonMw verstrekte subsidie in deze Call for proposals is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat ZonMw verstrekt omdat zowel de bijdrage van ZonMw als cash cofinanciering voor dezelfde project specifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).
Ambtshalve indexeren als gevolg van andere geldende tarieven na indiening heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de ZonMw bijdrage. ZonMw gaat daarvoor uit van de verhouding in de door ZonMw geaccepteerde aanvraagbegrotingen.
Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.
In geval van gedeeltelijk geleverde cofinanciering in cash (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat ZonMw voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.
Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door ZonMw verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde in cash cofinanciering, is de ZonMw bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de ZonMw bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.
Te allen tijde dient ZonMw op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan ZonMw ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken ZonMw- medewerkers is de ZONMW Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).
ZonMw en NWO streven naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (www.nwo.nl/diversiteit-en-inclusie). NWO en ZonMw stimuleren referenten en leden van een beoordelingscommissie/jury actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO en ZonMw voorzien hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
ZonMw is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
ZonMw gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.
ZonMw verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet vermeld worden in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten vermeld worden, zoals datasets, patenten, software en code, enzovoort.
Voor meer informatie over wat ZONMW doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
− indiening van het projectidee;
− in behandeling nemen van het projectidee;
− beoordeling van het projectidee;
− besluit;
− indiening van de uitgewerkte aanvraag;
− in behandeling nemen van de uitgewerkte aanvraag;
− peer review door referenten;
− weerwoord;
− interviewselectie;
− besluit;
− interview;
− vergadering van de beoordelingscommissie;
− besluitvorming.
Voor deze Call for proposals heeft het ZonMw bestuur een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld afkomstig uit verschillende (bio)medische disciplines. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call.
Voor indiening van het projectidee en uitgewerkte aanvraag zijn standaardformulieren beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de ZonMw website en in Mijn ZonMw. Hierbij moet u zich houden aan de vragen die in deze formulieren staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Alle ingediende aanvragen staan met elkaar in onderlinge competitie. De beoordeling vindt plaats in twee stappen:
Voor deze Call for proposals is het indienen van een projectidee verplicht. Een projectidee is een beknopte aanvraag. Het ingevulde projectidee moet voor de deadline via Mijn ZonMw zijn ontvangen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van het projectidee een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw vooraanmelding heeft ingediend, hoort u of ZonMw uw projectidee in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4.1). Alleen als uw projectidee hieraan voldoet, kan ZonMw deze in behandeling nemen.
Houd er rekening mee dat ZonMw binnen twee weken na de indieningsdeadline de hoofdaanvrager kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
De beoordelingscommissie beoordeelt de projectideeën aan de hand van de criteria vergelijkenderwijs en prioriteert deze, zonder gebruik te maken van externe referenten. Zij selecteert en formuleert haar commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria en geven de vooraanmelding een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
Aanvragers ontvangen het voorgenomen advies van de beoordelingscommissie. Aanvragers met een negatief voorgenomen advies ontvangen daarbij de motivering van de beoordelingscommissie. Indien een aanvrager van mening is dat de motivering een feitelijke onjuistheid bevat, dan heeft de aanvrager een aantal werkdagen de tijd om tot een correctie daarvan te verzoeken, via het daarbij aangeleverde format. Deze optie is niet bedoeld om aanvullende, nieuwe informatie betreffende de aanvraag te verstrekken of vragen te stellen aan de commissie. Met inachtneming van deze verzoeken beoordeelt de beoordelingscommissie of zij aanleiding ziet om haar voorgenomen advies te wijzigen. Daarna wordt de definitieve prioritering vastgesteld.
De beoordeling van het projectidee resulteert in een besluit om het projectidee al dan niet verder uit te werken. Het advies van de beoordelingscommissie over de projectideeën wordt ter besluitvorming aan het ZonMw bestuur voorgelegd. Het ZonMw bestuur toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het ZonMw bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit welke aanvragers worden uitgenodigd om hun projectidee uit te werken en welke aanvragers geen uitgewerkte aanvraag mogen indienen.
De hoogst geprioriteerde aanvragers ontvangen tijdig een besluit om het projectidee uit te werken en dat zij voor de deadline een uitgewerkte aanvraag mogen indienen. De overige aanvragers ontvangen een besluit dat zij geen uitgewerkte aanvraag mogen indienen. Deze aanvragers hebben niet de mogelijkheid om in dat geval toch een aanvraag in te dienen. Het aantal uit te nodigen aanvragers wordt bepaald aan de hand van het beschikbare budget. Als richtlijn geldt dat ongeveer twee tot drie keer zoveel aanvragen worden uitgewerkt als er uiteindelijk kunnen worden toegewezen.
De uitgewerkte aanvraag dient een uitwerking te zijn van het beoordeelde projectidee; significante wijzigingen in de onderzoeksopzet en onderzoeksteam zijn daarmee niet toegestaan tenzij dit blijkt uit het preadvies van het projectidee.
Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de ZonMw website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via Mijn ZonMw zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of ZonMw uw aanvraag in behandeling neemt. ZonMw bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4.1). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan ZonMw deze in behandeling nemen.
Houdt er rekening mee dat ZonMw u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Voordat de beoordelingscommissie zich over de uitgewerkte aanvraag buigt, vraagt ZonMw eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (hoofdstuk 4).
Het is mogelijk om maximaal drie non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non-referenten opgeven in Mijn ZonMw als aparte bijlage, tegelijk met het indienen van het projectidee. ZonMw zal deze non-referenten niet benaderen om als externe referent de uitgewerkte aanvraag te beoordelen.
De hoofdaanvrager ontvangt geanonimiseerde referentenrapporten. Het onderzoeksteam heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. De hoofdaanvrager krijgt tien werkdagen de tijd om het weerwoord via Mijn ZonMw in te dienen. Mocht het onderzoeksteam besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient de hoofdaanvrager dit zo spoedig mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in Mijn ZonMw in te trekken. Indien ZonMw uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.
Hierna wordt de aanvraag, de referentenrapporten en het weerwoord voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een inhoudelijk goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar dat de beoordelingscommissie zelfstandig een oordeel vormt over de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (hoofdstuk 4) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
De aanvragen, de referentenoordelen en het weerwoord worden aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging die resulteert in een prioritering.
Tijdens de interviewselectievergadering stelt de beoordelingscommissie een advies op welke aanvragen in aanmerking komen voor de categorie ‘hoogst geprioriteerde aanvragen’. Deze aanvragen moeten minimaal voldoen aan onderstaande criteria:
• minimale kwalificatie van ‘relevant’ (score 0,8 of hoger);
• minimale gemiddelde kwalificatie van ‘excellent tot zeer goed’ voor kwaliteit (score van 2,2 of lager);
• minimale gemiddelde kwalificatie van ‘zeer goed’ voor methodologie en investeringsmodule (indien aangevraagd; score van 3,4 of lager);
• positief advies door minimaal drie preadviseurs van de beoordelingscommissie.
Besluit categorie ‘hoogst geprioriteerde aanvragen’
De groep aanvragen die tot de categorie ‘hoogst geprioriteerde aanvragen’ behoort komt in aanmerking voor directe toewijzing zonder interview. Het ZonMw bestuur toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het ZonMw bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over toewijzing van aanvragen die tot deze categorie behoren.
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen, ook nieuwe vragen die nog niet door de referenten zijn opgeworpen. Een afvaardiging van leden, onder wie de hoofdaanvrager, van het onderzoeksteam kan hierop tijdens het interview met de beoordelingscommissie op reageren. Op deze wijze wordt nader hoor en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
De beoordelingscommissie gebruikt de motivatie van de referenten, het verweer van de aanvragers én het interview om tot een zelfstandig oordeel over de beoordelingscriteria van de aanvraag te komen. In de vergadering stelt de beoordelingscommissie een toewijzings- en afwijzingsvoordracht op met het advies aan het ZonMw domeinbestuur over de relevantie, kwaliteit en prioritering van de aanvragen. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie “relevant” krijgen en voor kwaliteit de kwalificatie “zeer goed” krijgen. De afzonderlijke subcriteria moeten elk tenminste de kwalificatie “zeer goed” krijgen. De secties methodologie en investeringsmodule (indien aangevraagd) moeten ook een minimale kwalificatie van “zeer goed” krijgen om voor toewijzing in aanmerking te komen.
Onder ex aequo verstaat ZonMw de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn.
Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond, zal de aanvraag van een vrouwelijke hoofdaanvrager als hoogste eindigen, ter stimulering van het aandeel vrouwen in de wetenschap. Indien de ex aequo blijft bestaan, is de aanvraag met de hoogste deelscore op het subcriterium ‘kwaliteit van onderzoek’ leidend. Blijft de ex aequo hierna nog te bestaan, is de aanvraag met de hoogste deelscore op het subcriterium ‘team’ leidend. Als daarna aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.
Tot slot toetst het ZonMw domeinbestuur de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.
Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat ZonMw het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
Projectidee
|
4 maart 2025, 10.30 uur CEST |
Informatiebijeenkomst |
|
20 maart 2025, 14.00 uur CEST |
Deadline aanleveren stukken toetsing organisatie (indien van toepassing) |
|
3 april 2025, 14.00 uur CEST |
Deadline projectideeën |
|
Eind juni 2025 |
Uitslag voorlopig advies commissie |
|
Medio/eind juni 2025 |
Deadline indienen verzoek tot correctie |
|
Begin juli 2025 |
Besluit projectidee |
Uitgewerkte aanvraag
|
28 augustus 2025, 14.00 uur CEST |
Deadline aanleveren stukken toetsing organisatie (indien van toepassing) |
|
11 september 2025, 14.00 uur CEST |
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
|
Oktober t/m begin november 2025 |
Raadplegen referenten |
|
Medio – eind november 2025 |
Deadline indienen weerwoord |
|
Eind januari 2026 |
Uitslag interviewselectie en besluit categorie ‘hoogst geprioriteerde aanvragen’ |
|
4 & 5 februari 2026 |
Interviews (fysieke bijeenkomst, Utrecht) |
|
Eind maart 2026 |
Besluit ZonMw |
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de criteria voor relevantie en kwaliteit (sectie 5.1. en 5.2).
De relevantie van een aanvraag voor de ZonMw Open Competitie wordt beoordeeld door de beoordelingscommissie. Het doel van dit criterium is het selecteren van de projectideeën die het beste passen binnen de doelstellingen van de Call for proposals, zoals beschreven in sectie 2:
• innovatieve (grensverleggende) fundamentele biomedische of gezondheidswetenschap met een breed uitstralend effect op de wetenschap en/of maatschappij;
• team science: synergetische en creatieve samenwerking tussen onderzoeksgroepen, vernieuwend in samenstelling en inhoud (zie ook sectie 2.2); blijkend uit het feit dat de leden van het team niet eerder op het beschreven onderwerp hebben samengewerkt of gezamenlijk hebben gepubliceerd.
Naast het criterium relevantie, wordt de kwaliteit van een aanvraag in de beoordeling van de volgende drie criteria als volgt gewogen:
− Projectidee:
A. Wetenschappelijke kwaliteit (60%);
B. Kwaliteit van het onderzoeksteam (40%).
− Uitgewerkte aanvraag:
A. Wetenschappelijke kwaliteit (50%);
B. Kwaliteit van het onderzoeksteam (30%);
C. Kennisbenutting en Participatie (20%).
Daarnaast dienen bij de uitgewerkte aanvraag de onderdelen Methodologie en Investeringsmodule een minimale kwalificatie ‘goed’ te krijgen om voor toewijzing in aanmerking te komen. De scores van deze onderdelen worden echter niet meegewogen in het gemiddelde van de eindscore voor kwaliteit.
− Hoge vernieuwende waarde qua wetenschappelijke inhoud;
− Originele vraagstelling met de potentie tot een baanbrekende bijdrage aan de wetenschap;
− Integreert alle relevante invalshoeken voor de centrale vraagstelling. De potentie van het project als geheel overstijgt duidelijk de som der delen;
− Het onderzoeksproject is gefocust, optimaal samenhangend, met een doeltreffend plan van aanpak;
− Doeltreffendheid en solide methodologie;
− Haalbaarheid, risicoanalyse en back-up plan.
− Tot het team behoren onderzoekers met een sterke (inter)nationaal wetenschappelijk positie. Deze deskundige en vernieuwende onderzoekers zijn in staat om een zeer belangrijke en unieke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van hun vakgebied(en);
− De samenstelling van het onderzoeksteam op groeps- en individueel niveau en de aanwezige expertise zijn uitstekend afgestemd op de uitvoering van het voorgestelde onderzoeksproject;
− De samenstelling van het team is synergetisch: de expertise van de verschillende projectleden is complementair en aanvullend;
− Indien van toepassing, is de samenwerking met de buitenlandse medeaanvrager noodzakelijk;
− De hoofdaanvrager van het team bezit aantoonbare capaciteiten om teams en samenwerkingsverbanden te leiden en te inspireren en vormt samen met de rest een evenwichtig team;
− Het team is optimaal samengesteld en toegesneden op de inhoud en de uitvoering van het voorgestelde onderzoeksproject met voldoende aandacht voor de individuele rollen in onderzoek maar ook management, onderwijs/opleiding en kennisbenutting. Specifiek vraagt ZonMw hierbij aandacht voor inclusiviteit, bijvoorbeeld waar het gaat om mate van senioriteit, gender en etnische diversiteit.
Kennisbenutting gaat over het delen en/of (door)ontwikkelen van kennis in samenspraak met onderzoekers uit eigen of andere disciplines, stakeholders en/of (eind)gebruikers. ZonMw stimuleert ook het vroegtijdig betrekken (participatie) van belanghebbenden en, indien mogelijk, de einddoelgroep of eindgebruiker met ervaringskennis bij een project. Aangezien kennisbenutting en participatie veel verschillende vormen kent, is het aan de aanvrager om te specificeren welke doelen relevant zijn, welke strategie erbij past, en welke aanpak en middelen daarvoor nodig zijn. ZonMw realiseert zich echter ook dat kennisbenutting en participatie niet voor alle onderzoeksresultaten van toepassing zijn. Indien kennisbenutting en/of participatie niet relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek is dit – mits goed gemotiveerd – ook mogelijk. Uitgaande van de programmadoelen zijn drie focuspunten van kennisbenutting en participatie relevant:
1) Kennisbenutting en participatie in de wetenschap, breed uitstralend. Hieronder vallen de volgende criteria:
− Betrekken, informeren en integreren van nieuwe kennis, resultaten en inzichten in diverse wetenschappelijke disciplines, zowel nationaal als internationaal;
− Participatie om onderzoekscreativiteit te voeden en om kwaliteit te versterken is onderdeel van de strategie;
− Mogelijkheden voor disseminatie via Open Science strategieën worden beschreven;
− Delen van opgedane kennis van de investeringsmodule (indien van toepassing) is onderdeel van de strategie.
2) Kennisbenutting en participatie ten behoeve van innovatie en valorisatie. Hieronder vallen de volgende criteria:
− Er is sprake van een duidelijke visie, inclusief concrete en haalbare plannen, op de potentiële impact, toepassingen en doorontwikkeling in gebieden binnen en buiten de wetenschap, ook als dit pas op langere termijn is;
− Mogelijkheden tot valorisatie worden verkend.
3) Kennisbenutting en participatie richting praktijk, onderwijs, beleid, bedrijfsleven en samenleving in het algemeen. Hieronder vallen de volgende criteria:
− Informeren en implementeren van kennis en resultaten bij betrokken en voor het project relevante partijen is onderdeel van de strategie. Voorbeelden van partijen zijn:
a. Patiënten, praktijkorganisaties en professionals;
b. beleid en onderwijs;
c. culturele instellingen;
d. bedrijfsleven;
e. burgers als grote groep met mogelijke focus op bepaalde subgroepen;
Bij de beoordeling van de methodologie speelt een beschrijving van onderstaande criteria een rol:
− Het soort onderzoek – bijvoorbeeld kwalitatief en/of kwantitatief onderzoek;
− Kernonderdelen van de studieopzet;
− Powerberekening (waar toepasbaar) inclusief statistische methoden en onderbouwing, theoretische en/of empirische argumenten;
− De datakenmerken – waaronder de inclusie- en exclusiecriteria, mogelijke bias en confounders;
− Methode van data verzameling en uitkomstmaten;
− Data-analyse en gebruikte (statistische) tools;
− De validiteit, betrouwbaarheid (accuraat) en reproduceerbaarheid van de gebruikte methodologie/technieken om de onderzoeksvragen te beantwoorden.
− Een duidelijke beschrijving hoe in de opzet, uitvoering, analyse en rapportage van resultaten rekening zal worden gehouden met sekse, gender en diversiteit (etniciteit, leeftijd, sociaal- economische status en seksuele geaardheid). Indien bepaalde vormen van diversiteit niet relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek of als het praktisch niet mogelijk is om rekening te houden met verschillen tussen subgroepen, wordt dit duidelijk onderbouwd.
Raadpleeg de rapportagestandaarden van de betreffende vakgebieden om de methodologie rigoureus te beschrijven. Bestaande rapportagerichtlijnen kunnen als inspiratie gebruikt worden om dit gedeelte aan te passen naar de behoeften van het voorstel: https://www.equator-network.org/reporting-guidelines/. Daarnaast kunnen de SAGER-richtlijnen geraadpleegd worden als inspiratie voor het integreren van sekse en gender in het plan van aanpak. Op de ZonMw-website is ook informatie te vinden over sekse, gender en diversiteit in onderzoek.
De Investeringsmodule is een subsidie voor het opzetten van een middelgrote infrastructuur. Een aanvraag komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien sprake is van een evident wetenschappelijk belang en van ten minste lokale en waar mogelijk nationale draagwijdte (bijvoorbeeld via medegebruik door onderzoekers van andere instellingen). Bij de beoordeling spelen onderstaande criteria een belangrijke rol:
Wetenschappelijke kwaliteit
− belang, urgentie en innovatie van de investering voor de aanvraag en voor het desbetreffende onderzoeksterrein;
− technologische vernieuwing;
− technische haalbaarheid en doeltreffendheid van de investering;
− kwaliteit en competentie projectgroep ten opzichte van de investeringsmodule.
Lokaal en nationaal belang
− potentiële impact voor lokaal en nationaal belang;
− toegankelijkheid (ook op langere termijn) voor onderzoekers anders dan de direct betrokken aanvragers en de betreffende regeling;
− afstemming met andere groepen op het desbetreffende terrein;
− inbedding van de investering in de (langere termijn) onderzoeksstrategie van de instelling.
Financiële/technische aspecten
− mate van medefinanciering en de verhouding tot de omvang en doelstellingen van het project;
− noodzaak van aangevraagde en als eigen bijdrage opgevoerde personeel;
− verzekering van huisvesting van de investering;
− inbedding van de investering in een adequate setting binnen de instelling;
− management- en exploitatieplan van de investering;
− risicoanalyse inclusief voorstel voor mogelijke oplossingen.
Effectiviteit van de investering
− verhouding omvang van de investering en het aantal gebruikers/het gebruik;
− de verwachte bezettingsgraad van de investering;
− continuïteit van de investering na de subsidieperiode;
− toekomstplan voor vervanging/modernisering.
Kennisbenutting/participatie: potentie en implementatie
− de mate waarin realisatie van de investering bijdraagt tot (technologische) innovatie bij bedrijven of in de maatschappij;
− de mate waarin mogelijk verkregen resultaten met de investering bijdragen aan belangrijke wetenschappelijke, technologische of maatschappelijke ontwikkelingen;
− plan van aanpak om opbrengsten die voortvloeien uit het gebruik van de faciliteit ten goede te laten komen aan de potentiële kennisgebruikers;
− betrekken van potentiële kennisgebruikers betrokken bij ontwerp, realisatie en gebruik van de faciliteit en zo ja, hoe gebeurt dit?;
− de verwachte termijn voor mogelijke kennisbenutting en participatie.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.
Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR (vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar) gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd. Uiterlijk zes maanden na toewijzing van de aanvraag moet dat plan zijn ingediend bij ZonMw. ZonMw beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door ZonMw is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementplan van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Aanvragers moeten een door ZonMw gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door ZonMw gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.
Consortium- of sponsorovereenkomst
Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. Goedkeuring door ZonMw is noodzakelijk voordat een project kan starten. Indien ZonMw de consortiumovereenkomst niet accepteert, kan geen subsidie worden verleend.
De (model) consortiumovereenkomst van NWO zal beschikbaar worden gesteld aan de toegewezen aanvragen. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2024.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.
Als ondertekenaar van de Berlin Declaration on Open Access to Knowlegde in the Sciences and Humanities (2003) zetten ZonMw en NWO zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat voortkomt door financiering van NWO vrij beschikbaar te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft ZonMw invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek open access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
− publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
− publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
− publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open access.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.
Op de website van ZonMw Open Competitieis de meest recente informatie over de huidige ronde te vinden. Daar staat ook een document met antwoorden op veel gestelde vragen (FAQ) die u kunt raadplegen alvorens contact op te nemen met ZonMw.
Voor inhoudelijke vragen kunt u het programmateam mailen via opencompetitie@zonmw.nlof telefonisch contact opnemen via +31 (0)70 349 50 50.
Bij technische vragen met betrekking tot het gebruik van Mijn ZonMw kunt u contact opnemen met de ZonMw Servicedesk. Raadpleeg eerst deze handleiding voordat u de Servicedesk om advies vraagt. De ZonMw Servicedesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0)70 349 51 76. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via servicedesk@zonmw.nl.
ZonMw verwerkt de persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de ZonMw privacyverklaring, zie ZonMw Privacy.
In deze Call for Proposals zijn de modules Personeel (1), Materieel krediet (2) en Kennisbenutting (4) verplicht en kunnen zo vaak worden aangevraagd als nodig is voor het beoogde onderzoek binnen de maximaal aan te vragen subsidie. De module Investeringen (3) is optioneel.
Financiering geschiedt volgens de UNL-tarieven, NFU of HOT-tarieven ten gelde bij aanvang van het project.
Alle onderdelen van de begroting moeten in verhouding tot het onderzoek staan, te motiveren in de uitgewerkte aanvraag. Stel dit budget samen op met een financial controller van het aanvragend instituut.
Module 1A: Promovendus
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1 van de NWO Subsidieregeling. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.
Module 1B: Postdoc
Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1. Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van NFU. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart. Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.
Module 1C: Arts-onderzoeker
Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts- onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts- onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van NFU. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.
Module 1D: Overig wetenschappelijk personeel (OWP)
Per aangevraagde promovendus, postdoc of arts-onderzoeker kan maximaal € 100.000 aan OWP worden aangevraagd. Per module gelden de volgende voorwaarden:
Financiering voor de aanstelling van overig wetenschappelijk personeel, zoals AIOS (arts in opleiding tot specialist, ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist), of mensen met een universitaire master of titel drs. of ir., (bijv. data scientist, methodoloog) kan alleen aangevraagd worden in combinatie met een promovendus of postdoc. De aanstelling bij 1 fte is maximaal 48 maanden en bij deeltijd maximaal 60 maanden. De minimale omvang van de aanstelling is 0,5 fte gedurende 12 maanden. Deze inzet kan wel over een langere of kortere periode gespreid worden, bijvoorbeeld over de gehele looptijd van het project. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.
Module 1E: Niet-wetenschappelijk personeel
Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectleiders. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag. De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project. Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of NFU voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Module 1F: Vervanging van de aanvrager
In deze call kan voor aanvragers vervanging worden aangevraagd tot een maximum van 5% van het totaal aangevraagd budget. Deze module geldt alleen voor aanvragers gevestigd in Nederland. Per vervangingspost gelden de volgende voorwaarden:
Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.
NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (NFU).
Module 1G: Personeel hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties
Kosten tot een maximum van € 100.000 voor de financiering van personeel werkzaam bij een hogeschool, onderwijsinstelling (m.u.v. personeel dat valt onder UNL of NFU) of bij overige organisaties worden vergoed conform tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven. (Salaristabellen | NWO).
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten, en overige (onderzoeks)organisaties. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT- tabel.
Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen uit de HOT: Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.
Module 1H: Studenten
In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens HOT-tabel 2 schaal 1. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten.
Module 1I: Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland
Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project tot een maximum van 50% van het aangevraagde budget zonder het meerekenen van de optionele investeringsmodule. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie van artikel 5.1 sub p van de NWO Subsidieregeling.
Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium Kwaliteit. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer ZonMw/NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.
De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.
Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.
Bilaterale overeenkomst met Luxemburg
Samenwerking met Luxemburgse onderzoekers is mogelijk door een aanvraag uit te breiden met een Luxemburgse component (gefinancierd door FNR). De buitenlandse bijdrage telt hierbij niet mee voor de bepaling van de minimale en maximale budgetgrootte aan Nederlandse zijde. De Luxemburgse component kan maximaal € 500.000,– bedragen. Neem contact op met ZonMw voor meer informatie of indien een Luxemburgse component overwogen wordt in de aanvraag.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement en publicaties vallen eveneens onder deze module.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.1.4 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
− organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.
− het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.
− reguliere onderwijsactiviteiten.
− leden van de begeleidingscommissie/gebruikerscommissie
In de begroting dient er onderscheid gemaakt te worden tussen twee typen investeringen:
Module 3A: Investeringen Klein
Apparatuur en/of software (bijv. lasers, specialistische computers of computerprogramma's, etc.). Voor deze kleine apparatuur en/of software geldt dat het bedrag per aanvraag niet meer dan € 100.000 mag bedragen. Voor deze module is geen verplichte cofinanciering vereist en valt het budget binnen het maximum van € 800.000.
Module 3B: Investeringmodule
Deze module is optioneel en kan per aanvraag maximaal één keer worden ingezet. Onderbouw overtuigend hoe de investering aan het project bijdraagt en noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium Investeringsmodule.
In deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor projectgebonden investeringen in wetenschappelijk vernieuwende apparatuur en/of dataverzameling van tenminste lokaal of (inter)nationaal belang. Het minimaal aan te vragen bedrag voor de ZonMw bijdrage is € 100.000 (voor dataverzamelingen is de ondergrens € 25.000). ZonMw financiert maximaal 75% van de totale investeringskosten tot een maximum van € 250.000. De instelling waar de investeringsmodule komt te staan moet minimaal 25% in cash aan kosten bijdragen aan de totale kosten van de investering. Deze bijdrage aan de investering dient schriftelijk bevestigd te worden door de aanvragende instelling bij het indienen van de aanvraag.
Het bedrag van deze investeringsmodule komt bovenop het reguliere maximum van € 800.000 subsidiebedrag.
Rekenvoorbeeld 1: uw investering kost in totaal € 300.000. In de begroting voert u dit bedrag op en specificeert u dit als € 225.000 aangevraagde ZonMw bijdrage en € 75.000 cofinanciering.
Rekenvoorbeeld 2: uw investering kost in totaal € 130.000. In de begroting voert u dit bedrag op en specificeert u dit als € 97.500 aangevraagde ZonMw bijdrage en € 32.500 cofinanciering. De bij ZonMw aangevraagde subsidie voor de investering is echter lager dan € 100.000 en kan dus niet worden opgevoerd bij de investeringsmodule.
Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
− kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
− kosten voor investeringen in datasets;
− oonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
− kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);
− dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
− overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;
− kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut, om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten. Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module.
Het doel van deze module is het bevorderen van het beschreven onderzoek onder het criterium ‘Kennisbenutting en participatie’ (zie ook sectie 4.3). Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden. Aangezien kennisbenutting en participatie in de verschillende wetenschapsgebieden zeer veel verschillende vormen kent, is het aan de aanvrager om te specificeren welke kosten nodig zijn. Dit omvat niet alleen de middelen voor de kennisproductie in nauwe zin maar ook allerhande activiteiten en middelen om kennis op te halen in het veld alsook deze te delen met stakeholders en/of potentiële (eind-) gebruikers. Denk hierbij ook aan:
• Het creëren of onderhouden van samenwerking en/of (samen)- ontwikkelen van diverse kennisproducten;
• Kosten voor de organisatie van nationale of internationale bijeenkomsten/symposium/workshops met het voornaamste doel kennisbenutting en participatie;
• Het maken van een lespakket, voor een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden
• of kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag;
• In het veld advies in winnen over kennisbenutting- en verspreiding en/of implementatie (bijvoorbeeld communicatie of implementatie adviseurs);
• Het betrekken van belanghebbenden (participatie) en indien mogelijk de (eind)doelgroep of (eind)gebruiker met ervaringskennis;
• Het betrekken van burgers, ‘citizen science’ of ‘burgerwetenschap’ genoemd, kan bijdragen aan de kwaliteit van de wetenschap. Met behulp van burgers kunnen data en inzichten verkregen worden die anders niet beschikbaar zouden zijn voor onderzoek. Onderzoekers kunnen zelf besluiten of het zinvol is burgers te betrekken bij het onderzoek en waaraan zij dit budget precies besteden (bijvoorbeeld onkostenvergoeding voor burgers, vaardigheidstrainingen voor burgers of technische hulpmiddelen voor participerende burgers.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
Met uitgewerkte aanvraag wordt bedoeld volledige aanvraag volgens de Subsidieregeling NWO 2024.
Medeaanvragers met een aanstelling bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland zijn toegestaan, maar dienen te voldoen aan alle cumulatieve voorwaarden voor medeaanvragers van andere organisaties m.u.v. de locatie in Nederland. Een hoofdaanvrager dient te allen tijde in Nederland gevestigd te zijn.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-5795.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.