U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 8 december 2025, nr. IENW/BSK-2025/272450, houdende wijziging van bijlage V van de Omgevingsregeling in verband met het vaststellen van een emissiefactor voor een huisvestingssysteem (KetenID WGK027903)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4.3, vierde lid, 16.6 en 16.55, tweede lid, van de Omgevingswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Omgevingsregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage V wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE V BIJ DE ARTIKELEN 4.5, 4.6, 4.7, EERSTE EN TWEEDE LID, 6.14, VIERDE EN VIJFDE LID, 7.124, TWEEDE LID, 8.31, VIERDE EN VIJFDE LID, EN 9.3, DERDE LID, VAN DEZE REGELING (HUISVESTINGSSYSTEMEN EN EMISSIEFACTOREN)

Code

Beschrijving huisvestingssysteem

Nummer systeembeschrijving

Emissiefactor per dierplaats

ammoniak

(kg NH3/jaar)

geur

(ouE/sec)

fijnstof

(g PM10/jaar)

HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE

HA1

Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen)

 
 
 
 

HA1.1

Grupstal met drijfmest

OW 1993.09.V1

5,7

81

HA1.2

Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot

OW 1993.03.V1,

OW 1993.04.V1,

OW 1993.05.V1,

OW 1993.06.V1,

OW 1994.08.V1

10,2

148

HA1.3

Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem

OW 1994.03.V1

9,2

148

HA1.4

Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem

OW 2001.28.V1

10,2

148

HA1.5

Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer

OW 2009.11.V1

11,0

148

HA1.6

Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag

OW 2009.22.V1

11,0

148

HA1.7

Ligboxenstal met sleufvloer

OW 2010.14.V1,

OW 2010.24.V1

11,8

148

HA1.8

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.30.V1

6,0

148

HA1.9

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag

OW 2010.31.V1

7

148

HA1.10

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.32.V1

11,8

148

HA1.11

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.33.V1

12,2

148

HA1.12

Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten

OW 2010.34.V1

7

148

HA1.13

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen

OW 2010.35.V1

7

148

HA1.14

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.36.V1

10,3

148

HA1.15

Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.01.V1

11,7

148

HA1.16

Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.02.V1

5,1

148

HA1.17

Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis

OW 2012.04.V1

8

148

HA1.18

Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten

OW 2012.05.V1

11

148

HA1.19

Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.08.V1

10,1

148

HA1.20

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen

OW 2013.01.V1

7

148

HA1.21

Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten

OW 2013.03.V1

11

148

HA1.22

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen

OW 2013.04.V1

6

148

HA1.23

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen

OW 2013.05.V1

7

148

HA1.24

Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2013.06.V1

10,3

148

HA1.25

Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot

OW 2013.07.V1

8

148

HA1.26

Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem

OW 2014.02.V1

8

148

HA1.27

Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten

OW 2015.05.V1

6

148

HA1.28

Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2015.06.V1

9,9

148

HA1.29

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag

OW 2017.06.V1

8

148

HA1.30

Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.02.V1

8,1

148

HA1.31

Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.03.V1

9,1

148

HA1.32

Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.06.V1

7,1

148

HA1.33

Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.07.V1

9,0

148

HA1.34

Ligboxenstal met vlakke vloer met rubber sleufvloer, vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 26 april 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 26 april 2024

Ligboxenstal met vlakke vloer voorzien van rubberen sleufvloer, met vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), met groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif

OW 2019.01.V1V2

8,38

148

HA1.35

Ligboxenstal met urineopvangstation

OW 2021.05.V2

6

148

HA1.36

Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024

OW 2021.06.V1

6,4

148

HA1.37

Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024

OW 2021.07.V1

8,9

148

HA1.38

Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie)

OW 2021.08.V2

3

-

148

HA1.39

Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026

OW 2022.01.V1

6,2

-

148

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

 

13

148

 
 
 
 
 
 

HA2

Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar

 
 
 
 

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

 

4,4

38

 
 
 
 
 
 

HA3

Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar

 
 
 
 

HA3.1

Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.09.V1

2,5

35,6

33

HA3.2

Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.04.V1

1,9

31,2

22

HA3.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,5

35,6

33

 
 
 
 
 
 

HA4

Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)

 
 
 
 

HA4.100

Overige huisvestingssystemen

 

4,1

86

 
 
 
 
 
 

HA5

Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar

 
 
 
 

HA5.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,3

35,6

170

 
 
 
 
 
 

HA6

Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder

 
 
 
 

HA6.100

Overige huisvestingssystemen

 

6,2

170

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN

 
 
 
 

HB1

Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)

 
 
 
 

HB1.100

Overige huisvestingssystemen (beweiden)

 

0,7

7,8

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE C: GEITEN

 
 
 
 

HC1

Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder

 
 
 
 

HC1.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,9

18,8

19

 
 
 
 
 
 

HC2

Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar

 
 
 
 

HC2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,8

11,3

10

 
 
 
 
 
 

HC3

Diercategorie geiten tot 61 dagen

 
 
 
 

HC3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,2

5,7

10

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE D: VARKENS

 
 
 
 

HD1

Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg

 
 
 
 

HD1.1

Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

OW 1993.01.V1

0,20

5,4

56

HD1.2

Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem

OW 1994.09.V1,

OW 1997.01.V1

0,24

7,8

74

HD1.3

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 
 
 

HD1.3.1

Volledig rooster

OW 1996.05.V1

0,18

7,8

56

HD1.3.2

Gedeeltelijk rooster

OW 1996.05.V1

0,25

7,8

74

HD1.4

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 1996.06.V1

0,23

5,4

74

HD1.5

Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal

 
 
 
 

HD1.5.1

Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats

OW 1996.01.V1

0,26

5,4

74

HD1.5.2

Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats

OW 2001.14.V1

0,33

7,8

74

HD1.6

Schuine putwand

 
 
 
 

HD1.6.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte

OW 2001.13.V1

0,17

5,4

74

HD1.6.2

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren

OW 2004.06.V1

0,21

5,4

74

HD1.6.3

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten

OW 2010.04.V1

0,18

5,4

74

HD1.6.4

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten

OW 1999.05.V1,

OW 1999.06.V1

0,18

7,8

74

HD1.7

Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte

OW 2001.16.V1

0,39

7,8

74

HD1.8

Mestopvang in water met mestafvoersysteem

OW 2006.07.V1

0,15

5,4

56

HD1.9

Volledig rooster met water- en mestkanaal

OW 2010.05.V1

0,20

5,4

56

HD1.10

Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

OW 2010.12.V1

0,17

5,4

56

HD1.11

Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 mper dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2019.02.V1

0,21

5,4

56

HD1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,69

7,8

74

 
 
 
 
 
 

HD2

Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)

 
 
 
 

HD2.1

Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest

OW 1993.12.V1,

OW 1999.02.V1

3,3

27,9

160

HD2.2

Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster

OW 1994.02.V1

3,7

27,9

160

HD2.3

Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

OW 1994.06.V1

4,0

27,9

160

HD2.4

Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif

OW 1994.07.V1

3,1

27,9

160

HD2.5

Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal

OW 1995.08.V1

4,0

27,9

160

HD2.6

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

OW 1996.04.V1

3,1

27,9

160

HD2.7

Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer

OW 2001.17.V1

5,0

27,9

160

HD2.8

Schuiven in mestgoot

0W 2001.18.V1

2,5

27,9

160

HD2.9

Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak

OW 2004.07.V1

2,9

27,9

160

HD2.10

Mestpan

OW 2006.08.V1

2,9

27,9

160

HD2.11

Mestgoot met mestafvoersysteem

OW 2010.06.V1

3,2

27,9

160

HD2.12

Mestpan met water- en mestkanaal

OW 2010.07.V1

2,9

27,9

160

HD2.13

Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem

OW 2018.01.V1

1,3

27,9

160

HD2.14

Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

OW 2010.15.V1

2,4

27,9

160

HD2.100

Overige huisvestingssystemen

 

8,3

27,9

160

 
 
 
 
 
 

HD3

Diercategorie guste en dragende zeugen

 
 
 
 

HD3.1

Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting)

OW 1995.02.V1

2,4

18,7

175

HD3.2

Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting)

OW 1995.05.V1

1,8

18,7

175

HD3.3

Spoelgotensysteem met dunne mest

 
 
 
 

HD3.3.1

Individuele huisvesting

OW 1995.07.V1

2,5

18,7

175

HD3.3.2

Groepshuisvesting

OW 1998.01.V1,

OW 1999.03.V1

2,5

18,7

175

HD3.4

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 
 
 

HD3.4.1

Individuele huisvesting

OW 1996.03.V1

1,8

18,7

175

HD3.4.2

Groepshuisvesting

OW 1998.02.V1

1,8

18,7

175

HD3.5

Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting)

OW 2001.19.V1

2,2

18,7

175

HD3.6

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 2008.11.V1

2,2

18,7

175

HD3.7

Koeldeksysteem

 
 
 
 

HD3.7.1

115% koeloppervlakte (individuele huisvesting)

OW 2010.16.V1

2,2

18,7

175

HD3.7.2

135% koeloppervlakte (groepshuisvesting)

OW 2010.17.V1

2,2

18,7

175

HD3.8

Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal

 
 
 
 

HD3.8.1

Met metalen driekantrooster

OW 2010.08.V1

2,3

18,7

175

HD3.8.2

Met anders dan metalen driekantrooster

OW 2006.09.V1

2,5

18,7

175

HD3.9

Rondloopstal met voerstation en strobed

OW 2010.09.V1

2,6

18,7

175

HD3.10

Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024

OW 2019.03.V1

1,5

18,7

175

HD3.100

Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting)

 

4,2

18,7

175

HD3.101

Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting)

 

4,2

18,7

175

 
 
 
 
 
 

HD4

Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder

 
 
 
 

HD4.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,5

18,7

180

 
 
 
 
 
 

HD5

Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden

diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer

 
 
 
 

HD5.1

Scharrelvleesvarkens in beddenstal

OW 2001.30.V1

1,9

23,0

153

HD5.2

Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter

OW 2001.23.V1

4,5

23,0

153

HD5.3

Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren)

OW 1993.10.V1,

OW 1993.11.V1,

OW 1995.03.V1,

OW 2001.24.V1

1,6

17,9

153

HD5.4

Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof

OW 1995.01.V1

1,0

17,9

153

HD5.5

Metalen driekantrooster met mestopvang in water

OW 1995.06.V1

1,3

17,9

153

HD5.6

Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster

OW 1998.03.V1

1,2

23,0

153

HD5.7

Spoelgotensysteem met rooster

OW 1998.04.V1,

OW 1999.04.V1

1,7

23,0

153

HD5.8

Water- en mestkanaal

OW 2001.03.v1

1,7

23,0

153

HD5.9

Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal)

 
 
 
 

HD5.9.1

Met metalen driekantrooster op mestkanaal

 
 
 
 

HD5.9.1.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten

OW 1997.04.V1

1,0

23,0

153

HD5.9.1.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

OW 2004.03.V1

1,0

17,9

153

HD5.9.1.3

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten

OW 1997.04.V1

1,4

23.0

153

HD5.9.1.4

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

OW 2004.04.V1

1,4

17,9

153

HD5.9.2

Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal

 
 
 
 

HD5.9.2.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats

OW 2004.05.V1

1,5

17,9

153

HD5.9.2.2

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats

OW 2010.10.V1

1,9

23,0

153

HD5.10

Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte)

 
 
 
 

HD5.10.1

Met metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.10.1.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats

OW 2004.08.V1

1,2

17,9

153

HD5.10.1.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats

OW 2010.19.V1

1,5

17,9

153

HD5.10.2

Met anders dan metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.10.2.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats

OW 2010.20.V1

1,6

17,9

153

HD5.10.2.2

Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats

OW 2001.01.V1

2,4

23,0

153

HD5.11

Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.11.1

Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats

OW 2001.25.V1

1,7

23

153

HD5.11.2

Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats

OW 2019.05.V1

1,4

17,9

153

HD5.12

Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.12.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats

OW 2001.27.V1

1,4

17,9

153

HD5.12.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats

OW 2001.27.V1

2,0

23,0

153

HD5.13

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 2008.11.V1

1,1

17,9

153

HD5.14

Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024

OW 2019.04.V1

0,77

17,9

153

HD5.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,0

23,0

153

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN

 
 
 
 

HE1

Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken

 
 
 
 

HE1.1

Kooihuisvesting

 
 
 
 

HE1.1.1

Batterij met mestband

OW 1993.07.V1

0,020

0,18

2

HE1.1.2

Batterij met mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE1.1.2.1

Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats

OW 1993.08.V1

0,020

0,18

2

HE1.1.2.2

Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 1997.03.V1

0,006

0,18

2

HE1.1.3

Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel

OW 1999.01.V1

0,010

0,18

2

HE1.1.4

Batterij met mestschuiven en centrale mestband

OW 1995.04.V1

0,011

0,18

2

HE1.1.5

Batterij met open mestopslag

OW 2001.04.V1

0,045

0,18

2

HE1.1.6

Batterij met mest- en luchtkanaal

OW 2001.05.V1

0,208

0,18

2

HE1.1.7

Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2009.10.V1

0,016

0,18

8

HE1.2

Grondhuisvesting

 
 
 
 

HE1.2.1

Strooiselvloer (eventueel met roostervloer)

OW 2001.06.V1

0,170

0,18

30

HE1.2.2

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,088

0,18

30

HE1.2.3

Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters

OW 2015.03.V1

0,110

0,18

30

HE1.2.4

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,088

0,18

30

HE1.3

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE1.3.1

Ten minste 50% rooster met mestband

OW 2005.02.V1

0,050

0,18

23

HE1.3.2

65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats

OW 2005.03.V1

0,030

0,18

23

HE1.3.3

45–55% rooster en mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE1.3.3.1

Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats

OW 2006.10.V1

0,030

0,18

23

HE1.3.3.2

Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats

OW 2006.10.V1

0,023

0,18

23

HE1.3.4

30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 2006.11.V1

0,014

0,18

23

HE1.3.5

55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 2006.12.V1

0,020

0,18

23

HE1.100

Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting)

 

0,170

0,18

30

HE1.101

Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting)

 

0,045

0,18

30

 
 
 
 
 
 

HE2

Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder

 
 
 
 

HE2.1

Kooihuisvesting

 
 
 
 

HE2.1.1

Verrijkte kooien met mestbandbeluchting

OW 2005.11.V1

0,030

0,35

23

HE2.1.2

Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting

OW 2009.10.V1

0,030

0,35

23

HE2.2

Grondhuisvesting

 
 
 
 

HE2.2.1

Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer

OW 2001.09.V1

0,402

0,34

84

HE2.2.2

Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer

OW 2010.21.V1

0,110

0,34

84

HE2.2.3

Met mestbeluchting via buizen onder beun

OW 2001.10.V1

0,125

0,34

84

HE2.2.4

Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest

OW 2011.09.V1

0,150

0,34

84

HE2.2.5

Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers

OW 2011.10.V1

0,150

0,34

84

HE2.2.6

Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters

OW 2004.11.V1

0,068

0,34

84

HE2.2.7

Met frequente mest- en strooiselverwijdering

OW 2004.12.V1

0,106

0,34

84

HE2.3

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE2.3.1

Ten minste 50% rooster met mestband

OW 2004.09.V1

0,090

0,34

65

HE2.3.2

45–55% roosters en mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE2.3.2.1

Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats

OW 2004.10.V1

0,055

0,34

65

HE2.3.2.2

Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats

OW 2004.10.V1

0,042

0,34

65

HE2.3.3

30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2005.04.V1

0,025

0,34

65

HE2.3.4

55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2005.05.V1

0,037

0,34

65

HE2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,315

0,34

84

 
 
 
 
 
 

HE3

Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken

 
 
 
 

HE3.1

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,114

0,18

23

HE3.2

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,129

0,18

23

HE3.3

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,129

0,18

23

HE3.4

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,077

0,18

23

HE3.5

Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

OW 2017.01.V1

0,044

0,18

23

HE3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,250

0,18

23

 
 
 
 
 
 

HE4

Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder

 
 
 
 

HE4.1

Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging

OW 1995.09.V1,

OW 1996.07.V1,

OW 2009.23.V1

0,080

0,93

8

HE4.2

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE4.2.1

Met geforceerde mestdroging

OW 2010.22.V1

0,170

0,93

43

HE4.2.2

Met geforceerde mest- en strooiseldroging

OW 2010.23.V1

0,130

0,93

43

HE4.3

Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer

OW 1998.05.V1

0,230

0,93

43

HE4.4

Grondhuisvesting met mestbeluchting

 
 
 
 

HE4.4.1

Van bovenaf

OW 2004.13.V1

0,250

0,93

43

HE4.4.2

Met verticale slangen in mest

OW 2004.14.V1

0,435

0,93

43

HE4.4.3

Via buizen onder beun

OW 2010.03.V1

0,435

0,93

43

HE4.4.4

Via verticale ventilatiekokers

OW 2010.37.V1

0,435

0,93

43

HE4.5

Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters

OW 2007.10.V1

0,245

0,93

43

HE4.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,580

0,93

43

 
 
 
 
 
 

HE5

Diercategorie vleeskuikens

 
 
 
 

HE5.1

Zwevende vloer met strooiseldroging

OW 1993.02.V1,

OW 1994.05.V1,

OW 1996.02.V1,

OW 1996.09.V1

0,004

0,33

22

HE5.2

Geperforeerde vloer met strooiseldroging

OW 1994.04.V1,

OW 1996.08.V1

0,012

0,33

22

HE5.3

Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

OW 1997.02.V1

0,004

0,33

22

HE5.4

Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

OW 2001.11.V1

0,038

0,33

22

HE5.5

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,031

0,33

22

HE5.6

Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

OW 2006.13.V1

0,017

0,33

22

HE5.7

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,035

0,33

22

HE5.8

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,021

0,33

22

HE5.9

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters

OW 2011.13.V1

0,035

0,33

22

HE5.10

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HE5.10.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,012

0,33

22

HE5.10.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1

 

0,021

0,33

22

HE5.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,068

0,33

22

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS

 
 
 
 

HF1

Diercategorie vleesparelhoenders

 
 
 
 

HF1.1

Zwevende vloer met strooiseldroging

OW 1993.02.V1,

OW 1994.05.V1,

OW 1996.02.V1

OW 1996.09.V1

0,004

0,33

22

HF1.2

Geperforeerde vloer met strooiseldroging

OW 1994.04.V1,

OW 1996.08.V1

0,012

0,33

22

HF1.3

Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

OW 1997.02.V1

0,004

0,33

22

HF1.4

Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

OW 2001.11.V1

0,038

0,33

22

HF1.5

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,031

0,33

22

HF1.6

Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

OW 2006.13.V1

0,017

0,33

22

HF1.7

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,035

0,33

22

HF1.8

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,021

0,33

22

HF1.9

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,035

0,33

22

HF1.10

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HF1.10.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,012

0,33

22

HF1.10.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1

 

0,021

0,33

22

HF1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,068

0,33

22

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN

 
 
 
 

HG1

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken

 
 
 
 

HG1.1

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,08

0,29

23

HG1.2

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,08

0,29

23

HG1.3

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,05

0,29

23

HG1.4

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HG1.4.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,03

0,29

23

HG1.4.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1

 

0,05

0,29

23

HG1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,15

0,29

23

 
 
 
 
 
 

HG2

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken

 
 
 
 

HG2.1

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,24

1,55

163

HG2.2

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,24

1,55

163

HG2.3

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,15

1,55

163

HG2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,47

1,55

163

 
 
 
 
 
 

HG3

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder

 
 
 
 

HG3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,59

1,55

207

 
 
 
 
 
 

HG4

Diercategorie vleeskalkoenen

 
 
 
 

HG4.1

Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer

OW 2001.12.V1

0,36

1,55

86

HG4.2

Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering

OW 2005.07.V1

0,26

1,55

86

HG4.3

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,35

1,55

86

HG4.4

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,35

1,55

86

HG4.5

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,21

1,55

86

HG4.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,68

1,55

86

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE H: EENDEN

 
 
 
 

HH1

Diercategorie ouderdieren van vleeseenden

 
 
 
 

HH1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,320

0,49

182

 
 
 
 
 
 

HH2

Diercategorie vleeseenden

 
 
 
 

HH2.1

Binnen mesten

 
 
 
 

HH2.1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,210

0,49

84

HH2.2

Buiten mesten (per afgeleverd dier)

 

0,019

0,49

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS

 
 
 
 

HI1

Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden

 
 
 
 

HI1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,3

 
 
 
 
 
 

HI2

Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden

 
 
 
 

HI2.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,8

 
 
 
 
 
 

HI3

Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder

 
 
 
 

HI3.100

Overige huisvestingssystemen

 

2,5

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN

 
 
 
 

HK1

Diercategorie voedster

 
 
 
 

HK1.1

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

OW 2005.08.V1

0,77

HK1.2

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem

OW 2024.01.V1

0,5

HK1.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,20

-

 
 
 
 
 
 

HK2

Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd

 
 
 
 

HK2.1

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

OW 2005.09.V1

0,12

HK2.2

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem

OW 2024.01.V1

0,12

HK2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,20

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN

 
 
 
 

HL1

Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder

 
 
 
 

HL1.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,0

 
 
 
 
 
 

HL2

Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar

 
 
 
 

HL2.100

Overige huisvestingssystemen

 

2,1

 
 
 
 
 
 

HL3

Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder

 
 
 
 

HL3.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,1

 
 
 
 
 
 

HL4

Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar

 
 
 
 

HL4.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,3

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage,

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat - Openbaar Vervoer en Milieu,

A. A. Aartsen

Toelichting

Inleiding

Met deze wijziging van de Omgevingsregeling zijn in bijlage V van de Omgevingsregeling voor emissiearm stalsysteem HA1.34 de systeembeschrijving en de emissiefactor voor ammoniak aangepast. Stalsysteem HA1.34 is een systeem voor de diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) van de hoofdcategorie rundvee. Dit stalsysteem stond al in bijlage V op basis van een geschatte emissiereductie (voorheen: voorlopige emissiefactor). Inmiddels zijn de emissies gemeten en voor deze wijziging is voor dit systeem de stalbeoordelingsprocedure doorlopen, waarbij de emissiefactor voor ammoniak is bepaald. Met die emissiefactor voldoet het systeem aan de emissiegrenswaarde voor melkvee.

HA1.34 betreft het emissiearme stalsysteem ‘Ligboxenstal met vlakke vloer met rubber sleufvloer, vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif’.

De regeling

Milieuregelgeving voor stallen

De regulering van milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet vindt voor emissiearme stalsystemen plaats via een stelsel van emissiefactoren en emissiegrenswaarden. De emissiefactoren, opgenomen in bijlage V van de Omgevingsregeling, geven het gemiddelde weer van de in innovatieve stallen gemeten emissies per dierplaats bij het gebruik van een bepaald emissiearm stalsysteem.

De emissiegrenswaarden per diercategorie voor ammoniak, voor melkvee opgenomen in artikel 4.818 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), zijn bepalend voor de stalsystemen waaruit gekozen kan worden bij het aanvragen van een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit als die vereist is op grond van artikel 3.101 of 3.102 van het Bal of bij het bouwen, uitbreiden of renoveren van een stal waarbij de meldingsplicht geldt op grond van artikel 4.808 van het Bal. Een veehouder dient bij de meldingsplicht of bij de aanvraag om een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit te kiezen tussen emissiearme stalsystemen (bijlage V) of emissiearme staltechnieken (bijlage VI) om te voldoen aan de emissiegrenswaarden voor ammoniak en fijnstof en de geurnormen.

In bijlage V van de Omgevingsregeling zijn per emissiearm stalsysteem voor de verschillende landbouwhuisdieren (diercategorieën) emissiefactoren opgenomen voor ammoniak, geur en fijnstof. Aan de hand van deze emissiefactoren bepaalt het bevoegd gezag of wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden en de geurnormen voor stallen.

Emissiefactor ammoniak HA1.34

Voor stalsysteem HA1.34 was een voorlopige emissiefactor bepaald, geldig tot 26 april 2024. Een voorlopige emissiefactor was voor de inwerkingtreding van het stelsel Omgevingswet een factor die in principe voor een periode van drie jaar gold, maar waarvan de emissiereductie nog niet was aangetoond door metingen. Tijdens deze periode is de stalbeoordelingsprocedure uitgevoerd.

De stalbeoordelingsprocedure voor een stalsysteem bestaat uit stalmetingen, op basis waarvan de (gemiddelde) emissiefactor voor ammoniak wordt bepaald. Omdat de stalbeoordelingsprocedure voor dit stalsysteem succesvol is doorlopen en daarbij gebleken is dat de emissiefactor voldoet aan de emissiegrenswaarde, is de emissiefactor gewijzigd van 8,3 naar 8,0 kg/d/j en is dit stalsysteem met een emissiefactor voor ammoniak toegevoegd aan bijlage V.

Om in bijlage V voor het stalsysteem HA1.34 de emissiefactor vast te leggen zijn in de tweede kolom van rij HA1.34 niet langer de voorwaarden van de vorige, voorlopige, emissiefactor opgenomen. Daar stond voor de voorlopige emissiefactor voor het stalsysteem: “waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 26 april 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 26 april 2024”.

Afwijkend werkingsprincipe ten aanzien van eerder onderzochte stalvloeren

Dit emissiearme stalsysteem voor melkvee wijkt af van de in 2023 en 2025 onderzochte1 2 emissiearme stalvloeren voor melkvee. Bij huisvestingssysteem HA1.34 is de mestkelder, indien aanwezig, volledig afgedicht met een rubberen topvloer, waardoor ammoniakemissie vanuit de kelder wordt tegengegaan.

Verhouding tot nationale regelgeving

Het bestaande stelsel van het reguleren van milieubelastende activiteiten is onderdeel van de Omgevingswet. Deze regeling is een wijziging binnen het stelsel. Het stelsel zelf wordt met deze regeling niet gewijzigd.

Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen)

Het huisvestingssysteem HA1.34 kan worden toegepast bij het bouwen of renoveren van stallen in combinatie met een melding bij meldingsplicht, of in combinatie met het aanvragen van een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Dit biedt een extra keuzemogelijkheid voor veehouders om te voldoen aan de emissiegrenswaarde, bij (ver)bouw van hun stal. Deze wijziging stimuleert dus het toepassen van innovatie en emissiereductie in de melkveehouderij.

Uitvoering

Deze wijziging binnen het stelsel heeft geen gevolgen voor de uitvoering. Er is geen sprake van stijging van de bestuurlijke lasten voor gemeenten die bevoegd gezag zijn.

Voor gevallen zoals voorheen genoemd onder HA.1.34 heeft de wijziging geen gevolgen.

Deze wijziging heeft geen effect voor veehouders met stallen met reeds geïnstalleerde emissiearme stalvloeren. Melkveehouders hoeven alleen te voldoen aan de huidige emissiegrenswaarde bij nieuwbouw of verbouw van hun stal. Met deze wijziging krijgen melkveehouders een extra optie om met hun stal aan de emissiegrenswaarde te kunnen voldoen, doordat dit stalsysteem met emissiefactor op bijlage V wordt geplaatst.

Toezicht en handhaving

Deze wijziging binnen het stelsel heeft geen gevolgen voor het toezicht en de handhaving.

De systeembeschrijving van dit emissiearme stalsysteem, die handvatten geeft voor het gebruik van het systeem door de veehouder, geeft ook handvatten voor toezicht op het gebruik van dit systeem, door de omgevingsdiensten en bevoegd gezag. Als een veehouder het huisvestingssysteem niet gebruikt volgens de systeembeschrijving, is het dan namelijk waarschijnlijk dat de (gemiddelde) emissiereductie van dit systeem in de praktijk niet wordt behaald.

De nieuwe, uitgebreidere, versie van de systeembeschrijving van huisvestingssysteem HA1.34 is gelijktijdig met deze wijziging gepubliceerd op de website van Informatiepunt Leefomgeving.

Financiële gevolgen

De wijziging heeft tot gevolg dat rundveehouders dit emissiearme stalsysteem kunnen gebruiken in hun stal om te voldoen aan de emissiegrenswaarde voor ammoniak voor rundvee in het Bal. Rundveehouders kunnen dit stalsysteem weer toepassen bij het nieuw bouwen of renoveren van hun stal. Dit stalsysteem kon vanaf 26 april 2024 niet meer worden toegepast, vanwege de daarbij gemaakte kanttekening. Met deze wijzigingsregeling komt die kanttekening te vervallen en wordt het dus wel erkend als emissiearm stalsysteem. Dit stalsysteem is minder kostbaar dan enkele andere emissiearme stalsystemen in bijlage V waarmee voldaan kan worden aan de emissiegrenswaarde.

Voor de leverancier van dit emissiearme stalsysteem betekent dit dat dit stalsysteem vaker verkocht kan worden in Nederland, omdat het door klanten (veehouders) gebruikt kan worden om te voldoen aan de emissiegrenswaarde voor melkvee in het Bal.

Advies en consultatie

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) is om advies gevraagd tijdens de internetconsultatie. De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Van 25 augustus tot en met 26 september 2025 heeft internetconsultatie plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan zijn elf reacties ontvangen. Deze hebben niet geleid tot aanpassing van de wijzigingsregeling.

De binnengekomen reacties zien grotendeels op andere beleidsvraagstukken binnen de veehouderij, in relatie tot de stikstofproblematiek en de toestemmingverlening van Natura 2000-activiteiten. Dit valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van het ministerie van LVVN. Het toevoegen van een stalsysteem op bijlage V heeft daar geen directe gevolgen voor. De emissiefactoren voor bijlage V moeten worden gebruikt om te toetsen of een stal aan de emissiegrenswaarde voldoet. In het verleden werden deze emissiefactoren ook gebruikt voor de toestemmingsverlening van Natura 2000-gebieden.Sinds de uitspraak van de Raad van State in 20223 is het gebruik van deze emissiefactoren niet voldoende om aan te tonen dat er geen significante verontreiniging is het toevoegen van een stalsysteem op bijlage V heeft dus geen direct effect op toestemmingsverlening natuur.

In een aantal reacties wordt ook gesteld dat de huidige stalbeoordelingsprocedure ontoereikend is. Aan een toekomstige vernieuwing van deze procedure werken IenW en LVVN gezamenlijk in het programma Vernieuwing Stalbeoordeling. Dit proces staat los van deze wijziging.

Overgangsrecht, vaste verandermomenten, minimum invoeringstermijn en inwerkingtreding

Overgangsrecht

Huisvestingssysteem HA1.34 kan weer worden toegepast als emissiearm stalsysteem in het geval van een aanvraag van een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit voor nieuwe stallen of indien stallen ingrijpend worden gerenoveerd. Ook voor meldingsplichtige stallen, kan dit stalsysteem bij nieuwbouw of renovatie worden gebruikt om te voldoen aan de emissiegrenswaarden.

De emissiegrenswaarde is dus ook van toepassing indien de activiteiten op zodanige wijze wijzigen dat er kan worden gesproken van een ingrijpende renovatie, waarmee op basis van artikelen 3.201 en 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving een nieuwe omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, danwel een melding moet worden ingediend, bij melkveebedrijven met een dieraantal van onder de 200.

Deze wijziging heeft geen effect voor veehouders met stallen met reeds geïnstalleerde emissiearme stalvloeren en kan alleen gevolgen hebben voor melkrundveestallen die na 1 april 2026 worden gebouwd, ingrijpend worden gerenoveerd of voor het eerst in gebruik worden genomen. Voor dergelijke activiteiten moet namelijk een vergunningaanvraag worden ingediend. Ook in gevallen waarvoor geen vergunning vereist is voor het bouwen of renoveren van een stal (bij het verplicht melden van de activiteit) kan het betreffende stalsysteem worden ingezet om aan de emissiegrenswaarde te voldoen.

De vergunningaanvraag kan daarbij eerder starten dan 1 april 2026 (datum inwerkingtreding), maar kan pas na die datum met dit stalsysteem worden verleend. Bij meldingsplicht kan de stal pas na de datum inwerkingtreding worden gebouwd en gemeld.

Inwerkingtreding

Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding is 1 april 2026. Dit is een van de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen als bedoeld in aanwijzing 4.17, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Publicatie is gepland voor januari 2026. Daarmee wordt voldaan aan de minimuminvoeringstermijn van drie maanden als bedoeld in aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat - Openbaar Vervoer en Milieu,

A. A. Aartsen

Naar boven