Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2025, 41299 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2025, 41299 | interne regeling |
21 november 2025
Nr. D2025-004575, MINDEF20250042066
De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 3 van het Veteranenbesluit, artikel 168 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, artikel 52, eerste lid, onder i, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en artikel 16, onder d, van het Inkomstenbesluit militairen;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
voor deze regeling wordt onder een belangenvereniging verstaan een vereniging die militaire ambtenaren of ambtenaren van het Ministerie van Defensie als leden heeft en die is aangesloten bij een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Defensie Ondersteuningscommando, het Commando Materieel en IT dan wel de Bestuursstaf van het Ministerie van Defensie;
het hoofd defensieonderdeel, bedoeld in het Besluit toedeling uitvoerende personele bevoegdheden Defensie 2021;
de betrokkene, bedoeld in artikel 1, onder a, Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers;
gewezen militairen die ten minste zes jaar tot het beroeps- of reservepersoneel hebben behoord, en burgerlijke ambtenaren van Defensie die ten minste zes jaar een vaste aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij Defensie hebben gehad;
a. veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers of postactieven die deel uitmaken van een in het reünieregister ingeschreven reünievereniging;
b. een introducee van een onder a genoemde rechthebbende, beperkt tot één introducee per rechthebbende per bezochte reünie;
c. de begeleider van een onder a genoemde rechthebbende, indien deze rechthebbende om sociaal-medische redenen niet zelfstandig naar een reünie kan reizen of niet zelfstandig kan bijwonen;
een bijeenkomst of activiteit van leden van een reünievereniging gericht op het delen van ervaringen en het in stand houden van betrekkingen;
een door een defensieonderdeel aan een reünievereniging toegekend uniek en genummerd certificaat, waarmee Defensie de reünievereniging erkent;
een register waarin reünieverenigingen zijn opgenomen die over een reüniecertificaat beschikken;
een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven vereniging van veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers of postactieven die als doel heeft om de onderlinge contacten tussen haar leden dan wel de contacten tussen de leden van reünieverenigingen en het actieve defensiepersoneel te bevorderen en te onderhouden.
1. Een reünievereniging vraagt bij het defensieonderdeel waar het grootste gedeelte van de achterban van de reünievereniging haar herkomst kent, een reüniecertificaat aan. De aanvraag is voorzien van de vermelding van het aantal leden van de reünievereniging.
2. De reünievereniging geeft jaarlijks wijzigingen in het aantal leden van de ledenlijst of donateurslijst door aan het defensieonderdeel, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, na consultering van het Nederlands Veteraneninstituut, de reünievereniging voldoet aan de omschrijving, bedoeld in artikel 1, beslist het hoofd defensieonderdeel namens Onze Minister of het reüniecertificaat wordt toegekend.
4. Na toekenning wordt door zorg van het Nederlands Veteraneninstituut het reüniecertificaat opgenomen in het reünieregister en verstrekt aan de reünievereniging.
5. Het reünieregister wordt beheerd door het Nederlands Veteraneninstituut.
1. Een reünievereniging dat is opgenomen in het reünieregister kan ten laste van Defensie per kalenderjaar eenmalig aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van een reünie tot een maximum normbedrag van € 22,00 per rechthebbende die zich heeft aangemeld voor de reünie, ongeacht of de reünie al dan niet plaatsvindt op een defensielocatie.
2. De aanvraag voor de tegemoetkoming in de kosten van een reünie wordt ingediend bij het defensieonderdeel dat het reüniecertificaat heeft toegekend.
3. De kosten van de tegemoetkoming komen voor rekening van het defensieonderdeel dat het reüniecertificaat heeft toegekend.
4. De tegemoetkoming wordt jaarlijks per 1 juli van elk kalenderjaar aangepast op basis van de procentuele verandering van de afgeleide consumentenprijsindex van mei ten opzichte van mei van het voorgaande jaar.
1. Indien een reünie plaatsvindt op een defensielocatie stelt het hoofd defensieonderdeel dat het reüniecertificaat aan de reünievereniging heeft toegekend, het gebruik van een ingerichte ontmoetingsruimte op de defensielocatie ter beschikking en ondersteunt de reünievereniging met de aanvraag daarvoor.
2. De kosten van het gebruik van de ingerichte ontmoetingsruimte komen voor rekening van het defensieonderdeel dat het reüniecertificaat heeft toegekend, ook in het geval dat gebruik wordt gemaakt van een locatie van een ander defensieonderdeel.
3. De ondersteuning van een reünie op een defensielocatie geschiedt met de middelen en faciliteiten die op de betrokken defensielocatie kunnen worden aangeboden.
1. Een belangenvereniging kan ten laste van Defensie per kalenderjaar eenmalig aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van een reünie die als doel heeft om de onderlinge contacten tussen haar leden dan wel de contacten tussen de leden van de belangenvereniging en het actieve defensiepersoneel te bevorderen en te onderhouden, tot een maximum normbedrag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, per lid, ongeacht of de reünie al dan niet plaatsvindt op een defensielocatie.
2. De tegemoetkoming geldt voor elk lid van een belangenvereniging die zich heeft aangemeld voor de reünie, alsmede voor elke:
a. introducee van een lid van een belangenvereniging, beperkt tot één introducee voor elk lid van een belangenvereniging per bezochte reünie;
b. begeleider van een lid van een belangenvereniging, indien dit lid om sociaal-medische redenen niet zelfstandig naar een reünie kan reizen of niet zelfstandig kan bijwonen.
3. De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt door een belangenvereniging ingediend bij commandant Divisie Personeel en Organisatie Defensie die tevens zorg draagt voor de ondersteuning bedoeld in artikel 4.
De Regeling reüniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven wordt ingetrokken.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff
Op 25 mei 2018 is als uitvloeisel van het overleg in het sectoroverleg Defensie over een nieuwe regeling reüniefaciliteiten een nota uitgebracht met voorlopige richtlijnen regeling reüniefaciliteiten.1 Dit was noodzakelijk, omdat op dat moment nog geen overeenstemming met de centrales van overheidspersoneel was bereikt over de nieuwe regeling. Mede gezien het algemene beeld dat die nieuwe regeling een begunstigend karakter had, is destijds met sociale partners afgesproken om vooruitlopend op een definitieve ministeriële regeling alvast uitvoering te geven aan de voorlopige richtlijnen. De voorlopige richtlijnen hadden betrekking op de volgende punten:
a. de randvoorwaarde van twaalf jaar dienstverband voor postactieven wordt gewijzigd in een randvoorwaarde van zes jaar dienstverband;
b. de begeleider van een rechthebbende die om sociaal-medische redenen niet alleen naar de reünie kan komen, wordt opgenomen als rechthebbende;
c. het onderscheid tussen reünies op een militaire of semi-militaire locaties alsmede het onderscheid tussen reünies op werkdagen of weekenddagen komt te vervallen;
d. als tegemoetkoming in de kosten van de bijeenkomst of activiteit geldt per rechthebbende één normbedrag van € 19.
De Staatssecretaris van Defensie heeft op 16 december 2023 met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over een pakket aan maatregelen betreffende het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (hierna: AV 2024). Sociale partners vinden het belangrijk om erkenning en waardering uit te dragen naar veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers, postactieven en het thuisfront. Om deze erkenning en waardering te onderstrepen is afgesproken om de tegemoetkoming in de kosten van een reünie met ingang van 1 januari 2024 te verhogen naar € 22 en maakt vanaf die datum ook de relatie van de rechthebbende aanspraak daarop.
Naast het doorvoeren van bovenstaande wijzigingen, is vanwege het ontbreken van een grondslag in de regeling reüniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven met onderhavige nieuwe regeling een grondslag in deze regeling opgenomen. Het toekennen van de tegemoetkoming in de kosten van een reünie vloeit thans voort uit de inkomstenbesluiten van het militair en burgerpersoneel. Het ter beschikking stellen van overige reüniefaciliteiten vloeit thans voort uit het Veteranenbesluit en het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
Gezien de vele wijzigingen als gevolg van de codificatie van de eerder aangehaalde voorlopige richtlijnen, de afspraken uit het AV 2024 alsmede het gegeven dat een grondslag is toegevoegd, is gekozen om een nieuwe regeling reüniefaciliteiten Defensie op te stellen en worden de huidige regeling en de nota voorlopige richtlijnen ingetrokken. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de regeling in lijn te brengen met de huidige bestaande uitvoeringspraktijk.
Belangenvereniging
In deze regeling zijn belangenverenigingen separaat gedefinieerd, zodat een belangenvereniging onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 5 van deze regeling gebruik kunnen maken van de reüniefaciliteiten.
Rechthebbenden
Sub b
De relatie van een rechthebbende speelt een belangrijke rol in de periode voor, tijdens en na de uitzending. Om deze reden besteedt Defensie veel aandacht aan het thuisfront. Tot op heden is er voor reünieactiviteiten geen tegemoetkoming geweest voor het thuisfront, terwijl de aanwezigheid van het thuisfront op een reünie juist van toegevoegde waarde kan zijn. Daarom is met sociale partners in AV 2024 afgesproken om de tegemoetkoming ook te laten gelden voor de relatie van de rechthebbenden. De relatie is in het kader van deze specifieke regeling niet alleen een bloedverwant, de relatie in het kader van deze regeling kan iedere persoon zijn die de rechthebbende als introducee mee wil nemen. Het staat de rechthebbende vrij om per reünie een andere afweging te maken, de introducee kan hiermee per reünie verschillen. Met de toevoeging van sub b onder de definitie van rechthebbenden is invulling gegeven aan de afspraak uit AV 2024 dat ook de relatie van een rechthebbende aanspraak maakt op een tegemoetkoming in de kosten van de reünie tot het maximum normbedrag van € 22.
Sub c
De onder sub c benoemde begeleider van een onder a genoemde rechthebbende hoeft niet dezelfde persoon te zijn als de introducee van een rechthebbende. De introducee kan namelijk niet in staat zijn de taken van een begeleider op zich te nemen. Voor zowel de onder a genoemde rechthebbende, als de onder b genoemde introducee, als de onder c genoemde begeleider, geldt de in deze regeling genoemde tegemoetkoming. Met het toevoegen van de begeleider onder de definitie van rechthebbenden is de afspraak uit de voorlopige richtlijnen dat ook de begeleider wordt gedefinieerd als rechthebbende gecodificeerd.
Reünie
Reünies hebben tot doel om de leden van reünieverenigingen elkaar te laten ontmoeten. Daarnaast biedt het hen de mogelijkheid bij Defensie betrokken te blijven. Door de reünies kunnen sociale banden worden hersteld, onderhouden en versterkt. Het biedt de kans herinneringen op te halen en elkaar op de hoogte te houden van elkaars leven. Gezamenlijk kunnen gebeurtenissen worden herdacht en kan worden stilgestaan bij de gemeenschappelijke geschiedenis. Reünies kunnen het gevoel van verbondenheid en gezamenlijke identiteit binnen de reünievereniging stimuleren. Los hiervan bieden reünies ook de gelegenheid om samen plezier te hebben, te ontspannen en te genieten van een ongedwongen sfeer met gelijkgestemden.
Het proces rondom de wijze van erkenning van een reünievereniging, het toekennen van een reüniecertificaat alsmede de opneming in het reünieregister is met dit artikel in lijn gebracht met de bestaande uitvoeringspraktijk. Hiermee is een verduidelijking en een vereenvoudiging van dit proces tot stand gebracht. Als gevolg hiervan wordt de Uitvoeringsregeling reünie faciliteiten Defensie ingetrokken.2
Reünieactiviteiten versterken de onderlinge band tussen veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven. De ophoging van het normbedrag van € 19 (het bedrag dat op basis van de voorlopige richtlijnen werd verstrekt) naar € 22 zal hiertoe een bijdrage leveren. Met deze ophoging is invulling gegeven aan de afspraak uit AV 2024.
De aanspraak op de geldelijke tegemoetkoming geldt per rechthebbende die zich heeft aangemeld voor de reünie. Dit houdt in dat niet standaard voor de gehele ledenlijst van het reünievereniging de tegemoetkoming dient te worden aangevraagd. Hiermee wordt voorkomen dat voor niet aanwezige leden standaard de tegemoetkoming wordt aangevraagd. Hieronder vallen niet de leden die wel voornemens waren de reünie te bezoeken, maar kort tevoren om aannemelijke redenen hun afwezigheid hebben medegedeeld.
Op grond van de voorlopige richtlijnen was het onderscheid tussen reünies op een militaire of semi-militaire locaties alsmede het onderscheid tussen reünies op werkdagen of weekenddagen al komen te vervallen. Thans is ook de voorkeur om een reünie op een defensielocatie te laten plaatsvinden uit de regeling gehaald, omdat dit beperkend kan zijn voor organiseren van een reünie.
Het defensieonderdeel dat het reüniecertificaat heeft toegekend, ondersteunt de reservering van de defensielocatie zoveel als mogelijk en wenselijk. Dit is afhankelijk van beschikbaarheid van de betreffende defensielocatie op de beoogde datum. Een groot deel van de leden van reünieverenigingen zijn thans lange tijd niet meer werkzaam bij Defensie. Zij zijn niet meer op de hoogte van de wijze waarop locaties dienen te worden aangevraagd en beschikken vaak niet meer over een netwerk van medewerkers van Defensie dat hen kan ondersteunen bij het aanvragen van een defensielocatie. Gezien de nazorgverplichting van Defensie genoemd in de Veteranenwet, moet voorkomen worden dat reünieverenigingen op afstand komen te staan van Defensie. Hen ondersteunen bij het aanvragen van een defensielocatie draagt hieraan bij.
In de oude regeling maakten belangverenigingen ook aanspraak op de reüniefaciliteiten. Met deze nieuwe regeling is beoogd hierin geen wijziging in materieel opzicht te maken ten aanzien van deze verenigingen. Het proces rondom de toekenning van het reüniecertificaat en opneming in reünieregister alsmede het proces met betrekking tot de toekenning van de tegemoetkoming zijn voor belangenvereniging evenwel anders ingericht dan voor de reünieverenigingen. Daarom worden in artikel 5 de aanspraak en het proces rondom de aanvraag en de toekenning van de kosten van een reünie in een separaat artikel geregeld.
De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff
Zie brief van 25 mei 2018 ‘Voorlopige richtlijnen Regeling reüniefaciliteiten’ aan de werkgroep Postactieven van het georganiseerd overleg sector Defensie (PA/1800363, Zaaknummer ZD.931.1).
Nota ‘Uitvoeringsregeling reüniefaciliteiten Defensie’ van 23 oktober 2018 van Commandant Defensie Ondersteuningscommando.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-41299.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.