Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2025, 41570 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2025, 41570 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op de artikelen, 5, tweede lid, en 9, derde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de artikelen 3, tweede lid, 3a, derde lid, 10, tweede lid, en 11, derde lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, artikel 10, tweede lid, van de Wet digitale overheid, artikel 3a, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 7c, derde lid, van de Invorderingswet 1990, artikel 13, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de artikelen 31, eerste lid, en 33, vierde en zesde lid, van het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES, de artikelen 3, eerste lid, 36a, tweede lid, 47, zesde lid, van het Besluit basisregistratie personen en artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer;
Besluit:
De Regeling burgerservicenummer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt na ‘het college van burgemeester en wethouders’ ingevoegd ‘of het bestuurscollege’.
B
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de kennisgeving aan ingezetenen van een openbaar lichaam:
a. door middel van of gezamenlijk met de toezending van een volledig overzicht van de persoonslijst als bedoeld in artikel 17b, eerste en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, indien het nummer is toegekend op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; of
b. door middel van een schriftelijke mededeling indien het nummer is toegekend op grond van artikel 22, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
C
In artikel 3 wordt ‘Logisch ontwerp BSN, versie 2024.Q1’ vervangen door ‘Logisch Ontwerp BSN, versie 2025.Q4’.
D
De bijlage wordt vervangen door de bijlage, opgenomen als bijlage A bij deze regeling.
De Regeling basisadministraties persoonsgegevens BES wordt als volgt gewijzigd:
A
In de artikelen 3, tweede lid, en 6, tweede lid, wordt ‘Logisch Ontwerp BES, versie 2025.Q3’ vervangen door ‘Logisch Ontwerp BES, versie 2025.Q4’.
C
In hoofdstuk 5 wordt een paragraaf ingevoegd luidende:
1. De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de wet, dat door het bestuurscollege aan de minister en de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:
a. dat het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totale aantal persoonslijsten wordt weergegeven en de afwijkingen worden ingedeeld in drie groepen, te weten:
1°. de afwijkingen betreffende de algemene gegevens over de burgerlijke staat en het adres, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
2°. de afwijkingen betreffende de overige algemene en bijzondere gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 35, eerste lid, van de wet; en
3°. de afwijkingen betreffende de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
b. dat het aantal malen wordt weergegeven dat in de verslagperiode een aantekening omtrent een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, onder 3°, van de wet is geplaatst.
2. Onverminderd het eerste lid, omvatten de gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de wet, dat door het bestuurscollege aan de minister wordt gezonden, de antwoorden op de vragen van de vragenlijsten die deel uitmaken van het evaluatie-instrument.
E
De bijlage wordt vervangen door de bijlage, opgenomen als bijlage B bij deze regeling.
De Regeling basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:
A
In de artikelen 2 en 3 wordt ‘Logisch Ontwerp BRP, versie 2025.Q3’ vervangen door ‘Logisch Ontwerp BRP, versie 2025.Q4’.
B
In artikel 15 wordt ‘de artikelen 23, tweede lid, en 32, tweede lid, van het Besluit BRP’ vervangen door ‘de artikelen 23, tweede lid, 32, tweede lid, en 36a, tweede lid, van het Besluit BRP’.
C
Artikel 21, tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. dat het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totale aantal persoonslijsten wordt weergegeven en de afwijkingen worden ingedeeld in twee groepen, te weten:
1°. de afwijkingen betreffende de algemene gegevens, bedoeld in de artikelen 2.69, eerste lid, onderdeel a, 2.84, eerste lid, onderdeel a, en 4.9, tweede en derde lid, van de Wet BRP; of
2°. de afwijkingen betreffende de administratieve gegevens, bedoeld in de artikelen 2.69, eerste lid, onderdeel b, en 2.84, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BRP.
D
Bijlage 1 wordt vervangen door de bijlage, opgenomen als bijlage C bij deze regeling.
E
Bijlage 8 wordt vervangen door de bijlage, opgenomen als bijlage D bij deze regeling.
Artikel 3 van de Regeling voorzieningen Wdo wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Aan het slot van de onderdelen a en b, wordt de punt vervangen door een puntkomma.
b. In de onderdelen a en b, wordt ‘het tweede lid, onder b,’ vervangen door ‘het tweede lid, onder b en c’.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt ‘en zijn telefoonnummer en zijn e-mailadres verstrekt’ vervangen door ‘en zijn telefoonnummer en e-mailadres verstrekt’.
b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door ‘; of’ wordt aan het tweede lid een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. als ingezetene van een openbaar lichaam is ingeschreven in de basisregistratie personen, een burgerservicenummer heeft en zijn telefoonnummer en e-mailadres verstrekt.
Artikel 2, onderdeel d, onder 1°, van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst komt te luiden:
1°. die op grond van artikel 2.68 of 2.83 van de Wet basisregistratie personen als niet-ingezetene respectievelijk ingezetene van een openbaar lichaam zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;
1. Deze regeling, met uitzondering van artikel II, onderdelen b, c en d, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 11 november 2025.
2. Artikel II, onderdelen B, C en D, treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II, onderdeel G, van de Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES in werking treedt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
|
Categorie gegevens |
Subcategorie gegevens |
Gegeven |
Ingezetenen |
Niet-ingezetenen |
Ingezetenen van een openbaar lichaam |
|---|---|---|---|---|---|
|
Gegevens in verband met de inschrijving en de wijziging van de bijhoudingsgemeente betreffende de ingezetene, gegevens in verband met de inschrijving betreffende de niet-ingezetene en de ingezetene van een openbaar lichaam en gegevens betreffende de wijziging van de bijhoudingsverantwoordelijke betreffende de niet-ingezetene of de ingezetene van een openbaar lichaam die ingezetene wordt |
de hoedanigheid van de persoon die aangifte van verblijf en adres, van adreswijziging, of van vertrek heeft gedaan, dan wel de aantekening dat de gegevens ambtshalve zijn opgenomen |
X |
X |
||
|
datum inschrijving in de basisregistratie |
X |
X |
X |
||
|
datum blokkering persoonslijst in verband met wijziging van de bijhoudingsverantwoordelijke |
X |
X |
|||
|
gemeentecode van de gemeente waar de persoonskaart zich bevindt |
X |
||||
|
aantekening dat alle gegevens over kinderen, die aan de persoonskaart ontleend kunnen worden, op de persoonslijst zijn opgenomen |
X |
||||
|
Gegevens ter aanduiding van akten en andere geschriften waaruit algemene gegevens zijn verkregen |
Aanduiding van akten van de Nederlandse burgerlijke stand |
nummer van de akte waaraan een algemeen gegeven over de burgerlijke staat is ontleend |
X |
X |
|
|
gemeentecode van de gemeente waar de akte in de registers is opgenomen |
X |
X |
|||
|
Aanduiding van andere akten en geschriften |
omschrijving van het geschrift waaraan een algemeen gegeven is ontleend |
X |
X |
X |
|
|
code van de bijhoudingsverantwoordelijke die het gegeven heeft ontleend |
X |
X |
X |
||
|
datum van ontlening |
X |
X |
X |
||
|
Gegevens ter aanduiding van de rechtsgrond krachtens welke gegevens over het Nederlanderschap zijn opgenomen |
rechtsgrond van verkrijging van het Nederlanderschap |
X |
X |
X |
|
|
rechtsgrond van verlies van het Nederlanderschap |
X |
X |
X |
||
|
Gegevens ter aanduiding van de onjuistheid van een opgenomen algemeen gegeven of van strijd met de Nederlandse openbare orde van een opgenomen gegeven over de burgerlijke staat |
aanduiding van het opgenomen algemeen gegeven dat onjuist is |
X |
X |
X |
|
|
aanduiding van het opgenomen gegeven over de burgerlijke staat dat in strijd is met de Nederlandse openbare orde |
X |
X |
X |
||
|
Gegevens over een onderzoek naar de onjuistheid van een opgenomen algemeen gegeven of de strijdigheid van een opgenomen gegeven over de burgerlijke staat |
aanduiding van de verzameling van gegevens, waarbinnen algemene gegevens zijn opgenomen die onderzocht worden op onjuistheid |
X |
X |
X |
|
|
aanduiding van de verzameling van gegevens, waarbinnen gegevens over de burgerlijke staat zijn opgenomen die onderzocht worden op strijd met de Nederlandse openbare orde |
X |
X |
X |
||
|
datum aanvang onderzoek |
X |
X |
X |
||
|
datum beëindiging onderzoek |
X |
X |
X |
||
|
Gegevens over onderzoek in verband met de uitvoering van de Paspoortwet |
aanduiding van de verzameling van gegevens in verband met de uitvoering van de Paspoortwet, waarbinnen gegevens zijn opgenomen die onderzocht worden op juistheid |
X |
|||
|
datum aanvang onderzoek |
X |
||||
|
datum beëindiging onderzoek |
X |
||||
|
Andere gegevens noodzakelijk in verband met de verwerking van gegevens in de basisregistratie |
Gegevens ter aanduiding van de bron waaraan het administratienummer is ontleend |
omschrijving van de bron waaraan het gewijzigde administratienummer is ontleend |
X |
X |
X |
|
aanduiding van de persoonslijst waaraan het administratienummer van de ouders, de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten, de eerdere geregistreerde partners of de kinderen is ontleend |
X |
X |
|||
|
gemeentecode van de bijhoudingsverantwoordelijke die het administratienummer heeft ontleend |
X |
X |
X |
||
|
Gegevens ter aanduiding van de bron waaraan gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling worden ontleend |
omschrijving van de mededeling van de Minister van Justitie en Veiligheid, waaraan een gegeven over het verblijfsrecht van de vreemdeling is ontleend |
X |
X |
||
|
gemeentecode van de bijhoudingsverantwoordelijke die het gegeven over het verblijfsrecht van de vreemdeling heeft ontleend |
X |
X |
|||
|
Gegevens ter aanduiding van de bron waaraan het burgerservicenummer is ontleend |
omschrijving van de bron waaraan het burgerservicenummer is ontleend |
X |
X |
X |
|
|
aanduiding van de persoonslijst waaraan het burgerservicenummer van de ouders, de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten, de eerdere geregistreerde partners of de kinderen is ontleend |
X |
X |
|||
|
gemeentecode van de gemeente die het burgerservicenummer heeft ontleend |
X |
X |
X |
||
|
Overige gegevens |
aanduiding van de persoonslijst waarop zijn opgenomen de administratieve gegevens over het geschrift, waaraan algemene gegevens over de burgerlijke staat van de ouders, de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten, de eerdere geregistreerde partners of de kinderen zijn ontleend |
X |
|||
|
gemeentecode van de gemeente die op een persoonslijst een aanduiding van een andere persoonslijst heeft opgenomen |
X |
||||
|
buitenlands nummer ter identificatie van een persoon zonder de Nederlandse nationaliteit, maar met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie |
X |
X |
|||
|
reden opname nationaliteit |
X |
X |
X |
||
|
reden beëindigen nationaliteit |
X |
X |
X |
||
|
datum van opneming van een algemeen gegeven |
X |
X |
X |
||
|
reden opschorting verwerking van gegevens op de persoonslijst |
X |
X |
X |
||
|
datum opschorting verwerking van gegevens op de persoonslijst |
X |
X |
X |
||
|
aantekening dat tijdens de opschorting van de verwerking van gegevens een of meer documenten zijn binnengekomen |
X |
X |
|||
|
aantekening waaruit blijkt dat de opgenomen gegevens betrekking hebben op een kind als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet BRP, voor zover het betreft een kind dat op het moment van de geboorte niet meer in leven is of omtrent wie een akte in Nederland is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is |
X |
||||
|
Administratieve gegevens die noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van de Paspoortwet |
gemeentecode van de gemeente waar dossier met betrekking tot het Nederlands reisdocument zich bevindt |
X |
|||
|
datum van opname in dossier met betrekking tot het Nederlands reisdocument |
X |
||||
|
beschrijving dossier waarin de aanvullende gegevens met betrekking tot het Nederlands reisdocument zich bevinden |
X |
||||
|
datum van opneming van een gegeven in verband met de uitvoering van de Paspoortwet |
X |
||||
|
Administratieve gegevens die noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van de Kieswet |
gemeentecode van de gemeente waar het document waaraan de gegevens over het kiesrecht zijn ontleend zich bevindt |
X |
|||
|
datum van ontlening van de gegevens over het kiesrecht |
X |
||||
|
beschrijving van het document waaraan de gegevens over het kiesrecht zijn ontleend |
X |
||||
|
Gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden |
codering van de inhoud van het besluit om geen gegevens van de persoonslijst aan derden te verstrekken |
X |
X |
X |
|
|
Gegevens over het niet-ingezetenschap |
niet-ingezetenschap |
X |
|||
|
Gegevens over de opgave van algemene gegevens die het aangewezen bestuursorgaan heeft gedaan, over het verzoek van de ingeschrevene om opneming van algemene gegevens, en gegevens ter aanduiding van de bron waaruit de algemene gegevens betreffende niet-ingezetene zijn verkregen |
aanduiding van het aangewezen bestuursorgaan of van de inschrijfvoorziening |
X |
X |
||
|
omschrijving van het verdrag op grond waarvan de gegevens door het aangewezen bestuursorgaan zijn verkregen |
X |
||||
|
soort van de verificatie door het aangewezen bestuursorgaan |
X |
||||
|
datum waarop het aangewezen bestuursorgaan de verificatie heeft uitgevoerd |
X |
Deze regeling vloeit voort uit de Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES (hierna: de wet) en het bijbehorende Besluit invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES (hierna: het besluit). Het doel van deze wet en dit besluit is om de digitale overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven in Caribisch Nederland zoveel mogelijk op een gelijkwaardig niveau als in Europees Nederland te brengen. Het gaat hierbij zowel om lokale (Caribisch Nederlandse) als om landelijke (Europees Nederlandse) dienstverlening aan burgers en bedrijven in Caribisch Nederland. De wet bewerkstelligt dat:
(1) alle geregistreerde inwoners van Caribisch Nederland over een burgerservicenummer (hierna: BSN) beschikken;
(2) overheidsorganen in Caribisch Nederland gerechtigd zijn om het BSN te verwerken;
(3) het BSN wordt opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens van een openbaar lichaam (hierna: Bap BES) en in de basisregistratie personen (hierna: BRP);
(4) de voorzieningen van de digitale overheid, zoals DigiD, in Caribisch Nederland beschikbaar zijn.
Voor een toelichting over de aanleiding, doelstellingen en gevolgen van de invoering van het BSN en de voorzieningen van de digitale overheid in Caribische Nederland, wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.1
De wet en het besluit noodzaken tot wijziging van de Regeling burgerservicenummer, de Regeling basisadministraties persoonsgegevens BES (hierna: Regeling bap BES), de Regeling basisregistratie personen (hierna: Regeling BRP), de Regeling voorzieningen Wdo en de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. In deze paragraaf worden de wijzigingen toegelicht.
De Regeling burgerservicenummer is op drie onderdelen gewijzigd met het oog op de invoering van het BSN in Caribisch Nederland. In de eerste plaats is artikel 1 aangepast zodat dat artikel niet alleen geldt voor gemeenten in Europees Nederland, maar ook voor de bestuurscolleges van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (artikel I, onderdeel A). Het artikel stelt nadere regels over de uitvoering van artikel 5 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (hierna: Wabb). Op grond van dat artikel verschaffen de bestuurscolleges en de colleges van burgemeester en wethouders aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: Minister van BZK) de inlichtingen die voor het bijhouden van het nummerregister van belang zijn. Het nummerregister maakt deel uit van de beheervoorziening BSN en bevat administratieve gegevens over alle nummers die als BSN kunnen worden toegekend. Artikel 1 van de Regeling burgerservicenummer bepaalt dat het verstrekken van deze inlichtingen geschiedt overeenkomstig de systeembeschrijving. In de systeembeschrijving is onder meer beschreven in welke gevallen en op welke wijze het bestuurscollege deze inlichtingen dient te verstrekken. Dit geschiedt in beginsel automatisch. Zodra het bestuurscollege een BSN heeft toegekend en geregistreerd in de Bap BES, zendt het geautomatiseerd systeem van het openbaar lichaam een melding naar de beheervoorziening BSN.
De tweede wijziging van de Regeling burgerservicenummer ziet op de kennisgeving aan de betrokkene over het toegekende BSN (artikel I, onderdeel B). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee groepen: (1) personen die na de invoering van het BSN in Caribisch Nederland worden ingeschreven in de Bap BES en (2) personen die reeds voor de invoering van het BSN in Caribisch Nederland in de Bap BES zijn ingeschreven. Voor de eerste groep geldt dat de toekenning van het BSN samenvalt met de (eerste) inschrijving van de betrokkene in de bevolkingsregistratie (net zoals in Europees Nederland). Voor deze situatie is daarom bepaald dat de kennisgeving over het BSN geschiedt door middel van verstrekking aan de betrokkene van diens persoonslijst. Op grond van artikel 17b van de Wet bap BES ontvangt de betrokkene binnen vier weken na diens inschrijving in begrijpelijke vorm een volledig overzicht van zijn persoonslijst. Deze persoonslijst bevat ook het BSN.
Voor de tweede groep geldt dat het toegekende BSN door het bestuurscollege schriftelijk aan de betrokkene wordt medegedeeld. Dit kan door middel van verzending aan de betrokkene of door uitreiking aan het loket.
De derde wijziging van de Regeling burgerservicenummer betreft de vaststelling van een nieuwe versie van het Logisch Ontwerp BSN (artikel I, onderdelen C en D, hierna: LO BSN). Het Logisch Ontwerp bevat de systeembeschrijving met regels betreffende de inrichting, de werking en het beheer van de beheervoorziening. Op grond van Artikel 3, tweede lid, Wet algemene bepalingen burgerservicenummer en artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer wordt deze systeembeschrijving bij ministeriële regeling vastgesteld. Het LO BSN is gewijzigd in verband met de toekenning van het BSN aan inwoners van Caribisch Nederland. Daarnaast worden met de wijziging van het LO drie tijdelijke diensten die al geruime tijd niet meer gebruikt hoeven te worden (stellen bulkvraag, ophalen antwoord bulkvraag en opvragen BSN t.b.v. schoning en initiële vulling), definitief uitgefaseerd.
Met de wijziging van de Regeling bap BES zijn nadere regels gesteld over de uitvoering van de zelfevaluatie en is een nieuwe versie van het Logisch Ontwerp BES (hierna: LO BES) vastgesteld.
De verplichte zelfevaluatie is met de wet ingevoerd als kwaliteitsinstrument in de Wet bap BES. Dit instrument bestond al als verplichting onder de Wet BRP voor gemeenten in Europees Nederland. Net als de colleges van burgemeester en wethouders zijn de bestuurscolleges nu wettelijk verplicht om ten aanzien van de basisadministratie periodiek onderzoek te doen naar de inrichting, de werking en de beveiliging van de technische voorziening, alsmede naar de juistheid van de gegevensverwerking (bijhouding en verstrekking). In artikel 33 van het Besluit bap BES, zoals gewijzigd met het besluit, zijn nadere regels gesteld over de periodiciteit en de uitvoering van de onderzoeken. De onderhavige regeling geeft uitvoering aan artikel 33, vierde en zesde lid, van het Besluit bap BES, op grond waarvan bij ministeriële regeling voor de verschillende typen uittreksels het aggregatieniveau wordt bepaald en nadere regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van de onderzoeken en de inhoud van de uittreksels van de onderzoeksresultaten. De inhoud van het nieuwe artikel 18a van de Regeling bap BES is ontleend aan artikel 21, eerste, derde en vierde lid, van de Regeling BRP. Het artikel schrijft voor welke aspecten onderdeel uitmaken van de uittreksels waarmee de Minister van BZK en de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES (hierna: CBP BES) door het bestuurscollege worden geïnformeerd over de uitkomsten van de zelfevaluatie. Het betreft bijvoorbeeld geaggregeerde informatie over het aantal correcte persoonslijsten ten opzichte van het totaal, waarbij wordt aangegeven in welke categorieën gegevens, zoals adres, de afwijkingen (incorrecte gegevens) zitten. Het artikel regelt voorts dat het uittreksel voor de Minister van BZK ook de antwoorden bevat op de vragen die deel uitmaken van het door de minister beschikbaar gestelde evaluatie-instrument.
De tweede wijziging van de Regeling bap BES betreft de vaststelling van een nieuwe versie van het LO BES. Het LO BES bevat de systeembeschrijving van de Bap BES. De systeembeschrijving vormt de beschrijving van de (technische) voorzieningen waarmee de Bap BES wordt uitgevoerd. Wijziging van het LO BES is nodig, omdat er in de Bap BES-systemen een nieuw gegeven op de persoonslijst bijgehouden wordt: het BSN.
De Regeling BRP is aangepast als gevolg van de introductie van een nieuwe categorie ingeschrevenen in de BRP: de ingezetenen van een openbaar lichaam. Met de wet is aan hoofdstuk 2 van de Wet BRP een nieuwe afdeling toegevoegd voor de registratie van deze derde categorie ingeschrevenen naast ingezetenen en niet-ingezetenen. In artikel 2.84, eerste lid, van de Wet BRP is vastgelegd welke categorieën algemene en administratieve gegevens over de ingezetene van een openbaar lichaam worden bijgehouden in de BRP. De categorieën algemene gegevens, zoals naam en adres, zijn met het besluit meer in detail vastgelegd in bijlage 1 bij het Besluit BRP. Net als ten aanzien van ingezetenen en niet-ingezetenen zijn de administratieve gegevens meer in detail vastgelegd in de Regeling BRP, bijlage 8. Met de onderhavige regeling is die bijlage aangevuld met de administratieve gegevens die over de ingezetenen van een openbaar lichaam worden bijgehouden. Administratieve gegevens zijn bijvoorbeeld de datum van eerste inschrijving, maar ook de aantekeningen omtrent mogelijke onjuistheid van een BRP-gegeven.
De tweede wijziging van de Regeling BRP betreft de aanpassing van artikel 21 (artikel III, onderdeel C, van deze regeling). Dit artikel stelt nadere regels over de zelfevaluaties die over de BRP worden uitgevoerd door respectievelijk de gemeenten en de Minister van BZK (over de centrale voorzieningen). Als het gaat om de zelfevaluatie die door de minister wordt uitgevoerd, is het nodig om in artikel 21, tweede lid, ook te verwijzen naar de nieuwe categorie ingeschrevenen, nu de minister voor die categorie in de BRP een bijhoudingstaak heeft, namelijk voor de inschrijving en het actueel houden van gegevens over ingezetenen van het openbaar lichaam in de BRP. De bestuurscolleges van de openbare lichamen zijn bijhoudingsverantwoordelijk voor de gegevens in de Basisadministraties persoonsgegevens BES. In paragraaf 2.8.3. van de memorie van toelichting bij de wet is aangegeven dat de persoonslijst van betrokkene in de Basisadministraties persoonsgegevens BES de enige bron is voor de bijhouding van gegevens over ingezetenen van een openbaar lichaam in de BRP. De gegevens worden aldus vanuit de persoonslijst in de Basisadministraties persoonsgegevens BES overgenomen in de BRP (synchronisatie). De technische voorziening waarmee deze bijhoudingstaak (inschrijving en actueel houden) wordt uitgevoerd valt onder de verantwoordelijkheid van de minister. Op deze voorziening ziet de zelfevaluatie van de minister toe en dit ligt daarmee als het ware in het verlengde van de verantwoordelijkheid die het bestuurscollege heeft ten aanzien van de verplichte zelfevaluatie voor de Bap BES.
De derde wijziging van de Regeling BRP ziet op de artikelen 2 en 3 en de bijlage bij de regeling. (artikel III, onderdelen A en E, van deze regeling), het betreft de vaststelling van een nieuwe versie van het Logisch Ontwerp BRP (hierna: LO BRP). Het LO BRP bevat de systeembeschrijving van de BRP. De systeembeschrijving vormt de (technische) beschrijving van de voorzieningen waarmee de BRP wordt uitgevoerd. Wijziging van het LO BRP is nodig omdat er in de BRP-systemen gegevens over een nieuwe (derde) categorie ingeschreven bijgehouden gaan worden.
De Regeling voorzieningen Wdo geeft uitvoering aan artikel 10, tweede lid, van de Wet digitale overheid (hierna: Wdo), op grond waarvan regels worden vastgesteld over het gebruik van publieke identificatiemiddelen en de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wdo. De regeling bepaalt onder andere de kring van rechthebbenden op een DigiD, DigiD Machtigen en een MijnOverheid-account. DigiD kan worden uitgegeven op een bepaald betrouwbaarheidsniveau. Deze betrouwbaarheidsniveaus vinden hun basis in de eIDAS-verordening van de Europese Unie.2 Deze verordening regelt wanneer identificatiemiddelen door andere lidstaten dan de lidstaat waarin het middel is uitgegeven moeten worden erkend (artikel 6 van de eIDAS-verordening). Daartoe worden drie betrouwbaarheidsniveaus geïntroduceerd: laag, substantieel en hoog (artikel 8 van de eIDAS-verordening). Een identificatiemiddel met betrouwbaarheidsniveau laag biedt een beperkte mate van zekerheid over iemands opgegeven of beweerde identiteit, niveau substantieel biedt een substantiële mate van vertrouwen en niveau hoog een hoge mate van vertrouwen. In de op de eIDAS-verordening gebaseerde uitvoeringsverordening 2015/1502 is voor de verschillende betrouwbaarheidsniveaus vastgesteld aan welke eisen een middel moet voldoen om in EU (incl. EER)-lidstaten te kunnen worden geaccepteerd. Deze driedeling is door Nederland overgenomen met betrekking tot het aanbieden van DigiD. Voor de uitgifte van DigiD op het eIDAS-betrouwbaarheidsniveau ‘laag’ aan inwoners van de openbare lichamen is artikel 3, tweede lid, gewijzigd. Zo is bewerkstelligd dat alle ingezetenen van een openbaar lichaam recht hebben op een DigiD. Daarvoor is niet langer nodig dat zij als niet-ingezetene in de BRP zijn ingeschreven. Wijziging van andere onderdelen van deze regeling is niet nodig voor de gelding in Caribisch Nederland. Op grond van artikel 22a van de Wdo, zoals ingevoegd met de wet, is de reikwijdte van deze regeling immers al uitgebreid tot Caribisch Nederland. Dit betekent dat waar in de regeling wordt gesproken over ‘Nederland’ voortaan Europees én Caribisch Nederland wordt bedoeld. Op grond van artikel 5, eerste lid, van de regeling heeft eenieder die de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, beschikt over een BSN, diensten afneemt van de Nederlandse overheid en beschikt of kan beschikken over een erkend elektronisch identificatiemiddel (zoals DigiD), recht op een MijnOverheid-account. Op grond van dit artikel (in samenhang met artikel 22a van de Wdo) hebben aldus ook de ingezetenen van Caribisch Nederland met DigiD vanaf 14 jaar recht op een MijnOverheid-account, zodra zij diensten afnemen van de Europees of Caribisch Nederlandse overheid.
Deze regeling brengt geen nieuwe of andere gevolgen voor de privacy van burgers met zich mee dan die reeds uitvoerig beschreven zijn in hoofdstuk 3 van de memorie van toelichting bij de wet.3 De regeling bevat bijvoorbeeld geen nieuwe verwerkingen van persoonsgegevens. De regels hebben wel positief effect op de bescherming van de privacy van de betrokkene. In deze paragraaf wordt volledigheidshalve ingegaan op de privacyaspecten die specifiek samenhangen met de door deze regeling gewijzigde onderdelen van bestaande regelingen.
Met de wijziging in de Regeling burgerservicenummer is een specifieke regeling getroffen voor het verschaffen van informatie aan de betrokkene over het toegekende BSN. Hiermee wordt invulling gegeven aan het transparantiebeginsel. De wijziging van de Regeling bap BES is vanuit privacy-oogpunt eveneens relevant: de nadere regels over de zelfevaluatie dragen bij aan de vertrouwelijkheid, integriteit en juistheid van de Bap BES. Met de wijziging van de Regeling BRP wordt nader invulling gegeven aan het transparantiebeginsel doordat de administratieve gegevens die over de ingezetene van een openbaar lichaam in de BRP worden bijgehouden, in detail zijn opgenomen in bijlage 8 bij de Regeling BRP.
De wijzigingen in de Regeling voorzieningen Wdo, en de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst hebben geen gevolgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De wijzigingen in de Regeling burgerservicenummer, de Regeling BRP, de Regeling bap BES en de Regeling voorzieningen Wdo leiden niet tot andere gevolgen voor overheidsinstanties in zowel Caribisch als Europees Nederland dan die reeds zijn beschreven in paragraaf 4.2 en 4.3 van de memorie van toelichting bij de wet.4 Voor een nadere toelichting wordt naar die paragrafen verwezen.
Aan de wijziging van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst zijn geen uitvoeringsconsequenties voor de Belastingdienst in Europees Nederland verbonden. De wijziging is slechts technisch van aard en regelt een uitzondering die relevant is voor inwoners van Caribisch Nederland die zaken doen of hebben gedaan met de Belastingdienst in Europees Nederland.
Regeldrukeffecten zijn de investeringen en inspanningen die bedrijven, burgers of professionals moeten verrichten om zich aan wet- en regelgeving te houden. Ten aanzien van de wet is geconcludeerd dat er geen gevolgen voor de regeldruk zijn. Gelet op het feit dat deze regeling slechts een nadere uitwerking vormt van hetgeen in de wet geregeld wordt en daarom geen nieuwe verplichtingen met zich meebrengt, geldt ook voor de onderhavige regeling dat er geen gevolgen voor de regeldruk zijn. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van de memorie van toelichting bij de wet.5
Een ontwerp van deze regeling is van 28 april tot 17 juni 2025 in consultatie geweest en in dat kader voorgelegd aan de bestuurscolleges van de openbare lichamen, het Gebruikersoverleg BRP, de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES, de Autoriteit Persoonsgegevens en het Adviescollege Toetsing Regeldruk. Verder heeft in de periode van 28 april tot en met 9 juni 2025 internetconsultatie plaatsgevonden.6 In deze paragraaf is een reactie opgenomen op de ontvangen adviezen en consultatie-inbreng.
De internetconsultatie heeft één reactie opgeleverd waarbij wordt gevraagd waarom alleen de BES-eilanden worden aangesloten op het systeem van het burgerservicenummer en de digitale overheid en niet ook de Caribische landen binnen het Koninkrijk, terwijl het Ministerie van BZK daar eveneens een verantwoordelijkheid voor draagt. In reactie hierop is van belang dat het stellen van regels over de bevolkingsregistratie en het persoonsnummer, geen rijks-, maar landsaangelegenheden zijn. Dit geldt ook voor de regels over de digitale overheid (Wdo). Voor de landen in het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk geldt dat zij eigen regels stellen als het gaat over de registratie van hun inwoners en gebruik van het persoonsnummer. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt dat de Nederlandse regering tezamen met de Staten-Generaal bevoegd is om wetgeving te maken die daar direct van toepassing is. De wet maakt het mogelijk dat bestaande wetten (gedeeltelijk) ook van toepassing worden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waardoor het mogelijk is dat zij het BSN kunnen opnemen in de eigen bevolkingsregistratie en gebruik kunnen maken van de voorzieningen van de digitale overheid, zoals DigiD. Wel is er op Koninkrijksniveau samenwerking in de vorm van gegevensuitwisseling tussen de betrokken overheden bij verhuizingen van burgers binnen het Koninkrijk. Ook is voor alle inwoners van het Koninkrijk die een relatie hebben met Europees Nederlandse instanties reeds de mogelijkheid om als niet-ingezetene in de BRP te worden ingeschreven en aldus te beschikken over een BSN en DigiD voor contact met de betreffende (Europees Nederlandse) instanties.
De bestuurscolleges van de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben aangegeven geen formele reactie in het kader van de consultatie in te dienen.
Het Gebruikersoverleg BRP is conform artikel 1.15 van de Wet BRP geconsulteerd. Het Gebruikersoverleg bestaat uit representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten en van organisaties aan wie systematisch gegevens uit de BRP worden verstrekt. Via het Gebruikersoverleg is niet inhoudelijk gereageerd op de ontwerpregeling.
De CBP BES heeft advies uitgebracht over de ontwerpregeling. De CBP BES constateert allereerst dat een aantal van haar eerdere adviezen is overgenomen, maar dat ook op belangrijke onderdelen nadere aanscherping of toelichting gewenst is. De CBP BES adviseert in eerste plaats om in de nota van toelichting op te nemen dat bij kennisgeving over toekenning van het BSN wordt voorzien in begrijpelijke voorlichting, aangepast aan de lokale taal en context. In reactie hierop kan worden verwezen naar hoofdstuk 7 van de memorie van toelichting bij de wet waarin wordt aangegeven dat rondom de inwerkingtreding van de wet en in de voorlichting wordt voorzien in meertalige informatie voor burgers.7 De openbare lichamen hebben hiervoor met ondersteuning van BZK en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) een brief opgesteld in begrijpelijke taal, die gebruikt zal worden voor de kennisgeving aan inwoners over hun BSN. Daarnaast is een flyer ontwikkeld die inwoners informeert over wat het BSN is en hoe je ermee om dient te gaan. De opgestelde brieven worden opgeslagen in de eigen systemen van de afdelingen burgerzaken en blijven daarmee ook in de toekomst bruikbaar en beschikbaar voor de openbare lichamen bij de uitreiking van het BSN aan nieuwe ingezetenen.
CBP BES adviseert ten tweede om een expliciete bepaling in de regeling op te nemen die het gebruik van het BSN beperkt tot de doeleinden zoals vastgelegd in de wet en het gebruik voor commerciële of niet-publieke doeleinden verbiedt. In reactie hierop kan worden verwezen naar hetgeen hierover is beschreven in paragraaf 2.5.2 van de memorie van toelichting bij de wet over het wettelijk kader van het gebruik van BSN door overheidsorganen voor zover zij het BSN op grond van een wet gebruiken in hun uitvoeringsprocessen. Hierbij wordt opgemerkt dat voor niet-overheidsorganen aanvullende wetgeving noodzakelijk is en gebruik van het BSN buiten de overheid slechts is toegestaan voor zover dat wettelijk is bepaald voor de betreffende organisatie of sector, zoals ook in Europees Nederland het geval is.8 Uit het voorgaande blijkt dat in het wetsvoorstel wordt afgebakend in welke gevallen, door wie het BSN mag worden verwerkt. Daarmee zijn de grenzen afdoende vastgelegd en onderbouwd.
Over de ontwerpregeling is tevens advies gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft geen aanmerkingen op het concept.
Over de ontwerpregeling is advies gevraagd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.
Deze regeling treedt gefaseerd in werking, gelijktijdig met de betreffende onderdelen in zowel de wet als het besluit. Gelet op het feit dat een aantal onderdelen van de wet en het besluit op 11 november 2025 in werking zijn getreden, wordt terugwerkende kracht verleend aan de onderdelen van deze regeling die daar een nadere uitwerking van vormen tot en met 11 november 2025. De verlening van terugwerkende kracht leidt niet tot bezwaren omdat het geen belastende regeling betreft. Het BSN wordt van rechtswege toegekend, de betrokkene hoeft daar geen aanvraag voor te doen. De aanvraag van een DigiD betreft een mogelijkheid, geen verplichting.
Met deze inwerkingtredingsdatum wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten en van de minimuminvoeringstermijn. Dit is nodig om, zoals in de nota van toelichting bij het inwerkingtredingsbesluit bij de wet9 is toegelicht, invoering van het BSN in 2025 mogelijk te maken. Deze datum is gekozen in overleg met de openbare lichamen en daarbij is rekening gehouden met het veroorzaken van zo min mogelijke impact op de dagelijkse dienstverlening vanuit de openbare lichamen aan burgers.
Omdat de technische en organisatorische voorbereidingen voor invoering van de zelfevaluatie nog niet zijn voltooid, treden de hierop betrekking hebbende onderdelen van artikel II (artikel 18a Regeling bap BES) op een later tijdstip in werking.
Met dit onderdeel is artikel 1 van de Regeling burgerservicenummer aangepast, zodat de in dat artikel opgenomen verplichting zich niet alleen richt tot colleges van burgemeester en wethouders in Europees Nederland, maar ook tot de bestuurscolleges van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Het artikel gaat over de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de verplichting in artikel 5 van de Wabb om de Minister van BZK onverwijld de inlichtingen te verschaffen omtrent de toekenning van het BSN, die voor de bijhouding van het nummerregister van belang zijn. Ook deze verplichting geldt voor zowel de colleges van burgemeester en wethouders als de bestuurscolleges. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.1 van het algemene deel van deze toelichting.
Dit onderdeel voorziet in de toevoeging van een nieuw tweede lid aan artikel 2 van de Regeling burgerservicenummer. Het nieuwe tweede lid bestaat uit twee onderdelen (a en b) en ziet op de kennisgeving aan de betrokkene over het toegekende BSN. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee groepen: 1) personen die na de invoering van het BSN in Caribisch Nederland worden ingeschreven in de Bap BES (tweede lid, onderdeel a) en (2) personen die reeds voor de invoering van het BSN in Caribisch Nederland in de Bap BES zijn ingeschreven (tweede lid, onderdeel b). Ook dit onderdeel is nader toegelicht in paragraaf 2.1 van deze toelichting.
De onderdelen C en D zien op de vaststelling van het LO BSN, versie 2025.Q4. Onderdeel C betreft wijziging van artikel 3 van de Regeling BSN, waarin het LO BSN wordt aangewezen als de systeembeschrijving bedoeld in artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer. Onderdeel D betreft de wijziging van de bijlage bij de Regeling BSN, waarin wordt verwezen naar de publicatie van het LO BSN op de website van RvIG. In paragraaf 2.1 zijn de wijzigingen toegelicht.
De onderdelen A en E zien op de vaststelling van het LO BES, versie 2025.Q4 Onderdeel A betreft wijziging van de artikelen 3, tweede lid, en artikel 6, tweede lid, van de Regeling basisadministraties persoonsgegevens BES, waarin het LO BES wordt aangewezen als de systeembeschrijving van de verschillende basisadministraties BES en de bijbehorende verstrekkingsvoorziening. Onderdeel E betreft de wijziging van de bijlage bij die regeling, waarin wordt verwezen naar de publicatie van het LO BES op de website van RvIG. In paragraaf 2.2 zijn de wijzigingen toegelicht.
Met dit onderdeel is het opschrift van hoofdstuk 5 van het Regeling bap BES (‘Slotbepalingen’) gewijzigd in: ‘Hoofdstuk 5 Toezicht en slotbepalingen’. Nu in dit hoofdstuk nadere regels gesteld worden over de verplichte zelfevaluatie (onderdeel C), is het passend om het onderwerp ‘toezicht’ te noemen in het opschrift.
Met dit onderdeel is op grond van artikel 33, vierde en zesde lid, van de Besluit bap BES een nieuw artikel 18a toegevoegd aan hoofdstuk 5 van de Regeling bap BES. Het artikel stelt nadere regels over de verplichte zelfevaluatie door het bestuurscollege, in het bijzonder over de inhoud van de uittreksels van de onderzoeksresultaten. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.2 van deze toelichting. Het nieuwe artikel bestaat uit twee leden en is ontleend aan het eerste, derde en vierde lid van artikel 21 van de Regeling basisregistratie personen, waarin regels zijn gesteld over de inhoud van de uittreksels van de BRP-zelfevaluatie. Artikel 21, tweede lid van de Regeling BRP, dat ziet op de zelfevaluatie door de Minister van BZK over de centrale voorzieningen, is niet overgenomen in de Regeling bap BES. De reden hiervoor is dat de zelfevaluatie Bap BES slechts ingevoerd is voor de bestuurscolleges en niet ook voor de minister. Om die reden is slechts sprake van één type uittreksel dat zowel aan de minister als aan de CBP BES wordt gezonden.
Met deze bepaling wordt een paragraaf 2 ‘slotbepalingen’ toegevoegd. Deze wijziging was noodzakelijk, omdat met onderdeel C een paragraaf 1 ‘toezicht’ is toegevoegd.
De onderdelen A en D zien op de vaststelling van het LO BRP, versie 2025.Q4. Onderdeel A betreft de wijziging van de artikelen 2 en 3 van de Regeling BRP, waarin het LO BRP wordt aangewezen als systeembeschrijving voor de BRP en dat deze wordt opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling BRP. Onderdeel D betreft de wijziging van bijlage 1 bij de Regeling BRP, waarin wordt verwezen naar de publicatie van het LO BRP op de website van RvIG. In paragraaf 2.3 zijn deze wijzigingen toegelicht.
Met dit onderdeel is artikel 15 van de Regeling BRP gewijzigd op grond van artikel 36a, tweede lid, van het Besluit BRP, zoals gewijzigd met het besluit. Artikel 15 van de Regeling BRP is aangevuld met een verwijzing naar de administratieve gegevens die over de ingezetene van een openbaar lichaam worden bijgehouden. Dit onderdeel hangt samen met onderdeel C en is nader toegelicht in paragraaf 2.3 van deze toelichting.
Dit onderdeel betreft de aanpassing van artikel 21 van de Regeling BRP. Dit artikel stelt nadere regels over de zelfevaluaties die over de BRP worden uitgevoerd door respectievelijk de gemeenten en de Minister van BZK (over de centrale voorzieningen). Als het gaat om de zelfevaluatie die door de minister wordt uitgevoerd, is het nodig om in artikel 21, tweede lid, ook te verwijzen naar de nieuwe categorie ingeschrevenen, nu de minister voor die categorie de in de BRP een bijhoudingstaak heeft, namelijk voor de inschrijving en het actueel houden van gegevens over ingezetenen van het openbaar lichaam in de BRP. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3 van deze toelichting.
Dit onderdeel bevat een wijziging in bijlage 8 bij de Regeling BRP. Met de onderhavige regeling is die bijlage aangevuld met de administratieve gegevens die over de ingezetenen van een openbaar lichaam worden bijgehouden. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3 van deze toelichting. Het zijn de administratieve gegevens die horen bij de algemene gegevens die worden bijgehouden over de ingezetene van een openbaar lichaam in de BRP (een verkorte persoonslijst, zie paragraaf 2.8.3. van de memorie van toelichting bij de wet).10 Deze algemene en administratieve gegevens komen gedeeltelijk overeen met de gegevens die over niet-ingezetenen worden bijgehouden.
Vanwege het grote aantal wijzigingen in deze bijlage is met het oog op de leesbaarheid ervoor gekozen om de bijlage opnieuw vast te stellen, in plaats van aanpassing van de bestaande bijlage via wijzigingsopdrachten.
Dit artikel bevat wijzigingen in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling voorzieningen Wdo. Voor de uitgifte van DigiD op het eIDAS-betrouwbaarheidsniveau ‘laag’ aan inwoners van de openbare lichamen is aan artikel 3, tweede lid, een onderdeel (c) toegevoegd. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4 van deze toelichting.
De wijziging noopt tot aanpassing van artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, waarin verwijzingen naar het tweede lid, onderdeel b, was opgenomen. In artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, is bepaald dat niet-ingezetenen die klant zijn bij de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) en een AOW-pensioen ontvangen, via de SVB een DigiD op betrouwbaarheidsniveau laag (onderdeel a) en substantieel (onderdeel b) kunnen aanvragen. Voor inwoners van Caribisch Nederland op wie dit van toepassing is, is het nodig om in dit artikel een verwijzing op te nemen naar de nieuwe categorie ingeschrevenen (ingezetenen van een openbaar lichaam), zodat ook zij via de SVB een DigiD kunnen (blijven) aanvragen.
Dit artikel betreft een wijziging van technische aard in artikel 2 van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Dit artikel bepaalt de groepen (personen) ten aanzien van wie de Belastingdienst kan afwijken van het uitgangspunt dat het berichtenverkeer langs elektronische weg moet kunnen plaatsvinden. Een van de groepen ten aanzien van wie deze uitzondering geldt, zijn de niet-ingezetenen in de BRP (artikel 2, onderdeel d, onder 1°). Om deze uitzonderingsgrond materieel gelijk te houden, is het nodig om in dit onderdeel ook te verwijzen naar de ingezetenen van een openbaar lichaam. Dit is uiteraard slechts relevant voor de inwoners van Caribisch Nederland die ‘klant’ zijn bij de Belastingdienst in Europees Nederland en die voorheen als niet-ingezetene in de BRP (zouden) zijn opgenomen.
Het eerste lid van dit artikel regelt de inwerkingtreding met terugwerkende kracht van het merendeel van deze regeling, hetgeen nader is toegelicht in paragraaf 6 van deze toelichting. Het tweede lid regelt dat artikel II, onderdelen B, C en D, tegelijkertijd in werking zal treden met artikel II, onderdeel G, van de wet, die de verplichte zelfevaluatie invoert in de Wet bap BES. De bepalingen in voornoemde onderdelen zien op de nadere uitwerking van de zelfevaluatie onder de Wet Bap BES en de benodigde redactionele wijzigingen die daarmee samenhangen. Voorzien is dat de bepaling over de zelfevaluatie in de Wet bap BES in 2028 in werking zal treden.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Verordening (EU) 910/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
In Europees Nederland is het gebruik van het BSN in de zorgsector en onderwijssector voorgeschreven in onder andere de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg, de Leerplichtwet 1969 en de Wet op het primair onderwijs.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-41570.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.