Rectificatie van de Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 11 december 2025, nr. WJZ/102264865, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 (vaststelling Energielijst 2026)

Op 29 december 2025 is de regeling tot wijziging van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 (vaststelling Energielijst 2026) gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 43281).

Hierin zitten een aantal fouten. Het betreft afwijkingen van de regeling zoals de Minister van Klimaat en Groene Groei die heeft ondertekend en zoals de regeling is aangeleverd bij Sdu. Hieronder staan de betreffende artikelleden of -onderdelen, zoals die moeten komen te luiden.

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel A, subonderdeel 1, subsubonderdeel 1.2.B., subsubsubonderdeel 2

  • 2. Hierbij geldt dat:

    • het maximum investeringsbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 2.250 bedraagt per geïnstalleerde kWth van het nominaal thermisch vermogen van het systeem. Onder het nominaal vermogen wordt verstaan: het thermisch verwarmingsvermogen waarop de SCOP is gebaseerd, waarbij het nominaal vermogen overeenkomt met Prated; en

    • de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) wordt gemeten bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en

    • onder een afgiftenet wordt verstaan: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmte- of koudeafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker; en

    • warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking; en

    • luchtkanalen niet in aanmerking komen.

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel A, subonderdeel 1, subsubonderdeel 1.2.C., subsubsubonderdeel 2

  • 2. Hierbij geldt dat:

    • het maximumbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 3.000 per geïnstalleerde kWth van het thermisch vermogen van het systeem bedraagt. Onder het nominaal vermogen wordt verstaan: het thermisch verwarmingsvermogen waarop de SCOP is gebaseerd, waarbij het nominaal vermogen overeenkomt met Prated; en

    • de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) gemeten wordt bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en

    • warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking; en

    • luchtkanalen niet in aanmerking komen.

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel A, subonderdeel 1, subsubonderdeel 1.2.D, subsubsubonderdeel 2

  • 2. Hierbij geldt dat:

    • het maximumbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 2.000 per geïnstalleerde kWth van het nominaal thermisch verwarmingsvermogen van de buitenunit bedraagt; en

    • de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) gemeten wordt bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en

    • onder een afgiftenet wordt verstaan: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmte- of koudeafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker; en

    • warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking.

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel B, subonderdeel 2, subsubonderdeel 2.1.B., subsubsubonderdeel 1

  • 1. Energieschermen voor het verminderen van het warmteverlies in tuinbouwkassen, door het aanbrengen van horizontaal beweegbare energieschermen aan de binnenzijde van de lichtdoorlatende gebouwschil, en bestaande uit: schermdoek dat voor tenminste 90% dicht is, waarbij de maasopeningen van het weefsel, breisel of vlechtsel kleiner zijn dan 2 mm2 en waarbij de lichtdoorlatendheid voor diffuus opvallend licht groter is dan 10%, mechanisch bedieningsmechanisme, (eventueel) kierafdichtingsvoorzieningen (eventueel) scherm(kier)regeling, (eventueel) meetbox boven het energiescherm, (eventueel) nokcompartimentering. Voor energie-investeringsaftrek komt in aanmerking het derde energiescherm van de boven elkaar gelegen, horizontaal, door een luchtspouw gescheiden, beweegbare schermen;

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel G, subonderdeel 1, subsubonderdeel a, subsubsubonderdeel 4°

  • 4°. een overzicht van de mogelijkheden en de kwantificering tot energiebesparing;

Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001, artikel 1, onderdeel G, subonderdeel 2, subsubonderdeel 5°

  • 5°. een overzicht van de mogelijkheden tot en de kwantificering van CO2-reductie, waarbij voor de berekening van de reductie moet worden uitgegaan van de emissiefactoren uit 2020;

Naar boven