Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2025, 43879 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2025, 43879 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op de artikelen 2, 4 en 19 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2.23.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PbEU 2023, L 231).
2. De begripsbepaling ’efficiënt warmtenet’ wordt vervangen door:
efficiënte stadsverwarming en -koeling als bedoeld in artikel 26, tweede en vierde lid, van de EED-richtlijn.
3. In de begripsbepaling ‘overdimensionering’ wordt ‘efficiënt warmtenet’ vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’.
4. In de begripsbepalingen ‘financieringsbesluit’, ‘investeringsbesluit’, ‘kostencomponenten’, ‘projectgebied’ en ‘warmteoverdrachtstation’ wordt ‘efficiënte warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënte warmtenet’.
5. In de begripsbepaling ‘warmteoverdrachtstation’ wordt ‘twee efficiënte warmtenet’ vervangen door ‘twee efficiënte warmtenetten’.
B
In artikel 2.23.2 wordt ‘efficiënt warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’.
C
Artikel 2.23.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid en vijfde lid, onderdeel c, wordt ‘efficiënt warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’.
2. In het tweede, vierde en vijfde lid, onderdelen d en f, wordt ‘efficiënte warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënte warmtenet’.
3. In het achtste lid wordt ‘De kosten voor het financieringsbesluit en het investeringsbesluit, bedoeld in artikel 2.23.8,’ vervangen door ‘De kosten voordat het financieringsbesluit en het investeringsbesluit, bedoeld in artikel 2.23.8, zijn genomen,’.
D
Artikel 2.23.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel c wordt ‘artikel 46, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening’ vervangen door ‘artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED-richtlijn’.
2. In onderdeel d wordt ‘efficiënte warmtenet’ vervangen door ‘energie-efficiënte warmtenet’.
E
In artikel 2.23.8, vierde lid, wordt ‘de opdracht tot het de bouw of uitbreiding van een nieuw warmtenet’ vervangen door ‘de opdracht tot de bouw of uitbreiding van een energie-efficiënt warmtenet’.
F
Artikel 2.23.9, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a, subonderdeel 3°, wordt ‘efficiënt warmtenet, bedoeld in artikel 2.23.4, tweede en derde lid’ vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet, bedoeld in artikel 2.23.4, tweede lid’.
2. In onderdelen a, subonderdelen 1°, 2°, 3°, 6° en 8°, b en g, wordt ‘efficiënte warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënte warmtenet’.
3. Onderdeel g komt te luiden:
g. een onderbouwing waarin aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen of uit te breiden energie-efficiënte warmtenet zal voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED.
4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is, als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening, onderbouwd in een door de Minister ter beschikking gesteld formulier, en een organogram van de groepsstructuur waaruit de onderlinge aandelenverhoudingen blijken, onderbouwd met een enkelvoudig of geconsolideerd jaarrapport die is gebruikt voor de invulling van het formulier.
G
Artikel 2.23.10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdelen a en b en derde lid, onderdelen a, b en d, wordt ‘efficiënte warmtenet’ steeds vervangen door ‘energie-efficiënte warmtenet’.
2. Het derde lid, onderdeel b, komt te luiden:
b. een document gecontroleerd door een derde, deskundige partij waarin aangetoond wordt dat het aangelegde of uitgebreide energie-efficiënte warmtenet voldoet en blijft voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 december 2025
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Deze regeling wijzigt binnen de Regeling nationale EZK- en LNV- subsidies (hierna: RNES) de subsidiemodule Warmte-infrastructuur glastuinbouw (titel 2.23, hierna: SWiG). Het gaat om enkele technische aanpassingen en een wijziging van de begripsbepaling efficiënt warmtenet. De aanleiding voor deze regeling is de herziening van de Energie-efficiëntierichtlijn (hierna: EED-richtlijn).1 In de herziene EED-richtlijn is een alternatieve methode geïntroduceerd om te bepalen of sprake is van een efficiënt warmtenet. Deze methode beoordeelt een warmtenet op basis van de hoeveelheid broeikasgassen per eenheid geleverde warmte of koude, in plaats van het eerder gebruikte aandeel hernieuwbare energie in verwarming en koeling.
Op grond van de SWiG kan subsidie worden verstrekt voor de bouw of uitbreiding van efficiënte warmtenetten met als doel om glastuinbouwondernemingen in staat te stellen hun bedrijfsvoering te verduurzamen. De eerste openstelling van de SWiG vond plaats in de periode van 1 februari tot en met 30 augustus 2024. Er zijn negen subsidieaanvragen ingediend, waarvan er drie een subsidie verleend hebben gekregen. De tweede openstelling vond plaats van 31 januari 2025 tot en met 31 maart 2025. Er zijn in deze openstelling 11 aanvragen ingediend. Tot op heden is er aan vier projecten een subsidie verleend. Voor een aantal andere projecten loopt de procedure nog.
Door de herziening van de EED-richtlijn is het nodig om de definitie van het begrip ‘efficiënt warmtenet’ aan te passen, zodat het duidelijk is dat een efficiënt warmtenet moet voldoen aan de herziene EED-richtlijn en dat hierbij de voorwaarden uit artikel 26, tweede en vierde lid, van de EED-richtlijn gelden in plaats van de voorwaarden uit het eerste lid van dat artikel. Hiertoe worden verwijzingen naar artikel 46, eerste en tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna: AGVV) vervangen door verwijzingen naar artikel 26, tweede en vierde lid, van de EED-richtlijn.
De definitie van het begrip ‘efficiënt warmtenet’ in de SWiG verwijst naar energie-efficiënte stadsverwarming of koeling als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de AGVV). De definitie van efficiënte stadsverwarming of koeling in de AGVV verwijst weer naar Richtlijn 2012/27/EU. Deze richtlijn is onlangs herzien en vervangen door de EED-richtlijn. Daarom is het nodig om de definitie in de SWiG aan te passen.
In artikel 26 van de EED-richtlijn staan de voorwaarden waar energie-efficiënte stadsverwarming of koeling aan moet voldoen. Lidstaten kunnen kiezen tussen de voorwaarden uit het eerste of tweede lid. In Nederland is deze richtlijn geïmplementeerd door te kiezen voor het tweede lid. Dit betekent dat stadsverwarming of koeling energie-efficiënt is als deze de in dit lid aangegeven maximale uitstoot in gram CO2 per kWh niet overschrijdt. Deze maximaal toegestane uitstoot neemt stapsgewijs af van 2025 tot 2050.
Om deze reden zijn ook de artikelen 2.23.6, 2.23.9 en 2.23.10 met onderhavige regeling aangepast. Op grond van deze artikelen moest bij subsidieverlening en subsidievaststelling aannemelijk worden gemaakt dat het project zal voldoen respectievelijk voldoet en kan blijven voldoen aan artikel 46, tweede lid, van de AGVV. Daarnaast kon een project worden afgewezen als het niet aannemelijk was gemaakt dat het project hieraan zal voldoen. Deze verwijzing is vervangen door een verwijzing naar artikel 26, tweede en vierde lid, van de EED-richtlijn, zodat nu aannemelijk moet worden gemaakt dat het project aan deze bepalingen zal voldoen of voldoet en kan blijven voldoen. Deze artikelen verwijzen niet alleen naar het tweede, maar ook het vierde lid van artikel 26 van de EED-richtlijn. Artikel 46, tweede lid, van de AGVV verwijst namelijk naar de begripsbepaling van efficiënte stadsverwarming- en koeling in de EED-richtlijn. Volgens de begripsbepaling in artikel 2 punt 46) van de EED-richtlijn moet efficiënte stadsverwarming- en koeling voldoen aan de criteria uit artikel 26 van de EED-richtlijn, dus zowel het tweede als vierde lid. In het vierde lid staat nog een aanvullend criterium waar op grond van de genoemde definitie aan moet worden voldaan. Het gebruik van andere fossiele brandstoffen dan aardgas mag niet toenemen en nieuwe warmtebronnen die het warmtenet voeden mogen in beginsel geen gebruik maken van andere fossiele brandstoffen dan aardgas.
In de artikelen 2.23.9, tweede lid, onderdeel g, en 2.23.10, derde lid, onderdeel b, is de verwijzing naar het efficiënte warmtenet, bedoeld in artikel 2.23.4, derde lid, onderdelen c en d geschrapt. Deze verwijzing was namelijk overbodig omdat het hier bedoelde efficiënte warmtenet al valt onder een uitbreiding van het efficiënte warmtenet. Voor het uit te breiden of uitgebreide efficiënte warmtenet moet op grond van deze onderdelen al worden aangetoond dat het voldoet aan artikel 26 van de EED-richtlijn.
Met deze aanpassingen is nog steeds geborgd dat alleen subsidie kan worden verstrekt voor een project dat voldoet aan artikel 46, tweede lid, van de AGVV. In artikel 46, tweede lid van de AGVV wordt namelijk verwezen naar de rechtsvoorganger van artikel 26 van de EED-richtlijn. Hoewel artikel 46, tweede lid, van de AGVV niet is gewijzigd na vaststelling van de EED-richtlijn is duidelijk dat in de AGVV wordt aangesloten bij de definities en criteria in de geldende regelgeving over energie-efficiëntie. In de subsidieregeling is geborgd dat een project aan artikel 46, tweede lid van de AGVV voldoet door onder meer te bepalen dat een aanvraag moet voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid van de EED-richtlijn.
Het begrip ‘efficiënt warmtenet’ is overal in de subsidiemodule vervangen door ‘energie-efficiënt warmtenet’. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd. De keuze voor een 'energie-efficiënt warmtenet' sluit beter aan bij de terminologie in de EED-richtlijn en de Warmtenetten Investeringssubsidie (titel 4.10 van de RNES).
Aan artikel 2.23.9, tweede lid is onderdeel h toegevoegd. Op grond van dit onderdeel overlegt de aanvrager informatie die nodig is om vast te stellen dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is. Op grond van de AGVV kan namelijk geen subsidie worden verleend aan ondernemingen in moeilijkheden. Daarnaast volgt uit artikel 22, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2°. van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV- subsidies dat de Minister een aanvraag afwijst als de subsidie bestemd is voor een onderneming in moeilijkheden. Met dit onderdeel is het duidelijk welke informatie moet worden verstrekt om te verifiëren of de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is. Zo hoeft deze informatie niet later nog te worden opgevraagd, wat onnodige vertraging kan voorkomen. Deze informatie is benodigd omdat voor de kwalificatie als onderneming in moeilijkheden een aantal elementen relevant zijn: de rechtsvorm van de aanvrager, welke entiteiten verbonden zijn binnen de groep, de grootte van de verbonden groep, de actuele bedrijfseconomische gegevens en de datum van oprichting van de oudste entiteit binnen de verbonden groep. Deze informatie is te herleiden uit de opgevraagde documenten.
Daarnaast is in artikel 2.23.4, achtste lid, verduidelijkt dat het in dit lid gaat over de kosten die gemaakt worden voordat het financieringsbesluit en investeringsbesluit zijn genomen en niet om de kosten van deze besluiten zelf. Ten slotte is in artikel 2.23.8, vierde lid, verduidelijkt dat de subsidieontvanger binnen twee jaar na subsidieverlening de opdracht moet geven voor de bouw of uitbreiding van een energie-efficiënt warmtenet. Eerder stond er ‘nieuwe warmtenet’, waar ‘energie-efficiënte warmtenet’ was bedoeld. Er wordt namelijk slechts subsidie verleend voor een energie-efficiënt warmtenet, zoals ook uit artikel 2.23.2 volgt. Een warmtenet dat niet energie-efficiënt is bij subsidievaststelling komt immers niet in aanmerking voor een subsidie. Daarnaast hoeft er geen sprake te zijn van een nieuw warmtenet. Een bestaand niet-efficiënt warmtenet kan namelijk ook op grond van artikel 2.23.2, eerste lid, onderdeel a, worden uitgebreid, zolang er ook aanvullende maatregelen worden genomen waardoor dit warmtenet energie-efficiënt wordt.
Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De verwachting is dat in de derde openstelling aan tien projecten subsidie wordt verleend. Naar verwachting heeft RVO 1,4% van het totale budget nodig voor de uitvoeringskosten, zowel voor personele capaciteit als voor ondersteunende diensten. Met deze wijziging zijn de uitvoeringskosten gelijk gebleven.
Regeldrukkosten voor aanvragers
Het invullen van het beslisschema en het aanleveren van gegevens om te bepalen of de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is duurt circa vijf tot vijftien minuten. Daarnaast kost het naar verwachting vijf minuten extra om aannemelijk te maken dat het aan te leggen of uit te breiden warmtenet energie-efficiënt zal worden. De regeldruk voor deze wijziging was bepaald op 0,09%. Ook na deze wijziging blijft de regeldruk circa 0,09%. Daarnaast kunnen gegevens om te bepalen of een aanvrager een onderneming in moeilijkheden is nu ook al worden opgevraagd in het kader van de beoordeling van de aanvraag.
Deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan de Autoriteit Toetsing Regeldruk (ATR). ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft
Uit onderstaande tabel blijkt dat de regeldruk circa 0,09% blijft. De volgende activiteiten zullen gevraagd worden in het kader van de aanvraag. Hierbij wordt gerekend met een standaardtarief van € 54 per uur.
|
Activiteit tijdens de aanvraag |
Uren |
Regeldrukkosten |
|---|---|---|
|
Kennisname |
3 |
€ 162 |
|
Aanvraagformulier indienen |
1,8 |
€ 97 |
|
Opstellen projectplan |
20 |
€ 1.080 |
|
Invullen model exploitatieberekening |
2 |
€ 108 |
|
Aanleveren onderbouwing financiering eigen aandeel in investering |
0,5 |
€ 27 |
|
Totaal regeldrukkosten aanvraagfase per aanvrager |
€ 1.474 |
|
|
Totaal regeldrukkosten aanvraagfase |
€ 58.968 |
|
Afgaande op de bekende gemiddelde omvang van investeringsprojecten in warmtenetten en de verhoogde begrenzing van de subsidiebijdrage per project in deze subsidiemodule wordt verwacht dat 14 daarvan een beschikking tot subsidieverlening zullen ontvangen. Tot het moment van subsidievaststelling worden van deze projecten de volgende activiteiten verwacht.
|
Activiteit tijdens de uitvoering |
Uren |
Regeldrukkosten |
|---|---|---|
|
Kick-off bijeenkomst |
2 |
€ 108 |
|
Voortgangsrapportage (4 uur per jaar; maximale looptijd van een project is 5 jaar) |
28 |
€ 1.512 |
|
Projectbezoek RVO adviseur (max. 2 keer gedurende de looptijd van het project, 2 uur per bezoek) |
4 |
€ 216 |
|
Eindverslag |
20 |
€ 1.080 |
|
(Vrijwillige) deelname aan evaluatie regeling |
2 |
€ 108 |
|
Accountantsverklaring bij vaststelling |
€ 2.500 – € 3.500 |
|
|
Aanleveren documenten o.b.v. de verplichtingen (investeringsbesluit, financieringsbesluit en opdrachtverstrekking) |
0,5 |
€ 27 |
|
Een document waarmee het efficiënte net wordt aangetoond. |
€ 2.000 |
|
|
Totaal regeldrukkosten uitvoeringsfase per project |
€ 7.551 – € 8.551 |
|
|
Totaal regeldrukkosten uitvoeringsfase voor 14 projecten |
€ 105.714 – € 119.714 |
|
Hiermee komen de totale regeldrukkosten van deze subsidiemodule op € 164.682 tot € 178.682. Uitgaande van een totaal resterend subsidiebudget van 195 miljoen euro is het regeldrukpercentage daarmee circa 0,09%.
Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de conclusie dat er met deze subsidiemodule staatssteun wordt verleend en dat deze steun verenigbaar is met de interne markt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De steun is verenigbaar met de interne markt omdat de subsidiemodule in overeenstemming is met artikel 46 van de AGVV.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Daarmee wordt afgeweken van het uitgangspunt dat bekendmaking uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding geschiedt. Dit is op grond van Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, gerechtvaardigd omdat uitstel tot aanmerkelijke ongewenste nadelen voor de doelgroep zal leiden. De volgende openstelling van de SWiG is namelijk van 3 februari tot en met 31 maart 2026. Als deze regeling wordt uitgesteld tot na deze openstelling is het voor aanvragers niet duidelijk aan welke voorwaarden de bouw of uitbreiding van een energie-efficiënt warmtenet onder de herziene EED-richtlijn moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Bovendien zijn de gevolgen van deze regeling voor de sector en RVO relatief beperkt en is de sector geïnformeerd over de herziening van de EED-richtlijn en de implementatie hiervan in Nederland, die de aanleiding is voor deze wijziging.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PbEU 2023, L 231).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-43879.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.