Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid, van 1 december 2025, kenmerk 4249720-1090248-VGP, houdende aanpassing van het Besluit van de Minister voor Medische Zorg en de Minister van Justitie en Veiligheid van 14 mei 2020, 1654245-2024860-VGP, houdende aanwijzing van toezichthouders op de naleving van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit van de Minister voor Medische Zorg en de Minister van Justitie en Veiligheid van 14 mei 2020, 1654245-202486-VGP, houdende aanwijzing van toezichthouders op de naleving van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet (Stcrt. 2020, 33135) wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel g, wordt ‘Minister voor Medische Zorg’ vervangen door ‘Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’.

B

In artikel 2 wordt ‘7, eerste lid, onder a, onderdeel 1°, onder c, tweede en derde lid’ vervangen door ‘7, eerste lid, onder a, onderdeel 1°, onder c, en tweede lid’.

C

In artikel 3 wordt ‘7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, onder c, tweede en derde lid’ vervangen door ‘7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, onder c, en tweede lid’.

D

Artikel 5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt aan het slot ingevoegd ‘of op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 4 van de Wet’.

2. In onderdeel c wordt aan het slot ingevoegd ‘of een besluit als bedoeld in artikel 4 van de Wet’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdelen B en C, terug tot en met 5 oktober 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

TOELICHTING

Met het Besluit van de Minister voor Medische Zorg en de Minister van Justitie en Veiligheid van 14 mei 2020, 1654245-202486-VGP, houdende aanwijzing van toezichthouders op de naleving van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet (Stcrt. 2020, 33135) (hierna: het gezamenlijke besluit) worden de toezichthouders aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de eisen die bij of krachtens de Wet experiment gesloten coffeeshopketen (hierna: de wet) zijn gesteld. Tevens wordt met dat besluit mandaat en machtiging verleend ten aanzien van werkzaamheden die verband houden met de uitvoering en handhaving van de wet.

Artikel 5, eerste lid, van het gezamenlijke besluit voorziet in het mandaat van de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van VWS om namens de betrokken ministers besluiten te nemen op bezwaarschriften ter zake van een besluit op een aanvraag om aanwijzing als teler of een besluit tot intrekking van een aanwijzing. Op 7 april 2025 is de experimenteerfase van het experiment gesloten coffeeshop aangevangen.1 Tegen het daartoe strekkende besluit staan de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht open. Per abuis is dat niet meegenomen in de mandaatverlening. Met het onderhavige besluit wordt die omissie hersteld. Er wordt voorzien in mandaat aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van VWS om namens de betrokken bewindspersonen besluiten te nemen op bezwaarschriften tegen het besluit waarin de startdatum is vastgesteld. Ook wordt voorzien in mandaat en machtiging van de betreffende directeur om verweer te voeren in geval van beroep of hoger beroep ter zake van een besluit op een dergelijk bezwaar en in geval van een voorlopige voorziening in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van het besluit tot vaststelling van de startdatum van de experimenteerfase. Gelet op het tweede lid van artikel 5 is de directeur bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen.

Daarnaast worden met het onderhavige besluit reparaties uitgevoerd die per abuis niet eerder zijn doorgevoerd in het gezamenlijke besluit. Het gaat ten eerste om een aanpassing van de verwijzing naar de betrokken minister in verband met een gewijzigde portefeuilleverdeling. Daarnaast werd in de artikelen 2 en 3 verwezen naar het derde lid van artikel 7 van de wet. Het tweede lid van dat artikel is echter met de inwerkingtreding van de Verzamelwet VWS 2022 vervallen, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid. De verwijzing naar het derde lid in de artikelen 2 en 3 van het gezamenlijke besluit is daarom vervallen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten aangezien het om reparatieregelgeving gaat (Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c). Het besluit werkt ten aanzien van artikel I, onderdelen B en C, terug tot en met 5 oktober 2023.

Op die datum is het betreffende onderdeel van de Verzamelwet VWS 2022 in werking getreden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

Naar boven