Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 13 december 2025, nr. WJZ/99998209, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet betreffende analyse en bemonstering van meststoffen en enkele andere technische wijzigingen [KetenID WGK 28071]

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 47 van de Meststoffenwet en de artikelen 41, aanhef en onderdeel e, 46, eerste lid, aanhef en onderdeel e, 52a, eerste lid, 70, tweede en vierde lid en 73, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt in de begripsomschrijving van tuincentrum na ‘intermediair’ een komma ingevoegd, wordt ‘de activiteit ‘tuincentra’’ vervangen door ‘de activiteit ‘detailhandel in bloemen en planten, zaden en tuinbenodigdheden’’ en wordt ‘SBI-code 47.76.2’ vervangen door ‘SBI-code 47.76.1’.

B

In artikel 45, tiende lid, wordt ‘van een bedrijf naar een intermediaire onderneming’ vervangen door ‘van een bedrijf naar een intermediaire onderneming of van een intermediaire onderneming naar een andere intermediaire onderneming’.

C

In artikel 78v wordt ‘krachtens’ vervangen door ‘in artikel’.

D

Artikel 80 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid vervalt telkens ‘uiterlijk tien werkdagen’.

2. Aan zowel het eerste als het tweede lid wordt toegevoegd:

Het uit de vracht dierlijke mest genomen monster is uiterlijk op de tiende werkdag na bemonstering door het laboratorium ontvangen.

3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘uiterlijk zeven werkdagen’ vervalt;

b. er wordt een zin toegevoegd, luidende:

Het uit de vracht dierlijke mest genomen monster is uiterlijk op de zevende werkdag na bemonstering door het laboratorium ontvangen.

E

In artikel 81, eerste lid, wordt ‘uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst en zendt de analyseresultaten uiterlijk vijf werkdagen na analyse’ vervangen door ‘en zendt de analyseresultaten binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de monsters’.

F

Bijlage Ea wordt als volgt gewijzigd:

1. De laatste volzin van paragraaf 5.5 komt te luiden:

Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het laden ziet de monsternemer toe op het laden van de bemonsterde partij in big bags verpakte mest. Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het lossen van een vracht in big bags verpakte mest ziet de monsternemer toe op het lossen waarna vervolgens de monsters worden genomen uit de big bags.

2. Paragraaf 5.6.4 wordt als volgt gewijzigd:

a. In de voorlaatste volzin wordt na ‘is verkregen’ ingevoegd ‘of de verkregen hoeveelheid mest meer is dan 400 gram maar niet meer is dan 500 gram’.

b. Na de voorlaatste volzin wordt een zin ingevoegd, luidende:

Alleen indien de hoeveelheid meer is dan 400 gram maar minder is dan 500 gram wordt voor het verkrijgen van een laboratoriummonster een 3e kwart toegevoegd.

G

Bijlage H wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede hoofdstuk, wordt de tweede alinea vervangen door ‘Indien in dit document de Raad voor Accreditatie wordt genoemd kan dit ook een accreditatieorganisatie zijn die ondertekenaar is van de Multilateral Agreement (MLA) van de European co-operation for Accreditation (EA) of de Mutual Recognition Arrangement (MRA) van Global Accreditation Cooperation Incorporated.’

2. In paragraaf 6.4.1.1, eerste alinea, wordt ‘RIKILT, Wageningen UR’ vervangen door ‘Wageningen Food Safety Research (WFSR)’.

3. In paragraaf 6.4.1.1, tweede alinea, en in paragraaf 6.4.1.2 wordt ‘RIKILT’ telkens vervangen door ‘WFSR’.

H

Bijlage M wordt als volgt gewijzigd:

1. De omschrijving van de regelovertreding bij feitcode M513 komt te luiden:

Niet tijdig na bemonstering toezenden van het mestmonster door de vervoerder, waardoor het mestmonster niet binnen 10 werkdagen is ontvangen door een geaccrediteerd of gelijkwaardig laboratorium, dan wel niet tijdig na bemonstering toezenden van het mestmonster door de monsternemende organisatie, waardoor het mestmonster niet binnen 7 werkdagen is ontvangen door een geaccrediteerd of gelijkwaardig laboratorium.

2. In de tabel vervalt de regel met feitcode M519.

3. De omschrijving van de regelovertreding bij feitcode M521 komt te luiden:

Niet uiterlijk 15 werkdagen na ontvangst van het mestmonster toezenden van de analyseresultaten door het laboratorium aan de vervoerder, de leverancier, de afnemer en elektronisch aan de minister

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 met uitzondering van artikel I, onderdeel D en onderdeel H, onder 1, die in werking treden met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 december 2025

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (hierna: Urm) op een aantal meer technische punten. De in de regeling opgenomen wijzigingen zien op de artikelen 1, 45, 78v, 80 en 81. Daarnaast zijn enkele bijlages van de Urm gewijzigd: in bijlage Ea is een wijziging doorgevoerd om voldoende gewicht te behouden voor een monster van dierlijke mest voor analyse op stikstof en fosfaat, in bijlage H zijn enkele aanpassingen gedaan met betrekking tot de analyse van mestmonsters en in bijlage M is de naamswijziging van enkele betrokken organisaties verwerkt. Hieronder worden de wijzigingen uitgebreider toegelicht.

2. Wijzigingen

Per september 2025 vindt er een herziening plaats van de SBI-codes die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel worden gebruikt. Omdat door die herziening tuincentra de SBI-code 47.76.1 (detailhandel in bloemen en planten, zaden en tuinbenodigdheden) krijgen in plaats van tot voor kort SBI-code 47.76.2 is de definitie van tuincentrum in artikel 1 van de Urm aangepast. In de subklasse van SBI-code 47.76.1 valt ook detailhandel in meststoffen. Met onderdeel A is die wijziging in SBI-code verwerkt in de begripsbepaling.

Met de Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 16 december 2024, nr. WJZ/ 46147869, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in verband met het wijzigen van enkele bepalingen inzake het transport van meststoffen, het wijzigen van de omschrijving van enkele reststoffen in bijlage Aa alsmede het toevoegen van enkele reststoffen aan die bijlage (Stcrt. 2024, 41789) is het transport van drijfmest per pijpleiding tussen intermediaire ondernemingen toegelaten. Bij vervoer per pijpleiding is er geen sprake van vervoer per transportmiddel als bedoeld in artikel 45, zesde lid, van de Urm. Intermediaire ondernemingen kunnen bij die vorm van vervoer daarom per definitie niet voldoen aan de in dat artikellid opgenomen verplichting nu daarin onder meer is bepaald dat voor het transport kentekens of meldcodes van de betrokken transportmiddelen moeten worden verstrekt door de intermediaire onderneming. Met onderdeel B is daarom aan artikel 45, tiende lid, toegevoegd dat het zesde lid evenmin van toepassing is bij vervoer per pijpleiding tussen intermediaire ondernemingen.

Onderdeel C bevat een correctie van artikel 78v. In dat artikel is bepaald dat de monsternemende organisatie zijn administratie voor controle beschikbaar stelt aan de krachtens 129 aangewezen ambtenaren. Artikel 129 bevat evenwel geen grondslag voor het aanwijzen van toezichthouders, de toezichthouders worden in het artikel zelf al aangewezen nu daarin is opgenomen dat de medewerkers van de NVWA zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Meststoffenwet. Met deze regeling is daarom de zinsnede ‘krachtens 129 aangewezen ambtenaren’ vervangen door ‘in artikel 129 aangewezen ambtenaren’.

Artikel 80 van de Urm regelt dat de vervoerder een uit een vracht dierlijke mest genomen monster uiterlijk tien dagen na bemonstering toestuurt aan een door de minister erkend laboratorium. In de uitvoeringspraktijk wordt tegen het probleem aangelopen dat niet altijd kan worden achterhaald wanneer de vervoerder daadwerkelijk de monsters heeft opgestuurd. Dit omdat vaak gebruik wordt gemaakt van een ophaalservice van het laboratorium. In de praktijk van de handhaving wordt de termijn daarom beoordeeld op basis van de ontvangstdatum van het monster op het laboratorium. Daarbij wordt dan een bepaalde marge aangehouden vanwege de tijd dit zit tussen het versturen van het monster door de vervoerder en het ontvangen van het monster door het laboratorium. Onderdeel D wijzigt artikel 80 op dit punt. Bepalend is niet langer of het monster binnen tien werkdagen door de vervoerder naar het laboratorium is verzonden, maar of het monster binnen tien werkdagen door het laboratorium is ontvangen. Op de vervoerder rust dus thans de plicht om ervoor te zorgen dat het monster binnen tien werkdagen door het laboratorium is ontvangen. Op het laboratorium rust reeds op grond van paragraaf 4.3 van bijlage H de verplichting om van elk inkomend monster de datum van ontvangst te registreren.

Om intermediaire ondernemingen die nog niet kunnen voldoen aan de nieuwe aanlevertermijnen voldoende tijd te geven om deze aanpassingen door te voeren in hun processen zullen onderdeel D en onderdeel H, onder 1, eerst op 1 juli 2026 in werking treden.

In onderdeel E is in artikel 81 de termijn van uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van het monster en het verzenden van de analyseresultaten uiterlijk vijf werkdagen na analyse, vervangen door een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van het monster door het laboratorium voor het analyseren en het verzenden van de analyseresultaten. De opdeling van de termijn in een termijn van vijf werkdagen voor analyse en termijn van vijf werkdagen na analyse is in de praktijk namelijk niet goed werkbaar en haalbaar gebleken, bijvoorbeeld als er tijdens het proces een droogstap moet worden toegepast voor het analyseren of als er gebruik wordt gemaakt van de uitzondering om onder voorwaarden een mengmonster te mogen toepassen. Mengmonsters mogen immers gedurende zeven werkdagen worden genomen en ingestuurd om vervolgens op het laboratorium te worden samengevoegd tot één mengmonster. Analyse van een dergelijk monster binnen vijf werkdagen na ontvangst was daarmee in de praktijk reeds onmogelijk.

Er is een wat ruimere termijn gekozen (vijftien dagen in plaats van in totaal tien dagen) omdat op basis van data over de afgelopen jaren is gebleken dat, hoewel in de meeste gevallen de tiendagentermijn in zijn algemeenheid wel wordt gehaald, in bepaalde situaties en in drukke periodes de tiendagentermijn toch te krap is. Om tegemoet te komen aan de wensen van de laboratoria is daarom gekozen voor een termijn van vijftien dagen.

Het kwarteren van een monster wordt gedaan om de hoeveelheid monster te verkleinen op een verantwoorde manier zodat er voor de bepaling van stikstof en fosfor nog steeds sprake is van een representatief monster. Onderdeel F voorziet in de mogelijkheid om na het kwarteren in de gevallen waarin het monster minder dan de vereiste 500 gram weegt, het derde kwart weer toe te voegen zodat het monster voldoet aan het minimale gewicht. Verder voorziet onderdeel F in de mogelijkheid om bij het lossen van big bags de dikke fractie te mogen bemonsteren. Vrachtbemonstering van een vracht vaste mest mag over het algemeen bij het laden of bij het lossen plaatsvinden. Een uitzondering geldt bij export (alleen bij het laden), bij import (alleen bij het lossen) en bij transport met big bags (alleen bij het laden), omdat de monsternemer moet toezien op het laden van de bemonsterde big bags. Vanuit de sector kwam het verzoek om het bemonsteren ook bij het lossen van de big bags toe te staan. Dit sluit aan bij alle overige transporten van vaste mest waarbij de leverancier mag kiezen tussen bemonsteren bij het laden of bij het lossen. Bij import van vaste mest in big bags is al voorgeschreven dat bij het lossen ervan moet worden bemonsterd. Als de monsternemer toeziet op het lossen van een vracht in big bags verpakte mest om vervolgens daaruit de monsters te nemen, zijn er geen belemmeringen om bij het transport van big bags binnen Nederland het bemonsteren ook bij het lossen toe te staan. Dit is met de onderhavige wijziging geregeld.

In paragraaf 6.4.1 van bijlage H is bepaald dat een aantal keren per jaar de op een laboratorium geanalyseerde monsters aselect verzameld worden ten behoeve van heranalyse door het RIKILT, Wageningen UR. Het RIKILT is in 2019 samengegaan met het Laboratorium voor Voeder- en Voedselveiligheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en verdergegaan onder de naam Wageningen Food Safety Research (afgekort WFSR), onderdeel van Wageningen University & Research. Bijlage H is aangepast op deze naamswijziging. In bijlage H is tevens bepaald dat indien in bijlage H de Raad voor Accreditatie wordt genoemd, dit ook een accreditatieorganisatie kan zijn die de Multilateral Agreement (MLA) van de European co-operation for Accreditation (EA) of de Mutual Recognition Arrangement (MRA) van Global Accreditation Cooperation Incorporated heeft ondertekend. De bijlage is op deze wijze aangepast aan de naam van de organisatie die is ontstaan na de fusie van ILAC en IAF, namelijk de Global Accreditation Cooperation Incorporated (Onderdeel G).

3. Effecten bedrijfsleven en overheid

De wijzigingen leveren beperkte effecten voor de sector of de uitvoeringspraktijk op. Het gaat bij wijzigingen A, C en G om een aantal naamswijzigingen die geen invloed hebben op de uitvoeringspraktijk. Wijziging B betreft een aanpassing van een artikel dat bij een eerdere wijziging niet is aangepast. Het artikel is daarmee alsnog in overeenstemming gebracht met de per 1 januari 2025 ingevoerde wijziging rondom het vervoer van drijfmest via een pijpleiding en sluit aan bij de in de praktijk reeds gevoerde werkwijze.

De onderdelen D, E, F en H zijn in overleg met de sector tot stand gekomen. Voor onderdeel D geldt dat de vervoerder verantwoordelijk is dat een monster dunne mest binnen tien werkdagen na het nemen het monster is ontvangen bij het laboratorium. Dit betekent dat de vervoerder voor de termijn van tien werkdagen ook rekening moet houden met het transport van de monsters tot aan de overdracht aan het laboratorium. De vervoerder die het monster heeft genomen kan niet meer volstaan met het binnen tien werkdagen opsturen van het monster naar het laboratorium. Veel vervoerders sturen de monsters al wekelijks naar de laboratoria waardoor deze binnen tien werkdagen door de laboratoria werden ontvangen. Voor enkele vervoerders betekent dit een aanpassing van hun werkwijze zoals het verzamelen en het plannen van de verzending, zodat de monsters tijdig door het laboratorium worden ontvangen.

Bij onderdeel E is voor een eenvoudigere uitvoering voor de sector gekozen, door de verschillende termijnen te vervangen door één termijn waarbinnen de verplichtingen moeten worden uitgevoerd en waarbij de termijn tevens is verruimd. Deze ruimere termijn moeten de laboratoria in hun instructies en werkwijze opnemen en toepassen. Onderdeel F voorziet in een aangepaste werkwijze als na het verkleinen van het monster volume door de onafhankelijke monsternemers bij het kwarteren onvoldoende monster materiaal over blijft. Deze aangepast werkwijze moet in de instructies worden opgenomen zodat monsternemers dit kunnen toepassen als het monster na het kwarteren te weinig volume heeft. De wijziging om naast het bemonsteren van vaste mest bij het laden van big bags, ook bij het lossen van in big bags vervoerde vaste mest te mogen bemonsteren heeft geen effecten op het bedrijfsleven. De bemonstering van de vaste mest die vervoerd wordt in big bags moest al plaatsvinden bij het laden. De vervoerder heeft nu de vrijheid om te bepalen de monsternemer bij het laden of bij het lossen in te schakelen.

4. Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

De administratieve en nalevingslasten die samenhangen met de maatregelen die met deze regeling zijn geïmplementeerd, zijn beoordeeld door RVO. RVO heeft de administratieve lasten in het kader van deze regeling berekend op bijna 15.000 euro. De maatregelen hebben gevolgen voor de laboratoria die dierlijke mest analyseren, de monsternemende organisaties die de bemonstering van de dikke fractie uitvoeren bij de landbouwers en de transporteurs van dierlijke mest (intermediairs).

In de berekening is gerekend met een tarief van 37 euro per persoon per uur overeenkomstig de standaard die voor de kostenberekening van landbouwers wordt toegepast. Het totale bedrag is als volgt opgebouwd:

  • Nederland kent 4 laboratoria die geaccrediteerd zijn overeenkomstig het accreditatieprogramma dierlijke mest (AP05) zoals is opgenomen in Bijlage H van de Urm. Voor het inlezen van de regelgeving wordt de benodigde tijd geschat op 5 minuten leestijd. Voor het inlichten van de medewerkers en het aanpassen van de protocollen wordt de benodigde tijd geschat op 30 minuten. De totale regeldrukkosten voor deze handelingen zijn berekend op maximaal 81 euro voor de 4 laboratoria.

  • Nederland kent 3 monsternemende organisaties die geaccrediteerd zijn overeenkomstig het accreditatieprogramma bemonstering vaste dierlijke meststoffen (AP06) zoals opgenomen in Bijlage Ea van de Urm. Voor het inlezen van de regelgeving wordt de benodigde tijd geschat op 5 minuten leestijd. Voor het inlichten van de medewerkers en het aanpassen van de protocollen wordt de benodigde tijd geschat op 30 minuten. De totale regeldrukkosten voor deze handelingen zijn berekend op maximaal 62 euro voor de 3 monsternemende organisaties.

  • RVO heeft 728 geregistreerde intermediairs. Voor het inlezen van de regelgeving wordt de benodigde tijd geschat op 5 minuten leestijd. Voor het inlichten van de medewerkers en het aanpassen van de protocollen wordt de benodigde tijd geschat op 30 minuten. De totale regeldrukkosten voor deze handelingen zijn berekend op maximaal 14.815 euro voor de 728 geregistreerde intermediairs.

Toelichting op de administratieve lasten

Het betreft hier het inlezen en het inlichten van de medewerkers in de voor de erkende laboratoria, de onafhankelijk monsternemende organisaties en de erkende intermediaire ondernemingen geldende wijzigingen van de regelgeving (onderdeel D, E en F).

De wijzigingen A, C en G betreffen naamswijzigingen en leiden niet tot extra administratieve handelingen of nalevingslasten. Wijziging B betreft een aanpassing naar aanleiding van een eerdere wijziging per 1-1-2025. De regeldruk is in de wijziging van 1-1-2025 toegelicht. Wijziging D is voor de meeste vervoerders al een gangbare praktijk omdat de monsters door deze vervoerders reeds wekelijks worden geleverd aan de laboratoria en dus al voldoen aan het gewijzigde voorschrift. Voor de vervoerders die hier maatregelen op moeten nemen betekent dit een aanpassing van hun werkwijze zoals het tijding verzamelen van de monsters en het plannen van de verzending zodat deze binnen tien werkdagen door het laboratorium wordt ontvangen. De extra regeldruk zit in het eenmalig doorvoeren van gewijzigde termijnen in het proces van de vervoerder. De monsters moesten altijd al worden geleverd aan het laboratorium, dus daar ontstaat geen extra regeldruk. Voor onderdeel E geldt dat de gewijzigde termijnen door de laboratoria in hun instructies en werkwijze moeten worden opgenomen en toegepast. De laboratoria geven aan dat ze hiervoor weinig tot niets hoeven aan te passen omdat hun interne processen meer gegevens vastleggen dan nu wordt voorgeschreven met deze wijziging. De data die dus voor het monitoren van de gewijzigde termijn nodig is, is reeds voorhanden. Onderdeel F geeft een verlichting van de regeldruk. Als een monster voor de wijziging te weinig gewicht had, moest het gehele monster opnieuw worden gestoken. Nu kan worden volstaan met het laatste kwart weer toe te voegen zodat het monster weer voldoende gewicht heeft en tevens nog representatief is voor een juiste analyse van de gehele hoop dikke fractie. De verlichting van de regeldruk is niet te kwantificeren, omdat niet wordt bijgehouden hoe vaak monsternemers na het kwarteren uit komen op een te licht monster, waardoor de gehele bemonstering opnieuw moet worden uitgevoerd. Er is ook geen verplichting voor de monsternemers om dit bij te houden of te rapporteren. Als enige voorwaarde in de Urm is gesteld dat het laboratoriummonster ontstaat na verkleining van het monster vaste mest tot de vereiste omvang van minimaal 500 gram en maximaal 800 gram. De wijziging om naast het bemonsteren van vaste mest bij het laden van big bags, ook bij het lossen van in big bags vervoerde vaste mest te mogen bemonsteren heeft geen effecten op de regeldruk. Het inschakelen van een onafhankelijk monsternemer was al verplicht bij het vervoer van vaste mest in big bags. Het was alleen toegestaan om het bemonsteren bij het laden te doen en met de wijziging is het toegestaan om dit ook bij het lossen te mogen toepassen. Het is geen extra bemonstering, maar een keuzevrijheid van de vervoerder om bij het laden of bij het lossen een onafhankelijk monsternemer in te schakelen.

5. Uitvoering en handhaving

Op de wijzigingen die voortvloeien uit deze regeling is een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (UHT) uitgevoerd door RVO en NVWA.

RVO acht de voorgestelde wijzigingen uitvoerbaar en handhaafbaar. De wijzigingen betreffen met name verduidelijkingen of versoepelingen van bestaande regelgeving en daarom verwacht RVO geen substantiële knelpunten voor de handhaving en de uitvoering.

NVWA geeft net als RVO aan dat de regeling handhaafbaar en uitvoerbaar is.

De NVWA benadrukt dat het gewenst is dat de termijn van het verzenden van de analyseresultaten niet wordt verlengd van vijf naar vijftien werkdagen, maar de 2 bestaande termijnen van vijf werkdagen omzet naar 1 termijn van tien werkdagen. Dit omdat het voor bedrijven van belang is dat het resultaat van een analyse op zo kort mogelijke termijn bekend is, zodat ze zo zorgvuldig mogelijk met bemesting kunnen omgaan

Het door de NVWA aangegeven belang bij een snelle uitslag van de analyse wordt onderschreven. Uit monitoring van RVO op de laboratoria blijkt dat de analyseresultaten doorgaans binnen tien werkdagen bekend zijn. Alleen in bepaalde overmacht situaties of in drukke periodes kan het analyseren iets langer duren. Vanwege die situaties is gekozen voor vijftien dagen in plaats van de eerdere (tweemaal vijf is) tien dagen. In zijn algemeenheid zullen analyse resultaten echter binnen tien dagen terug worden gemeld. RVO zal dit periodiek blijven monitoren.

De wijziging van de begripsomschrijving van tuincentrum die aansluit bij de activiteit ‘detailhandel in bloemen en planten, zaden en tuinbenodigdheden’ heeft geen gevolgen voor de uitvoering van of handhaving door RVO. Dit geldt ook voor de wijziging voor het vervoer van drijfmest via pijpleiding tussen intermediairs en de juridisch-technische wijziging van artikel 78v Urm om te bereiken dat dat artikel correct verwijst naar de in artikel 129 Urm aangewezen toezichthouders. De wijziging voor het vervoer van drijfmest via pijpleiding tussen intermediairs wordt gecommuniceerd via RVO website, kennisbank en klantencontact (KC). De impact is beperkt, omdat de geschrapte eis in de praktijk al niet opgevolgd kon worden.

De aanpassing van de termijnen voor laboratoria en de bijbehorende aanpassing van de feitcodes, vraagt van RVO een beperkte aanpassing van de systemen en afstemming van de controles op de nieuwe termijnen. Door deze wijziging zal de naleving van de regelgeving naar verwachting verbeteren. De impact is voor RVO beperkt. De wijziging is reeds afgestemd met laboratoria en gecommuniceerd via RVO en LVVN. Deze wijzigingen worden verder gecommuniceerd via de website, kennisbank en klantencontact (KC) van RVO.

De NVWA geeft aan dat deze wijzingen ook positief zijn voor de handhaafbaarheid, omdat makkelijker te achterhalen is wanneer het laboratorium het monster heeft ontvangen dan om te achterhalen wanneer het monster verstuurd is.

De wijziging van de toevoeging van een derde kwart waardoor een monster ook bij minder dan 500 gram representatief blijft, betekent dat laboratoria en adviseurs hiervan in kennis moeten worden gesteld. Daarnaast wordt bemonstering bij big bags niet alleen bij het laden, maar ook bij het lossen toegestaan. Dit heeft geen invloed op de handhaving voor RVO. De wijzigingen zijn reeds afgestemd met laboratoria en gecommuniceerd via RVO en LVVN. RVO verzorgt nog extra communicatie over de rol van monsternemers bij bemonstering in big bags.

De uitvoering en inhoud van controles veranderen niet door de naamswijzigingen van RIKILT en de accreditatieorganisaties. Wel moeten de nieuwe benamingen in de communicatie correct worden toegepast. Hiervoor worden de naamswijzigingen verwerkt in alle communicatiemiddelen van RVO, zoals website, kennisbank en handleidingen. Betrokken partijen, zoals laboratoria en certificeringsinstanties, worden via de gebruikelijke kanalen geïnformeerd.

6. Consultatie

De ontwerpregeling is voor internetconsultatie aangeboden in de periode 15 november 2025 tot en met 7 december 2025. Er zijn twee consultatiereacties ontvangen. De reacties hebben geleid tot een aanpassing van de inwerkingtreding van een tweetal onderdelen van de regeling.

In de eerste consultatiereactie wordt verzocht om in het geval van een mengmonster de termijn van 15 werkdagen die de laboratoria hebben tussen ontvangst van een mestmonster en het verzenden van de analyseresultaten, in te laten ingaan op het moment dat het laatste deelmonster van een mengmonster is ontvangen. Dit omdat laboratoria niet weten welke monsters tot een mengmonster gemaakt moeten worden en waardoor de analyse dus nog niet kan worden gestart. Daarnaast wordt in de consultatiereactie verzocht om termijnen te stellen voor het aanleveren van het monsterbericht (EDI-bericht).

Artikel 76 maakt het mogelijk om verschillende mestmonsters door het laboratorium te laten samenvoegen tot één mengmonster waarna dat mengmonster wordt geanalyseerd. Met deze wijzigingsregeling wordt de termijn die laboratoria hebben voor de analysering van een mestmosteer verruimd naar vijftien dagen en wordt deze ook flexibeler gemaakt. Thans is niet meer voorgeschreven dat de mestmonsters uiterlijk 5 dagen na ontvangst moeten worden geanalyseerd maar geldt een vijftiendagentermijn tussen ontvangst van het monster en het verzenden van de analyseresultaten. De laboratoria krijgen daarmee al meer flexibiliteit en ook meer tijd om de verschillende mestmonsters die in het mengmonster moet worden betrokken te verzamelen. Anderzijds dienen vervoerders of de onafhankelijke monsternemers er in het geval van mengmonsters op te letten dat de mestmonster zo snel mogelijk naar het laboratorium wordt verzonden zodat het mestmonster kan worden meegenomen in het mengmonster. De thans in de regeling opgenomen termijnen vragen dus mogelijk om enige aanpassingen in de werkwijze bij laboratoria en vervoerders maar wordt uitvoerbaar geacht. Daarnaast heeft de sector belang bij een snelle analyse van de mestmonsters.

Voor het monsterbericht zijn reeds termijnen opgenomen in de Urm. In paragraaf 5.1 van bijlage H is immers geregeld dat als er sprake is van een mengmonster dit moet worden aangegeven op een begeleidingsformulier dat de vervoerder met de betreffende monsters meestuurt. Als sprake is van een mengmonster van monsters welke door onafhankelijke monsternemers zijn verstuurd naar het laboratorium, dan moet het begeleidingsformulier uiterlijk zeven werkdagen na de eerste bemonstering door de vervoerder separaat aan het laboratorium toegezonden.

De tweede reactie betreft een aantal aanbevelingen en een verzoek voor nader onderzoek.

Zo wordt het belang van een tijdige communicatie met de sectorpartijen over de wijziging in de termijnen voor het aanleveren van mestmonsters met de betrokken sectorpartijen aangegeven. Hierin is allereerst reeds voorzien door gesprekken die gevoerd zijn met diverse betrokkenen tot nu toe en wordt de informatie op de websites van RVO aangepast waardoor iedereen wordt gewezen op de wijzigingen. Om intermediaire ondernemingen die nog niet kunnen voldoen aan de nieuwe termijnen voldoende tijd te geven om deze aanpassingen door te voeren in hun processen zullen onderdeel D en onderdeel H, onder 1, eerst op 1 juli 2026 in werking treden.

Verder wordt benadrukt dat het juist vastleggen van de datum van ontvangst door het laboratorium van belang is en wordt aandacht gevraagd voor intermediairs op de Waddeneilanden waar het ophalen van monsters knelpunten oplevert en verzoekt hier om nader onderzoek naar te doen. Tot slot wordt aandacht gevraagd voor verruimde analysetermijn van laboratoria in relatie tot Renure meststoffen waarbij het belangrijk is dat de resultaten hiervan snel beschikbaar zijn voor de ondernemers.

Deze wijzigingsregeling beoogt een verduidelijking van de termijnen zoals die tot nu werden gehanteerd in de regeling. Dit betekent dat voor alle partijen duidelijk is welke termijnen gelden en dat hier beter op kan worden toegezien. Het belang van het juist vastleggen van de datum van ontvangst van een mestmonster wordt onderschreven. Laboratoria zijn op grond van paragraaf 4.3 van bijlage H verplicht de datum van de ontvangst van een mestmonster te registreren.

Intermediairs die op de Waddeneilanden zijn gevestigd kunnen naar verwachting blijven voldoen aan de in deze regeling gestelde eisen, al valt niet uit te sluiten dat enige aanpassing van hun werkwijze nodig zal zijn. Daarmee is de regeling dus ook voor hen uitvoerbaar. Wel zal een onderzoek worden opgestart naar de logistiek naar de logistiek van het aanleveren van mestmonsters aan laboratoria voor deze intermediairs.

Ook het belang bij een snelle uitslag van de analyse wordt onderschreven. Uit monitoring van RVO op de laboratoria blijkt dat de analyseresultaten doorgaans binnen tien werkdagen bekend zijn. Er is gekozen voor vijftien dagen in plaats van de eerdere (tweemaal vijf is) tien dagen, omdat in bepaalde overmacht situaties of in drukke periodes het analyseren iets langer duurt. In zijn algemeenheid zullen analyseresultaten echter binnen tien dagen terug worden gemeld. RVO zal dit periodiek blijven monitoren. De ruimere termijn voor de analyse van mestmonsters die met deze regeling mogelijk is gemaakt heeft ten slotte geen betrekking op de kwaliteitseisen voor Renure.

7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van artikel I, onderdelen D en H, onder 1, die in werking treden met ingang van 1 juli 2026. Daarmee wordt afgeweken van aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving waarin is bepaald dat de termijn tussen de publicatiedatum van een ministeriële regeling en het tijdstip van inwerkingtreding minimaal twee maanden is. De afwijking is evenwel gerechtvaardigd omdat deze regeling reparatiebepalingen en technische wijzingen bevat en omdat de regeling een ook door de sector gewenste versoepeling van de regels over bemonstering en analysering van meststoffen behelst en de sector is gebaat bij spoedige inwerkingtreding daarvan.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma

Naar boven