Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 januari 2025, nr. 50190722, houdende wijziging van de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs in verband met het verlengen van de termijn voor het verstrekken van subsidie voor het verlenen van graden

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, tweede lid wordt ‘tot en met ten hoogste 1 februari 2025’ vervangen door ‘voor graden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, die tijdens de looptijd van het experiment zijn verleend en waarvoor tot en met 1 februari 2025 aanvragen zijn ingediend’.

B

In artikel 17, derde lid, wordt ‘1 februari 2025’ vervangen door ‘1 januari 2026’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

TOELICHTING

Algemeen deel

1. Aanleiding

In de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs (hierna: de subsidieregeling) is bepaald dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) tot 1 februari 2025 subsidies kan verstrekken voor het verlenen van graden. DUO voert de regeling uit en heeft instellingen die hebben deelgenomen aan het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs (looptijd 1 september 2016 – 31 augustus 2024) tijd gegeven tot en met 1 februari 2025 aanvragen in te dienen.

Op grond van artikel 12, derde lid juncto het vierde en tweede lid, van de subsidieregeling moeten de aanvragen voor subsidies voor verleende graden die in de periode van december 2024 tot en met 1 februari 2025 zijn ingediend, worden uitbetaald in april 2025. De subsidies worden op grond van artikel 15 direct vastgesteld op het moment van betaling.

Op grond van artikel 17, derde lid, van de subsidieregeling vervalt de regeling met ingang van 1 februari 2025. Gelet op de voornoemde systematiek, waarbij nog in april 2025 subsidies worden vastgesteld, is deze vervaldatum per abuis op een te vroeg tijdstip vastgesteld. Het vervallen van de subsidieregeling met ingang van 1 februari 2025, zou het immers onmogelijk maken om nog in april de laatste subsidies te verstrekken. Met deze wijzigingsregeling wordt dit hersteld. Daarbij is de vervaldatum van de regeling gewijzigd van 1 februari 2025 naar 1 januari 2026. Dit biedt voldoende tijd voor de administratieve afwikkeling van de subsidieaanvragen die tot 1 februari 2025 worden ingediend. Hierbij is van de gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 5, tweede lid, te verduidelijken, zodat beter tot uitdrukking wordt gebracht dat voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op tijdens het experiment (tot en met 31 augustus 2024) verleende graden die vóór 1 februari 2025 worden ingediend, subsidie kan worden verstrekt.

Met deze wijzigingsregeling verandert niets aan de inhoudelijke doelstellingen en het budget van de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs.

2. Afstemming en advisering

Voor de totstandkoming van de wijzigingsregeling is overleg gevoerd met DUO.

3. Regeldruk

Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de regeldruk.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

Naar boven