Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 19 december 2025, kenmerk ACM/UIT/664613 tot wijziging van de tariefstructuren en voorwaarden als bedoeld in artikelen 12a en 12b van de Gaswet betreffende het in lijn brengen van de Tarievencode gas en Takencode gas LNB met de Energiewet en betreffende de uitvoering van de Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas (NC-TAR)

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet;

Gelet op artikel 4, derde en vierde lid, van NC-TAR;

Besluit

ARTIKEL I

De Tarievencode gas wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 3.1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

‘de taak bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel a, van de Gaswet´ vervangen door ‘taak bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet´.

B

Artikel 3.1, derde lid, wordt gewijzigd als volgt:

De zin ‘De netbeheerder van het landelijk gastransportnet genereert geen inkomsten middels op commodity gebaseerde tarieven of niet-transmissietarieven als bedoeld in artikel 4, derde lid, respectievelijk artikel 4, vierde lid, van NC-TAR.’ wordt vervangen door ‘De transmissiesysteembeheerder genereert geen inkomsten middels op commodity gebaseerde tarieven.’.

C

Aan artikel 3.1 wordt een vijfde lid ingevoegd, luidende:

  • 5. De kosten voor de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet worden geïnd via de tarieven zoals beschreven in paragraaf 3.4.

D

De definitie voor twee onderdelen van de formule in artikel 3.3, tweede lid, wordt aangepast als volgt:

het procentuele aandeel van de inkomsten uit transmissiediensten, van de transmissiesysteembeheerder dat moet worden geïnd via de entrytarieven is, zoals vastgesteld in artikel 3.4;

de inkomsten uit transmissiediensten, van de transmissiesysteembeheerder uitgedrukt in euro is;

E

Artikel 3.4 wordt gewijzigd als volgt:

De zin ‘De verdeling van de inkomsten over entry- en exitcapaciteit is als volgt: 40% van de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt geïnd via de entrytarieven, 60% van de inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt geïnd via de exittarieven.’ wordt vervangen door ‘De verdeling van de inkomsten uit transmissiediensten over entry- en exitcapaciteit is als volgt: 40% van de inkomsten uit transmissiediensten van de transmissiesysteembeheerder wordt geïnd via de entrytarieven, 60% van de inkomsten uit transmissiediensten van de transmissiesysteembeheerder wordt geïnd via de exittarieven.’

F

De definitie voor een onderdeel in de formule in artikel 3.5, eerste lid, wordt aangepast naar:

TI

de inkomsten uit transmissiediensten van de transmissiesysteembeheerder uitgedrukt in euro is;

G

Na het huidige artikel 3.11. wordt ‘paragraaf’ ingevoegd voor ‘3.4’.

H

Paragraaf 3.4 krijgt de titel ‘Tariefstructuur voor pieklevering van gas conform artikel 3.64 Energiewet’.

I

Aan paragraaf 3.4 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 3.12

  • 1. De transmissiesysteembeheerder treft voorzieningen ten behoeve van de pieklevering, zoals bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet. De omschrijving van de dienst is opgenomen in artikel 2.1.1 van de Takencode gas TSB.

  • 2. De in het eerste lid genoemde taak bestaat uit deeltaken die kwalificeren als een transmissiedienst en uit deeltaken die kwalificeren als een niet-transmissiedienst, als bedoeld in artikel 4, eerste en vierde lid, van NC-TAR;

    • a. De deeltaken die kwalificeren als transmissiedienst betreft de entry- en exitcapaciteit die de transmissiesysteembeheerder zelf reserveert ten behoeve van de piekleveringstaak.

    • b. De deeltaken die kwalificeren als niet-transmissiedienst betreffen in ieder geval de productiecapaciteit en het gas dat de transmissiesysteembeheerder inkoopt ten behoeve van de piekleveringstaak.

  • 3. De totale kosten voor de in het eerste lid omschreven piekleveringsdienst bestaan uit de som van de kosten van de twee deeltaken. Deze totale kosten worden door de transmissiesysteembeheerders in rekening gebracht leveranciers van eindafnemers met een kleine aansluiting voor gas.

  • 4. Een leverancier van eindafnemers met een kleine aansluiting voor gas betaalt de hem toe te rekenen bedragen aan de transmissiesysteembeheerder.

  • 5. Van lid 3 en 4 van dit artikel kan worden afgeweken wanneer de leverancier van eindafnemers met een kleine aansluiting met een balanceringsverantwoordelijke is overeengekomen dat de kosten voor de voorzieningen ten behoeve van de pieklevering in rekening gebracht kunnen worden bij de balanceringsverantwoordelijke.

Artikel 3.13

  • 1. De transmissiesysteembeheerder berekent het tarief voor de pieklevering van gas aan de hand van een door de Autoriteit Consument en Markt, overeenkomstig artikel 3.112 van de Energiewet, goedgekeurde berekeningsmethode voor een maatwerktarief. De transmissiesysteembeheerder legt het voorstel voor de berekeningsmethode ter goedkeuring aan de ACM voor.

  • 2. Het voorstel van de transmissiesysteembeheerder bevat in ieder geval de volgende elementen:

    • a. een compleet overzicht van alle kostensoorten van de piekleveringstaak;

    • b. de tariefmethodologie voor de berekening van de piekleveringstarieven;

    • c. het aandeel van de toegestane inkomsten dat wordt verwacht via de piekleveringstarieven te worden geïnd;

    • d. de wijze waarop de bijbehorende inkomsten uit het piekleveringstarief worden gereconcilieerd als bedoeld in artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) 2017/460;

    • e. een indicatie van de piekleveringstarieven die de netgebruikers aan wie deze dienst toekomt moeten betalen.

  • 3. Indien de transmissiesysteembeheerder een wijziging van de berekeningsmethode bedoeld in het tweede lid wil aanbrengen dan stelt zij daartoe een voorstel op en legt deze ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 4. De goedgekeurde tariefmethodologie voor de pieklevering blijft geldig totdat de transmissiesysteembeheerder een nieuw voorstel indient, en dit voorstel door de ACM is goedgekeurd. Bij gewijzigde omstandigheden kan de ACM de eerder uitgegeven goedkeuring intrekken. In dit geval moet de transmissiesysteembeheerder een nieuw voorstel voor de berekeningsmethode ter goedkeuring voorleggen.

ARTIKEL II

De Takencode gas LNB wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2.1.1 wordt gewijzigd als volgt:

‘Ingevolge het Besluit leveringszekerheid Gaswet treft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet voorzieningen teneinde de vergunninghouder in staat te stellen de pieklevering te verzorgen aan alle kleinverbruikers in Nederland.’ wordt vervangen door ‘Ingevolge artikel 3.64 van de Energiewet treft de transmissiesysteembeheerder voorzieningen teneinde de leveranciers van eindafnemers met een kleine aansluiting voor gas in staat te stellen de pieklevering te verzorgen aan alle kleinverbruikers in Nederland.’

B

Artikel 2.1.2 wordt gewijzigd als volgt:

‘De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zal aan de vergunninghouders gas leveren ten behoeve van pieklevering en het portfolio onbalans signaal van erkende programmaverantwoordelijken dienovereenkomstig aanpassen.’ wordt vervangen door ‘De transmissiesysteembeheerder zal aan de betreffende leveranciers gas leveren ten behoeve van pieklevering en het portfolio onbalans signaal van balanceringsverantwoordelijken dienovereenkomstig aanpassen’.

C

Artikel 2.1.3 komt te vervallen.

D

Artikel 2.1.4 komt te vervallen.

E

Artikel 2.1.5 komt te vervallen.

F

Aan paragraaf 2.1. wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 2.1.6:

De berekeningsmethodologie voor het tarief voor de pieklevering van gas volgt uit een apart besluit overeenkomstig artikel 3.13 van de Tarievencode gas.

ARTIKEL III

De Transportcode gas LNB wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2.1.2b. wordt gewijzigd als volgt:

‘zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, van het Besluit leveringszekerheid Gaswet’ wordt vervangen door ‘zoals omschreven in artikel 3.30 van het Energiebesluit´.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2025.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 december 2025

Autoriteit Consument en Markt, namens deze, M.R. Leijten bestuurslid

Als u rechtstreeks belanghebbende bent, kunt u tegen dit besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het postadres is: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt zijn ontvangen. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en moet ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevatten. Voorts moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten en dient een afschrift van het bestreden besluit te worden meegezonden.

TOELICHTING

1. Samenvatting

  • 1. Met dit besluit stelt de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM) de tariefstructuur vast voor de dienst van Gasunie Transport Services B.V. (hierna: GTS), als bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet, om leveranciers van aangeslotenen met een kleine aansluiting in staat te stellen de pieklevering te verzorgen (hierna: de piekleveringstaak). De ACM wijzigt hiertoe de Tarievencode gas, de Takencode gas LNB en de Transportcode gas LNB.

  • 2. De Takencode gas LNB en de Transportcode gas LNB worden na inwerkingtreding van de Energiewet hernoemd naar Takencode gas TSB en Transportcode gas TSB. De terminologie in de met dit besluit gewijzigde codetekst sluit daar bij aan.

2. Aanleiding en gevolgde procedure

  • 3. De Energiewet treedt in werking op 1 januari 2026. Op grond van de Gaswet had de ACM geen bevoegdheid om inkomsten vast te stellen voor de piekleveringstaak van GTS. Op grond van artikel 10a, derde lid, van de Gaswet was de tariefstelling voor de piekleveringstaak bepaald in artikel 2, vierde lid, van het Besluit van 13 april 2004, houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet).

  • 4. Met inwerkingtreding van de Energiewet komt het Besluit leveringszekerheid Gaswet te vervallen1 en wordt de bevoegdheid de tariefstructuur voor de piekleveringstaak vast te stellen bij de ACM belegd.2 Ter uitvoering van deze bevoegdheid wijzigt de ACM de tariefstructuren en voorwaarden overeenkomstig Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas (hierna: NC-TAR).

  • 5. De ACM stelt op grond van artikel 12f van de Gaswet regelgeving vast voor de energiemarkt. Op grond van artikel 12c, tweede lid, van de Gaswet geeft de ACM hieraan uitvoering door ambtshalve wijziging van de Tarievencode gas, de Transportcode gas LNB en de Takencode gas LNB. Met dit besluit voert de ACM tevens de beoordeling in artikel 4 van de NC-TAR uit.

  • 6. De ACM geeft invulling aan haar consultatieplicht met de codewijzigingsprocedure, waarbij ze belanghebbenden en de representatieve organisaties van netgebruikers op de gasmarkt ingevolge artikel 12c, tweede lid juncto artikel 12e, derde lid, van de Gaswet in staat stelt binnen twaalf weken hun zienswijzen op het ontwerpbesluit kenbaar te maken.

  • 7. De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat bedoeld in Richtlijn 2015/1535. Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.

3. Toelichting

Achtergrond

  • 8. Ten behoeve van de piekleveringstaak maakt GTS kosten voor voorzieningen op het gebied van gasinkoop, flexibiliteitsdiensten en gastransport op het transmissiesysteem voor gas die nodig zijn om leveranciers van aangeslotenen met een kleine aansluiting in staat te stellen de pieklevering te verzorgen voor alle eindafnemers van gas met een kleine aansluiting in Nederland. Deze groep leveranciers bestaat uit de vergunningshouders en de leveranciers die op grond van artikel 2.17, tweede lid van de Energiewet geen vergunninghouder zijn maar wel eindafnemers met een kleine aansluiting beleveren. De voorzieningen ter uitvoering van de piekleveringstaak moeten volstaan om pieklevering te kunnen verzorgen op een dag met een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van –17 °C.3

  • 9. Omdat de piekleveringstaak van GTS uit de wet voortvloeit, moet GTS de kosten ter uitvoering van deze taak kunnen terugverdienen. Om de kosten ter uitvoering van de piekleveringstaak op doelmatige wijze en op basis van de juiste rechtsgrond te verdelen, stelt de ACM met dit besluit twee dingen vast; de kwalificatie van de piekleveringsdienst van GTS op basis van artikel 4 NC-TAR, en de wijze waarop de kosten in rekening kunnen worden gebracht onder de Energiewet. 4

3.1. Beoordeling artikel 4 NC-TAR

  • 10. De ACM bepaalt op welke wijze GTS haar kosten in rekening mag brengen bij netgebruikers. Bij het vaststellen van de kostenverdeling, is de ACM gehouden aan de NC-TAR. De tariefderivatie op grond van NC-TAR moet een aantal stappen doorlopen. De eerste stap is het kwalificeren van de diensten van GTS als transmissiediensten of non-transmissiediensten. De ACM legt in deze paragraaf van dit besluit de kwalificatie vast.

  • 11. In de NC-TAR wordt bepaald dat een dienst als transmissiedienst moet worden beschouwd als aan de criteria in artikel 4, eerste lid, onder a en b, is voldaan. Als aan beide criteria is voldaan, kwalificeert een dienst als transmissiedienst. Indien aan één van beide criteria niet is voldaan, kan een bepaalde dienst van GTS worden gekwalificeerd als niet-transmissiedienst.

  • 12. Het eerste criterium is dat de kosten voor een dienst ontstaan door de kostenfactoren van zowel technische of voorspelde gecontracteerde capaciteit als afstand. Het tweede criterium is dat de kosten voor een dienst verband houden met de investeringen in en de exploitatie van de infrastructuur die deel uitmaakt van de gereguleerde activawaarde gebruikt voor de levering van transmissiediensten.

  • 13. De piekleveringstaak kan in twee deeltaken worden onderscheiden: het piektransport en de piekproductie. De kosten van deze deeltaken worden door andere factoren veroorzaakt. De ACM toetst daarom per deeltaak of de kosten voldoen aan de criteria in randnummer 12, en of de deeltaak kwalificeert als transmissiedienst.

  • 14. In de deeltaak van het piektransport zorgt GTS ervoor dat zij voldoende capaciteit heeft op haar gastransportnet om op een extreem koude dag te voorzien in de gelijktijdige vraag naar gas. Daarvoor reserveert GTS entry- en exitcapaciteit op haar eigen net. Hierdoor houden de kosten voor het piektransport verband met de exploitatie van de infrastructuur die deel uitmaakt van de gereguleerde activawaarde gebruikt voor de levering van transmissiediensten. De kosten van piektransport over het gastransportnet ontstaan door de kostenfactoren van technische capaciteit (hoe hoger de gevraagde capaciteit, hoe hoger de kosten) en afstand (hoe groter de te transporteren afstand, hoe hoger de kosten). Het piektransport voldoet dus aan beide criteria genoemd in randnummer 12. Het piektransport, als deeltaak van de piekleveringstaak, kwalificeert daarom als transmissiedienst.

  • 15. In de deeltaak van de piekproductie zorgt GTS ervoor dat zij voldoende gas produceert en beschikbaar houdt om op extreem koude dagen te kunnen leveren aan leveranciers die eindafnemers met een kleine aansluiting beleveren. Voor de uitvoering van deze component zorgt GTS in ieder geval voor voldoende productiecapaciteit en reserveert GTS gas voor levering aan leveranciers die eindafnemers met een kleine aansluiting beleveren. De kosten voor de piekproductie, die voornamelijk uit gebruik van productie-installaties en inkoop van gas bestaan, ontstaan niet door kostenfactoren van technische of voorspelde gecontracteerde capaciteit en missen afstand als kostenfactor. De piekproductie voldoet daarmee niet aan het eerste criterium genoemd in randnummer 12. De ACM kiest er daarom voor om deze deeltaak van de piekleveringstaak te kwalificeren als een niet-transmissiedienst.

3.2. Beoordeling artikel 3.106 lid 2 Energiewet

  • 16. De Energiewet stelt twee manieren waarop de tariefstelling voor de wettelijke taken van GTS kan worden vormgegeven. In beginsel stelt de ACM de tarieven vast overeenkomstig paragraaf 3.6.2 van de Energiewet. Wanneer de ACM het echter niet passend of doelmatig vindt om op deze wijze een uniform tarief voor een wettelijke taak vast te stellen, baseert de ACM de tarieven overeenkomstig artikel 3.112 van de Energiewet op een door de ACM goedgekeurde berekeningsmethode, zogenaamde maatwerktarieven.5

  • 17. De piekleveringstaak is specifiek bedoeld om afnemers van gas met een kleine aansluiting te voorzien van pieklevering. Als de tarieven voor de piekleveringstaak op basis van paragraaf 3.6.2. van de Energiewet uniform bij alle netgebruikers in rekening worden gebracht, krijgen netgebruikers voor wie de piekleveringstaak niet bedoeld is hier wel kosten voor toegerekend. Dit verhoudt zich niet met kostenreflectiviteit; in beginsel beoogt de tariefregulering dat gasnetgebruikers de kosten dragen die horen bij het faciliteren van hun eigen gasnetgebruik. De ACM acht het vanuit dit oogpunt niet passend of doelmatig om de tarieven voor de piekleveringstaak over alle netgebruikers te verdelen. De ACM bepaalt daarom dat de tarieven voor de piekleveringstaak worden gebaseerd op een vooraf door de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig artikel 3.112 goedgekeurde berekeningsmethode.

  • 18. GTS dient vooraf ter goedkeuring een voorstel in bij de ACM voor de berekeningsmethode van de tarieven voor de piekleveringstaak. GTS maakt in haar voorstel onderscheid tussen kosten voor het piektransport en kosten voor de piekproductie. De ACM keurt het voorstel van GTS goed als deze voldoet aan de eisen die de NC-TAR stelt aan transmissietarieven en non-transmissietarieven, en de eisen die artikel 3.112 van de Energiewet stelt aan een maatwerktarief.

  • 19. In randnummer 14 heeft de ACM bepaald dat piektransport als transmissiedienst kwalificeert. Het voorstel van GTS voor piektransporttarieven moet voldoen aan de eisen die de NC-TAR stelt aan transmissietarieven. Op basis van artikel 4 NC-TAR dient GTS de tarieven in ieder geval te baseren op de tarieven die de ACM in haar jaarlijkse Tarievenbesluit GTS vaststelt voor entry- en exitcapaciteit.

  • 20. In randnummer 15 heeft de ACM bepaald dat piekproductie als niet-transmissiedienst kwalificeert. De ACM keurt het voorstel van GTS voor piekproductietarieven goed als wanneer deze voldoen aan de vereisten uit artikel 3.112 van de Energiewet. Dat is het geval wanneer deze berekeningswijze leidt tot transparante, niet-discriminerende en kostenreflectieve tarieven, welke in rekening worden gebracht bij de begunstigden van de dienst, en de kosten van GTS voor de piekleveringstaak niet dubbel worden vergoed. De kosten voor de gehele piekleveringstaak worden via het maatwerktarief in rekening gebracht bij leveranciers van aangeslotenen met een kleine aansluiting.

  • 21. De totale kosten die GTS vergoed mag krijgen via het maatwerktarief bestaan uit de som van de piektransporttarieven en de piekproductietarieven. GTS brengt deze tarieven, in overeenstemming met de overwegingen in randnummer 17, in rekening bij leveranciers van aangeslotenen met een kleine aansluiting.

4. Reactie op ontvangen zienswijzen

  • 22. In dit deel van de toelichting reageert de ACM op de ontvangen zienswijzen.

  • 23. De ACM wijst erop dat zij op basis van artikel 3:15, tweede lid, Awb een ieder in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijzen op het ontwerp kenbaar te maken. De ACM heeft een zienswijze op het ontwerpbesluit van GTS ontvangen.

4.1. Gasunie Transport Services B.V. (GTS)

Samenvatting:

  • 24. GTS geeft in haar zienswijze aan dat het ontwerpbesluit codewijziging piekleveringskosten dient te worden aangepast op een wijze waarmee GTS, conform de huidige werkwijze, pieklevering blijft faciliteren voor alle eindafnemers met een kleine aansluiting en niet alleen voor kleinverbruikers die door een vergunninghoudende leverancier worden beleverd.

  • 25. GTS verwijst naar de verwoording in Artikel 3.30 Energiebesluit; ‘Een transmissiesysteembeheerder voor gas zorgt voor alle voorzieningen op het gebied van gasinkoop, flexibiliteitsdiensten en gastransport op het transmissiesysteem voor gas die nodig zijn om vergunninghouders in staat te stellen de pieklevering te verzorgen voor alle eindafnemers van gas met een kleine aansluiting in Nederland.’ GTS geeft aan hierin een inconsistentie te zien in de wetgeving; enerzijds wordt er gesproken over pieklevering door (alleen) vergunninghouders, terwijl anderzijds wordt gesproken over pieklevering aan alle kleinverbruikers in Nederland. Naar mening van GTS dient het ontwerpbesluit te worden aangepast op een wijze waarmee ook de niet-vergunninghoudende leveranciers die kleinverbruikers beleveren, conform de huidige werkwijze, onder het stelsel van pieklevering blijven vallen.

  • 26. Ten behoeve van de doelmatigheid, consistentie met de bestaande praktijk en de overeenstemming met de daadwerkelijke pieklevering, stelt GTS voor om in de codewijziging voor de piekleveringskosten het begrip ‘vergunninghouder’ te vervangen door ‘leveranciers van eindafnemers met een kleine aansluiting voor gas’.

  • 27. Daarnaast stelt GTS een tekstuele wijziging voor waarmee de formulering van het codebesluit in lijn wordt gebracht met de formulering van NC-TAR. In het ontwerpbesluit wordt onder meer artikel 3.4 van de Tarievencode Gas gewijzigd. In dat artikel gebruikt ACM het begrip “toegestane inkomsten uit transmissiediensten”. “Toegestane inkomsten uit transmissiediensten” is echter geen begrip in NC-TAR. NC-TAR definieert in artikel 3 van deze verordening alleen “toegestane inkomsten”, “inkomsten uit transmissiediensten” en “inkomsten uit niet-transmissiediensten”.

  • 28. Tot slot wijst GTS erop dat de terminologie van dit besluit (verder) rekening kan houden met het gewijzigde begrippenkader van de Energiewet.

Reactie:

  • 29. De ACM kan de reactie van GTS volgen en heeft de suggesties overgenomen in de codewijziging voor de piekleveringskosten. Dit houdt in dat het begrip ‘vergunninghouder’ met de codewijziging is vervangen door ‘leveranciers van eindafnemers met een kleine aansluiting voor gas’. De ACM gaat ervanuit dat ze hiermee tegemoet is gekomen aan de zienswijze van GTS. De ACM erkent dat deze definitie zorgt voor kostenreflectiviteit; het waarborgt dat bij alle afnemers waar feitelijk pieklevering plaatsvindt, kosten worden gedragen. Als de ACM hier niet in mee zou gaan ontstaat er kruissubsidie tussen vergunninghouders en leveranciers die op grond van artikel 2.17, tweede lid van de Energiewet geen vergunninghouder zijn maar wel eindafnemers met een kleine aansluiting beleveren.

  • 30. De ACM kan de reactie van GTS ten aanzien van het begrip ‘toegestane inkomsten’ volgen en heeft de door GTS voorgestelde bewoording overgenomen in artikel 3.4 van de Tarievencode Gas. Daarnaast heeft de ACM de bewoording in het codebesluit overeengestemd met de begrippen uit de Energiewet.


X Noot
1

Artikel 6.25 van het Energiebesluit.

X Noot
2

Op basis van artikel 3.106 lid 1 Energiewet, artikel 3.64 Energiewet en artikel 3.30 van het Energiebesluit.

X Noot
3

Artikel 3.30 van het Energiebesluit

X Noot
4

Artikel 3.106 Energiewet

X Noot
5

Artikel 3.106 lid 2 Energiewet

Naar boven