Regeling inzake verlening mandaat voor de behandeling van klachten over tolken en vertalers niet opgenomen in het register, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers, ingezet door de IND, betreffende de klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid van de Wet beëdigde tolken en vertalers

Directeur Generaal IND

Gelet op hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Wet:

de Wet beëdigde tolken en vertalers;

b. klachtencommissie:

de klachtencommissie zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid van de Wet;

c. register:

het register, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet;

d. lijst:

de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet;

e. beëdigde tolken en vertalers:

tolken en vertalers opgenomen in het register;

f. lijsttolken en -vertalers:

tolken en vertalers opgenomen op de lijst;

g. niet-geregistreerde tolken en vertalers:

tolken en vertalers die niet opgenomen zijn in het register of op de lijst;

h. IND:

Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Artikel 2

Aan de klachtencommissie wordt mandaat verleend tot het behandelen van klachten over niet- geregistreerde tolken en vertalers, ingezet door de IND, op dezelfde wijze als klachten over beëdigde tolken en vertalers en lijsttolken en -vertalers behandeld worden.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2025.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verlening mandaat klachtbehandeling niet-registertolken en -vertalers ingezet door de IND.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst, R. Maas

TOELICHTING

De Wet beëdigde tolken en vertalers, waarvan de artikelen 1 tot en met 41 op 1 januari 2009 in werking zijn getreden, voorziet in een register voor beëdigde tolken en vertalers (artikel 2, eerste lid). Daarnaast voorziet de Wet in de mogelijkheid een lijst bij te houden van tolken en vertalers die beschikken over een recente verklaring omtrent het gedrag en die wegens het ontbreken van opleidingen of het ontbreken van onafhankelijke deskundigen die de kennis kunnen toetsen, niet kunnen aantonen te beschikken over de vereiste competenties taalvaardigheid in de bron- of de doeltaal of kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- of doeltaal (artikel 2, derde lid).

De Wet voorziet ook in de behandeling van klachten over tolken en vertalers door een klachtencommissie (hoofdstuk IV, artikel 16 tot en met 27). De klachtencommissie behandelt zowel de klachten over beëdigde tolken en -vertalers als de klachten over lijsttolken en -vertalers, op eenzelfde wijze.

De tolken en vertalers die door de IND ingezet worden zijn voornamelijk beëdigde tolken en -vertalers en lijsttolken en -vertalers.

De onderhavige mandaatregeling voorziet in een gelijke behandeling van klachten over tolken en vertalers ingezet door de IND.

Ten aanzien van de instantie aan wie de commissie advies uitbrengt, wordt wel onderscheid gemaakt tussen beëdigde tolken, beëdigde vertalers en lijsttolken en -vertalers enerzijds en niet-geregistreerde tolken en -vertalers anderzijds. Het Bureau Beëdigde tolken en vertalers is de instantie die beslist over de gegrondheid van klachten over beëdigde tolken en -vertalers en eventuele maatregelen die genomen dienen te worden. Wanneer een klacht een niet-geregistreerde tolk of -vertaler ingezet door de IND betreft, is de IND de instantie die een beslissing neemt over de gegrondheid van de klacht en de eventuele maatregelen.

Directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst, R. Maas

Naar boven