Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2025, kenmerk 4300679-1091391-SB, houdende wijziging van de Subsidieregeling BOSA in verband met de samenloop van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025, enkele verduidelijkingen en enkele technische wijzigingen [KetenID WGK027663]

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling BOSA wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de begripsomschrijving van amateursportorganisatie wordt ‘artikel 5, eerste en tweede lid’ vervangen door ‘artikel 5, eerste lid’.

2. In de alfabetische volgorde wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

energieprestatie:

berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;

3. In de begripsomschrijving van sportaccommodatie wordt ‘artikel 5, derde lid’ vervangen door ‘artikel 5, tweede lid’.

4. In de begripsomschrijving van sportmaterialen wordt ‘materialen’ vervangen door ‘stoffelijke materialen’.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onder c, wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

  • c. activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie A en categorie C, onderdeel 5, mits de activiteiten uiterlijk 31 december 2025 zijn uitgevoerd;

  • d. activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie B, C, met uitzondering van onderdeel 5, en D.

2. In het tweede lid, onder a, wordt ‘aftrek van omzetbelasting’ vervangen door ‘volledige aftrek van omzetbelasting’.

3. In het tweede lid, onder b, wordt ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ vervangen door ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026’.

4. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • e. het gaat om activiteiten ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties, die aanvangen vanaf 1 januari 2026, met uitzondering van activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie C en D; of

  • f. het gaat om activiteiten voor verbouwing of onderhoud als bedoeld in het eerste lid, onder a, met betrekking tot beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting, die aanvangen vanaf 1 januari 2026.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een amateursportorganisatie is een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die als hoofddoel heeft om amateursport te faciliteren en die:

    • a. amateursport aanbiedt en aangesloten is bij een lid opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of bij een deelnemende organisatie van het POS; of

    • b. een sportaccommodatie ter beschikking stelt die wordt gebruikt door ten minste één amateursportorganisatie als bedoeld onder a.

2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met zesde lid, tot tweede tot en met vijfde lid.

D

In artikel 6, tweede lid, wordt ‘12 maanden’ vervangen door ‘53 weken’.

E

In artikel 8b, eerste lid, wordt na ‘januari’ ingevoegd ‘om 9:00 uur’.

F

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onder a, komt te luiden:

  • a. de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie, met uitzondering van de kosten voor de bouw, verbouwing of het onderhoud van een horecavoorziening behorende bij een sportaccommodatie;

2. In het tweede lid vervalt onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met i tot a tot en met g.

3. In het tweede lid vervalt ‘en’ aan het slot van onderdeel f (nieuw) en wordt het tweede lid, onder g (nieuw), vervangen door twee onderdelen, luidende:

  • g. de kosten voor ICT-apparatuur; en

  • h. de kosten voor vervoersmiddelen om sporters, sportmaterialen en dieren mee te vervoeren.

4. In het derde lid wordt ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ vervangen door ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026’.

G

In artikel 10, tweede lid, wordt ‘12 maanden’ vervangen door ‘53 weken’.

H

In artikel 11, tweede lid, wordt ‘12 maanden’ vervangen door ‘53 weken’.

I

Aan artikel 12, derde lid, wordt toegevoegd ‘, die niet ouder is dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend’.

J

Aan artikel 13, derde lid, wordt toegevoegd ‘, die niet ouder is dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

TOELICHTING

Algemeen

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Subsidieregeling BOSA (hierna: de regeling). Op grond van de Subsidieregeling BOSA kunnen subsidies worden verstrekt voor de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen voor amateursportverenigingen en sportstichtingen.

Met deze wijzigingsregeling wordt ten eerste verduidelijkt wat wordt verstaan onder sportmaterialen: uitsluitend stoffelijke materialen die ter ondersteuning van de beoefening van de betreffende sport worden gebruikt. Software valt daarmee bijvoorbeeld niet meer onder de definitie van een sportmateriaal. Tevens zijn er in deze wijzigingsregeling bepaalde kosten opgenomen die op grond van de BOSA niet meer voor subsidie in aanmerking komen. Het gaat dan ten eerste om vervoersmiddelen, waaronder aanhangwagens en trailers. Deze materialen dragen onvoldoende bij aan het achterliggende doel van de regeling, zijnde het stimuleren van zoveel mogelijk mensen om meer te sporten en te bewegen. Hetzelfde geldt voor ICT-middelen, zoals apparatuur en software. Het digitaliseren van de amateursport valt daarmee buiten de scope van deze regeling.

Daarnaast wordt verduidelijkt hoe de voorwaarden binnen de regeling zich verhouden tot het recht op (gedeeltelijke) aftrek van de omzetbelasting. Voorheen werd geen subsidie verstrekt wanneer de subsidieaanvrager een recht op aftrek van btw had op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968. Dit is gewijzigd. Als sprake is van een recht op gedeeltelijke aftrek van de omzetbelasting kan voor het deel waarover geen recht op aftrek bestaat subsidie worden verstrekt. Alleen als sprake is van een recht op gehele aftrek van de omzetbelasting zal er geen subsidie worden verstrekt.

Ook worden maatregelen in het kader van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties vanaf 2026 in zijn geheel uitgezonderd van de regeling. Hetzelfde geldt voor activiteiten in het kader van beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting. Sinds 2025 kunnen amateursportorganisaties die eigenaar zijn van een accommodatie voor bepaalde activiteiten die vallen onder energiebesparing als bedoeld in bijlage 1, categorie A, ook subsidie aanvragen op grond van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025 (verder: Subsidieregeling DUMAVA), die gericht is op het bekostigen van bepaalde maatregelen ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van maatschappelijk vastgoed, waaronder sportaccommodaties. In het overgangsjaar 2025 konden amateursportorganisaties voor het aanvragen van een subsidie voor deze activiteiten kiezen tussen de Subsidieregeling DUMAVA en de Subsidieregeling BOSA. Vanaf 1 januari 2026 is het in het geheel niet meer mogelijk om subsidie op grond van de Subsidieregeling BOSA aan te vragen voor maatregelen in het kader van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie. Amateursportorganisaties die eigenaar zijn van een sportaccommodatie zijn daarvoor vanaf 2026 dus aangewezen op de Subsidieregeling DUMAVA, met uitzondering van activiteiten in het kader van circulariteit (Bijlage 1, categorie C) en klimaatadaptatie (Bijlage 1, categorie D). Hiermee is het risico van dubbelfinanciering uitgesloten.

Amateursportorganisaties die op grond van artikel 10 en artikel 11 subsidie aanvragen voor reeds uitgevoerde activiteiten in het kader van een energiebesparing als bedoeld in categorie A van bijlage 1, komen nog steeds in aanmerking voor subsidie van ten hoogste 30% van de subsidiabele kosten inclusief btw. Deze activiteiten moeten uiterlijk zijn afgerond op 31 december 2025. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan aanvragers die rekening hielden met de mogelijkheid tot het indienen van subsidieaanvragen voor reeds uitgevoerde activiteiten in het kader van energiebesparing.

Maatregelen in het kader van verduurzaming die vallen onder circulariteit (categorie C van bijlage 1) en klimaatadaptatie (categorie D van bijlage 1) blijven ook in de resterende jaren van de Subsidieregeling BOSA subsidiabel, omdat voor deze maatregelen geen subsidie kan worden aangevraagd op grond van de Subsidieregeling DUMAVA en dus geen risico bestaat op dubbelfinanciering. Uitzondering hierop vormt de maatregel betreffende opslag van duurzaam opgewekte energie die wordt gebufferd in een zout(water)batterij (categorie C van bijlage 1, onderdeel 5). Deze maatregel dient ook ter verbetering van de energieprestatie of energie-efficiëntie; hiervoor kan vanaf 1 januari 2026 geen subsidie op grond van de regeling meer worden aangevraagd. Net als bij activiteiten in het kader van een energiebesparing als bedoeld in categorie A van bijlage 1, kan voor activiteiten in het kader van de opslag van energie in een zout(water)batterij subsidie worden aangevraagd, mits deze activiteiten uiterlijk zijn afgerond op 31 december 2025.

Tot slot wordt een aantal technische wijzigingen doorgevoerd, onder meer omtrent de aanvraagperiode en de geldigheid van aan te leveren offertes.

Gevolgen regeldruk

Deze regeling heeft niet of nauwelijks gevolgen voor de regeldruk van burgers en bedrijven. Ingeschat wordt dat de handeling kennisneming van de wijzigingen eenvoudig zal zijn voor potentiële aanvragers. De wijzigingen zijn grotendeels reeds aangekondigd en hebben bovendien maar zeer beperkt gevolgen voor de wijze van aanvragen. De gemiddelde tijdsbesteding voor deze eenvoudige standaardhandeling bedraagt twee minuten. Uitgaande van 3.000 aanvragers (op basis van gemiddeld aanvraagbedrag en totaalbudget) en een omrekenfactor van € 17 per uur aan regeldruk komt dit neer op een totaal van € 1.700 ((€ 17 * 2/60) * 3.000) aan eenmalige kennisnemingskosten.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het – met uitzondering van eenmalige kennisnemingskosten – geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

In artikel 1 zijn de begripsomschrijvingen van amateursportorganisatie en sportaccommodatie gewijzigd als gevolg van het wijzigen van artikel 5, zie hiervoor onderdeel C en de toelichting daarbij.

Aan artikel 1 is de begripsbepaling energieprestatie toegevoegd. Deze is uit de Subsidieregeling DUMAVA overgenomen. Voor wat betreft bepaalde activiteiten ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties kunnen amateursportorganisaties terecht bij de Subsidieregeling DUMAVA. Vanaf 2026 is subsidiëring van deze activiteiten op grond van de Subsidieregeling BOSA uitgesloten, met uitzondering van activiteiten die vallen onder circulariteit (categorie C van bijlage 1) en klimaatadaptatie (categorie D van bijlage 1).

Met de wijziging van de begripsomschrijving van sportmaterialen wordt verduidelijkt dat het daarbij uitsluitend gaat om stoffelijke materialen die ter ondersteuning voor de beoefening van een amateursport worden gebruikt. Software is bijvoorbeeld niet subsidiabel. Wel vallen onder de definitie van sportmaterialen materialen die bij de training gebruikt worden of bijvoorbeeld het tenue van de sportbeoefenaar. Bij sportmaterialen kan gedacht worden aan klimrekken, trampolines of voetbalgoals, maar bijvoorbeeld ook de aanschaf van nieuwe ballen, discussen of matten.

Onderdeel B

Met onderdeel B wordt artikel 3 van de regeling op vier verschillende manieren gewijzigd.

In artikel 3, eerste lid, onder c, van de regeling is geregeld dat alleen subsidie kan worden verstrekt voor de maatregelen zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie A (energiebesparende maateregelen), en categorie C, onderdeel 5 (opslag van duurzaam opgewekte energie die wordt gebufferd in een zout(water)batterij), wanneer deze activiteiten uiterlijk 31 december 2025 zijn afgerond. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan aanvragers die rekening hielden met de mogelijkheid tot het indienen van subsidieaanvragen voor reeds uitgevoerde activiteiten in het kader van energiebesparing.

Daarnaast is aan artikel 3, eerste lid, een onderdeel d toegevoegd, waarin is bepaald dat voor de activiteiten genoemd in Bijlage 1, categorieën B, C en D die na 2025 worden uitgevoerd nog steeds subsidie kan worden verstrekt.

Activiteiten in het kader van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties zijn vanaf 2026 in zijn geheel uitgesloten van subsidiëring. Dit is geregeld in artikel 3, tweede lid, onder e (nieuw). Het betreft dus niet uitsluitend het nemen van de maatregelen, bedoeld in Bijlage 1, categorie A. De reden hiervoor is dat is besloten om subsidies voor maatregelen in het kader van energieprestatie en energie-efficiëntie enkel in het kader van de Subsidieregeling DUMAVA te verstrekken. Het uitsluiten van de subsidiëring van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie betekent ook dat amateursportorganisaties die eigenaar zijn van een sportaccommodatie ook geen subsidie meer kunnen aanvragen voor maatregelen die weliswaar de energieprestatie of energie-efficiëntie zouden kunnen verbeteren, maar die niet voldoen aan de voorwaarden van de DUMAVA. Zij zijn voor bekostiging van dit type maatregelen aangewezen op de mogelijkheden van de Subsidieregeling DUMAVA. In het nieuwe onderdeel e is expliciet opgenomen dat voor de maatregelen ter verduurzaming, bedoeld in bijlage 1, categorie C en D, onverkort subsidie kan worden aangevraagd. Dat bepaalde maatregelen uit Categorie C en D ook tot een betere energieprestatie of energie-efficiëntie leiden of kunnen leiden, doet daaraan niet af.

Daarnaast zijn ook de volgende activiteiten uitgesloten van subsidiëring, ook als zij niet gericht zijn op het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties: beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting. Denk aan het (ter onderhoud) vervangen van glas of het aanbrengen van radiatoren of verlichting. Voor deze activiteiten kan ook subsidie worden aangevraagd op grond van de Subsidieregeling DUMAVA. Het is niet wenselijk dat voor activiteiten die niet onder de voorwaarden van de DUMAVA vallen, toch subsidie kan worden aangevraagd. In theorie zou een sportaccommodatie er dan voor kunnen kiezen om bijvoorbeeld beglazing te installeren die niet aan de normen van de DUMAVA voldoet en vervolgens toch subsidie kunnen krijgen op grond van de Subsidieregeling BOSA. Dat is niet wenselijk, omdat dit niet voldoende bijdraagt aan verduurzaming.

Anders is dit voor nieuwbouw. Nieuwbouw valt niet onder de Subsidieregeling DUMAVA en sportaccommodaties kunnen op grond van de DUMAVA dus geen subsidie aanvragen hiervoor. Daarbij moet nieuwbouw ook altijd voldoen aan hoge vereisten op het gebied van duurzaamheid. Daarom zijn enkel verbouwing en onderhoud genoemd in artikel 3, tweede lid, onder f. Voor bouw en dus nieuwbouw kan er voor beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting voor nieuwbouw wel subsidie aangevraagd worden op grond van de Subsidieregeling BOSA.

Aan artikel 3, tweede lid, onder a, van de regeling is toegevoegd dat geen subsidie wordt verstrekt als voor de kosten van de subsidiabele activiteiten recht op volledige aftrek van omzetbelasting op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 bestaat.

Als sprake is van een recht op gedeeltelijke aftrek van de omzetbelasting kan voor het deel waarover geen recht op aftrek bestaat subsidie worden verstrekt.

Onderdeel C

In artikel 5, eerste lid, is bepaald dat twee typen amateursportorganisaties in aanmerking komen voor subsidie: het moet gaan om een organisatie die amateursport aanbiedt of een organisatie die een sportaccommodatie ter beschikking stelt. De regel dat een amateursportorganisatie die amateursport aanbiedt moet zijn aangesloten bij een lid opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of een deelnemende organisatie van het POS, is verplaatst van het tweede lid naar het eerste lid. Het tweede lid is hierdoor komen te vervallen. Daarbij is in het eerste lid bepaald dat een organisatie die een sportaccommodatie ter beschikking stelt alleen dan voor subsidie in aanmerking komt, als de accommodatie wordt gebruikt door ten minste één amateursportorganisatie die amateursport aanbiedt en aangesloten is bij een lid opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of een deelnemende organisatie van het POS. Hiermee wordt geborgd dat de accommodatie gebruikt wordt voor amateursport, in de zin van deze regeling dat de beoefening wordt bevorderd of georganiseerd door een van de leden opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of door een van de deelnemende organisaties van het POS.

Onderdeel D, G en H

In de artikelen 6, tweede lid, 10, tweede lid, en 11, tweede lid, is de termijn voor het indienen van een aanvraag in het geval dat de subsidiabele activiteiten al hebben plaatsgevonden gewijzigd van twaalf maanden naar 53 weken.

Voorheen waren de subsidiabele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor een subsidie als bedoeld in artikel 10 of artikel 11 subsidiabel tot uiterlijk 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag tot vaststelling. Dit betekent dat voor activiteiten in 2025 al op 1 januari 2026 een aanvraag moest zijn gedaan. Uit artikel 8b, eerste lid, volgt echter dat een aanvraag pas gedaan kan worden vanaf de eerste maandag van januari van enig kalenderjaar. Ter illustratie: de eerste maandag van 2026 valt op 5 januari. Activiteiten en de daarmee samenhangende kosten van 1 januari tot en met 4 januari 2025 konden daardoor niet worden meegenomen in de aanvraag op 5 januari 2026. Met de verruiming van de termijn met één week doet dit probleem zich niet meer voor.

Onderdeel E

In artikel 8b, eerste lid, is toegevoegd dat de subsidieaanvrager vanaf 9:00 uur ’s morgens op de eerste maandag in januari in een kalenderjaar een aanvraag tot verlening of vaststelling kan indienen. Met deze aanpassing wordt voldaan aan het verzoek vanuit veld om het aanvraagportaal op een schappelijke tijd te openen.

Onderdeel F

De kosten voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een horecavoorziening van een sportaccommodatie, zoals een sportkantine, komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze regel is verplaatst van artikel 9, tweede lid, onder a, naar artikel 9, eerste lid, onder a, als uitzondering op de algemene regel dat de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie in aanmerking komen voor subsidie.

In artikel 9, tweede lid, onder h, was bepaald dat de kosten voor beeldschermen, desktops, laptops, printers, tablets of telefoons niet voor subsidie in aanmerking komen. Deze regel is opgenomen in artikel 9, tweede lid, onder g (nieuw), met als verzamelterm ‘ICT-apparatuur’. Op deze manier is verzekerd dat de bepaling alle bestaande en nog te ontwikkelen ICT-hardware dekt. De wijziging betekent ook dat bijvoorbeeld outdoor led-schermen op het terrein van de sportaccommodatie met als hoofdfunctie informatieverschaffing (bijvoorbeeld weergeven welke banen beschikbaar zijn of starttijden of het weer tonen), niet langer subsidiabel zijn.

In artikel 9, tweede lid, is middels een nieuw onderdeel h, geregeld dat de kosten voor vervoersmiddelen om sporters, sportmaterialen en dieren mee te vervoeren niet subsidiabel zijn.

Onderdeel I en J

Aan de artikelen 12, derde lid, en 13, derde lid, is toegevoegd dat de offerte die wordt meegestuurd bij de aanvraag tot subsidieverlening waarbij de activiteiten nog moeten aanvangen, niet ouder mag zijn dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Deze voorwaarde is toegevoegd omdat op dit moment uit de ingediende aanvragen soms blijkt dat de subsidieaanvrager zeer verouderde offertes (ouder dan één jaar) meestuurt voor de subsidieaanvraag. De informatie uit de offerte is hierdoor niet meer betrouwbaar. Ter illustratie: wanneer een aanvraag op 5 april wordt ingediend, mag de offerte uiterlijk zijn uitgebracht op 5 januari van hetzelfde kalenderjaar.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

Naar boven