De Minister voor Asiel en Migratie,
Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet;
Besluit:
ARTIKEL I
De Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare
lichamen wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2, derde lid wordt ‘31 december 2025’ vervangen door ‘31 december 2026’.
B
Artikel 3, tweede lid komt te luiden:
-
2. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de
werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober
2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met
31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan. Een aanvraag voor de
periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026, dient vóór 1 oktober 2026
te worden gedaan.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
’s-Gravenhage, 11 december 2025
De Minister voor Asiel en Migratie, M.C.G. Keijzer
TOELICHTING
Algemeen
De Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare
lichamen (hierna: Beoo) is bekendgemaakt op 8 januari 2024 (2024, 325). De Beoo voorziet
in een specifieke uitkering aan het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de
gemeente voor de daadwerkelijk gemaakte kosten (meerkosten) die aanvullend worden
gemaakt ten behoeve van de coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne
voor de periode vanaf 1 januari 2024 t/m 31 december 2024. Bij de totstandkoming van
de regeling was nog niet goed te voorzien hoe het conflict in Oekraïne en de situatie
met betrekking tot de ontheemden zich verder zouden ontwikkelen. Op 13 november 2024
is de regeling verlengd tot en met 31 december 2025. Inmiddels is gebleken dat ook
in 2026 een voortzetting van deze regeling noodzakelijk is.
Deze regeling tot wijziging van BeoO verlengt het in artikel 2, derde lid van de bekostigingsregeling
vermelde bestedingstijdvak tot en met 31 december 2026. Door de verlenging verliest
de BeoO zijn eenmalige karakter en kan derhalve niet meer worden vastgesteld krachtens
artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet. In afwachting van de totstandkoming
van een wettelijk voorschrift wordt deze regeling daarom gebaseerd op artikel 17,
tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, gelezen in samenhang met artikel 4:23,
derde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A en B
Artikel 2 en 3 regelen de verstrekking en voorwaarden van de specifieke uitkering
aan het regionale openbare lichaam de provincie of de gemeente, die door de gemeenten
zijn gemachtigd. De wijziging van artikel 2, derde lid, en artikel 3, tweede lid,
verlengt de periode waarin de specifiek uitkering wordt verstrekt tot en met 31 december
2026. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026,
dient vóór 1 oktober 2026 te worden gedaan.
Artikel II
De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt
niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het kabinetsbeleid
van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft een aantal begunstigende aanpassingen,
waarvoor afwijking is toegestaan, omdat de betreffende doelgroep daarbij gebaat is.
Dit brengt ook mee dat aan de onderdelen A en B van de regeling terugwerkende kracht
kan worden verleend zonder in strijd te komen met het vertrouwensbeginsel.