Regeling van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 28 mei 2025 betreffende de archiefbeheersregels voor de Raad voor Rechtsbijstand

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand,

Gelet op artikel 14 van het Archiefbesluit 1995.

Besluit:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Archiefbescheiden:

archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, lid c, Archiefwet 1995.

b. Archiefbeheer:

het geheel van werkzaamheden om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en bewaren, alsmede de archiefbescheiden die daarvoor in aanmerking komen, te vernietigen dan wel over te brengen naar de archiefbewaarplaats.

c. Archiefbewaarplaats:

archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 1, lid f, Archiefwet 1995.

d. Commissie:

een commissie als bedoeld in artikel 8, lid 1, Wet op de rechtsbijstand.

e. Dossier:

het geheel van archiefbescheiden ontvangen of opgemaakt door een organisatie, een persoon of een groep personen bij de behandeling van één zaak.

f. Handboek vervanging:

document waarmee de zorgdrager inzicht geeft in de aspecten van het vervangingsproces als bedoeld in artikel 26b, Archiefregeling en kan aantonen dat zorgvuldig wordt omgegaan met de bevoegdheid tot vervanging, objectieve toetsing van het vervangingsproces mogelijk maakt en onderbouwt in hoeverre de reproductie kan worden vertrouwd als accurate en volledige weergave van het origineel.

g. Metadata:

gegevens die context, inhoud en structuur van archiefbescheiden en hun beheer door de tijd heen beschrijven.

h. Metadataschema:

metagegevensschema als bedoeld in artikel 17, lid 1, Archiefregeling.

i. Overbrengen:

overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats als bedoeld in de artikelen 12 en 13, Archiefwet 1995. Na overbrenging wordt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de zorgdrager en de algemene rijksarchivaris de archiefbeheerder.

j. Register:

Een geordend bestand met informatie over personen of organisaties, een lijst waarin gegevens over personen of organisaties worden bijgehouden.

k. Selectielijst:

een lijst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, Archiefwet 1995 waarin in ieder geval wordt aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging in aanmerking komen.

l. Vernietiging:

een proces van verwijderen of wissen van (gegevens uit) archiefbescheiden op een zodanige manier, dat deze niet weer gereconstrueerd kunnen worden.

m. Vervanging:

het vervangen van archiefbescheiden door reproducties als bedoeld in artikel 1, lid c, onder 4, Archiefwet 1995.

n. Vervreemding:

het in eigendom overdragen van archiefbescheiden als bedoeld in artikel 8, Archiefwet 1995 aan een ander overheidsorgaan of een private partij.

o. Voorziening:

een voorziening als bedoeld in artikel 8, lid 2, Wet op de rechtsbijstand.

p. Zorgdrager:

zorgdrager als bedoeld in artikel 1, lid d, Archiefwet 1995.

HOOFDSTUK 2. ORGANISATIE

Artikel 2. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op alle archiefbescheiden van de Raad voor Rechtsbijstand en alle archiefbescheiden van commissies en voorzieningen die zijn ingesteld door het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand.

Artikel 3. Verantwoordelijke functies en rollen

  • 1. Het bestuur is de zorgdrager voor de archiefbescheiden van de Raad voor Rechtsbijstand.

  • 2. De CIO is namens de zorgdrager op ambtelijk niveau verantwoordelijk voor het archiefbeheer.

    Dit houdt in dat de CIO op het gebied van archiefbeheer de volgende taken en verantwoordelijkheden heeft:

    • a. vaststellen van beleids-, kwaliteits- en toetsingskaders, alsmede beheersinstrumenten zoals algemene voorschriften en procedures;

    • b. de prioriteiten bepalen voor het archiefbeheer in afstemming met het hoofd CIO Office;

    • c. verantwoording afleggen aan interne en externe toezichthouders over de staat van de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer.

  • 3. Het Hoofd CIO Office is verantwoordelijk voor de afdeling waar het interne toezicht op, coördinatie van en advisering over het archiefbeheer is belegd en stuurt deze afdeling aan.

  • 4. Het Hoofd CIO rapporteert over het toezicht op het archiveringsysteem en de archiveringsfunctie in de Planning en Control cyclus.

  • 5. De proceseigenaar is verantwoordelijk voor de archiefbescheiden die worden gevormd bij de uitvoering van de processen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen.

  • 6. De proceseigenaar is de functionaris met wie afspraken worden gemaakt over de vorming en het beheer van archiefbescheiden voor de processen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen.

Artikel 4. Commissies en voorzieningen van de Raad voor Rechtsbijstand

  • 1. Een commissie of voorziening vormt zelfstandig een eigen archief.

  • 2. Het secretariaat van een commissie maakt afspraken met de Raad voor Rechtsbijstand over het archiefbeheer dat de commissie of voorziening uitvoert.

  • 3. Het secretariaat van een commissie treedt uiterlijk op het moment van opheffing van de commissie in overleg met de digitaal archivaris over het in beheer overdragen van het archief aan de Raad voor Rechtsbijstand.

HOOFDSTUK 3. ARCHIEFVORMING

Artikel 5. Dossiers

  • 1. De behandelend medewerker voegt alle archiefbescheiden die op een zaak betrekking hebben in een dossier behorende bij de zaak.

  • 2. De behandelend medewerker zorgt ervoor dat bij de registratie van archiefbescheiden de metadata vastgelegd wordt die is voorgeschreven in een door de Raad voor Rechtsbijstand vastgesteld metadataschema.

  • 3. De behandelend medewerker controleert bij het afhandelen van de zaak of:

    • a. alle archiefbescheiden die tot de zaak behoren, in het dossier aanwezig zijn;

    • b. het dossier en alle daarin behorende archiefbescheiden juist zijn geregistreerd.

  • 4. De behandelend medewerker voegt alle nog niet in het dossier aanwezige archiefbescheiden toe als hij constateert dat bij het afhandelen van de zaak alle archiefbescheiden nog niet in het dossier aanwezig zijn.

  • 5. De behandelend medewerker verwijdert alle in het dossier aanwezige archiefbescheiden van de zaak die niet in het dossier van de zaak aanwezig behoren te zijn.

Artikel 6. Registers

  • 1. Een register waarvan de Raad voor Rechtsbijstand de enige houder is, valt onder de zorg van de Raad voor Rechtsbijstand.

  • 2. De Raad voor Rechtsbijstand is geen zorgdrager voor een register waarvoor het enkel als beheerder/uitvoerder is aangewezen door een of meerdere houders van dat register.

  • 3. De Raad voor Rechtsbijstand is voor een register waarvan het medehouder is, enkel zorgdrager voor het gedeelte van het register dat betrekking heeft op de taakuitvoering van de Raad voor Rechtsbijstand.

  • 4. De Raad voor Rechtsbijstand is als (mede)houder van een register verantwoordelijk voor het inwinnen en bijhouden van authentieke gegevens in het register en het borgen van de kwaliteit van die gegevens.

HOOFDSTUK 4. BEHEER VAN ARCHIEFBESCHEIDEN

Artikel 7. Selectielijst

  • 1. De zorgdrager ontwerpt een selectielijst waarin in ieder geval staat welke archiefbescheiden voor vernietiging in aanmerking komen.

  • 2. Het ontwerpen van een nieuwe selectielijst voldoet aan de in artikelen 2 tot en met 5, Archiefbesluit 1995 genoemde criteria.

  • 3. De zorgdrager betrekt bij het ontwerpen van een selectielijst in ieder geval inhoudelijk deskundigen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

    • a. de organisatie en de taken van de Raad voor Rechtsbijstand;

    • b. archiefbeheer;

    • c. privacywet- en regelgeving;

    • d. een onafhankelijke, externe deskundige op het terrein van de relatie tussen burger en overheid en de betekenis van overheidsinformatie van de Raad voor Rechtsbijstand voor deze relatie;

    • e. de algemene rijksarchivaris.

Artikel 8. Vervanging

  • 1. De zorgdrager kan besluiten tot de vervanging van archiefbescheiden. Dit wordt vastgelegd in een vervangingsbesluit.

  • 2. De zorgdrager ondertekent het vervangingsbesluit.

  • 3. Het vervangingsbesluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 4. Een Handboek vervanging wordt als bijlage aan het vervangingsbesluit toegevoegd.

    Het Handboek vervanging geeft in ieder geval inzicht in de aspecten van het vervangingsproces die zijn genoemd in artikel 26b van de Archiefregeling 2009 voor de vervanging van archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen.

  • 5. Vervanging van archiefbescheiden vindt plaats met een juiste en volledige weergave van de in de te vervangen archiefbescheiden voorkomende gegevens. De vernietiging van de vervangen originelen is een onlosmakelijk onderdeel van het vervangingsproces.

  • 6. De reproducties worden aangemerkt als archiefbescheiden.

  • 7. De zorgdrager maakt een verklaring op van de vervanging van archiefbescheiden als bedoeld in de zin van artikel 8, Archiefbesluit 1995.

  • 8. De verklaring van vervanging wordt blijvend bewaard in het archief.

Artikel 9. Vernietiging

  • 1. Vernietiging van archiefbescheiden vindt enkel plaats op grond van een geldige selectielijst of na vervanging van archiefbescheiden door reproducties als bedoeld in artikel 8 van deze regeling.

  • 2. De proceseigenaar moet schriftelijk akkoord gaan met de voorgenomen vernietiging van archiefbescheiden die onder zijn verantwoordelijkheid vallen.

  • 3. De proceseigenaar kan, mits onderbouwd, aangeven welke archiefbescheiden tijdelijk langer moeten worden bewaard.

  • 4. Archiefbescheiden kunnen in ieder geval tijdelijk langer worden bewaard als:

    • a. gewijzigde wet- en/of regelgeving een langere bewaartermijn voorschrijft waarin de op dat moment geldende selectielijst niet voorziet;

    • b. deze nodig zijn voor de taakuitvoering van de Raad.

  • 5. De zorgdrager maakt een verklaring op van de vernietiging van archiefbescheiden als bedoeld in de zin van artikel 8, Archiefbesluit 1995.

  • 6. De verklaring van vernietiging wordt blijvend bewaard in het archief.

  • 7. De zorgdrager kan besluiten om archiefbescheiden uit te zonderen van vernietiging.

    De geldende selectielijst moet hiervoor een grondslag bieden. Het besluit kan ook zijn gebaseerd op de zgn. selectiemethodiek ‘hotspotmonitor’.

  • 8. Het besluit om archiefbescheiden die in aanmerking komen voor vernietiging uit te zonderen van vernietiging, bevat in ieder geval een specificatie van de archiefbescheiden en de grondslag voor het uitzonderen van vernietiging.

  • 9. De zorgdrager ondertekent het besluit voor het uitzonderen van archiefbescheiden van vernietiging.

  • 10. Het besluit om archiefbescheiden uit te zonderen van vernietiging wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 11. Het besluit om archiefbescheiden uit te zonderen van vernietiging, wordt blijvend bewaard in het archief.

Artikel 10. Overbrenging

  • 1. De archiefbescheiden worden voorafgaand aan de overbrenging in een goede, geordende en toegankelijke staat gebracht die voldoet aan de eisen van de beheerder van de archiefbewaarplaats.

  • 2. De zorgdrager bepaalt in een Besluit beperkingen openbaarheid of er beperkingen worden gesteld aan de openbaarheid van over te brengen archiefbescheiden als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Archiefwet 1995. Hiervoor geldt onderstaande:

    • a. voorafgaand aan het besluit moet advies worden gevraagd aan de algemene rijksarchivaris;

    • b. de zorgdrager verwerkt het advies in het besluit;

    • c. als de zorgdrager in het besluit afwijkt van het advies van de algemene rijksarchivaris, dan moet dit worden onderbouwd;

    • d. het besluit bevat in ieder geval een specificatie van de archiefbescheiden die aan de openbaarheid zijn beperkt, de termijn van de openbaarheidsbeperking en de grondslag van de openbaarheidsbeperking;

    • e. de zorgdrager ondertekent het besluit;

    • f. het besluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 3. De zorgdrager maakt een verklaring van overbrenging op als bedoeld in de zin van artikel 9, lid 3, Archiefbesluit 1995 en voegt een eventueel Besluit openbaarheid beperkingen als bijlage toe.

  • 4. De zorgdrager ondertekent de verklaring van overbrenging.

  • 5. De verklaring van overbrenging wordt blijvend bewaard in het archief.

  • 6. De zorgdrager dient een onderbouwd verzoek in bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor opschorting van overbrenging (voor een periode van hoogstens 10 jaar per opschorting). De minister besluit of een machtiging voor de opschorting wordt verleend.

Artikel 11. Vervreemding

  • 1. De zorgdrager is bevoegd om te besluiten tot vervreemding van archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 2. Voor de vervreemding van informatie is een machtiging vereist van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tenzij vervreemding plaatsvindt ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.

  • 4. De zorgdrager betrekt bij de voorbereiding van het besluit tot vervreemding in ieder geval inhoudelijk deskundigen ten aanzien van de onderstaande onderwerpen als archiefbescheiden door vervreemding niet komen te berusten in een archiefbewaarplaats:

    • a. de organisatie en de taken;

    • b. het archiefbeheer;

    • c. privacywet- en regelgeving;

    • d. de algemene rijksarchivaris.

  • 3. De zorgdrager geeft aan bij het aanvragen van een machtiging, en in het besluit tot vervreemding, op welke wijze rekening is gehouden met de in artikel 2, eerste lid, van het Archiefbesluit 1995 genoemde belangen.

  • 4. Het besluit tot vervreemding wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 5. De zorgdrager maakt een verklaring van vervreemding op als bedoeld in de zin van artikel 8, Archiefbesluit 1995.

  • 6. De zorgdrager ondertekent de verklaring van vervreemding.

  • 7. De verklaring van vervreemding wordt blijvend bewaard in het archief.

HOOFDSTUK 5. BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE HET ARCHIEFBEHEER

Artikel 12. Organisatieveranderingen

  • 1. Bij een organisatieverandering zoals een reorganisatie, (gedeeltelijke) opheffing van een of meerdere taken of (gedeeltelijke) privatisering van een of meerdere taken, wordt vastgelegd of, en zo ja, wat de implicaties zijn voor het beheer van de betrokken archiefbescheiden.

  • 2. Bij een organisatieverandering als bedoeld in het vorige lid, worden maatregelen getroffen voor het beheer van de betrokken archiefbescheiden.

  • 3. Bij het treffen van maatregelen als bedoeld in het vorige lid, wordt rekening gehouden met het genoemde in het Besluit archiefoverdrachten rijksadministratie.

Artikel 13. Uitbesteding

Bij uitbesteding van een of meerdere taken van de Raad voor Rechtsbijstand aan derden, worden in een (dienstverlenings)overeenkomst afspraken vastgelegd over het archiefbeheer van de betrokken archiefbescheiden. Hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in deze regeling.

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 14. Bekendmaking

Deze regeling wordt door de Raad voor Rechtsbijstand bekendgemaakt en gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking in de Staatscourant en werkt terug tot en met 28 mei 2025.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Archiefbeheersregels Raad voor Rechtsbijstand 2025.

’s-Hertogenbosch, 28 mei 2025

I.D. Nijboer Algemeen directeur/Bestuurder Raad voor Rechtsbijstand

TOELICHTING

Algemeen

Wettelijk kader

De Raad voor Rechtsbijstand is als zorgdrager ten aanzien van haar archiefbescheiden verplicht archiefbeheersregels op te stellen op grond van artikel 14 van het Archiefbesluit 1995. Met deze regeling geeft de Raad voor Rechtsbijstand invulling aan deze verplichting. In de regeling worden onder meer de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgelegd voor het archiefbeheer bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Archiefbeheer

De inrichting en de uitvoering van het archiefbeheer is geen doel op zich, maar gebeurt vanuit het oogpunt van een aantal functies van archief en archiefbeheer. De kernfuncties zijn:

  • Taakuitvoering van het overheidsorgaan.

  • Verantwoording van het overheidshandelen.

  • Rechtszekerheid voor recht- en bewijszoekenden.

  • Historisch onderzoek.

  • Behoud van cultureel erfgoed.

Deze functies zijn terug te vinden in de publieke belangen waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerpen van selectielijsten, bij vervanging en vervreemding van archiefbescheiden. Deze belangen vormen voor de Raad voor Rechtsbijstand de leidraad voor de omgang met archiefbescheiden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2. Reikwijdte

De archiefbeheersregels zijn van toepassing op alle archiefbescheiden die onder de zorg vallen van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, ook op die van commissies en voorzieningen die het bestuur kan instellen of treffen op grond van de Wet op de rechtsbijstand in verband met de voorbereiding en/of uitvoering van zijn taken. Deze onafhankelijke commissies en voorzieningen vormen op grond van de opgedragen taken afzonderlijke archieven die vallen onder het zorgdragerschap van het bestuur.

De archiveringsplicht geldt enkel voor datgene wat een overheidsorgaan opmaakt of ontvangt dat verband houdt met de taakuitvoering van het overheidsorgaan. Zo zijn bijvoorbeeld privéberichten en verkeerd geadresseerde e-mails of chatberichten van derden aan de Raad geen archiefbescheiden in de zin van de Archiefwet 1995. De zorg voor archiefbescheiden eindigt op het moment van overbrenging, vervreemding of vernietiging van de betreffende archiefbescheiden.

Archief dat de Raad voor Rechtsbijstand vormt op grond van een of meer gemandateerde taken van een ander overheidsorgaan valt niet onder het zorgdragerschap van het bestuur. De Raad voor Rechtsbijstand voert wel het archiefbeheer uit. Het andere overheidsorgaan is als zorgdrager verantwoordelijk voor het maken van afspraken over het archiefbeheer.

Artikel 3. Verantwoordelijke functies en rollen

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand is op bestuurlijk niveau verantwoordelijk voor het archief en archiefbeheer. De Chief Information Officer draagt als ambtelijk verantwoordelijke voor het archiefbeheer de zorg voor de uitvoering van het archiefbeheer.

Het Hoofd CIO Office heeft als leidinggevende van de afdeling CIO Office een rol op het gebied van archiefbeheer omdat het interne toezicht op, coördinatie van en advisering over het archiefbeheer bij het CIO Office ligt.

De proceseigenaar is verantwoordelijk voor de archiefbescheiden die worden ontvangen en opgemaakt bij de uitvoering van de processen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Archiefbescheiden vormen de neerslag (vastlegging) van de uitvoering van de processen van een overheidsorgaan.

Artikel 4. Commissies en voorzieningen van de Raad voor Rechtsbijstand

Commissies en voorzieningen die het bestuur in het leven heeft geroepen op grond van de Wet op de rechtsbijstand om bepaalde taken uit te voeren namens het bestuur, vallen ook onder het zorgdragerschap van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand. Het is daarom belangrijk dat afspraken worden gemaakt over het archiefbeheer dat deze commissies en voorzieningen inrichten en uitvoeren voor de archieven die zij vormen.

Artikel 5. Dossiers

Een dossier bevat primair de informatie die nodig is voor de zaakbehandeling. Goede dossiervorming is dus van vitaal belang voor taakuitvoering van een overheidsorgaan. Reconstructie van de zaak kan plaatsvinden aan de hand van het dossier. Een overheidsorgaan kan daarmee verantwoording afleggen over inhoudelijke en procedurele aspecten van de zaak, zoals welke besluiten zijn genomen en hoe deze tot stand zijn gekomen. Het dossier moet toegankelijk zijn zolang het dossier nodig is tijdens de procesuitvoering en daarna gedurende de bewaartermijn.

Artikel 6. Registers

De Raad voor Rechtsbijstand houdt en beheert een aantal registers. Waaronder een register van rechtsbijstandverleners (advocaten, mediators, enz.) die bij het overheidsorgaan zijn ingeschreven voor gesubsidieerde rechtsbijstand en mediation.

De Raad voor Rechtsbijstand beheert namens (mandaat) het Ministerie van Justitie en Veiligheid het Register beëdigde tolken en vertalers en het Register Bewindvoerders Wsnp (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen).

Artikel 7. Selectielijsten

Overheidsorganen leggen in openbare selectielijsten vast hoe lang ze hun archiefbescheiden bewaren die onder hun zorgdragerschap vallen. De archiefbescheiden zijn ingedeeld in categorieën, die veelal op basis van processen zijn gedefinieerd. Wat van historisch belang is, wordt na de overbrengingstermijn voor altijd bewaard bij een archiefbewaarplaats. Voor de Raad voor Rechtsbijstand is dit het Nationaal Archief. De overige archiefbescheiden moeten na afloop van de bewaartermijn worden vernietigd.

Naast het overheidsorgaan zijn meer partijen betrokken bij het ontwerpen van een selectielijst. De algemene rijksarchivaris bekijkt een conceptselectielijst vanuit een cultureel-historisch perspectief en een externe deskundige vertegenwoordigt de belangen van de Nederlandse burgers.

Artikel 8. Vervanging

Vervanging betreft het omzetten van papieren documenten naar digitale documenten, met het doel om de papieren documenten te vernietigen. De digitale reproductie neemt de plaats in van het papieren document en vormt vanaf dat moment het origineel. Zonder vervanging blijven de papieren documenten de originelen en moeten ze gedurende de bewaartermijn worden bewaard in de oorspronkelijke, papieren vorm.

Het besluit om tot vervanging over te gaan, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9. Vernietiging

De Raad voor Rechtsbijstand is verplicht alle archiefbescheiden te vernietigen waarvan de bewaartermijn is verstreken en die niet van vernietiging zijn uitgezonderd.

Behalve dat (tijdige) vernietiging een wettelijke plicht is, draagt vernietiging ook bij aan een efficiënte bedrijfsvoering en het verminderen van de kans op imagoschade. Een voorbeeld van het laatste: als het overheidsorgaan kan aantonen dat bepaalde informatie rechtmatig is vernietigd, dan valt dit niet onder de plicht tot passieve (en/of actieve) openbaarmaking. Dat betekent dat informatie die op grond van een vastgestelde selectielijst is vernietigd, op grond van de Wet open overheid niet hoeft te worden opgezocht en niet kan worden opgevraagd. Het tegenovergestelde geldt ook. Informatie die op grond van de vastgestelde selectielijst zou moeten zijn vernietigd of overgebracht, maar nog aanwezig is bij het overheidsorgaan, moet bij een Woo-verzoek, al dan niet gelakt, worden opgezocht en openbaar gemaakt aan de verzoeker.

Artikel 10. Overbrenging

De Raad voor Rechtsbijstand moet archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen na het verstrijken van de overbrengingstermijn overbrengen naar de aangewezen archiefbewaarplaats. De zorg voor de archiefbescheiden gaat op het moment van overbrenging over naar de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het beheer wordt uitgevoerd door de algemene rijksarchivaris.

Archief wordt in principe openbaar na overbrenging. Overgebracht archief valt onder het openbaarheidsregime van de Archiefwet 1995 en niet meer onder dat van de Wet open overheid.

De Raad voor Rechtsbijstand kan, na advies van de algemene rijksarchivaris te hebben ingewonnen, op grond van de Archiefwet 1995 beperkingen aan de openbaarheid stellen met het oog op:

  • De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

  • Het belang van de Staat of zijn bondgenoten.

  • De onevenredige benadeling van andere belangen dan de bovengenoemde.

Het besluit om beperkingen aan de openbaarheid te stellen, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 11. Vervreemding

Vervreemding is het volledig in eigendom overdragen (van de zorg en het beheer) van archiefbescheiden aan een andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie, maar niet in het kader van overbrenging. Vervreemding kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij het overdragen van wettelijke taken aan een ander overheidsorgaan.

Artikel 12. Organisatieveranderingen

Organisaties veranderen voortdurend, ook overheidsorganisaties. Organisaties of onderdelen daarvan worden samengevoegd, verzelfstandigen, privatiseren, enz... Zo kunnen organisatieveranderingen leiden tot overdracht van archieven bij verzelfstandiging. Het kan daarbij gaan om het hele archief van een overheidsorgaan of onderdelen daarvan.

Artikel 13. Uitbesteding

De Archiefwet 1995 is ook van toepassing op de archiefbescheiden die worden gevormd bij de uitvoering van taken die door de Raad voor Rechtsbijstand zijn uitbesteed aan privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke partijen. Dit betekent onder meer dat de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden die worden beheerd door de derde partij op termijn moeten worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats, dan wel tijdig moeten worden vernietigd op basis van de vastgestelde selectielijst.

Naar boven