Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 1 december 2025, nr. IENW/BSK-2025/286453, houdende vaststelling van de subsidieplafonds en de aanvraagperiode voor subsidies in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029 voor het jaar 2026

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 8, vierde lid, en 9, derde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029;

Besluit:

Artikel 1 Subsidieplafonds 2026

  • 1. Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijk subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029, bedraagt voor 2026 € 3.550.000,00.

  • 2. Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijk subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029, bedraagt voor 2026 € 1.880.000,00.

Artikel 2 Aanvraagperiode 2026

Voor 2026 kan een aanvraag voor subsidie voor een onderzoeksproject als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Tijdelijk subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029 worden ingediend in de periode van 2 februari 2026, 09.00 uur tot en met 26 juni 2026, 17.00 uur.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

TOELICHTING

Doel en aanleiding

Op 23 juli 2025 is de Tijdelijk subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029 (hierna: de regeling) in werking getreden. Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt aan onderzoeksprojecten die bijdragen aan de transitie naar duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens en goederenvervoer (artikel 2, onderdeel a, van de regeling) of emissiereductie door middel van bouwconcepten, emissiereductie in bouwlogistieke ketens, de inzet van emissieloze mobiele werktuigen en de ontwikkeling van digitalisering en ketenregieactiviteiten (artikel 2, onderdeel b, van de regeling).

Artikel 8, eerste lid, van de regeling bepaalt dat de minister subsidie kan verstrekken wanneer de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een periode voor indiening van de aanvraag. Met dit besluit worden zowel de subsidieplafonds als de aanvraagperiode voor 2026 vastgesteld.

Subsidieplafonds

De toelichting bij de regeling vermeldt dat over de periode 2025 tot en met 2029 in totaal € 9.000.000,00 voor het uitvoeringsprogramma Topsector Logistiek (artikel 3, eerste lid, van de regeling) beschikbaar is. Onder het KOP-programma Mobiele Werktuigen en Bouwlogistiek (‘stikstofgelden’) (artikel 3, tweede lid, van de regeling) is over deze periode € 3.780.000,00 aan subsidiegelden beschikbaar.

In dit besluit worden voor 2026 de volgende subsidieplafonds vastgesteld:

  • voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling € 3.550.000,00;

  • voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling € 1.880.000,00.

Voor de jaren 2027 en 2028 kunnen subsidieplafonds voor de resterende subsidiegelden worden vastgesteld.

Aanvraagperiode

De aanvraagperiode wordt in 2026 opengesteld vanaf maandag 2 februari 09.00 uur tot en met vrijdag 26 juni 17.00 uur. In 2025 was de aanvraagperiode korter. Dit was het gevolg van het feit dat de regeling pas op 22 juli 2025 in de Staatscourant was gepubliceerd en er daarna nog een openstelling voor 2025 diende plaats te vinden waarbij er ook nog voldoende tijd diende te zijn voor het afhandelen van de subsidieaanvragen. Met de langere aanvraagperiode voor 2026 krijgen subsidieaanvragers meer tijd om hun aanvraag in te dienen. De aanvraagprocedure is dezelfde als bij de eerdere openstellingen. Bij de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van een vastgesteld aanvraagformulier dat als bijlage 2 bij de regeling is gevoegd.

Gevolgen van nog niet vastgestelde begroting voor 2026

De behandeling van de begroting voor 2026 heeft nog niet plaatsgevonden. Daarom kan op dit moment voor het kalenderjaar 2026 geen subsidieplafond worden vastgesteld zonder daarbij een voorbehoud te maken en toe te lichten wat de gevolgen zijn als in een later stadium het subsidieplafond alsnog lager wordt vastgesteld.1

Aanvragen op grond van de regeling worden vaak ver van tevoren voorbereid. Om de sector een indicatie te geven van het beschikbare budget, zodat deze daarop kan anticiperen, wordt nu het beoogde plafond vastgesteld. Het subsidieplafond wordt dus bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld. Dit is in lijn met de hoofdregel van artikel 4:27, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Indien het subsidieplafond, als gevolg van de behandeling van de begroting voor 2026, na 2 februari 2026 alsnog lager wordt vastgesteld, heeft de bekendmaking van dat besluit in dit geval gevolgen voor subsidieaanvragen die voor die bekendmaking zijn ingediend. Dit volgt uit artikel 4:27, tweede lid, van de Awb juncto artikel 4:28 van de Awb.

Artikel 4:28 van de Awb formuleert namelijk een uitzondering op het in artikel 4:27, tweede lid, van de Awb geformuleerde uitgangspunt dat een bekendmaking van een verlaging van het subsidieplafond geen gevolgen heeft voor subsidieaanvragen die voor die bekendmaking zijn ingediend.

Deze uitzondering is in ieder geval van toepassing op subsidieregelingen met een zogenaamd ‘tendersysteem’2, zoals hier aan de orde, waarbij alle aanvragen vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend. Als dit tijdstip ligt vóór het tijdstip waarop de begroting wordt vastgesteld of goedgekeurd, zoals hier het geval is, heeft een verlaging van het subsidieplafond na de aanvang van de aanvraagperiode ook gevolgen voor reeds ingediende aanvragen. Indien een subsidie wordt verleend op het moment dat de begroting voor 2026 nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, dan wordt deze op grond van artikel 4:34 Awb verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman


X Noot
1

Artikel 4:28, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht.

X Noot
2

In geval van een subsidieregeling met een tendersysteem, moeten aanvragen voor een bepaald tijdstip worden ingediend, waarna op grond van kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaald (vergelijkende toets).

Naar boven