Besluit van het bestuur van de huurcommissie, van 17 juni 2025 houdende de verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van de administratieve ondersteuning van de huurcommissie (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging huurcommissie 2024)

Het bestuur van de huurcommissie,

Gelet op artikel 5 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016,

Gelet op het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024,

Besluit:

Artikel 1: Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ministerie:

het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening;

b. minister:

de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening;

c. wet:

de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;

d. huurcommissie:

de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de wet;

e. bestuur:

het bestuur van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

f. voorzitter:

de voorzitter van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

g. plaatsvervangend voorzitter:

de plaatsvervangend voorzitter van de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de wet;

h. administratieve ondersteuning:

de administratieve ondersteuning van de huurcommissie, bedoeld in de artikelen 3c en 3h, van de wet en aangeduid als dienst van de huurcommissie, overeenkomstig artikel 1 van het Instellingsbesluit Dienst van de Huurcommissie;

i. directeur:

de uitvoerend directeur van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder g, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024;

j. plaatsvervangend directeur:

de plaatsvervanger van de directeur bij diens afwezigheid;

k. strategisch manager:

integraal eindverantwoordelijke van een of meerdere taakgebieden van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder h, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024. Een functionaris die door de voorzitter tijdelijk is belast met de dagelijkse leiding van een of meerdere taakgebieden, wordt in het kader van dit besluit gelijkgesteld aan een strategisch manager;

l. teammanager:

de teammanager, bedoeld in artikel 1, onder i Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024 is de primaire lijnmanager met p-verantwoordelijkheid en daarnaast heeft de teammanager de verantwoordelijkheid voor de productie en de kwaliteit van het team;

m. managementondersteuner:

medewerker van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder j, van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024;

n. functionaris:

medewerker van de dienst van de huurcommissie, bedoeld in artikel 1, onder k van het Organisatiebesluit dienst van de huurcommissie 2024.

Artikel 2: Verlening van ondermandaat

  • 1. Aan de directeur wordt ondermandaat verleend met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, en tweede lid, onder c en d, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 aan het bestuur verleende bevoegdheden.

  • 2. Aan de directeur wordt ondermandaat verleend met betrekking tot de in artikel 3 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 aan het bestuur verleende bevoegdheden.

  • 3. Aan de directeur wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot ten hoogste € 5.000.000,–.

  • 4. Aan de directeur wordt ondermandaat verleend om te beslissen op verzoeken op grond van artikel 34 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming en de artikelen 15 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming.

  • 5. Aan de directeur wordt ondermandaat verleend om te beslissen op verzoeken, bedoeld in de Wet open overheid.

  • 6. Aan de plaatsvervangend directeur wordt ondermandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden genoemd in het eerste lid tot en met het vijfde lid van dit artikel, met uitzondering van het derde lid waarbij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot ten hoogste € 500.000,– is begrensd.

  • 7. Aan de strategisch managers wordt ondermandaat verleend met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a en b en artikel 3, eerste en tweede lid van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 aan het bestuur verleende bevoegdheden;

  • 8. Aan de strategisch managers wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot ten hoogste € 150.000,–.

  • 9. Aan de teammanagers wordt ondermandaat verleend met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a en b en artikel 3, eerste en tweede lid van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 aan het bestuur verleende bevoegdheden;

  • 10. Aan de teammanagers wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot ten hoogste € 5.000,–;

  • 11. Aan de managementondersteuners wordt ondermandaat verleend met betrekking tot de in artikel 3, eerste en tweede lid van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 aan het bestuur verleende bevoegdheden;

  • 12. Aan de managementondersteuners wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot ten hoogste € 2.000,–;

  • 13. De verlening van ondermandaat geschiedt schriftelijk.

Artikel 3: Begrenzing van het ondermandaat

  • 1. De uitoefening van ondermandaat geschiedt binnen de grenzen van de in de wet vastgestelde taken, het bestuursreglement van de huurcommissie, de ter zake geldende overige wetgeving en regelgeving, de beleidsregels van de minister ten aanzien van de uitoefening van de bij of krachtens het Besluit mandaat, volmacht en machtiging huurcommissie 2024 verleende bevoegdheden en de functiebeschrijvingen van de functionarissen.

  • 2. Het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in artikel 2, derde, achtste, tiende en twaalfde lid, geschiedt met inachtneming van:

    • a. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte;

    • b. de aan de ondergemandateerde toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan;

    • c. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 en de aanwijzingen van de directeur FEZ van het ministerie op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving;

    • d. de door de minister ter zake gestelde kaders, waaronder de kaders ten aanzien van inkoop en aanbesteding en;

    • e. de aanwijzingen van de directeur, het bestuur of de voorzitter van het bestuur.

Artikel 4: Informatieplicht

Eenieder aan wie bij dit besluit ondermandaat is verleend, heeft een informatieplicht en signaleringsplicht jegens het bestuur.

Artikel 5: Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met ondermandaat gelijkgesteld, de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 6: Overige bepalingen

  • 1. Indien een besluit wordt genomen bij een in dit besluit in ondermandaat verleende bevoegdheid, luidt de ondertekening:

    De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

    namens deze

    gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de functionaris.

  • 2. Bij de ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: namens de Staat der Nederlanden.

  • 3. Besluiten of handelingen die op grond van het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging huurcommissie 2019 zijn genomen of verricht in de periode tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, worden aangemerkt als te zijn genomen of verricht namens de minister.

Artikel 7: Slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst en heeft terugwerkende kracht tot en met 17 september 2024.

  • 2. Het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging huurcommissie 2019 wordt ingetrokken.

  • 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging huurcommissie 2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 juni 2025

Het bestuur van de huurcommissie voorzitter van de huurcommissie P.E. Heerma

plaatsvervangend voorzitter van de huurcommissie J.A.M. Schuurbiers

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie kan het bestuur van de Huurcommissie aan de directeur, plaatsvervangend directeur, strategisch manager, teammanager en de managementondersteuner ondermandaat verlenen.

In onderhavig besluit zijn de volgende elementen opgenomen of aangepast ten opzichte van het besluit dat in maart 2019 werd gepubliceerd:

  • de verwijzing naar het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie is geactualiseerd aangezien dat besluit is ingetrokken en vervangen is door het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024;

  • waar nodig zijn de functienamen aangepast naar de nieuwe functienamen zoals opgenomen in het vastgestelde Organisatie- en Formatierapport Dienst van de Huurcommissie 2024;

  • De maximaal toegestane bedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen per functiegroep zijn gewijzigd;

  • De naam van de relevante minister/het relevante ministerie is gewijzigd.

Artikel 2: Verlening van ondermandaat

In artikel 2 wordt aan de directeur van de DHC volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Voor zover het daarbij gaat om het aangaan van financiële verplichtingen, is het ondermandaat begrensd tot een bedrag van € 5.000.000,–.Naast de directeur, kan er volmacht worden verleend aan de plaatsvervangend directeur tot 500.000,–, de strategisch managers tot 150.000,–,aan de teammanagers tot 5.000,– en aan managementondersteuners tot € 2.000,–. Deze grenzen zijn afgestemd op de maximumbedragen genoemd in Bijlage 1 bij het Mandaatbesluit VRO 2025, rekening houdend met de relatief geringe begroting voor de DHC.

Dit betreft specifiek het aangaan van de financiële verplichting, niet het ondertekenen van de betalingsopdrachten nadat de financiële verplichting is aangegaan.

Artikel 5, tweede lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024 bepaalt dat het bestuur geen ondermandaat verleent met betrekking tot het vaststellen en het besluiten tot wijziging van de taken van de DHC en tot het besluiten tot organisatieveranderingen en het besluiten tot de uitvoering daarvan. Daarom is in het derde lid van artikel 5 van dat besluit van de volmacht uitgezonderd het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot de inkoop van dienstverlening op het terrein van interim-management, organisatieadvies en formatieadvies.

Aan de directeur van de DHC wordt ondermandaat verleend om te beslissen op verzoeken op grond van artikel 34 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming en om te beslissen op verzoeken, bedoeld in de Wet open overheid (Woo).

Artikel 3: Begrenzing ondermandaat

Dit artikel begrenst de uitoefening van de in de eerdere artikelen in mandaat verleende bevoegdheden. Het eerste lid van dit artikel benoemt de algemene kaders waarbinnen de uitoefening van de bevoegdheden plaats dient te vinden. Dit zijn de voor het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gebruikelijke kaders. Deze zijn daarom ook opgenomen in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024.

Het tweede lid richt zich specifiek op de begrenzing van de uitoefening van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Daartoe stelt dit lid naast een aantal algemene kaders ook de financiële kaders die te maken hebben met de rijksbegroting ten behoeve van de Huurcommissie.

Artikel 4: Informatieplicht

De functionarissen die in onderhavig mandaatbesluit mandaat hebben gekregen, hebben een informatieplicht en signaleringsplicht jegens het bestuur.

Artikel 5: Volmacht en machtiging

Naast mandaat bestaan ook nog twee andere vertegenwoordigingsfiguren (zie artikel 10:12 Algemene wet bestuursrecht): de volmacht voor privaatrechtelijke rechtshandelingen en de machtiging voor feitelijke handelingen. Overal waar in dit mandaatbesluit ‘ondermandaat’ wordt genoemd, kan ook ‘volmacht’ of ‘machtiging’ worden gelezen.

Volmacht wordt verleend om namens de rechtspersoon Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen, bijvoorbeeld de inkoop van kantoorartikelen, te mogen verrichten.

Machtiging wordt verleend om namens het bestuursorgaan Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of de rechtspersoon Staat feitelijke handelingen, bijvoorbeeld het in rechte optreden bij een personeelsgeschil, te kunnen verrichten. Deze handelingen kunnen dus publiekrechtelijk en privaatrechtelijk van aard zijn.

Het bestuur van de huurcommissie voorzitter van de huurcommissie P.E. Heerma

plaatsvervangend voorzitter van de huurcommissie J.A.M. Schuurbiers

Naar boven