Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2025, nr. 2025-0000292050, houdende vaststelling van de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 5.1 t/m 5.13 van de Wet kinderopvang BES;

Besluit:

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Toepassing

Deze beleidsregel is van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang BES gestelde regelgeving.

Artikel 2 Vormen van handhaving

Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft de Staatssecretaris de volgende mogelijkheden:

  • 1. op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie;

  • 2. bestraffende sanctie.

Artikel 3 Kwaliteitseisen

  • 1. De kwaliteitseisen, waaraan voldaan moet worden voor een verantwoorde kinderopvang, staan genoemd in de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving.

  • 2. De toezichthouder op de kwaliteit onderzoekt de naleving van deze kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport als bedoeld in artikel 5.4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 3. In de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES wordt uitgegaan van de kwaliteitseisen betreffende de administratie, personeel en huisvesting, en veiligheid, gezondheid en pedagogisch klimaat zoals gesteld in hoofdstuk 2 en 4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 4. In het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en wordt de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding weergegeven. Het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES zijn onderdeel van deze beleidsregel en als bijlagen aan deze beleidsregel toegevoegd.

Artikel 4 Eisen rondom de financiering en gegevensverstrekking

  • 1. De eisen rondom financiering en gegevensverstrekking waaraan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving.

  • 2. De toezichthouder op de financiering en gegevensverstrekking van de kinderopvang onderzoekt de naleving van deze eisen en legt de overtredingen vast in een inspectierapport als bedoeld in artikel 5.4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 3. In de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES wordt uitgegaan van de eisen rondom de rechtmatigheid van de financiering en de eisen rondom gegevensverstrekking zoals gesteld in hoofdstuk 3 en 4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 4. In de afwegingskaders worden per domein de eisen rondom financiering en gegevensverstrekking geclusterd weergegeven en wordt de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding weergegeven. Het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES zijn onderdeel van deze beleidsregel en als bijlagen aan deze beleidsregel toegevoegd.

HOOFDSTUK 2 HANDHAVING

Artikel 5 Handhavingstraject

  • 1. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer eisen van de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving, de houder daarvoor een herstelopdracht vanuit de toezichthouders heeft ontvangen en die herstelopdracht niet binnen de geboden termijn volledig heeft hersteld, kan de Staatssecretaris een handhavingstraject starten. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).

  • 2. Bij het uitvoeren van een handhavingstraject kan de Staatssecretaris de volgende trajecten inzetten:

    • a. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5.6 van de Wet kinderopvang BES;

    • b. het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7 van de Wet kinderopvang BES;

    • c. het opleggen van een gehele of gedeeltelijke sluiting gedurende een door de Staatssecretaris te bepalen periode als bedoeld in artikel 5.10 van de Wet kinderopvang BES;

    • d. het adviseren aan het Openbaar Lichaam tot het intrekken van de toestemming tot exploitatie als bedoeld in artikel 5.11 van de Wet kinderopvang BES.

    Aan last onder dwangsom gaat een voornemen tot het opleggen van deze last vooraf. Dit is in reguliere handhavingssituaties het geval. Als er sprake is van spoed wordt direct overgegaan tot het opleggen van de definitieve last.

  • 3. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan de Staatssecretaris besluiten om een bepaald traject meerdere keren toe te passen.

Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

De Staatssecretaris kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen zoals opgenomen in de afwegingskaders in de bijlage. De toezichthouder maakt een boeterapport op als de toezichthouder een overtreding vaststelt die in aanmerking komt voor een bestuurlijke boete.

Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete

  • 1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7 van de Wet kinderopvang BES, zal voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastoudersopvang BES, als uitgangspunt gehanteerd worden. De afwegingskaders zijn onderdeel van deze beleidsregel en worden als bijlagen van deze beleidsregel gepubliceerd.

  • 2. In afwijking van het vorige lid, geldt voor kindercentra met dertig kinderopvangplaatsen of minder op grond van de exploitatievergunning als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht zal worden gehalveerd.

  • 3. Op grond van artikel 27, zevende en achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES en artikel 5.7, zesde lid, van de Wet kinderopvang BES kan bij veroordeling van een rechtspersoon, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hogere categorie. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing bij veroordeling van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap of doelvermogen.

  • 4. De totale bij boetebeschikking op te leggen boete kan, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, bestaan uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

  • 5. Indien er sprake is van meerdere overtredingen binnen hetzelfde domein gedurende eenzelfde onderzoek, dan wordt het totale boetebedrag voor de overtredingen binnen dit domein gemaximeerd:

    • a. voor kindercentra met 31 kinderopvangplaatsen of meer op grond van de exploitatievergunning: $ 5.000,–;

    • b. voor kindercentra met maximaal dertig kinderopvangplaatsen op grond van de exploitatievergunning: $ 2.500,–

    • c. voor gastouders: $ 1.700,–.

  • 6. Indien er sprake is van meerdere overtredingen binnen hetzelfde domein die ontstaan zijn met één feitelijke gedraging gedurende eenzelfde onderzoek, dan wordt alleen een bestuurlijke boete opgelegd voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.

Artikel 8 Recidive

  • 1. Indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van vier jaar nadat eenzelfde eerdere overtreding heeft plaatsgevonden, bedraagt het boetebedrag anderhalf maal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES. De datum van oplegging van de boete is hierbij leidend.

  • 2. Indien sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van vier jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan, bedraagt het boetebedrag tweemaal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES. De datum van oplegging van de boete is hierbij leidend.

Artikel 9 Matiging

  • 1. De Staatssecretaris kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:

    • a. de ernst van de overtreding;

    • b. de mate van verwijtbaarheid;

    • c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;

    • d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert;

    boeteoplegging volgens deze beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES onevenredig is.

  • 2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, in geval van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES.

Deze beleidsregel zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel

BIJLAGE 1: AFWEGINGSKADER KINDERCENTRA

Gebruikte afkortingen:

Wko BES:

Wet Kinderopvang BES

Bko BES:

Besluit Kinderopvang BES

Rko BES:

Regeling Kinderopvang BES

EV KO:

Eilandsverordening Kinderopvang

 

Boetebedrag

Relevante artikelen

ADMINISTRATIE, PERSONEEL EN HUISVESTING

   

Administratie

   

Domein: exploitatievergunning

 

Wko BES art. 2.1, eerste, tweede en zesde lid, aanhef en onder a

De houder heeft een exploitatievergunning.

$ 5.000

Wko BES art. 2.1, eerste lid, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder f, EV KO Bonaire, art. 7 en 8, EV KO Saba art. 4 en 5, en EV KO Sint Eustatius art. 6 en 7

Personeel en groepen

   

Domein: opleiding, scholing en ervaring

 

Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en d, tweede lid, aanhef en onder e, vierde lid, aanhef en onder b, en vijfde lid, aanhef en onder b, Bko BES art. 2.7 en 2.8, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j, k en l, art. 5, 6 en 7

Teamkwalificatie op locatieniveau

Tot en met 31 december 2030:

• minimaal de helft van de beroepskrachten op de locatie voldoet aan opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 3 of heeft een bewijsstuk dat aantoont dat de beroepskracht handelt op dit niveau

• maximaal de helft is stagiair, beroepskracht-in-opleiding (beide met opleiding op niveau 3), of heeft een opleiding met pedagogisch component op mbo/CVQ 2 niveau.

Vanaf 1 januari 2031 is deze verhouding respectievelijk twee-derde en een-derde.

$ 1.500

Bko BES art. 2.15, eerste lid en art. 5.1, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j en k

Er moet bij inzet van een stagiair of beroepskracht-in-opleiding binnen de teamkwalificatie altijd ook een beroepskracht op niveau 3 (de eerste categorie hierboven) op de groep staan.

$ 1.000

Bko BES art. 2.15, derde lid

Er is minstens een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.

$ 1.000

Bko BES art. 2.11 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder l

Domein: verklaring omtrent het gedrag (VOG)

 

Wko BES art. 2.8 m.u.v. eerste lid, aanhef en onder e

Iedereen die werkzaam of structureel aanwezig is op de locatie bezit een VOG.

$ 1.500

Wko BES art. 2.8, eerste lid

De VOG was niet ouder dan drie maanden bij indiening en wordt tweejaarlijks geactualiseerd.

$ 1.000

Wko BES art. 2.8, tweede lid

Indiening van de VOG geschiedt voorafgaand aan de werkzaamheden of structurele aanwezigheid op de locatie.

$ 1.000

Wko BES art. 2.8, derde lid

De houder bewaart de VOG gedurende drie jaar.

$ 1.000

Wko BES art. 2.8, vijfde lid, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder g

Domein: voertaal

 

Wko BES art. 2.4, vijfde lid, aanhef en onder a, en art. 2.7

Bij kinderopvang in een kindercentrum wordt als voertaal Nederlands of Papiaments (Bonaire) of Engels of Nederlands (Sint Eustatius en Saba) gebruikt of mede een andere voertaal vanwege de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden.

$ 750

Wko BES art. 2.7

     

Domein: aantal beroepskrachten en groepsgrootte

 

Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en c, tweede lid, aanhef en onder a en f, en vierde lid, aanhef en onder c en d

Het aantal beroepskrachten wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de stam-, basis- of combinatiegroep. De verhouding tussen beroepskrachten en aantal kinderen is conform de bijlagen van het Besluit kinderopvang BES.

$ 1.500

Bko BES art. 2.13, eerste en tweede lid

Minder beroepskrachten inzetten:

• Bij tien uren dagopvang (of bso op vrije dagen), kunnen ten hoogste drie uren per dag minder beroepskrachten worden ingezet.

• Bij de buitenschoolse opvang mag ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten worden ingezet.

• Indien slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, is een volwassene beschikbaar die telefonisch bereikbaar is en binnen vijftien minuten aanwezig kan zijn in geval van een calamiteit (achterwacht).

• Indien slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning ten minste één andere volwassene aanwezig.

• De houder voldoet aan de voorwaarden waarin wordt bepaald wanneer beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de BKR.

$ 750

Bko BES art. 2.13, derde t/m achtste lid

De houder kan de verhouding tussen het minimaal in te zetten aantal beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen aantonen door een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen.

$ 750

Bko BES art. 2.14 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder c

Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening houden met opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden.

$ 750

Bko BES art. 2.15, tweede lid

Domein: herkenbare ruimtes en personen (stabiliteit)

 

Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b en d, en vierde lid, aanhef en onder d en e

De opvang vindt plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in een stamgroep.

$ 1.000

Bko BES art. 2.12, eerste en tweede lid

Een kind maakt per week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes in de dagopvang.

$ 750

Bko BES art. 2.12, zevende lid

De maximale grootte is afgestemd op de leeftijd van de kinderen in de stamgroep en voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES.

$ 1.000

Bko BES art. 2.12, derde en vierde lid

Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte.

$ 1.000

Bko BES art. 2.26, vijfde lid

De exploitant deelt ouders en kind mee in welke stamgroep het kind zit en welke beroepskracht op welke dag bij de stamgroep hoort.

$ 250

Bko BES art. 2.12, vijfde lid

Er wordt per stamgroep zoveel mogelijk gewerkt met vaste beroepskrachten.

$ 750

Bko BES art. 2.12, zesde lid

Ieder kind krijgt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht op de stamgroep of basisgroep van het kind.

$ 500

Bko BES art. 2.16

Er is een beroepskracht werkzaam die beschikt over een opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 4. Deze beroepskracht is minimaal 2,5 dagen per week werkzaam (dit geldt vanaf 1 januari 2031).

$ 1.000

Bko BES art. 2.9

Huisvesting

   

Domein: huisvesting en ruimtes

 

Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, en vierde lid, aanhef en onder h en i

De binnen- en buitenruimtes zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de kinderen.

$ 1.000

Bko BES art. 2.26, eerste lid

Er is minstens drie m2 binnenspeelruimte per kind aanwezig (voor bso: tot en met 31 december 2030 2,5 m2).

$ 1.000

Bko BES art. 2.26, tweede lid, en art. 5.1, aanhef en onder b

Er is minstens drie m2 vaste, schaduwrijke buitenspeelruimte, die grenst aan de locatie, per kind aanwezig.

$ 750

Bko BES art. 2.26, derde en achtste lid

De binnenruimtes dienen voor een gezond binnenmilieu te zijn voorzien van goede ventilatie.

$ 750

Bko BES art. 2.26, vierde lid

Een kindercentrum beschikt voor kinderen tot anderhalf jaar over een afzonderlijke slaapruimte.

$ 1.000

Bko BES art. 2.26, zevende lid

VEILIGHEID, GEZONDHEID EN PEDAGOGISCH KLIMAAT

   

Veiligheid en gezondheid

   

Domein: veiligheids- en gezondheidsbeleid

 

Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder d, en vierde lid, aanhef en onder a, en art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede en derde lid

De houder heeft een veiligheids- en gezondheidsbeleid (V&G) dat voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES. De houder zorgt ervoor dat conform het V&G-beleid wordt gehandeld.

$ 1.000

$ 250 per eis

Bko BES art. 2.4 en 2.5, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder h

De houder stelt het V&G-beleid schriftelijk vast, evalueert en stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid waar nodig bij.

$ 1.000

Bko BES art. 2.5

De houder beschrijft in het V&G-beleid hoe deze de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl deze gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene (het ‘vierogenprincipe’).

$ 500

Bko BES art. 2.5, tweede lid

Domein: gezonde voeding

 

Wko BES art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en art. 2.4, vijfde lid, aanhef en onder c

De houder zorgt voor gezonde voeding, volgens de eisen die gelden in de Eilandsverordening (enkel van toepassing voor Saba en Sint Eustatius).

$ 750

Wko BES art. 2.4 vijfde lid, aanhef en onder c, en EV KO Saba, art. 8 en EV KO Sint Eustatius, art. 1

Domein: meld-, overleg- en aangifteplicht (per 1-1-2027)

 

Wko BES art. 2.11 en 2.12

Werkwijze strafbare feiten in kindercentrum

• Bij een (mogelijk) misdrijf van een werkzaam persoon in het kindercentrum jegens een kind, treedt houder in overleg met deskundige.

• Indien een werkzaam persoon in het kindercentrum met een (mogelijk) misdrijf van een ander werkzaam persoon in het kindercentrum bekend wordt, stelt hij de houder in kennis.

• Bij redelijk vermoeden van schuld, doet de houder aangifte bij opsporingsambtenaar.

$ 2.000

Wko BES art. 2.11

Werkwijze strafbare feiten door houder

• Indien een werkzaam persoon in het kindercentrum bekend wordt met (mogelijk) misdrijf van de houder jegens een kind, treedt de persoon in overleg met deskundige.

• Bij redelijk vermoeden van schuld, doet de persoon aangifte bij opsporingsambtenaar.

$ 2.000

Wko BES art. 2.12

De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelwijzen.

$ 750

Wko BES art. 2.11 en 2.12

Pedagogisch en educatief beleid en pedagogisch handelen

   

Domein: pedagogisch en educatief beleid

 

Wko BES art. 2.3, tweede lid, art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder d, en vierde lid, aanhef en onder f

Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch en educatief beleidsplan.

$ 750

Bko BES art. 2.23, eerste lid en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder m

De houder draagt er zorg voor dat er conform het pedagogisch en educatief beleidsplan wordt gehandeld.

$ 750

Bko BES art. 2.23, tweede lid

De houder maakt het pedagogisch en educatief beleid schriftelijk bekend aan de ouders.

$ 500

Bko BES art. 2.23, derde lid

Het beleid voldoet aan de eisen als voorgeschreven in het Besluit kinderopvang BES.

$ 250 per eis

Bko BES art. 2.24

Domein: pedagogisch handelen

 

Wko BES art 2.3, eerste en derde lid, en art. 2.4, vierde lid, aanhef en onder f

De houder van het kindercentrum biedt een ondersteunend pedagogisch klimaat dat bijdraagt aan:

• de emotionele veiligheid van kinderen.

• het ontwikkelen van de persoonlijke en sociale vaardigheden van kinderen

• de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen

$ 750

Bko BES art. 2.2

Financiering

   

Domein: kosten opvang zonder kinderopvangvergoeding

 

Wko BES art. 3.15

Indien de houder een kind opvangt waarvoor hij geen kinderopvangvergoeding ontvangt, dan brengt de houder bij de ouder de kosten in rekening die tenminste gelijk zijn aan de kinderopvangvergoeding die verstrekt zou worden.

$ 1.000

Wko BES art. 3.15

Gegevensverstrekking

   

Domein: gegevensverstrekking houder kindercentrum

 

Wko BES art. 4.1 en 4.2

Een houder verstrekt binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken wijze alle gegevens die nodig zijn voor het vaststellen en betalen van de kinderopvangvergoeding, als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving.

$ 500 per gegeven

Wko BES art. 4.2 en Rko BES art. 2, 3 en 4

Domein: gegevensverstrekking ouder

 

Wko BES art. 4.3

Ouder en partner van ouder verstrekken binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken wijze alle gegevens van ouder, partner en kind, als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving, die:

• nodig zijn voor de vaststelling en hoogte van de kinderopvangvergoeding;

• aanleiding kunnen geven tot wijziging van de kinderopvangvergoeding.

$ 250 – voor ouders

Wko BES art. 4.3 en Rko BES art. 2

BIJLAGE 2. AFWEGINGSKADER GASTOUDEROPVANG

Gebruikte afkortingen:

Wko BES:

Wet Kinderopvang BES

Bko BES:

Besluit Kinderopvang BES

Rko BES:

Regeling Kinderopvang BES

EV KO:

Eilandsverordening Kinderopvang

WAARDERINGSKADER GASTOUDEROPVANG

Boetebedrag

Relevante artikelen

ADMINISTRATIE, GASTOUDER EN HUISVESTING

   

Administratie

   

Domein: exploitatievergunning

 

Wko BES artikel 2.1, eerste lid

De gastouder heeft een exploitatievergunning.

$ 1.700

Wko BES artikel 2.1, eerste lid, Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder a, EV KO Bonaire, art. 7 en 8, EV KO Saba art. 4 en 5, en EV KO Sint Eustatius art. 6 en 7

Eisen gastouder en groepsgrootte

   

Domein: opleiding, scholing en ervaring

 

Wko BES art. 2.6, eerste en tweede lid, en vijfde lid, aanhef en onder e

De gastouder heeft een opleiding tot pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogische component gevolgd op ten minste mbo niveau 2 of CVQ 2 (Saba: mbo niveau 3).

$ 350

Bko BES art. 2.10, EV KO Saba, art. 10, eerste lid, en Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder d

Er is minstens een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.

$ 350

Bko BES art. 2.11 en Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder a

Domein: verklaring omtrent gedrag

 

Wko BES art. 2.8, eerste lid, aanhef en onder a, e en f, en tweede t/m vijfde lid

De gastouder zorgt ervoor dat iedereen die werkzaam is of personen van achttien jaar een ouder die structureel aanwezig zijn bij de gastouder beschikken over een geldige en actuele verklaring omtrent het gedrag.

$ 500

Wko BES art. 2.8, eerste lid, aanhef en onder a en e

De VOG was niet ouder dan drie maanden bij indiening en wordt tweejaarlijks geactualiseerd.

$ 300

Wko BES art. 2.8, tweede lid

Indiening van de VOG geschiedt voorafgaand aan de werkzaamheden of structureel aanwezigheid op de gastouderlocatie.

$ 300

Wko BES art. 2.8, derde lid

De gastouder bewaart de VOG gedurende drie jaar.

$ 300

Wko BES art. 2.8, vijfde lid en Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder a

Domein: voertaal

 

Wko BES art. 2.6, vijfde lid, aanhef en onder d, en art. 2.7

Nederlands of Papiaments (Bonaire) of Engels of Nederlands (Sint Eustatius en Saba) wordt als voertaal gebruikt of mede een andere voertaal vanwege de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden.

$ 250

Wko BES art. 2.7

De gastouder voldoet aan de nadere regels gesteld in de Eilandsverordening omtrent het taalniveau (enkel van toepassing voor Saba).

$ 250

Wko BES art. 2.6, vijfde lid, aanhef en onder d, en EV KO Saba, art. 10, tweede lid

Domein: groepsgrootte

 

Wko BES art. 2.6, tweede lid, aanhef en onder e, en vierde lid, aanhef en onder e

De gastouder heeft een maximale groepsgrootte als aangeduid in het Besluit Kinderopvang BES.

$ 300

Bko BES art. 2.17

Huisvesting

   

Domein: huisvesting en ruimtes

 

Wko BES art. 2.6, vierde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder a

De accommodatie voldoet aan de eisen als gesteld in de Eilandsverordening (enkel van toepassing voor Saba en Bonaire).

$ 250

Wko BES art. 2.6, vierde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder a, EV KO Bonaire art. 11, en EV KO Saba, art. 9

VEILIGHEID, GEZONDHEID EN PEDAGOGISCH KLIMAAT

   

Veiligheid en gezondheid

   

Domein: veiligheids- en gezondheidsbeleid

 

Wko BES art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, en art. 2.6, eerste en vierde lid

De gastouder heeft een veiligheid- en gezondheidsbeleid (V&G) dat voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES.

$ 350

$ 50 per eis

Bko BES art. 2.4 en 2.6 en Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder b

Domein: gezonde voeding

 

Wko BES art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en art. 2.6, eerste lid, en vijfde lid, aanhef en onder c

De gastouder zorgt voor gezonde voeding volgens de eisen die gelden in de Eilandsverordening (enkel van toepassing voor Saba en Sint Eustatius).

$ 250

Wko BES art. 26, vijfde lid, aanhef en onder c, en EV KO Saba, art. 8 en EV KO Sint Eustatius, art. 1

Domein: overlegplicht

 

Wko BES art. 2.13

Bij een (mogelijk) misdrijf van een structureel aanwezig persoon op de gastouderlocatie, treedt gastouder in overleg met deskundige.

$ 1.000

Wko BES art. 2.13

Domein: achterwacht

 

Bko BES art. 2.18

De gastouder heeft een achterwacht die binnen vijftien minuten aanwezig kan zijn in geval van een calamiteit.

$ 250

Bko BES art. 2.18

Pedagogisch beleid en pedagogisch handelen

 

Wko BES art. 2.3, eerste en tweede lid, en art. 2.6, eerste lid en vijfde lid, aanhef en onder f

Domein: pedagogisch beleid

 

Wko BES art. 2.3, eerste en tweede lid

De gastouder beschikt over een pedagogisch beleidsplan.

$ 250

Wko BES art. 2.3, tweede lid en Rko BES, art. 4, derde lid, aanhef en onder c

De gastouder draagt er zorg voor dat het pedagogisch beleidsplan wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

$ 250

Wko BES art. 2.3, tweede lid

Domein: pedagogisch handelen

   

De gastouder biedt een ondersteunend pedagogisch klimaat dat bijdraagt aan:

• de emotionele veiligheid van kinderen.

• het ontwikkelen van de persoonlijke en sociale vaardigheden van kinderen

• de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen.

$ 250

Bko BES art. 2.2

Financiering

   

Domein: kosten opvang zonder kinderopvangvergoeding

 

Wko BES art. 3.15

Indien de gastouder een kind opvangt waarvoor hij geen kinderopvangvergoeding ontvangt, dan brengt de gastouder bij de ouder de kosten in rekening die tenminste gelijk zijn aan de kinderopvangvergoeding die verstrekt zou worden.

$ 350

Wko BES art. 3.15

Gegevensverstrekking

   

Domein: gegevensverstrekking gastouder

 

Wko BES art. 4.1 en 4.2

Een gastouder verstrekt binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken wijze alle gegevens die nodig zijn voor het vaststellen en betalen van de kinderopvangvergoeding, als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving.

$ 150 per gegeven

Wko BES art. 4.2 en Rko BES art. 2, 3 en 4

Domein: gegevensverstrekking ouder

 

Wko BES art. 4.3

Ouder en partner van ouder verstrekken binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken wijze alle gegevens van ouder, partner en kind, als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving., die:

• nodig zijn voor de vaststelling en hoogte van de kinderopvangvergoeding.

• aanleiding kunnen geven tot wijziging van de kinderopvangvergoeding

$ 80 -voor ouders

Wko BES art. 4.3 en Rko BES art. 2

Naar boven