Procesregels project Gezinsadvocaat rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen

Voorwoord

De pilot gezinsadvocaat is een pilot van de gemeente Groningen en de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. De gezinsadvocaat is een duo bestaande uit een gezinsadvocaat en een gedragswetenschapper. Binnen deze pilot zijn een advocaat en een gedragswetenschapper gezamenlijk betrokken bij een echtscheiding en schakelen zij die hulp en expertise in die nodig zijn. In een klein aantal van de zaken waarin een gezinsadvocaat actief is, moet de rechter een beslissing nemen. Voor die gevallen wendt een advocaat, die tevens gekwalificeerd is als gezinsadvocaat zich tot de rechtbank namens beide partijen. De pilot is bedoeld voor:

  • a. ouders,

  • b. die (onder meer) een (deel)geschil hebben over hun kinderen, én

  • c. niet tot een volledig eenstemmig gezamenlijk verzoekschrift kunnen komen, maar wier gezamenlijke Gezinsadvocaat verwacht dat onder andere een snelle rechterlijke interventie escalaties kan voorkomen en tot een duurzame oplossing van geschillen kan leiden én

  • d. daartoe een gezamenlijke eenvoudige procesinleiding willen indienen met behulp van een gezinsadvocaat die namens de beide partijen optreedt.

Deze pilot is ingericht om ouders zo snel mogelijk te helpen bij het oplossen van geschilpunten, om te helpen voorkomen dat hun geschil (verder) escaleert. Waar geschillen escaleren, ontstaat immers het risico dat de kinderen knel komen te zitten tussen de ouders. De procedure is vergelijkbaar met een deelgeschilregeling.

Het streven is om zaken binnen drie weken na aanmelding op zitting te bespreken en om, afhankelijk van de complexiteit, binnen zes weken, doch uiterlijk binnen zes maanden na de ontvangstbevestiging einduitspraak te doen. Dit vergt extra inzet van alle betrokkenen: partijen (zijnde de ouders en hun eventuele advocaten) en hun gezinsadvocaat moeten gezamenlijk optrekken en aan de rechter direct zo volledig en neutraal mogelijk alle relevante informatie verstrekken. Ook wordt van hen verwacht dat ze feedback geven op de procedure. Op haar beurt zet de rechtbank de zaak met voorrang op zitting, reserveert meer zittingstijd en doet ofwel direct ter zitting mondeling uitspraak, dan wel schriftelijk op een zo kort mogelijke termijn na de zitting.

Deze pilot loopt van 1 september 2025 tot 1 september 2026

1. Toepasselijkheid

  • 1.1. Dit reglement is alleen van toepassing op zaken die zijn aangemeld volgens artikel 2 van dit reglement en ten aanzien waarvan de rechtbank heeft beslist dat deze via deze pilot procedure zullen worden behandeld.

  • 1.2. Dit reglement geeft regels op hoofdlijnen. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de rechtbank. Daarbij geldt dat de wettelijke regels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en het Burgerlijk Wetboek (BW) onverkort van toepassing zijn.

  • 1.3. De Landelijke Procesreglementen Rechtbanken zijn in deze pilot procedure niet van toepassing.

2. Procedure

(zie ook artikelen 4, 21, 278 en 815 Rv)

  • 2.1. De rechtbank kan deze procesregels toepassen in zaken die worden ingediend door een Gezinsadvocaat en waarin aan de hierna genoemde voorwaarden is voldaan:

    • a. het betreft ouders die (onder meer) een geschil over hun kinderen hebben,

    • b. die ook al hebben zij elk een eigen advocaat gezamenlijk procederen met behulp van één Gezinsadvocaat.

  • 2.2. De Gezinsadvocaat stuurt het gezamenlijke verzoekschrift in onder de kop “Procedure Gezinsadvocaat”.

  • 2.3. Uitsluitend een door de Gezinsadvocaat ingediend verzoekschrift wordt in behandeling genomen. Ook moeten alle verplichte bijlagen door de Gezinsadvocaat bij het verzoekschrift worden overgelegd, alsmede een opgave van de verhinderdagen van alle betrokkenen voor de komende zes weken, om voor deelname aan deze project procedure in aanmerking te komen.

  • 2.4. Na ontvangst van het digitale deelnameformulier, beoordeelt de rechter of de zaak zich leent voor de ‘procedure gezinsadvocaat'. Alleen volledig ingevulde formulieren met de verplichte en door de rechtbank noodzakelijk geachte bijlagen worden in behandeling genomen.

  • 2.5. De griffie stuurt de Gezinsadvocaat binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift een ontvangstbevestiging per beveiligde e-mail met daarin het bericht dat de zaak:

    • a. binnen deze pilot procedure zal worden behandeld, of

    • b. niet voor behandeling binnen deze pilot procedure in aanmerking komt, met daarbij kort de reden voor deze beslissing; of

    • c. niet in behandeling wordt genomen omdat de stukken onvolledig zijn, met daarbij een korte aanduiding van hetgeen ontbreekt.

  • 2.6. Een tot de pilot toegelaten zaak is aanhangig vanaf het tijdstip waarop het verzoekschrift met daarbij alle originele bijlagen door de griffie zijn ontvangen.

  • 2.7. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift met originele bijlagen bericht de griffie de Gezinsadvocaat en partijen over de datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt.

  • 2.8. Indien partijen tevens verzoeken om inschrijving van het verzoek in het huwelijksgoederenregister, dient dat aangegeven te worden in het verzoekschrift.

  • 2.9. Ingeval voorlopige voorzieningen zijn gevraagd en/of reeds een andere procedure tussen partijen aanhangig is, dient het zaaknummer van die procedure(s) in het verzoekschrift te worden vermeld.

  • 2.10. Indien een verzoek betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, dienen naam en adres van de gecertificeerde instelling (als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet) in het verzoekschrift te worden vermeld.

  • 2.11. Bij onderwerpen waarover een beslissing wordt gevraagd, dienen alle relevante bescheiden aan (de bijlagen bij) het verzoekschrift te worden gehecht.

  • 2.12. Een verzoek tot deelname aan deze pilot procedure geldt zo nodig als forumkeuze van partijen voor de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Dit neemt niet weg dat de rechtbank haar bevoegdheid ambtshalve moet toetsen.

  • 2.13. De rechter kan te allen tijde beslissen dat een zaak die weliswaar voldoet aan de voorwaarden zich desondanks niet of niet meer leent om te worden behandeld of voortgezet volgens de ‘procedure gezinsadvocaat’.

  • 2.14. Als de rechter, nadat de procedure aanhangig is, beslist dat de zaak zich niet meer leent om te worden voortgezet volgens de ‘procedure gezinsadvocaat’, worden partijen in de gelegenheid gesteld daarop binnen veertien dagen bij een F9-formulier te reageren. Zij kunnen:

    • (i) laten weten de procedure in te trekken,

    • (ii) laten weten de procedure op tegenspraak voort te zetten en op welke wijze.

3. Berichten aan de rechtbank en de indiening van stukken

  • 3.1. Proceshandelingen worden weergegeven in het voor advocaten toegankelijke elektronisch familiejournaal. Nadat de zaak tot deze pilot procedure is toegelaten, gebruikt de Gezinsadvocaat voor het indienen van stukken en voor het berichten van de rechtbank een F-formulier (beschikbaar in het elektronisch familiejournaal).

  • 3.2. Voor de indiening van de mededeling dat een partij de procedure op tegenspraak wenst voort te zetten, is geen voorafgaande toestemming van de wederpartij nodig.

  • 3.3. Stukken worden zowel per beveiligde e-mail als op papier door de Gezinsadvocaat ingediend. Voor papieren stukken volstaat indiening bij de rechtbank van een enkel exemplaar, tenzij er sprake is van meervoudige behandeling van de zaak.

  • 3.4. In alle berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld.

  • 3.5. Indien niet aan het voorgaande wordt voldaan, wordt het bericht teruggezonden en wordt op de inhoud geen acht geslagen.

  • 3.6. De eisen van dit artikel gelden niet voor brieven van minderjarigen.

  • 3.7. Mededelin.gen in het elektronisch familiejournaal worden als schriftelijke mededelingen in de zin van dit reglement beschouwd.

  • 3.8 Waar in dit reglement gesproken wordt over ‘dagen’, worden kalenderdagen bedoeld. Waar gesproken wordt over ‘werkdagen’, wordt bedoeld: iedere dag die niet is een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag (zoals bedoeld in de Algemene termijnenwet).

    Op termijnen die in dagen gerekend worden, is artikel 1 lid 1 van de Algemene termijnenwet van (overeenkomstige) toepassing.

    De 10- dan wel 3-dagentermijn wordt automatisch verlengd tot de eerstvolgende werkdag als deze eindigt in het weekend of op een feestdag.

  • 3.9. Indien meer dan twee bijlagen worden overgelegd, dient daarbij een inhoudsopgave gevoegd te worden en dienen de bijlagen genummerd te worden.

  • 3.10. De Gezinsadvocaat dient bij het overleggen van gegevens of bescheiden aan te geven op welk geschilpunt dit stuk betrekking heeft. Indien hieraan niet voldaan wordt, kan de rechter de overgelegde gegevens of bescheiden buiten beschouwing laten.

  • 3.11. Bescheiden die in een vreemde taal zijn gesteld, moeten zijn voorzien van een beëdigde vertaling in de Nederlandse taal. Indien het bescheiden betreft in de Engelse taal behoeft in beginsel geen vertaling te worden overgelegd, tenzij de rechter er om vraagt als hij dat nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van de wederpartij.

4. Griffierecht

  • 4.1. Indien verzoekers griffierecht zijn verschuldigd, dient dit binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift te zijn bijgeschreven op de rekening van de Rechtbank Noord-Nederland of aldaar ter griffie te zijn gestort. Wordt het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter verzoekers in beginsel niet-ontvankelijk.

  • 4.2. De Gezinsadvocaat betaalt, indien partijen griffierecht verschuldigd zijn, het van toepassing zijnde griffierecht voor één partij.

  • 4.3. Indien de procedure op enig moment op tegenspraak wordt vervolgd, wordt aan elk van partijen afzonderlijk het normaal voor de door hen verrichte proceshandelingen verschuldigde griffierecht in rekening gebracht, verminderd met de helft van het bedrag dat na het aanhangig maken van de procedure al is betaald.

Toelichting op artikel 4

Zolang de Gezinsadvocaat het verzoekschrift (= de procesinleiding) en eventuele aanvullende akten/stukken namens de gezamenlijke partijen indient, wordt voor deelname aan deze pilot procedure slechts éénmaal griffierecht geheven aan de gezamenlijke Gezinsadvocaat. Daarbij wordt uitgegaan van het laagste toepasselijke tarief voor familiezaken. De Gezinsadvocaat ontvangt indien van toepassing een factuur voor het volledige tarief voor onvermogenden.

Zodra de Gezinsadvocaat de rechtbank bericht dat partijen voortaan op de gebruikelijke wijze (dus: op tegenspraak bij afzonderlijke stukken) willen voort procederen, zal de zaak op tegenspraak worden voortgezet. Partijen dienen zich binnen 14 dagen na bedoeld bericht bij F-formulier uit te laten over de wijze van voort procederen (zie artikel 7). De dan gestelde advocaten ontvangen vervolgens een factuur voor het resterende deel van het voor de betreffende procespartij(en) toepasselijke normale griffierecht.

5. Dagbepaling en mondelinge behandeling

(zie ook artikelen 7, 19, 20, 22, 22b, 87, 279, 803 en 818 Rv)

  • 5.1. Wanneer de zaak tot deze pilot procedure wordt toegelaten, bepaalt de rechtbank met inachtneming van de vermelde verhinderdata een datum voor de mondelinge behandeling en deelt deze datum aan de Gezinsadvocaat van partijen mee.

  • 5.2. De oproeping voor de mondelinge behandeling geschiedt bij brief. Deze brief dient - voor zover nodig - als bevel bedoeld in artikel 22 Rv.

  • 5.3. Een verzoek om uitstel wordt in beginsel niet ingewilligd, tenzij sprake is van klemmende redenen en het verzoek voldoende is onderbouwd. Wanneer om uitstel wordt verzocht dienen de verhinderdata op te worden gegeven voor de eerstkomende zes weken dan wel een andere door de rechtbank te bepalen periode.

  • 5.4. De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt vermeld in het elektronisch familiejournaal. Indien het verzoek tot aanhouding wordt gehonoreerd, wordt schriftelijk de nieuwe datum voor de mondelinge behandeling meegedeeld.

  • 5.5. Tijdens de mondelinge behandeling zullen alle namens partijen in het verzoek opgegeven geschilpunten besproken worden. Daarbij is het uitgangspunt dat de ouders zoveel mogelijk zelf het woord voeren. De rechter zal ten aanzien van onderwerpen waarover partijen het niet eens zijn een minnelijke regeling beproeven.

  • 5.6. De rechter kan beslissen dat bij de mondelinge behandeling andere personen aanwezig zijn, waarbij valt te denken aan eventuele eigen advocaten van partijen, een ondersteunende persoon voor het kind, vertegenwoordigers van hulpverlenende instanties of deskundigen.

  • 5.7. Indien tijdens de mondelinge behandeling wordt geconstateerd dat nog nadere informatie nodig is, kan de rechter een nieuwe dag bepalen voor voortzetting van de behandeling ter zitting met daarbij een termijn waarbinnen de informatie door de Gezinsadvocaat moet worden verschaft,

    Indien de opgevraagde informatie niet binnen de aangegeven termijnen wordt aangeleverd, verbindt de rechter daaraan de gevolgen die hem geraden voorkomen

Toelichting op artikel 5

De eerste zitting is bedoeld om de ouders vooral zelf aan het woord te laten, zodat de rechter met hen kan verkennen waar de mogelijkheden zitten om nader tot elkaar te komen. De Gezinsadvocaat krijgt ter zitting uiteraard ook het woord, ter ondersteuning en aanvulling van partijen, evenals de eventuele eigen advocaten van partijen, die dan geacht worden dit met inachtneming van de strekking en de geest van deze procedure te doen. In deze pilot dient de Gezinsadvocaat en de eventuele eigen advocaten van partijen hun expertise zo in te zetten dat cliënten ter zitting zoveel mogelijk hun eigen wensen kunnen verwoorden. De veronderstelling is dat dit escalatie van de geschillen voorkomt. Ook is de achterliggende gedachte dat ouders die het gesprek met de rechter grotendeels zelf voeren, zich meer gehoord voelen én zich meer eigenaar voelen van de gevonden oplossing. Dit vergroot de kans dat zij de afgesproken oplossing blijvend naleven.

6. Kindgesprek

(zie ook artikel 809 Rv)

  • 6.1. In zaken, waarin minderjarigen van twaalf jaar en ouder zijn betrokken en vanaf 1 januari 2026 acht jaar en ouder, worden deze door de rechtbank in de gelegenheid gesteld hun mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken wanneer een gezagsvoorziening, een omgangsregeling, een informatie- of consultatieregeling, een regeling omtrent de verblijfplaats of een kinderalimentatie (voor kinderen van zestien tot achttien jaar) wordt gevraagd. Dit wordt ook gedaan indien partijen het eens zijn over de gevraagde voorziening,

  • 6.2. De minderjarigen worden buiten de mondelinge behandeling en in beginsel afzonderlijk gehoord. Van dit gesprek wordt geen proces-verbaal opgemaakt.

  • 6.3. De rechter kan besluiten om minderjarigen jonger dan de onder 6.1. genoemde leeftijd te horen.

  • 6.4. Tijdens de mondelinge behandeling geeft de rechter kort en zakelijk weer wat de minderjarigen hebben verklaard.

  • 6.5. Aan de belanghebbenden wordt geen kopie verstrekt van de brieven van de minderjarigen.

7. Vervolg procedure; beëindigen deelname

  • 7.1. Wanneer de Gezinsadvocaat de rechtbank bericht dat één van partijen de procedure op tegenspraak wenst voort te zetten, zal de procedure worden voortgezet als een gewone procedure op tegenspraak. Partijen dienen zich binnen veertien dagen na bedoeld bericht bij F-formulier uit te laten over de wijze van voort procederen, zoals wie van partijen bij het voort procederen als verzoekende partij zal optreden.

  • 7.2. Op alle proceshandelingen die worden verricht na het in het vorige lid bedoelde bericht inhoudende de wens tot voortzetting op tegenspraak zijn de Landelijke Procesreglementen Familie- en Jeugdrecht Rechtbanken van toepassing.

  • 7.3. Wanneer de rechter van oordeel is dat de zaak zich niet langer leent voor deelname aan de pilot, stelt hij de Gezinsadvocaat en partijen - gezamenlijk of elk afzonderlijk - in de gelegenheid zich uit te laten over de wijze waarop zij de procedure wensen voort te zetten.

8. Uitspraak

(zie ook artikelen 29, 30, 30p, 286 tot en met 289 Rv)

  • 8.1. Voor zover niet reeds mondeling uitspraak is gedaan, doet de rechter uitspraak binnen twee weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking.

  • 8.2. Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat deze termijn niet wordt gehaald, zal tijdens de mondelinge behandeling een langere termijn worden bepaald.

  • 8.3. Indien de hiervoor vermelde uitspraaktermijn niet wordt gehaald, wordt dit vermeld in het elektronisch familiejournaal, met vermelding van een nieuwe uitspraakdatum.

  • 8.4. Van beschikkingen van de rechter staat hoger beroep open op de wijze als in de wet bepaald.

9. Opneming onderling getroffen regeling in de beschikking

(zie ook artikel 819 Rv)

  • 9.1. Bij toewijzing van een verzoek tot opneming van de onderling getroffen regeling (bijvoorbeeld een convenant of een ouderschapsplan) in de beschikking, zal dit geschieden door opneming in het dictum van een bepaling dat de onderling getroffen regeling als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar en met aanhechting van een kopie van de onderling getroffen regeling aan de beschikking.

  • 9.2. Indien de ouders in de onderling getroffen regeling afspraken hebben gemaakt over het gezag, dienen zij of de Gezinsadvocaat daaromtrent uitdrukkelijk een beslissing van de rechter te vragen.

10. Gevolgen niet-naleving reglement

  • 10.1. Aan niet-naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift verbindt de rechter het gevolg dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt. Beëindiging van de deelname aan deze pilot procedure, met gevolgen voor het toepasselijke griffierecht, kan een van die gevolgtrekkingen zijn.

Naar boven