Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Zorgautoriteit | Staatscourant 2025, 44117 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Zorgautoriteit | Staatscourant 2025, 44117 | beleidsregel |
Vastgesteld op 18 november 2025
De Nederlandse Zorgautoriteit,
Gelet op:
− artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), op grond waarvan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast stelt met betrekking tot een haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende bevoegdheid;
− artikel 16, sub e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg), op grond waarvan de NZa toezicht houdt op de naleving van artikel 40b van de Wmg.
Besluit:
Artikel 5 van de Beleidsregel handhaving en invordering jaarverantwoording met kenmerk TH/BR-040, wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5, eerste lid, wordt de laatste zin verwijderd. De tekst van het eerste lid luidt na deze wijziging als volgt:
Als een zorgaanbieder artikel 40b, eerste lid, van de Wmg niet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de zorgaanbieder, stuurt de NZa in beginsel een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan de zorgaanbieder.
B
In artikel 5, tweede lid, onder a, worden de woorden ‘worden niet in behandeling genomen’ vervangen door ‘worden, voor zover mogelijk, slechts alsnog in de besluitvorming betrokken als dit noodzakelijk is vanuit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit en/of wezenlijk bijdraagt aan de daarbij te maken belangenafweging’.
C.
In artikel 5, tweede lid, onder b, wordt het woord ‘tijdig’ verwijderd.
D.
In artikel 5, tweede lid, onder c, wordt het woord ‘verplicht’ vervangen door ‘beschikbaar’.
E
In artikel 5, vierde lid, wordt de tekst ‘€ 1.000,–’ vervangen door ‘€ 2.000,–’
F
In de aanhef van artikel 5, vijfde lid, wordt de tekst ‘€ 500,–’ vervangen door ‘€ 1.000,–’
G
In artikel 5, zevende lid, wordt de tekst ‘€ 2.500,–’ vervangen door ‘€ 5.000,–’
H
In artikel 5, achtste lid, wordt de tekst ‘€ 1.250,–’ vervangen door ‘€ 2.500,–’
I
De tekst van artikel 5, tiende lid, wordt vervangen door de volgende tekst:
‘Als een zorgaanbieder een opgelegde last onder dwangsom als bedoeld in dit artikel niet opvolgt, dan kan dit aanleiding vormen om ook een onderzoek te starten naar de ordelijkheid en controleerbaarheid van de financiële bedrijfsvoering op grond van artikel 40a Wmg’.
J
De tekst van de Toelichting artikelsgewijs, onder ‘Artikel 5 Handhaving’, wordt vervangen door de volgende tekst:
‘In artikel 5 van deze beleidsregel is het proces van het opleggen van een last onder dwangsom weergegeven. Als op het bij of krachtens artikel 40b van de Wmg gestelde tijdstip, de jaarverantwoording van het voorgaande boekjaar nog niet (volledig) is gedeponeerd, dan kan de NZa een brief ter attentie van de zorgaanbieder sturen met een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. De brief kan per post of op digitale wijze verzonden worden. Wanneer de zorgaanbieder binnen de in het voorgenomen besluit gestelde termijn alsnog de jaarverantwoording volledig en juist deponeert, volgen er geen verdere consequenties.
De NZa kan een last onder dwangsom opleggen aan een zorgaanbieder wanneer de zorgaanbieder na vier kalenderweken nog steeds niet (volledig) aan de verplichtingen van de jaarverantwoording heeft voldaan en de eventuele zienswijze op het voornemen geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien. De last onder dwangsom wordt per post of op digitale wijze verstuurd aan de zorgaanbieder ter attentie van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft dan (vanaf de dag na dagtekening van de last onder dwangsom) nogmaals vier kalenderweken de tijd om aan haar verplichtingen te voldoen (begunstigingstermijn). Na deze vier kalenderweken begint een termijn van maximaal vijf kalenderweken te lopen (verbeuringstermijn). Bij het niet nakomen van de jaarverantwoordingsplicht wordt per kalenderweek een dwangsom van € 2.000,– opgelegd, met een maximum van € 10.000,–. Voor zorgaanbieders met omvang ‘micro’, de eenmanszaken en de kleinere abortusklinieken – zoals omschreven in artikel 5, vijfde lid, van deze beleidsregel –, bedraagt de dwangsom € 1.000,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,–. Na afloop van de vijfwekentermijn wordt door middel van een invorderingsbeschikking, die eveneens per post of op digitale wijze wordt verstuurd, de dwangsom geïncasseerd. Voorafgaand aan de invorderingsbeschikking wordt de zorgaanbieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven.
Als een zorgaanbieder na het verbeuren van de eerste last onder dwangsom nog altijd niet de jaarverantwoording heeft gedeponeerd, dan kan worden opgetreden met een tweede last onder dwangsom. De tweede dwangsom bedraagt € 5.000,– per kalenderweek, met een maximum van € 25.000,–. Voor zorgaanbieders met omvang ‘micro’, de eenmanszaken en de kleinere abortusklinieken -zoals omschreven in artikel 5, achtste lid, van deze beleidsregel – bedraagt deze € 2.500,– per kalenderweek, met een maximum van € 12.500,–. Het proces bij de tweede last onder dwangsom verloopt op dezelfde wijze als bij de eerste last onder dwangsom. Aangevangen wordt met het voornemen, vervolgens wordt de last onder dwangsom opgelegd, daarna volgt een voornemen tot invordering en ten slotte de invorderingsbeschikking. De bedragen die verbeurd kunnen worden zijn bij deze tweede last onder dwangsom echter hoger, om de zorgaanbieder extra te bewegen om alsnog de jaarverantwoording te openbaren’.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt de beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.
De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl
De wijzigingen onder E tot en met J zien op een verhoging van dwangsommen die per kalenderweek kunnen worden opgelegd. Wanneer de zorgaanbieder na het verlopen van de begunstigingstermijn (vier weken vanaf de dag na dagtekening van de last onder dwangsom) nog steeds niet (volledig) aan de opgelegde last heeft voldaan, dan wordt er wekelijks een dwangsom verbeurd. Met dit wijzigingsbesluit wordt de wekelijks opgelegde dwangsom verhoogd. Dit geldt ook voor een eventuele tweede dwangsom die wordt opgelegd. Hiermee beoogt de NZa de naleving van de lasten te verbeteren en zo de effectiviteit van de maatregel te vergroten. Het maximale te verbeuren bedrag aan dwangsommen blijft vooralsnog gelijk.
De wijzigingen onder A tot en met D hebben als doel om een aantal artikelen beter aan te laten sluiten op de Algemene wet bestuursrecht.
Tot slot wordt onder wijziging H de tekst over de potentiële vervolgonderzoeken verduidelijkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-44117.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.