Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling doorvaarverbod betonning noordzijde van de Erasmusbrug

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

overwegende dat:

  • het voor de scheepvaartverkeersveiligheid wenselijk is om scheepvaartverkeer te weren bij de brugpijler aan de noordzijde van de Erasmusbrug ter hoogte van oeverfrontnummer 177;

  • hiervoor het plaatsen van verkeerstekens en het nemen van een verkeersbesluit met een doorvaarverbod noodzakelijk is;

  • werkschepen nog wel doorgang moeten kunnen hebben om hun taken bij en in de omgeving van de Erasmusbrug te kunnen verrichten;

  • het belang van een veilig en vlot verloop van het scheepvaartverkeer met dit besluit wordt gediend; en

  • het belang van het in stand houden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan door de schepen die bij de brugpijler ten noorden van de Erasmusbrug werkzaamheden of incidentbestrijdingstaken moeten verrichten, met het besluit wordt gediend.

gelet op:

  • artikel 2, eerste lid, onder a, onder 1, artikel 5 en artikel 7, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;

  • artikel 1, eerste lid, onder a, van het Besluit mandaat en machtiging havenmeester Rotterdam;

besluit vast te stellen:

Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling doorvaarverbod betonning noordzijde van de Erasmusbrug

Artikel 1

  • 1. Het is verboden op de Nieuwe Maas onder de Erasmusbrug door te varen tussen de in dat vaarwater aangebrachte betonning ter hoogte van oeverfrontnummer 177 aangeduid met het verkeersteken A.1 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

  • 2. De aangebrachte betonning als bedoeld in het eerste lid wordt aangeduid met een bijzondere markering als bedoeld in bijlage 8 onder 4 van het Binnenvaartpolitiereglement met daarop een A.1 teken als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

  • 3. Schepen die werkzaamheden verrichten in opdracht van gemeente Rotterdam of van Rijkswaterstaat zijn vrijgesteld van het doorvaarverbod als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling doorvaarverbod betonning noordzijde van de Erasmusbrug.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Aldus vastgesteld op 18 december 2025.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, De Havenmeester van Rotterdam, R.J. de Vries

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend.

Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.

Naar boven