Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 41776 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 41776 | overige overheidsinformatie |
Ondergetekenden,
Gelet op de wettelijke taken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, en 9.2, eerste lid, van de Jeugdwet en artikel 24, eerste lid van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)
Gelet op de wettelijke taken van de Inspectie van het Onderwijs als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, sub 1, en artikel 3, eerste lid, onder b, sub 1, van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT)
overwegende dat:
○ bij de samenwerking het belang van het kind vooropstaat, overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK);
○ maatschappelijke ontwikkelingen op het grensvlak van onderwijs en zorg aanleiding geven tot samenwerking tussen de IGJ en IvhO;
○ uit de praktijk blijkt dat afzonderlijke toepassing van de toezichtkaders van IGJ en IvhO onvoldoende recht doet aan het beeld van de integrale kwaliteit;
○ om effectiever toezicht te bewerkstelligen de IGJ en de IvhO intensiever moeten samenwerken om zodoende de toezichtlasten te beperken.
○ de IGJ en de IvhO met deze samenwerkingsafspraken een algemeen kader op hoofdlijnen vastleggen voor samenwerking rond verschillende maatschappelijke thema's. Voorbeelden van maatschappelijke thema's zijn onderwijszorgarrangementen, onderwijs en zorg in residentiële instellingen, diplomafraude, vervalste VOG's, onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen en de ombouw van jeugdzorgplus;
○ de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het experiment onderwijszorgarrangementen (OZA's) onderzoeken wat deze samenwerkingsvorm betekent voor bestaande wet- en regelgeving;
○ de inspecteurs van beide inspecties bij hun werkzaamheden rekening houden met elkaars wettelijke taken, verantwoordelijkheden en werkwijzen;
○ beide inspecties bij samenwerking hun eigen wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden behouden.
zijn het volgende overeengekomen:
In de samenwerkingsafspraken wordt verstaan onder:
a. Bevoegd gezag: het bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het primaire onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020), de Wet op de expertisecentra (WEC) of de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB);
b. IGJ: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;
c. IvhO: de Inspectie van het Onderwijs;
d. Jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
e. Kwaliteitsonderzoek: een specifiek onderzoek verricht door de IvhO en een onderzoek naar de kwaliteit en veiligheid verricht door de IGJ, niet zijnde een calamiteitenonderzoek;
f. Onderzoeksleider: de inspecteur van de inspectie die het onderzoek, in afstemming met de andere inspectie, leidt;
g. OZA: onderwijszorgarrangement;
h. Partijen: de IGJ en de IvhO;
i. School: een school of instelling als bedoeld in de WPO, de WVO 2020, de WEC of de WEB;
j. Specifiek onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht;
k. SWV: samenwerkingsverband passend onderwijs als bedoeld in de WPO en de WVO 2020;
l. Voortouwinspectie: de inspectie die de onderzoeksleider levert;
m. Zorgaanbieder: een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wkkgz.
1. Elke partij wijst binnen zijn organisatie een accounthouder en een (gedelegeerd) opdrachtgever aan.
2. Partijen hebben drie keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, een ambtelijk overleg, waarbij ten minste de accounthouders van de IGJ en de IvhO en de (gedelegeerd) opdrachtgevers aanwezig zijn.
3. In dit overleg worden in ieder geval de volgende onderwerpen behandeld:
○ Actualiteiten en beleidsvoornemens die de andere partij mogelijk raken;
○ Mogelijke casuïstiek en/of onderzoek waarbij sprake kan zijn van wederzijds belang, in het bijzonder als het casuïstiek en/of onderzoek bij dezelfde partijen betreft;
○ Onderlinge samenwerking;
○ Relevante wijzigingen in eigen beleid of regelgeving.
1. Partijen voeren minimaal één keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, bestuurlijk overleg over de uitvoering van deze afspraken. Hierbij zijn in ieder geval de Hoofdinspecteur Jeugd van de IGJ of diens vervanger en de toezichtdirecteur van de IvhO of diens vervanger aanwezig.
2. In dit overleg wordt gesproken over onderwerpen van bestuurlijk gewicht en belang.
1. Partijen staan elkaar op basis van hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bij als er sprake is van een activiteit die duidelijk verband houdt met een activiteit van de andere partij of een maatschappelijke kwestie waarover de andere partij de nodige kennis bezit.
2. Partijen reageren zo spoedig mogelijk op een verzoek als bedoeld in het eerste lid. In geval van spoedeisendheid kan op verzoek van één der partijen terstond ambtelijk overleg plaatsvinden.
1. De IGJ en de IvhO streven ernaar elkaar adequaat, tijdig en volledig te informeren over zaken en ontwikkelingen die voor elkaars functioneren op een maatschappelijke thema van belang kunnen zijn.
2. Partijen stemmen hun informatiebehoefte inzake een onderzoek waar mogelijk af om de hoeveelheid vragen bij onder toezicht gestelden van partijen te stroomlijnen.
3. Een melding over een jeugdhulp- of zorgaanbieder of over een school dan wel SWV die bij de niet daartoe bevoegde inspectie gemeld wordt, IGJ respectievelijk IvhO, moet op grond van de doorzendplicht (art. 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht) doorgestuurd worden naar de daartoe bevoegde inspectie.
4. Informatie (waaronder meldingen) over een jeugdhulp- of zorgaanbieder of over een school, bevoegd gezag of SWV die bij het meldpunt van de IGJ of bij de IvhO wordt ingediend en die van belang kan zijn voor de uitoefening van de taken van de andere partij, worden slechts met de andere inspectie gedeeld nadat de melder hiervoor expliciet en schriftelijk zijn toestemming heeft gegeven.
5. Informatie-uitwisseling tussen IGJ en IvhO vindt plaats op grond van wet- en regelgeving en wat blijkens jurisprudentie is toegestaan.
1. Partijen informeren elkaar tijdig over voorgenomen onderzoeken waarbij sprake kan zijn van raakvlakken met een activiteit van de andere partij, zodat deze laatste partij in staat wordt gesteld vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te kunnen handelen. Hierdoor wordt overlap zo veel mogelijk voorkomen en administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt.
2. Bij een voorgenomen onderzoek waarbij er raakvlakken zitten tussen de werkzaamheden van beide inspecties, wegen de inspecties af of een onderzoek al dan niet gezamenlijk wordt uitgevoerd. Bij deze afweging betrekken de inspecties het aanbod en de risico's op de kwaliteit van zorg en onderwijs en de verantwoordelijkheid en wettelijke kaders van de beide inspecties. Samenwerking en afstemming tussen de inspecties vindt in ieder geval plaats als in het veld sprake is van een intensieve samenwerking tussen onderwijs en zorg.
3. In geval van een gezamenlijk onderzoek betrekken de IGJ en de IvhO elkaar bij de voorbereiding, uitvoering en afronding.
4. In gezamenlijk overleg wordt bepaald of het werken met een voortouwinspectie nodig is en indien dit nodig is, levert de voortouwinspectie de onderzoeksleider.
5. In geval van een gezamenlijk onderzoek vindt besluitvorming over het verrichten van het onderzoek, het vaststellen van de bevindingen en een eventueel oordeel in gezamenlijkheid plaats. Het rapport wordt gezamenlijk voorbereid en vervolgens door de voortouwinspectie vastgesteld. De procedures van deze voortouwinspectie worden gevolgd. Dit betreft onder andere het proces het conceptrapport voor te leggen om feitelijke onjuistheden te voorkomen, het nemen van een openbaarmakingsbesluit en de te volgen bezwaarprocedure.
6. Een rapport naar aanleiding van een gezamenlijk onderzoek wordt door de voortouwinspectie openbaar gemaakt en gepubliceerd.
7. Indien één van de besturen van een toezichtobject (zorg, onderwijs of SWV) bezwaar maakt tegen openbaarmaking en daarnaast een voorlopige voorziening heeft ingediend, wordt de publicatie aangehouden.
Als tijdens een gezamenlijk onderzoek een tekortkoming in het naleven van een wettelijk voorschrift wordt vastgesteld, wordt de tekortkoming in het rapport van het onderzoek opgenomen. Het vervolg op deze bevinding als verwoord in het vastgestelde rapport voert de bevoegde inspectie separaat uit.
Partijen adviseren gevraagd en ongevraagd al dan niet gezamenlijk (al naar gelang het onderwerp dat voorligt) de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap over aangelegenheden die effect hebben op wet en regelgeving, voor zover dat een samenhang of overlap betreft tussen het toezicht van de IGJ en het toezicht door de IvhO.
1. Elke maatschappelijke opgave die structurele samenwerking van partijen vereist, kan nader worden uitgewerkt in werkafspraken en wordt het veld hierover ingelicht. Bijvoorbeeld via de website(s) van de inspectie(s).
2. In gevallen waarin de samenwerkingsafspraken niet voorzien, treden de IGJ en de IvhO in overleg en streven zij ernaar te beslissen in overeenstemming.
3. Indien tussen partijen een verschil van inzicht ontstaat over de uitvoering van de samenwerkingsafspraken, zal voor zover nodig na voorlegging daarvan aan de (gedelegeerd) opdrachtgevers, in overleg naar een oplossing worden gezocht.
1. De IGJ en de IvhO nemen maatregelen om de naleving van de samenwerkingsafspraken bij hun interne organisaties te bevorderen.
2. Indien naar het oordeel van één van de partijen de noodzaak bestaat tot wijziging van de samenwerkingsafspraken, treden de partijen over de noodzaak tot wijziging in overleg. De samenwerkingsafspraken kunnen slechts worden gewijzigd indien tijdens een bestuurlijk overleg overeenstemming is bereikt.
3. Partijen zullen de uitvoering en werking van deze samenwerkingsafspraken iedere vier jaar, of vaker indien nodig, evalueren. De eerste twee jaar na inwerkingtreding van de samenwerkingsafspraken vindt de evaluatie jaarlijks plaats, of zoveel eerder als één van beide partijen dit nodig acht.
4. De samenwerkingswerkingsafspraken en de daaronder ressorterende werkafspraken zijn niet in rechte afdwingbaar.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-41776.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.