Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 november 2025, kenmerk 4292619-1091325-WJZ, houdende vaststelling van het vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2026 [KetenID WGK028562]

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

Besluit:

Artikel 1

De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en de bedragen, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden als volgt herzien:

  • a. het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot elfhonderd vijfenzeventig euro en drieëntwintig eurocent;

  • b. het vrij te laten bedrag, bedoeld in de artikelen 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 wordt vastgesteld op € 1.175,23.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

TOELICHTING

Ingevolge de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt het bedrag aan inkomsten uit vermogen dat vrijgesteld wordt van verrekening met de buitengewone pensioenen en uitkeringen ingevolge de voornoemde wetten telkens met ingang van 1 januari herzien, voor zover de ontwikkeling van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfer (voor alle huishoudens) in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaande, daartoe aanleiding geeft.

In oktober 2024 werd het indexcijfer vastgesteld op 132,26 en in oktober 2025 op 136,38. Op basis daarvan wordt het vrijstellingsbedrag vanaf 1 januari 2026 verhoogd naar € 1.175,23 (met ingang van 1 januari 2025 was het vastgesteld op € 1.139,73).

Het in het kader van de systematiek van de Vaste Verandermomenten gehanteerde uitgangspunt dat een invoeringstermijn van twee maanden vereist is tussen de publicatie van een regeling en de feitelijke inwerkingtreding ervan is op de onderhavige regeling niet van toepassing. Gelet op de strekking van deze regeling, te weten de (jaarlijkse) indexering van het bedrag aan inkomsten uit vermogen dat vrijgesteld wordt van verrekening met de buitengewone pensioenen en uitkeringen ingevolge de voornoemde wetten, is de uitzonderingsgrond ‘Reparatiewetgeving’ van toepassing.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen

Naar boven