Reglement omtrent de werkwijze van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van het gerechtshof Amsterdam

AFDELING 1 – ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 – Toepasselijkheid bepalingen

De bepalingen van dit procesreglement zijn van toepassing op beroepschriften die worden behandeld door de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van het gerechtshof Amsterdam.

Artikel 2 – Algemene informatie

  • 1. Algemene informatie over de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer is te raadplegen op:

  • 2. Het hof is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur (088-3611714).

Artikel 3 – Indienen van stukken

  • 1. Het beroepschrift, een aanvullend beroepschrift (in notariszaken), het verweerschrift in hoger beroep en een repliek en dupliek zijn in de Nederlandse taal gesteld en kunnen als volgt worden ingediend:

    • door toezending van een scan1 per e-mail aan het e-mailadres van het hof (verzoekschrift.hof.amsterdam@rechtspraak.nl), of

    • door toezending in vijfvoud per post op het postadres van het hof (Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam), of

    • door afgifte in vijfvoud aan de balie van het hof (IJdok 20, 1013 MM Amsterdam).

  • 2. Het hof neemt stukken die niet of onvoldoende leesbaar zijn niet in behandeling, maar stuurt deze terug aan de indiener.

  • 3. Bij bewijsstukken die in een vreemde taal zijn gesteld, wordt een beëdigde vertaling in de Nederlandse taal gevoegd, tenzij het eenvoudig leesbare stukken betreft die zijn gesteld in de Engelse, Franse of Duitse taal.

Artikel 4 – Machtiging

Een gemachtigde die in het hoger beroep voor een partij optreedt en die geen advocaat, (toegevoegd- of kandidaat-)notaris of (toegevoegd- of kandidaat-) gerechtsdeurwaarder is, moet zijn bevoegdheid om als gemachtigde op te treden kunnen aantonen. Het hof kan bepalen dat een schriftelijke volmacht daartoe vereist is.

Artikel 5 – Kopie aan wederpartij

Van het (aanvullend) beroepschrift en het verweerschrift in hoger beroep hoeft geen kopie aan de wederpartij te worden gestuurd, omdat de griffier van het hof dat doet. De partij die andere berichten aan het hof stuurt of stukken indient, stuurt daarvan tegelijkertijd een kopie aan de wederpartij en laat het hof weten dat dit is gebeurd.

Artikel 6 – Griffierecht

  • 1. Voordat het beroepschrift in behandeling wordt genomen, heft de griffier van het hof een griffierecht zoals bepaald in de Wet op het notarisambt dan wel de Gerechtsdeurwaarderswet. Er wordt geen griffierecht geheven wanneer het beroepschrift is ingediend door de Minister van Justitie en Veiligheid, de KNB, de KBvG en/of het BFT. De wet kent niet de mogelijkheid om bij betalingsonmacht ontheffing te verlenen van de verplichting tot betaling van het griffierecht.

  • 2. De indiener van het beroepschrift dient het bedrag aan griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending van de nota over te maken.

  • 3. Als de indiener van het beroepschrift het griffierecht niet binnen vier weken heeft betaald, wordt de zaak twee weken aangehouden om hem/haar in de gelegenheid te stellen alsnog het griffierecht te betalen. Als het griffierecht binnen deze nadere termijn wordt betaald, is het hoger beroep ontvankelijk.

  • 4. Als het griffierecht ook niet binnen deze (nadere) termijn is betaald, zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. Voordat het hof hiertoe overgaat wordt de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de reden voor het niet (tijdig) voldoen van het griffierecht. Slechts zeer bijzondere redenen kunnen ertoe leiden dat het hoger beroep alsnog ontvankelijk wordt verklaard.

AFDELING 2 – BEROEPSCHRIFT

Artikel 7 – Inhoud beroepschrift notariszaken

  • 1. Het beroepschrift in notariszaken vermeldt:

    • de naam, het (kantoor)adres en het telefoonnummer en e-mailadres van appellant(en);

    • de naam, het (kantoor)adres en (indien mogelijk) het telefoonnummer en e-mailadres van verweerder(s);

    • de naam en het (kantoor)adres van de gemachtigde(n);

    • de datum en het zaaknummer van de beslissing van de kamer voor het notariaat waartegen het beroep is gericht;

    • de gronden van het beroep.

    Het beroepschrift moet zijn ondertekend door de indiener(s) of zijn/hun gemachtigde(n). De bestreden beslissing wordt als bijlage bijgevoegd. Verder worden de bewijsstukken die het beroep onderbouwen bijgevoegd.

  • 2. Als de gronden niet (volledig) in het beroepschrift zijn opgenomen, kan de appellant aan het hof vragen een extra termijn te verlenen voor het indienen of het aanvullen van de gronden. Het hof verleent in beginsel een termijn van vier weken.

Artikel 8 – Inhoud beroepschrift gerechtsdeurwaarderszaken

Het beroepschrift in gerechtsdeurwaarderszaken vermeldt:

  • de naam, het (kantoor)adres en het telefoonnummer en e-mailadres van appellant(en);

  • de naam, het (kantoor)adres en (indien mogelijk) het telefoonnummer en e-mailadres van verweerder(s);

  • de naam en het (kantoor)adres van de gemachtigde(n);

  • de datum en het zaaknummer van de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders waartegen het beroep is gericht;

  • de gronden van het beroep. Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten (vgl. artikel 45 Gerechtsdeurwaarderswet). Er wordt dus geen extra termijn verleend voor het indienen of het aanvullen van de gronden.

Het beroepschrift moet zijn ondertekend door de indiener(s) of zijn/hun gemachtigde(n). De bestreden beslissing wordt als bijlage bijgevoegd. Verder worden de bewijsstukken die het beroep onderbouwen bijgevoegd.

Artikel 9 – Stukken eerste aanleg

De kamer voor het notariaat/de kamer voor gerechtsdeurwaarders stuurt aan het hof de stukken van de eerste aanleg.

AFDELING 3 – VERWEERSCHRIFT

Artikel 10 – Inhoud verweerschrift notaris- en gerechtsdeurwaarderszaken

Het verweerschrift in hoger beroep vermeldt:

  • de naam, het (kantoor)adres en het telefoonnummer en e-mailadres van verweerder(s);

  • de naam van appellant(en);

  • de naam en het (kantoor)adres van de gemachtigde(n);

  • het zaaknummer waaronder het hoger beroep bij het hof is geregistreerd;

  • de gronden van het verweer.

Het verweerschrift in hoger beroep moet zijn ondertekend door verweerder(s) of zijn/hun gemachtigde(n). De bewijsstukken die het verweer onderbouwen worden als bijlage bijgevoegd.

Artikel 11 – Termijn voor indiening verweerschrift

De termijn voor het indienen van een verweerschrift bedraagt vier weken.

Vóór het verstrijken van deze termijn kan verweerder aan het hof vragen een extra termijn te verlenen voor het indienen van een verweerschrift. Het hof verleent in beginsel een termijn van vier weken.

AFDELING 4 – REPLIEK EN DUPLIEK

Artikel 12 – Regels omtrent repliek en dupliek

Het indienen van een repliek (dat is: een inhoudelijke reactie op het verweerschrift) en een dupliek (dat is: een inhoudelijke reactie op de repliek) is niet mogelijk, tenzij de voorzitter daartoe op verzoek van een van de partijen beslist. De griffier deelt schriftelijk de termijn voor indiening daarvan aan partijen mee. De termijn bedraagt telkens drie weken.

AFDELING 5 – INDIENING NADERE BEWIJSSTUKKEN VOORAFGAAND AAN MONDELINGE BEHANDELING

Artikel 13 – Regels omtrent nadere stukken

  • 1. Een partij legt de bewijsstukken waarop zij zich wenst te beroepen en die nog niet eerder zijn ingediend uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan het hof en de wederpartij(en) over.

  • 2. Bewijsstukken die nadien worden overgelegd of waarvan tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat zij niet door de wederpartij zijn ontvangen, worden niet aan het procesdossier toegevoegd als de wederpartij daartegen bezwaar maakt, tenzij het hof anders beslist.

AFDELING 6 – MONDELINGE BEHANDELING

Artikel 14 – Dagbepaling en oproeping mondelinge behandeling

Voordat het hof op het hoger beroep beslist, stelt het partijen in de gelegenheid te worden gehoord.

Het hof bepaalt de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling.

Als het hof voorafgaand aan de mondelinge behandeling verhinderdata van partijen heeft ontvangen, houdt het hof daarmee zoveel mogelijk rekening.

Partijen ontvangen een oproep voor de zitting. In de oproeping staan de datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt.

Vanaf een week voor de zitting kan bij de griffie van het hof worden geïnformeerd naar de namen van de raadsheren die de zaak zullen behandelen. Niet is uit te sluiten dat kort voor de zitting een wijziging in de samenstelling van de zittingscombinatie plaatsvindt. Informatie over de samenstelling van de zittingscombinatie is op de zittingsdag zelf beschikbaar bij de bodebalie.

Artikel 15 – Verzoek tot uitstel mondelinge behandeling

  • 1. Een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling moet binnen twee weken na de oproeping schriftelijk en gemotiveerd bij het hof worden ingediend, met gelijktijdige toezending van een kopie van dit verzoek aan de wederpartij. De wederpartij wordt door de griffie in de gelegenheid gesteld om binnen twee werkdagen te reageren op het verzoek.

    Tenzij klemmende redenen bestaan voor het aanhoudingsverzoek, wijst het hof het verzoek af als voor het bepalen van de zittingsdatum gelegenheid is gegeven verhinderdata op te geven en het hof rekening heeft gehouden met de opgegeven verhinderdagen of als het verzoek langer dan twee weken na de oproeping is ingediend.

  • 2. Als het hof het verzoek toewijst, stelt het hof na het opvragen van verhinderdata en/of in overleg met partijen, een nieuwe datum en tijdstip van de mondelinge behandeling vast.

Artikel 16 – Openbaarheid

De mondelinge behandeling is openbaar, tenzij het hof anders beslist.

Artikel 17 – Behandel- en spreektijd

  • 1. De voorzitter bepaalt de orde van de mondelinge behandeling.

  • 2. Iedere partij heeft bij het begin van de mondelinge behandeling de gelegenheid om in maximaal tien minuten haar standpunt – bij voorkeur aan de hand van spreekaantekeningen – toe te lichten. Partijen kunnen uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling het hof onder opgave van redenen vragen om een langere spreektijd. Het hof wijst het verzoek alleen toe als daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn.

AFDELING 7 – INDIENING NADERE STUKKEN NA AFLOOP VAN MONDELINGE BEHANDELING

Artikel 18 – Regels omtrent nadere stukken

Na afloop van de mondelinge behandeling kunnen geen stukken meer worden ingediend, tenzij het hof daartoe de gelegenheid biedt.

AFDELING 8 – UITSPRAAK

Artikel 19 – Termijn waarop uitspraak wordt gedaan

  • 1. De uitspraaktermijn is tien weken na de mondelinge behandeling, tenzij het hof anders bepaalt.

  • 2. De uitspraakdatum wordt ter zitting door de voorzitter aan partijen meegedeeld. Indien mogelijk wordt de beslissing eerder gegeven. Daarvan krijgen partijen niet voorafgaand bericht. Als blijkt dat de beslissing niet op de meegedeelde datum kan worden gegeven, stelt het hof partijen daarvan schriftelijk in kennis met vermelding van de nieuwe uitspraakdatum.

Artikel 20 – Afschrift en publicatie

  • 1. Het hof verstuurt zo spoedig mogelijk per post een afschrift van de beslissing aan partijen en eventuele overige belanghebbenden. Op verzoek kan de beslissing per e-mail worden toegestuurd.

  • 2. De beslissing wordt zo spoedig mogelijk na de uitspraak gepseudonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

AFDELING 9 – SLOTBEPALINGEN

Artikel 21 – Vaststelling, inwerkingtreding en overgangsbepaling

  • 1. Dit procesreglement is vastgesteld door de gerechtsvergadering van het gerechtshof Amsterdam en treedt in werking op 1 januari 2026. Het procesreglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op www.rechtspraak.nl.

  • 2. Dit procesreglement is van toepassing op alle proceshandelingen die vanaf 1 januari 2026 worden verricht in verband met beroepschriften die worden behandeld door de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van het gerechtshof Amsterdam.

Artikel 22 – Afwijken van procesreglement

Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het hof dan wel de voorzitter gemotiveerd afwijken van dit procesreglement.

Artikel 23 – Vervanging

Dit procesreglement vervangt de voor 1 januari 2026 geldende reglementen betreffende de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer.


X Noot
1

Een scan wordt verlangd i.v.m. de wettelijke verplichting tot ondertekening van het beroepschrift.

Naar boven