Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds 2026/2030

Verbindendverklaring cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2025 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Bedrijfsraad voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: BOVAG;

Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en De Unie.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in dicta II, III, IV en V is bepaald:

Artikel 1. Definities

  • 1. In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

    Stichting:

    Stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf, gevestigd te Houten.

    cao:

    Deze cao Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

    administrateur:

    De bedrijfstakadministrateur van de Stichting, te weten ‘CoMetec B.V.’, gevestigd te ’s-Gravenhage.

    werkgever:

    de in Nederland wonende natuurlijke persoon of de in Nederland gevestigde rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap gevormd door twee of meer zodanige natuurlijke en/of rechtspersonen gezamenlijk, alsmede de in het Rijk in Europa gevestigde nevenvestiging van een daarbuiten wonende natuurlijke persoon en/of een daarbuiten gevestigde rechtspersoon (al dan niet geconstitueerd naar of vallend onder buitenlands recht), waarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007, Staatsblad 2007 nr. 153, een verplichting tot inschrijving in het Handelsregister bestaat;

    werknemer:

    Onder werknemer wordt verstaan degene die in dienst van een werkgever tegen salaris arbeid verricht, tenzij in de hierna volgende artikelen of reglementen anders is bepaald.

    motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf:
    • a. het herstellen, veranderen, onderhouden, monteren, reviseren of vervangen van een of meer onderdelen of van delen daarvan van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens;

    • b. aan het publiek verkopen van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens, onderdelen of delen daarvan, en/of motorbrandstoffen en/of smeermiddelen;

    • c. het stallen van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens;

    • d. het verhuren van motorvoertuigen, en/of tweewielers, en/of caravans en/of aanhangwagens;

    • e. het takelen en bergen van motorvoertuigen;

    • f. het rijklaar en/of afleverklaar maken van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens;

    • g. bemiddelen in de zin van art. 7:425 BW en/of art. 7:428 BW bij de verkoop of verhuur van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens, onderdelen of delen daarvan;

    • h. het ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder sub b en sub d van dit artikellid fysiek, anders dan alleen via digitale weg, aan het publiek etaleren en/of aan het publiek afleveren van motorvoertuigen en/of tweewielers en/of caravans en/of aanhangwagens.

    • i. het keuren van motorvoertuigen en/of aanhangwagens zoals bedoeld in artikel 72 Wegenverkeerswet 1994 voor zover deze werkzaamheden niet uitgevoerd worden door werknemers die in dienst zijn van de Dienst Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet 1994, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW).

      In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

      motorvoertuigen:

      personenauto’s, bedrijfsauto’s, trucks en opleggers, campers, race auto’s;

      tweewielers:

      motorrijwielen, bromfietsen, fietsen, transportfietsen, invalidewagens en carriers (driewielers);

      caravans:

      toercaravans, vouwcaravans, vouwwagens, stacaravans;

      onderdelen of delen daarvan:

      motor, chassis, frame, wielen, vering, stuurinrichting, instrumenten, transmissiesysteem, remsysteem, brandstoftoevoersysteem, uitlaatsysteem, koelsysteem, schokdempers, vloeistof voor krachtoverbrenging, hydraulische systemen, remvloeistof, alsmede die elektrotechnische uitrustingsstukken, welke bestemd zijn om permanent op het circuit te worden aangesloten en tevens een wezenlijk bestanddeel van het mechanisme vormen.

    werkgever in het motorvoertuigenbedrijf en het tweewielerbedrijf:

    de werkgever, of anders de afdeling van deze werkgever, bij wie of waarin het aantal overeengekomen arbeidsuren van de werknemers die in dienst zijn en die betrokken zijn bij werkzaamheden zoals uitgeoefend in de bedrijfstak als genoemd in artikel 1 lid 1 van deze cao, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de werknemers die in dienst zijn en die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in een andere bedrijfstak.

    Bij de hiervoor omschreven vergelijking blijft de economische functie van de werkzaamheden buiten beschouwing. Een afdeling is een onderdeel van de (organisatie van de) werkgever waarin werknemers gelijkgerichte werkzaamheden verrichten. Een afdeling behoort slechts tot de bedrijfstak Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf als deze afdeling niet behoort tot een sector waarvoor doorgaans een eigen cao wordt afgesloten.

    Deze cao is niet van toepassing op de werkgever die voldoet aan de volgende cumulatieve vereisten:

    • a. de bedrijfsactiviteiten van de werkgever bestaan uitsluitend uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 BW én

    • b. het aantal overeengekomen arbeidsuren van de bij deze werkgever in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in hierboven genoemde takken van bedrijf bedraagt minder dan 75% van het totaal aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, dat wil zeggen dat tenminste 25% van het aantal arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrekking heeft op werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf én

    • c. de werkgever zendt voor tenminste 15% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek, zoals laatstelijk nader gedefinieerd in Bijlage 1, behorend bij artikel 5.2 van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv), gepubliceerd in de Staatscourant nummer 242 van 13 december 2005. De werkgever heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door de uitvoeringsinstelling als zodanig is vastgesteld, én

    • d. de werkgever is geen onderdeel van een concern dat gebonden is aan de CAO van een van de hierboven genoemde bedrijfstakken én

    • e. de werkgever is geen paritair afgesproken arbeidspool.

    • f. Voor de toepassing van de onderdelen a. en b. blijven buiten beschouwing de werknemers, c.q. het aantal arbeidsuren van werknemers, wier functie geheel ten dienste staat aan de bedrijfsactiviteit ‘ter beschikking stellen’ zoals administratie en bemiddeling.

    Deze cao is niet van toepassing op de werkgever die een onderneming voert die kwalificeert als een bandenimportbedrijf of bandengroothandelsbedrijf, zoals gedefinieerd in het Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 september 2024 tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche (Stcrt. 2024/23358).

Artikel 2. Stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf

  • 1. Er is een Stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf. De statuten en reglementen van de Stichting maken een integrerend deel uit van deze cao.

  • 2. De stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf heeft tot doel:

    • a. het innen van bijdragen zoals omschreven in artikel 5 van de cao;

    • b. het voeren van de administratie die nodig is voor de vaststelling en inning van die bijdragen en om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen van de statuten en reglementen zoals bij cao vastgelegd;

    • c. het financieren van de werkzaamheden van de Stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf, de Stichting Bedrijfsraad voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf en de Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf.

    • d. het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de bedrijfstak. De activiteiten van de stichting zijn beschreven in artikel 3 van haar statuten.

Artikel 3. Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf

  • 1. Er is een Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (OOMT). De statuten en reglementen van de Stichting OOMT maken een integrerend deel uit van deze overeenkomst.

  • 2. De Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf heeft ten doel het geheel of gedeeltelijk financieren en/of subsidiëren van kosten. De activiteiten van de stichting zijn beschreven in artikel 3 van haar statuten.

Artikel 4. Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf

  • 1. Er is een Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (Stichting RVU). De statuten en reglement van de Stichting RVU maken een integrerend deel uit van deze overeenkomst.

  • 2. De doelen van de Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf zijn beschreven in artikel 2 van haar statuten.

Artikel 5. Bijdrage

  • 1. De werkgever in het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf is over het kalenderjaar aan de Stichting een bijdrage verschuldigd 0,95% over het maximum jaarsalaris, zoals nader omschreven in het Financieringsreglement.

    Van het percentage van 0,95% is het gedeelte van 0,25% punt bestemd voor de Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, en deze premie van 0,25% geldt in principe tot en met 31 december 2027.

    Indien partijen het percentage willen wijzigen dan dient dit overeengekomen te worden vóór 15 oktober voorafgaand aan een nieuw kalenderjaar.

  • 2. Ten behoeve van de vaststelling van de verschuldigde bijdrage en om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen van de statuten en reglementen zoals bij de cao vastgelegd, administreert de administrateur namens de Stichting gegevens over werkgevers in het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf en de bij hen in dienst zijnde werknemers en arbeidsrelaties in ruime zin. Deze verwerking omvat uitsluitend persoonsgegevens die benodigd zijn voor de uitvoering van de bij cao opgenomen statuten en reglementen, waaronder gegevens met betrekking tot het dienstverband, zoals naam, adres, woonplaats, contactgegevens, arbeidsomvang en jaarsalarissen, met inachtneming van het bepaalde van het Financieringsreglement.

  • 3. De werkgever voldoet aan de in lid 1 genoemde verplichting door het bedrag waarvoor hij door de Stichting is aangeslagen, binnen de daarbij gestelde termijn ten gunste van de Stichting over te maken op de door of namens de Stichting aangegeven rekening.

STATUTEN STICHTING FONDS VOOR HET MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN HET TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1 Naam en zetel

  • 1. De stichting draagt de naam: Stichting Fonds voor bet Motorvoertuigenbedrijf en bet Tweewielerbedrijf en is gevestigd in de gemeente Houten.

Artikel 2 Begrippen

In deze statuten wordt verstaan onder:

CAO:

de Collectieve Arbeidsovereenkomst Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds

Werkgever:

degene die als zodanig is gedefinieerd in de CAO

Werknemer:

degene die als zodanig is gedefinieerd in de CAO

Bedrijfstak:

Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, als bedoeld in de CAO.

Artikel 3 Doel

De in artikel 1 genoemde stichting heeft ten doel het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de bedrijfstak. Activiteiten zijn:

  • a. het innen van de bijdragen ter financiering van de activiteiten van de stichting: Stichting Opleidings en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41153481 (stichting OOMT) en het financieren van haar beheerskosten. De stichting OOMT biedt werkgevers en werknemers in de bedrijfstak ondersteuning bij het volledig ten uitvoer brengen van de uit de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf voortvloeiende afspraken. De activiteiten van de stichting OOMT staan beschreven in haar statuten die deel uitmaken van de CAO;

  • b. het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die gericht zijn op optimale werkgelegenheid in de bedrijfstak, en de employability en duurzame inzetbaarheid van werknemers in de sector te verbeteren;

  • c. het adviseren, geven van voorlichting en informatie over voorschriften, die uit de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf voortvloeien en/of andere voorschriften die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden/ -verhoudingen en/ot de vaktechnische ontwikkeling liggen;

  • d. het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geformaliseerde overleg, met uitzondering van het CAO overleg, tussen sociale partners ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de bedrijfstak;

  • e. het bevorderen van een goede toepassing van de wet- en regelgeving op sociaal-economisch terrein in de bedrijfstak;

  • f. het (doen) verzorgen van werkgelegenheidstrajecten voor arbeidsgehandicapten, mensen zonder werk of met werkloosheid bedreigde werknemers door middel van het aanbieden van een (vak)opleiding ter vervulling van vacatures in de bedrijfstak en/of aanpalende bedrijfstakken;

  • g. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de bevordering van goede arbeidsomstandigheden en medezeggenschap in de bedrijfstak;

  • h. het (doen) verrichten van en informeren over onderzoek op de hierboven onder a t/m i genoemde terreinen met het oog op het ontwikkelen van beleid;

  • i. het (doen) verrichten van en informeren over onderzoeken en projecten in het kader van de bevordering van de professionaliteit op het terrein van de arbeid van de bedrijfstak;

  • j. de inzet van adviseurs, die het bestuur ondersteunen bij zijn activiteiten en die tevens voorlichting en informatie met name op het gebied van scholing, vorming, arbeidsomstandigheden en arbeidsmarktbeleid aan ondernemingen in de bedrijfstak kunnen verstrekken;

  • k. het verbeteren van het imago van het beroep van de werknemer uit de bedrijfstak, alsmede publicitaire doeleinden voor de sector, in relatie tot de arbeidsvoorwaarden, om het positieve imago van de sector te handhaven of te verbeteren;

  • 1. de vervaardiging van, uitgifte en verzending van de noodzakelijke hoeveelheid CAO-boekjes ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche;

  • m. en voorts de werkzaamheden van de stichting in het kader van de uitvoering van de in de statuten, reglementen en CAO genoemde activiteiten.

Artikel 4 Bestuur; bevoegdheden en vertegenwoordiging

  • 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit acht natuurlijke personen, te weten vierwerkgeversleden en vier werknemersleden.

    Indien het bestuur bestaat uit minder dan acht personen behoudt het niettemin zijn bevoegdheden.

  • 2. Het bestuur is belast met het besturen van de zaken van de stichting, het beheer van haar vermogen, alsmede het innen van gelden en het doen van uitkeringen. Het bestuur is bevoegd, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, tot alle rechtshandelingen, geen uitgezonderd, met name ook tot het sluiten van die overeenkomsten, waarvoor het regelend recht een beperking kent.

  • 3. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.

  • 4. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter en de vice­voorzitter gezamenlijk.

  • 5. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van een al dan niet beperkte volmacht aan de directeur, een voorzitter van een commissie of werkgroep of een of meer andere derden om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Een volmacht wordt op schrift gesteld.

Artikel 5 Bestuur: samenstelling en benoeming

  • 1. De BOVAG, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, statutair gevestigd in de gemeente Bunnik, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40409176, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel (BOVAG), hierna ook aan te duiden als de werkgeversorganisatie, benoemt vier bestuurders.

  • 2.

    • (i) Federatie Nederlandse Vakbeweging, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, statutair gevestigd in de gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 40531840, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel (FNV),

    • (ii) CNV, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, statutair gevestigd in Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40478675, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel (CNV) en

    • (iii) De Unie, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, statutair gevestigd in Culemborg, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40477726, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel (De Unie), hierna gezamenlijk ook aan te duiden als de werknemersorganisaties, benoemen respectievelijk twee, een en een bestuurder.

  • 3. De benoeming geldt voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 4. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. Een niet voltallig bestuur blijft volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders worden nieuwe (tijdelijke) bestuurders benoemd overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van dit artikel. Indien het bepaalde in lid 2 van dit artikel niet kan worden nageleefd, kan de rechtbank van het arrondissement waarin de stichting is gevestigd, op verzoek van het bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, verzocht worden een nieuw bestuur te benoemen.

Artikel 6 Bestuur: rooster van aftreden

Het bestuur stelt een rooster van aftreden vast, zo, dat telkenjare een zoveel mogelijk gelijk aantal bestuurders aftreedt. Bij tussentijdse vervulling van een vacature geldt een benoeming voor de lopende periode.

Artikel 7 Einde bestuurslidmaatschap, schorsing en ontslag

  • 1. Het bestuurslidmaatschap eindigt voor het verstrijken van de benoemingsperiode en door tussentijds aftreden.

  • 2. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door:

    • a. een daartoe strekkende besluit van de benoemende organisatie;

    • b. door zijn overlijden;

    • c. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

    • d. door zijn ontslag door de rechtbank.

  • 3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot schorsing van een bestuurder. Een schorsing vervalt van rechtswege indien niet binnen twee maanden na de schorsing wordt overgegaan tot ontslag. Een schorsing opgelegd voor een periode korter dan twee maanden kan in afwachting van het besluit waarin over de opheffing daarvan of zijn ontslag wordt beraadslaagd worden verlengd. Verlenging van de schorsing is mogelijk voor een periode tot ten hoogste twee maanden na het eerste besluit tot schorsing.

  • 4. Een besluit tot schorsing of ontslag wordt niet genomen dan nadat de betreffende bestuurder over zijn schorsing of ontslag vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. In geval van schorsing kan van het voorgaande worden afgeweken indien de spoedeisendheid van de maatregel dat verlangt.

Artikel 8 Bestuur: functieverdeling

  • 1. De functie van voorzitter wordt jaarlijks bij toerbeurt vervuld door een bestuurder benoemd door de werkgeversorganisatie respectievelijk door de werknemersorganisaties. De aanwijzing van de voorzitter geschiedt door de betrokken groep van bestuurders uit haar midden. Voor het jaar waarin de ene groepering de voorzitter levert, wijst de andere groepering een vice-voorzitter aan, die in principe het volgende jaar tot voorzitter wordt benoemd. De vice-voorzitter treedt als voorzitter op bij belet of ontstentenis van de voorzitter.

  • 2. Het bestuur benoemt uit zijn midden een penningmeester.

  • 3. Het bestuur benoemt een directeur en een adjunct-directeur als secretaris, die geen deel uitmaken van het bestuur.

  • 4. Indien door de Minister belast met sociale zaken daartoe de wens te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur en de bedoelde Minister een waarnemer toegelaten. Deze waarnemer is gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen. Hij ontvangt alle ter zake dienende stukken.

  • 5. Het bestuur kan toestaan, dat waarnemers en/of adviseurs tot de vergadering worden toegelaten.

Artikel 9 Bureau

  • 1. De stichting kent een Bureau. Het bestuur kan de uitvoering van de werkzaamheden, verbonden aan het secretariaat en het penningmeesterschap, zomede andere door het bestuur te bepalen taken, opdragen aan de directeur. De directeur heeft de dagelijkse leiding heeft over het Bureau van de stichting en handelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 5 van deze statuten, in opdracht van en onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Bij afwezigheid van de directeur neemt de adjunct-directeur de taken waar, waaronder de dagelijkse leiding van het Bureau.

  • 2. De directeur is belast met die taken en bevoegdheden die hem bij reglement zijn toebedeeld. In elk geval is de directeur bevoegd tot het (doen) voorbereiden en uitvoeren van de besluitvorming van het bestuur, alsmede belast met de externe communicatie.

Artikel 10 Bestuursvergaderingen

  • 1. Het bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee bestuurders dit gewenst achten.

  • 2. De secretaris zorgt voor tijdige – dat is op een termijn van ten minste twee weken – convocatie van de vergaderingen, schriftelijk onder opgave van de agenda. De voorzitter kan bepalen dat de convocatie van een vergadering op een kortere termijn plaatsvindt.

  • 3. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Zijn aanwezigheid telt niet mee voor het bepalen van een quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige bestuurders genomen. Wanneer alle bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, wordt het besluit genomen door het voltallige bestuur met algemene stemmen, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

  • 4. Het bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een bestuurder kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het bestuur deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende bestuurders van het bestuur kan verstaan en door die andere bestuurders wordt verstaan.

Artikel 11 Besluitvorming

  • 1. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten is de aanwezigheid vereist van ten minste vijf bestuurders en/of bij volmacht vertegenwoordigde bestuurders, waarbij in ieder geval twee werknemersleden moeten zijn vertegenwoordigd en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 2. De gezamenlijke werkgeversleden brengen, evenals de gezamenlijke werknemersleden in het bestuur in totaal zeven stemmen uit, met dien verstande dat ieder werkgeverslid afzonderlijk een aantal stemmen uitbrengt dat gelijk is aan het quotiënt dat gevormd wordt door het getal zeven te delen door het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde werkgeversleden van zijn groep. Aan werknemerszijde brengt het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde werknemersleden van FNV, CNV en De Unie, in totaal respectievelijk vier, twee en een stem(men) uit.

  • 3. In afwijking van lid 1 kan een wijziging of aanvulling van de statuten of reglementen en een besluit tot ontbinding van de stichting ex artikel 22 slechts rechtsgeldig genomen worden indien ten minste zes bestuurders aanwezig en/of bij volmacht vertegenwoordigd zijn, waarbij in ieder geval twee werknemersleden moeten zijn vertegenwoordigd, en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 4. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk gestemd. Schriftelijke stemming geschiedt met behulp van stembriefjes, welke een naar de groep van bestuurders onderscheiden waarmerk dragen.

  • 5. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden als niet uitgebracht aangemerkt; zij tellen echter wel mee bij de bepaling van een quorum.

  • 6. Het in een bestuursvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van die vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend, waarbij de voorzitter in dit geval de inhoud van het voorstel bepaalt en het oordeel van de voorzitter dit geval niet kwalificeert als het uitoefenen van een stem. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt of wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

  • 7. De bestuurders zijn bevoegd zich door een daartoe schriftelijk gevolmachtigd andere bestuurder te doen vertegenwoordigen.

  • 8. Het bestuur is bevoegd buiten vergadering besluiten te nemen. In dat geval is vereist dat alle bestuurders hun stem schriftelijk (per e-mail) uitbrengen. Een dergelijk besluit staat gelijk aan een besluit genomen in een vergadering.

Artikel 12 Geldmiddelen

De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:

  • a. het Stichtingskapitaal;

  • b. bijdragen die door de werkgevers in de zin van de CAO worden verstrekt ingevolge het bepaalde in genoemde CAO;

  • c. eventuele andere baten.

Artikel 13 Boekjaar en begroting

  • 1. Het boekjaar loopt van een januari tot en met eenendertig december daaropvolgend.

  • 2. Uiterlijk in de maand december biedt de penningmeester aan het bestuur de begroting van inkomsten en van uitgaven voor het eerstvolgende kalenderjaar aan. De begroting omvat:

    • a. de inkomsten als bedoeld in artikel 12 van de statuten;

    • b. de uitgaven als bedoeld in artikel 16 van de statuten waarbij:

      • 1. de uitgaven als bedoeld onder a. worden gespecificeerd overeenkomstig het doel dat in artikel 3 is omschreven;

      • 2. de overige uitgaven als bedoeld onder b. worden gespecificeerd naar kosten van administratie en bestuur en eventuele andere kosten;

      • 3. de begroting wordt voor de betrokkenen ten kantore van de stichting ter inzage gelegd en een afschrift daarvan zal op verzoek worden toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

Artikel 14 Jaarstukken

  • 1. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, is het bestuur verplicht een balans en een staat van baten en lasten van de stichting op te maken.

  • 2. Het verslag moet overeenkomstig het doel dat in artikel 3 is omschreven, zijn gespecificeerd en gecontroleerd door een door het bestuur aangewezen externe registeraccountant, uit welke stukken moet blijken dat de uitgaven overeenkomstig de bestedingsdoelen zijn gedaan.

  • 3. Het verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:

    • a. ten kantore van de stichting;

    • b. op een of meer door de Minister belast met sociale zaken aan te wijzen plaatsen.

  • 4. Het verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

  • 5. Het bestuur is verplicht de in dit artikel genoemde bescheiden zeven jaren lang te bewaren.

Artikel 15 Werkgeversbijdragen

  • 1. De methode van berekening van de bijdrage genoemd in artikel 12 sub b, alsmede de wijze van incassering daarvan, worden bij reglement als bedoeld in artikel 18 vastgesteld.

  • 2. De hoogte van de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt door het bestuur van de stichting vastgesteld.

  • 3. Tot gerechtelijke invordering van de bijdragen wordt niet overgegaan dan krachtens besluit van het bestuur.

Artikel 16 Besteding van de geldmiddelen

De uitgaven van de stichting bestaan uit:

  • a. de uitgaven voortvloeiend uit de realisatie van hetgeen in artikel 3 is omschreven;

  • b. de overige uitgaven;

  • c. de periodieke overdracht van middelen ten behoeve van de stichting OOMT;

  • d. de periodieke overdracht van middelen ten behoeve van Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf, een stichting, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 82011672 dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel.

Artikel 17

  • 1. Bij een aanvraag om subsidie dient een gespecificeerde begroting, overeenkomstig het doel dat is beschreven in artikel 3 van de statuten, betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden ingezonden.

  • 2. Jaarlijks dient de subsidie-ontvangende instelling een door een registeraccountant of accountants-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding van de subsidiegelden, welke verklaring (ten minste) moet zijn gespecificeerd volgens het doel dat in artikel 3 is beschreven en die een geïntegreerd onderdeel zal uitmaken van het financieel jaarverslag.

  • 3. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting casu quo de schriftelijke verantwoording dient te voldoen.

Artikel 18 Reglementen

  • 1. Het bestuur kan voor de uitvoering van zijn taak een of meer reglementen vaststellen.

  • 2. De in lid 1 bedoelde reglementen mogen geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze statuten.

  • 3. Het bestuur kan een reglement vaststellen, waarin wordt bepaald met welke aan het bestuur toekomende taken en bevoegdheden de secretaris en door het bestuur (tijdelijk) ingestelde commissies of werkgroepen zijn belast.

Artikel 19 Commissies en werkgroepen

  • 1. Het bestuur kan besluiten tot de instelling en opheffing van een of meer (tijdelijke) commissies of werkgroepen. Een (tijdelijke) commissie of werkgroep kan onder meer belast zijn met de beoordeling van subsidieverzoeken als bedoeld in artikel 17, de voorbereiding van de voor subsidieverstrekkingvereiste besluitvormingen de (periodieke) evaluatie. --

  • 2. De interne werkwijze en besluitvorming van de (tijdelijk) ingestelde commissie of werkgroep kunnen in een door het bestuur vast te stellen reglement nader worden bepaald.

Artikel 20 Vrijwaring

  • 1. Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan bestuurders en aan voormalige bestuurders vergoed:

    • a. de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als bestuurder of commissaris die zij op schriftelijk verzoek van de stichting vervullen of hebben vervuld;

    • b. eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en

    • c. eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de stichting treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten.

  • 2. De stichting zal de bestuurders en voormalige bestuurders in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke de bestuurder is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.

  • 3. De stichting zal de bestuurder schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een externe public relations deskundige om schade aan de reputatie van de bestuurder door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.

  • 4. Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van bestuurders en voormalige bestuurders.

  • 5. Mocht de stichting de bestuurder of voormalig bestuurder aansprakelijk stellen ter zake van schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van de bestuurder, dan vergoedt de stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van verdediging van de bestuurder. Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de stichting, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de stichting vergoede bedrag. Alvorens de stichting tot betaling overgaat kan de stichting zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling.

  • 6. Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover (i) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of (ii) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De stichting kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.

Artikel 21 Statutenwijziging

  • 1. Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel, bevoegd de statuten te wijzigen.

  • 2. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts warden genomen met algemene stemmen in een bestuursvergadering waarin op het tijdstip van stemming alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien op het tijdstip van stemming niet alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen en gehouden, waarin het besluit tot statutenwijziging kan worden genomen, mits met algemene stemmen, onafhankelijk van het aantal in functie zijnde bestuurders dat in de tweede vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.

    De oproeping tot de tweede vergadering heeft niet eerder plaats dan na afloop van de eerste vergadering. De tweede vergadering dient binnen zes weken na afloop van de eerste vergadering te warden gehouden.

    In de agenda van elke vergadering waarin het voorstel tot wijziging van de statuten wordt behandeld, dient de voorgenomen statutenwijziging als onderwerp te zijn opgenomen. Bij deze agenda dient een afschrift te zijn gevoegd van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de letterlijke tekst van de voorgestelde wijziging(en) is opgenomen.

  • 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie, juridische splitsing, omzetting of ontbinding van de stichting, mits met inachtneming van de in lid 2 van dit artikel gestelde vereisten met betrekking tot de meerderheid van stemmen en het quorum.

  • 4. Een statutenwijziging, omzetting, juridische splitsing of juridische fusie treedt niet in werking dan nadat de daartoe strekkende notariële akte is verleden. ledere bestuurder is tot het doen verlijden van de desbetreffende akte bevoegd.

Artikel 22 Ontbinding

  • 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is toepasselijk hetgeen in artikel 11 lid 2 en 3 van deze statuten is bepaald.

  • 2. De stichting wordt bovendien ontbonden indien het doel van de stichting is bereikt of niet meer bereikt kan worden; voorts door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, zomede door rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.

Artikel 23 Vereffening

  • 1. De vereffening geschiedt door het bestuur of door de bij het ontbindingsbesluit aangewezen vereffenaar(s).

  • 2. De stichting blijft na ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

  • 3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.

  • 4. In stukken en aankondigingen, die van de stichting uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.

  • 5. Het bestuur bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de stichting zal worden gegeven, met dien verstande dat het saldo zal worden bestemd voor een doel, dat het doel van de stichting zoveel mogelijk nabij komt.

Artikel 24 Slotbepaling

In alle gevallen waarin door de statuten of reglementen van de stichting niet is voorzien, beslist het bestuur.

STATUTEN STICHTING OPLEIDINGS­ EN ONTWIKKELINGSFONDS MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1 Naam en zetel

De stichting is genaamd Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, afgekort Stichting OOMT, en is gevestigd te gemeente Houten.

Artikel 2 Begripsbepalingen

  • 1. In de statuten wordt verstaan onder:

    a. bestuur:

    het bestuur van de Stichting, bestaande uit één of meer werkgeversbestuurders en één of meer werknemersbestuurders;

    b. BOVAG:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: BOVAG, statutair gevestigd in de gemeente Bunnik, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40409176, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;

    c. CAO:

    de collectieve arbeidsovereenkomst Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds;

    d. CNV:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: CNV, statutair gevestigd te gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40478675, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;

    e. De Unie:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: De Unie, statutair gevestigd te Culemborg, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40477726, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;

    f. FNV:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Federatie Nederlandse Vakbeweging, statutair gevestigd te gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40531840, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;

    g. Jaarverslag:

    de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de Stichting een geconsolideerde jaarrekening opstelt, en het bestuursverslag;

    h. schriftelijk:

    per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;

    i. Stichting:

    de Stichting waarvan de statuten in onderhavige akte zijn opgenomen;

    j. werkgeversbestuurders:

    een bestuurder, benoemd door BOVAG;

    k. werknemersbestuurders:

    een bestuurder, benoemd door FNV, CNV en/of De Unie.

  • 2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, houdt een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.

  • 3. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, impliceert een verwijzing naar het mannelijke dan wel vrouwelijke geslacht een verwijzing naar elk geslacht.

Artikel 3 Doel

De in artikel 1 genoemde Stichting heeft ten doel het geheel of gedeeltelijk financieren en/of subsidiëren van de volgende kosten:

  • a. het (doen) verrichten van scholingsactiviteiten, ontwikkelen van lesmateriaal, vormings­ en ontwikkelingswerk, en het informeren hierover, ten behoeve van werkgevers en werknemers, teneinde een goede werking van de arbeidsmarkt in de bedrijfstak te bewerkstelligen en de employability en duurzame inzetbaarheid van werknemers in de bedrijfstak te verbeteren;

  • b. het (doen) bevorderen en stimuleren van de opleiding van jeugdigen en anderen in het (beroeps)onderwijs ten behoeve van de bedrijfstak, alsmede het voorlichten hierover;

  • c. het (doen) waarborgen, bevorderen, ontwikkelen en verzorgen van bij-, her-, na- en opscholing van werkgevers en werknemers die in de bedrijfstak werkzaam zijn, alsmede het voorlichten hierover, om op deze wijze de vakbekwaamheid van werkgevers en werknemers in de bedrijfstak te bewerkstelligen respectievelijk te verhogen;

  • d. het (doen) bevorderen van de arbeidsdeelname van vooral vrouwen in de bedrijfstak en blijvende arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen in de bedrijfstak;

  • e. het doen van onderzoek naar en vertalen van het belang voor de bedrijfstak van (nieuwe) technologische ontwikkelingen op het vakgebied;

  • f. het (doen) verrichten van en informeren over onderzoek op de hierboven genoemde terreinen met het oog op het ontwikkelen van beleid op bedrijfs- en sectorniveau in de bedrijfstak; en

  • g. de inzet van adviseurs, die het bestuur ondersteunen bij zijn activiteiten en die tevens voorlichting en informatie met name op het gebied van scholing, vorming, arbeidsomstandigheden en arbeidsmarktbeleid aan ondernemingen in de bedrijfstak kunnen verstrekken.

Artikel 4 Bestuur: bevoegdheden en vertegenwoordiging ­

  • 1. De stichting wordt geleid door een bestuur bestaande uit acht natuurlijke personen.

  • 2. Het bestuur is, behoudens beperkingen volgens de statuten, belast met het besturen van de zaken van de Stichting, het beheer van haar vermogen, alsmede het innen van gelden en het doen van uitkeringen.

    Het bestuur is bevoegd, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, tot het verrichten van alle rechtshandelingen, geen uitgezonderd, met name ook tot het sluiten van die overeenkomsten, waarvoor het regelend recht een beperking kent.

    Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.

  • 3. Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter en de vice­voorzitter gezamenlijk.

  • 4. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van een al dan niet beperkte volmacht aan de secretaris, een voorzitter van een commissie of werkgroep of een of meer andere derden om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

    Een volmacht wordt op schrift gesteld.

  • 5. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurder(s). Bij ontstentenis of belet van alle bestuurders wordt het bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de president van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.

    Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een bestuurder.

    Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een bestuurder tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een bestuurder is geschorst.

Artikel 5 Bestuur: samenstelling en benoeming

  • a. BOVAG – hierna ook aan te duiden als de werkgeversorganisatie – benoemt vier bestuurders, deze bestuurders hierna gezamenlijk ook aan te duiden als werkgeversbestuurders.

  • b. FNV, CNV en De Unie, hierna ook aan te duiden als de werknemersorganisaties – benoemen respectievelijk twee, één en één bestuurder(s), deze bestuurders hierna gezamenlijk ook aan te duiden als werknemersbestuurders.

  • c. De benoeming geldt voor een periode van ten hoogste drie jaar, waarbij te dezen geldt dat een bestuurder onbeperkt kan worden herbenoemd door de organisatie door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.

Artikel 6 Bestuur: herbenoeming en rooster van aftreden

(Her)benoeming van een bestuurder kan slechts plaatsvinden wanneer de betrokkene de AOW gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

Het bestuur stelt een rooster van aftreden vast, zo, dat telkenjare een zoveel mogelijk gelijk aantal bestuurders aftreedt. Bij tussentijdse vervulling van een vacature geldt de benoeming voor de lopende periode.

Artikel 7 Einde bestuurslidmaatschap

  • a. Het bestuurslidmaatschap eindigt door het verstrijken van de benoemingsperiode en door tussentijds aftreden.

  • b. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door een daartoe strekkend besluit van de benoemende organisatie.

Artikel 8 Bestuur: functieverdeling

  • 1. De functie van voorzitter wordt in principe jaarlijks bij toerbeurt vervuld door een werkgeversbestuurder respectievelijk door een werknemersbestuurder.

    De aanwijzing van de voorzitter geschiedt door de betrokken groep van bestuurders uit hun midden. Voor het jaar waarin de ene groepering de voorzitter levert, wijst de andere groepering een vice-voorzitter aan, die in principe het volgende jaar tot voorzitter wordt benoemd.

    De vice-voorzitter treedt als voorzitter op bij belet of ontstentenis van de voorzitter.

  • 2. Voor de invulling van het penningmeesterschap benoemt het bestuur uit zijn midden een financiële commissie bestaande uit een werkgeversbestuurder en één werknemersbestuurder. De werkwijze van de financiële commissie wordt vastgelegd in een reglement.

  • 3. Het bestuur benoemt de directeur en adjunct-directeur als secretaris, die geen deel uitmaken van het bestuur.

  • 4. Indien door de Minister belast met sociale zaken daartoe de wens te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur en de bedoelde Minister een waarnemer toegelaten. Deze waarnemer is gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen. Hij ontvangt alle ter zake dienende stukken.

  • 5. Het bestuur kan toestaan, dat waarnemers en/of adviseurs tot de vergaderingen worden toegelaten.

Artikel 9 Bureau

  • 1. De stichting kent een Bureau. Het bestuur kan de uitvoering van de werkzaamheden, verbonden aan het secretariaat en het penningmeesterschap, zomede andere door het bestuur te bepalen taken, opdragen aan het Bureau. De directeur heeft de dagelijkse leiding heeft over het Bureau van de Stichting en handelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 4, in opdracht van en onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Bij afwezigheid van de directeur neemt de adjunct-directeur de taken waar, waaronder de dagelijkse leiding van het Bureau.

  • 2. De directeur is belast met die taken en bevoegdheden die hem bij reglement zijn toebedeeld. In elk geval is de directeur bevoegd tot het (doen) voorbereiden en uitvoeren van de besluitvorming van het bestuur, alsmede belast met de externe communicatie.

Artikel 10 Bestuursvergaderingen

  • 1. Het bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter ofwel ten minste twee bestuurders dit gewenst achten.

  • 2. De secretaris zorgt voor tijdige – dat is op een termijn van ten minste twee weken – convocatie van de vergaderingen, schriftelijk onder opgave van de agenda. De voorzitter kan bepalen dat de convocatie van een vergadering op een kortere termijn plaatsvindt.

  • 3. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige bestuurders genomen. Wanneer alle bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie, wordt het desbetreffende besluit genomen door het bestuur met algemene stemmen en onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

  • 4. Het bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een bestuurder kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het bestuur deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende bestuurders kan verstaan en door die andere bestuurders wordt verstaan.

Artikel 11 Besluitvorming

  • 1. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten is de aanwezigheid vereist van ten minste vijf bestuurders en/of bij volmacht vertegenwoordigde bestuurders, waarbij in ieder geval twee werknemersorganisaties moeten zijn vertegenwoordigd en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 2. De gezamenlijke werkgeversbestuurders brengen, evenals de gezamenlijke werknemersbestuurders in totaal zeven stemmen uit, met dien verstande dat iedere werkgeversbestuurder afzonderlijk een aantal stemmen uitbrengt dat gelijk is aan het quotiënt dat gevormd wordt door het getal zeven te delen door het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde werkgeversbestuurders. Aan werknemerszijde brengt het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde leden van FNV, CNV en De Unie in totaal respectievelijk vier, twee en één stem(men) uit. Hierbij geldt voorts dat ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders ter vergadering, de werkgeversbestuurders ter vergadering evenveel stemmen uitbrengen als de werknemersbestuurders.

  • 3. In afwijking van lid 1 kan een besluit tot vaststelling, wijziging of aanvulling van de statuten of reglementen en een besluit tot ontbinding van de Stichting overeenkomstig artikel 20 slechts rechtsgeldig genomen worden indien ten minste zes bestuurders en/of bij volmacht vertegenwoordigde bestuurders, waarbij in ieder geval twee werknemersorganisaties moeten zijn vertegenwoordigd, zich vóór aanvaarding van het besluit verklaren en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 4. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk gestemd. Schriftelijke stemming geschiedt met behulp van stembriefjes, welke een naar de groep van bestuurders onderscheiden waarmerk dragen.

  • 5. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden als niet uitgebracht aangemerkt; zij tellen echter wel mee ter bepaling van een quorum.

  • 6. Het in een bestuursvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van die vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend, waarbij de voorzitter in dit geval de inhoud van het voorstel bepaalt en het oordeel van de voorzitter dit geval niet kwalificeert als het uitoefenen van een stem. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt of wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

  • 7. De bestuurders zijn bevoegd zich door een daartoe schriftelijk gevolmachtigd andere bestuurder te doen vertegenwoordigen.

  • 8. Het bestuur is bevoegd buiten de vergadering besluiten te nemen. In dat geval is vereist dat alle bestuursleden hun stem schriftelijk (per e-mail) uitbrengen. Een dergelijk besluit staat gelijk met een besluit genomen in een vergadering.

Artikel 12 Samenwerking

  • 1. Het bestuur is bevoegd samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met andere rechtspersonen, ter uitvoering van de doelstellingen van de Stichting.

  • 2. Als vormvereiste voor de onder lid 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomsten geldt een schriftelijke overeenkomst.

Artikel 13 Aanvraag om subsidie

  • 1. Bij een aanvraag om subsidie dient een gespecificeerde begroting, overeenkomstig hetgeen is beschreven in artikel 3 van de statuten, betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden ingezonden.

  • 2. Jaarlijks dient de subsidie-ontvangende instelling een door een registeraccountant of accountants-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding van de subsidiegelden, welke verklaring (tenminste) moet zijn gespecificeerd volgens hetgeen in artikel 3 is beschreven en moet geïntegreerd onderdeel uitmaken van het financieel jaarverslag.

  • 3. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting dan wel de schriftelijke verantwoording dient te voldoen.

Artikel 14 Geldmiddelen

  • 1. De geldmiddelen van de Stichting bestaan uit:

    • a. subsidies van overheidswege;

    • b. subsidies voortvloeiend uit de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds;

    • c. de inkomsten uit het vermogen van de Stichting; en

    • d. andere inkomsten uit het vermogen van de Stichting.

  • 2. De uitgaven van de Stichting bestaan uit de uitgaven overeenkomstig de doelstelling in artikel 3 omschreven.

Artikel 15 Boekjaar en begroting

  • 1. Het boekjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december daaropvolgend.

  • 2. Uiterlijk in de maand november biedt de financiële commissie aan het bestuur de begroting van inkomsten en van uitgaven voor het eerstvolgende kalenderjaar aan. De begroting omvat de inkomsten en uitgaven als bedoeld in artikel 14 van de statuten.

  • 3. De begroting wordt voor de betrokkenen ten kantore van de Stichting ter inzage gelegd en een afschrift daarvan zal op verzoek worden toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

Artikel 16 Bestuursverslag, rekening en verantwoording

  • 1. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, is het bestuur verplicht een balans en een staat van baten en lasten van de Stichting (samen: jaarrekening) op te maken. De jaarrekening wordt door het bestuur vastgesteld binnen zes maanden na afloop van het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Ten blijke van de vaststelling wordt de jaarrekening ondertekend door alle bestuurders.

  • 2. Het bestuursverslag (jaarverslag) moet overeenkomstig hetgeen in artikel 3 is beschreven zijn gespecificeerd en gecontroleerd door een door het bestuur aangewezen externe registeraccountant, uit welke stukken moet blijken dat de uitgaven overeenkomstig de bestedingsdoelen zijn gedaan.

  • 3. Het bestuursverslag en de accountantsverklaring worden ter inzage van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:

    • a. ten kantore van de Stichting; en

    • b. op een of meer door de Minister belast met sociale zaken aan te wijzen plaatsen.

  • 4. Het verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

  • 5. Het bestuur is verplicht de in dit artikel genoemde bescheiden tien jaren lang te bewaren.

Artikel 17 Reglementen

  • 1. Het bestuur kan voor de uitvoering van zijn taak een of meer reglementen vaststellen.

  • 2. De in lid 1 bedoelde reglementen mogen geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze statuten.

  • 3. Het bestuur kan een reglement vaststellen, waarin wordt bepaald met welke aan het bestuur toekomende taken en bevoegdheden de secretaris en de door het bestuur (tijdelijk) ingestelde commissies of werkgroepen zijn belast.

Artikel 18 Commissies en werkgroepen

  • 1. Het bestuur kan besluiten tot de instelling en opheffing van een of meer (tijdelijke) commissies of werkgroepen.

  • 2. De interne werkwijze en besluitvorming van de tijdelijk ingestelde commissie of werkgroep kunnen in een door het bestuur vast te stellen reglement nader worden bepaald.

Artikel 19 Vrijwaring

  • 1. Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan bestuurders en aan voormalige bestuurders vergoed:

    • a. de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als bestuurder of commissaris die zij op schriftelijk verzoek van de Stichting vervullen of hebben vervuld;

    • b. eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en

    • c. eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Stichting treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten.

  • 2. De Stichting zal de bestuurders en voormalige bestuurders in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke de bestuurder is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.

  • 3. De Stichting zal de bestuurder schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een externe public relations deskundige om schade aan de reputatie van de bestuurder door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.

  • 4. Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van bestuurders en voormalige bestuurders.

  • 5. Mocht de Stichting de bestuurder of voormalig bestuurder aansprakelijk stellen ter zake van schade die de Stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van de bestuurder, dan vergoedt de Stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van verdediging van de bestuurder. Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de Stichting, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de Stichting vergoede bedrag. Alvorens de Stichting tot betaling overgaat kan de Stichting zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling.

  • 6. Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover (i) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of (ii) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De Stichting kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.

Artikel 20 Statutenwijziging

  • 1. Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel, bevoegd de statuten te wijzigen.

  • 2. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met algemene stemmen in een bestuursvergadering waarin op het tijdstip van stemming alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle in functie zijnde bestuurders ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen en gehouden, waarin het besluit tot statutenwijziging kan worden genomen, mits met algemene stemmen, onafhankelijk van het aantal in functie zijnde bestuurders dat in de tweede vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.

    De oproeping tot de tweede vergadering heeft niet eerder plaats dan na afloop van de eerste vergadering. De tweede vergadering dient binnen zes weken na afloop van de eerste vergadering te worden gehouden.

    In de agenda van elke vergadering waarin het voorstel tot wijziging van de statuten wordt behandeld, dient de voorgenomen statutenwijziging als onderwerp te zijn opgenomen. Bij deze agenda dient een afschrift te zijn gevoegd van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de letterlijke tekst van de voorgestelde wijziging(en) is opgenomen.

  • 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot fusie, splitsing, omzetting of ontbinding van de stichting, mits met inachtneming van de in lid 2 van dit artikel gestelde vereisten met betrekking tot de meerderheid van stemmen en het quorum.

  • 4. Een statutenwijziging, omzetting, splitsing of fusie treedt niet in werking dan nadat de daartoe strekkende notariële akte is verleden. tedere bestuurder is tot het doen verlijden van de desbetreffende akte bevoegd.

Artikel 21 Ontbinding

Het bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is toepasselijk hetgeen in artikel 11 lid 3 van deze statuten is bepaald aangaande een besluit tot wijziging van de statuten.

Artikel 22 Vereffening

  • 1. De vereffening geschiedt door het bestuur of door de bij het ontbindingsbesluit aangewezen vereffenaar(s).

  • 2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

  • 3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.

  • 4. In stukken en aankondigingen, die van de Stichting uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.

  • 5. Het bestuur bepaalt bij het ontbindingsbesluit welke bestemming aan een batig saldo van de vereffening zal, met dien verstande, dat het saldo zal moeten worden bestemd voor een doel hetwelk het doel van de Stichting zoveel mogelijk nabij komt.

    Het besluit tot bestemming van het batig saldo is onderworpen aan de goedkeuring van de werkgeversorganisatie en de werknemersorganisaties.

Artikel 23 Slotbepaling

In alle gevallen waarin door de statuten of reglementen van de Stichting niet is voorzien, beslist het bestuur.

STATUTEN STICHTING RVU VOOR HET MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1 Naam en zetel. Begripsomschrijvingen

  • 1. De Stichting draagt de naam:

    Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf.

  • 2. De Stichting is gevestigd in de gemeente Houten.

  • 3. In de statuten wordt verstaan onder:

    a. Bedrijfsraad:

    de stichting: Stichting Bedrijfsraad Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, statutair gevestigd in Houten, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 50757741, dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel;

    b. bestuur:

    het bestuur van de Stichting, bestaande uit één of meer Werkgeversbestuurders en één of meer Werknemersbestuurders;

    c. BOVAG:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: BOVAG, statutair gevestigd in de gemeente Bunnik, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40409176, dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel;

    d. CAO:

    de collectieve arbeidsovereenkomst Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf;

    e. CNV:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: CNV, statutair gevestigd in de gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 404786751 dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel;

    f. De Unie:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: De Unie, statutair gevestigd in Culemborg, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 404777261 dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel;

    g. FNV:

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Federatie Nederlandse Vakbeweging, statutair gevestigd in de gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 40531840, dan wel haar rechtsopvolger(s) onder algemene titel:

    h. Jaarverslag:

    de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de Stichting een geconsolideerde jaarrekening opstelt, en het bestuursverslag;

    i. RVU-vrijstellingsregeling:

    de regeling vervroegd uittreden, welke regeling is uitgewerkt in het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen (Voorstel van Wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof);

    j. schriftelijk:

    per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;

    k. Stichting:

    de stichting waarvan de statuten in onderhavige akte zijn opgenomen; en

    l. Werkgeversbestuurder:

    een bestuurder, benoemd door BOVAG;

    m. Werknemersbestuurder:

    een bestuurder, benoemd door FNV, CNV of De Unie.

  • 4. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.

  • 5. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht of een andere gender(identiteit) in en omgekeerd.

Artikel 2 Doel en middelen

  • 1. De Stichting heeft ten doel (i) het bevorderen en het faciliteren van de vervroegde uitdiensttreding van werknemers met zware beroepen die werkzaam zijn in het motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf als bedoeld in de RVU-vrijstellingsregeling en daarmee uitvoering te geven aan de RVU-vrijstellingsregeling, (ii) het bevorderen en het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken in het motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf rondom duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden, en (iii) het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

  • 2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door het opstellen, aangaan en uitvoeren van CAO­ afspraken over een collectieve RVU-vrijstellingsregeling voor het motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf met onder andere Bedrijfsraad en werkgever- en werknemersorganisaties werkzaam in het motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf;

  • 3. De middelen van de Stichting mogen alleen worden aangewend ten gunste van het doel van de Stichting.

  • 4. De Stichting kan – privaatrechtelijk, publiekrechtelijk en/of op elk ander rechtsgebied – rechtsvorderingen instellen die strekken tot bescherming van belangen van andere personen, voor zover die belangen gelijksoortig zijn aan de belangen die de Stichting behartigt blijkens het bepaalde in dit artikel.

  • 5. De Stichting heeft geen winstoogmerk.

  • 6. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.

  • 7. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

  • 8. Aan de Stichting werken mee de organisaties van werkgevers en werknemers die partij zijn bij de CAO. Elke werkgevers- en werknemersorganisatie kan haar medewerking aan de Stichting beëindigen door schriftelijke opzegging met een opzegtermijn van ten minste drie maanden en slechts per de datum van het eindigen van de CAO welke tijdens het doen van de opzegging geldt; geldt er ten tijde van de opzegging geen CAO, dan bedraagt de opzeggingstermijn zes maanden.

Artikel 3 Financiële middelen

  • 1. De geldmiddelen van de Stichting worden gevormd door:

    • a. fondsen en andere geldelijke bijdragen die aan de Stichting worden verstrekt ter verwezenlijking van haar doel;

    • b. subsidies;

    • c. alle andere wettige inkomsten.

  • 2. Het bestuur is belast met het beheer van het vermogen van de Stichting en het fondsvermogen.

Artikel 4 Bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag ­

  • 1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit vier Werkgeversbestuurders en vier Werknemersbestuurders. Slechts natuurlijke personen kunnen tot bestuurder worden (her)benoemd. De vier Werkgeversbestuurders worden benoemd door BOVAG, in de functie van werkgeversorganisatie. Van de vier Werknemersbestuurders:

    • a. worden twee bestuurders benoemd door FNV;

    • b. wordt één bestuurder benoemd door CNV;

    • c. wordt één bestuurder benoemd door De Unie,

    voor wat de sub a., b. en c. genoemde rechtspersonen betreft, in de functie van werknemersorganisaties.

    Iedere in dit lid genoemde rechtspersoon is bevoegd de door hem benoemde bestuurder(s) te schorsen en te ontslaan.

    Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de bestuurder over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.

  • 2. De benoeming van een bestuurder (waaronder zowel de Werkgevers- als de Werknemersbestuurder wordt verstaan) geldt voor een periode van ten hoogste drie jaar, waarbij te dezen geldt dat een bestuurder onbeperkt kan worden herbenoemd door de organisatie door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in lid 5 van dit artikel.

  • 3. Indien een tot benoeming van een bestuurder bevoegde rechtspersoon ophoudt te bestaan zonder rechtsopvolger(s) onder algemene titel of met één van de in lid 1 van dit artikel genoemde rechtspersonen als rechtsopvolger(s) onder algemene titel, vervalt het benoemingsrecht en treedt de/iedere bestuurder die was benoemd door de rechtspersoon die heeft opgehouden te bestaan als zodanig af per het tijdstip van het ophouden te bestaan van die rechtspersoon. Het aantal bestuurders van de Stichting wordt bij toepassing van het bepaalde in de vorige zin dienovereenkomstig verminderd, waarbij het aantal bestuurders als bedoeld in lid 1, eerste volzin van dit artikel, evenredig wordt verminderd.

    Indien het bepaalde in dit lid toepassing heeft gevonden ten aanzien van alle in lid 1 van dit artikel genoemde rechtspersonen, blijft/blijven de door de rechtspersoon ten aanzien van wie het bepaalde in dit lid het laatst toepassing heeft gevonden benoemde bestuurder(s) in functie en is het bestuur van de Stichting bevoegd tot het vaststellen van het aantal bestuurders van de Stichting – zulks met een minimumaantal van drie – en tot het benoemen, schorsen en ontslaan van bestuurders.

    Het hiervoor in dit lid bepaalde is op overeenkomstige wijze van toepassing bij beëindiging van de medewerking uit hoofde van het bepaalde in artikel 2 lid 8, met dien verstande dat bij beëindiging van de medewerking door alle organisaties als in artikel 2 lid 8 bedoeld, de organisatie die haar medewerking het laatst heeft opgezegd met uitsluiting van ieder ander bevoegd zal zijn tot het benoemen, schorsen en ontslaan van alle bestuurders van de Stichting tot het tijdstip waarop alle organisaties van werkgevers en werknemers die partij zijn bij de CAO hebben verklaard hun medewerking aan de Stichting te hervatten.

  • 4. Een niet voltallig bestuur blijft bestuursbevoegd. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

  • 5. Iedere bestuurder treedt als zodanig periodiek af per het tijdstip van sluiting van de in artikel 10 lid 2 bedoelde vergadering van het bestuur waarvoor de vaststelling van het Jaarverslag over het laatst verstreken boekjaar is geagendeerd die wordt gehouden in het derde jaar na het jaar waarin de betrokkene als bestuurder in functie is getreden, tenzij de desbetreffende bestuurder is herbenoemd.

    Iedere bestuurder kan na zijn aftreden worden herbenoemd, tenzij hij is afgetreden doordat één van de in lid 6 van dit artikel vermelde gronden toepassing heeft gevonden.

    Iemand die is benoemd ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.

  • 6. Het bestuur benoemt een directeur en adjunct-directeur tot secretaris, die geen deel uitmaken van het bestuur.

    De functie van voorzitter wordt jaarlijks bij toerbeurt vervuld door een bestuurder benoemd door de werkgeversorganisatie respectievelijk door de werknemersorganisaties. De aanwijzing van de voorzitter geschiedt door de betrokken groep van bestuurders uit hun midden. Voor het jaar waarin de ene groepering de voorzitter levert, wijst de andere groepering een vicevoorzitter aan, die in principe het volgende jaar tot voorzitter wordt benoemd. De vicevoorzitter treedt als voorzitter op bij belet of ontstentenis van de voorzitter.

  • 7. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, houdt een bestuurder op bestuurder te zijn:

    • a. door schriftelijk bedanken;

    • b. door overlijden;

    • c. indien de betrokken bestuurder, anders dan ten gevolge van testamentair bewind, het vrije beheer over zijn vermogen verliest;

    • d. door ontslag door de rechtbank; of

    • e. door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

  • 8. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

    In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurder(s). Een niet voltallig bestuur blijft volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders worden nieuwe (tijdelijke) bestuurders benoemd overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 1. Indien het bepaalde in artikel 4 lid 1 niet kan worden nageleefd, zal de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, verzocht kunnen worden een nieuw bestuur te benoemen.

  • 9. Indien en zolang de Stichting één bestuurder heeft, vervult deze alle taken en heeft deze alle bevoegdheden die toekomen aan de bestuurders.

Artikel 5 Bestuur; taak en bevoegdheden

  • 1. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting en beheert het vermogen van de Stichting.

  • 2. Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richt het bestuur zich naar het doel van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie en de direct bij de Stichting betrokken belanghebbenden.

  • 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits het desbetreffende besluit wordt genomen met algemene stemmen in een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Inzake vorenstaande onderwerpen kan een tweede vergadering worden bijeengeroepen en gehouden indien het in de vorige volzin bedoeld quorum niet wordt bereikt, met dien verstande dat in die tweede vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dienen te zijn en het besluit slechts kan worden genomen met algemene stemmen.

  • 4. De in lid 3 van dit artikel gestelde voorwaarden hebben geen externe werking en laten de bevoegdheid tot vertegenwoordiging als in artikel 8 lid 1 omschreven, onverlet.

  • 5. Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy- en persoonsgegevens, hebben de bestuurders toegang tot alle lokaliteiten van de Stichting en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle boeken en bescheiden van de Stichting.

  • 6. De bestuurders kunnen zich, voor rekening van de Stichting, doen bijstaan door de accountant van de Stichting dan wel een door de bestuurders aan te wijzen deskundige aan wie inzage in de volledige administratie dient te worden verleend.

  • 7. De bestuurders evalueren jaarlijks het eigen functioneren. Het bestuur voert ten minste jaarlijks een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van bestuurders op zich en in relatie tot elkaar.

Artikel 6 Bestuursvergaderingen

  • 1. Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee (2) bestuurders dit gewenst achten.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in de leden 4 en 5 van dit artikel, kan het bestuur slechts besluiten nemen indien iedere bestuurder schriftelijk ter vergadering is opgeroepen, onder vermelding van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste acht werkdagen, waarbij de dag van oproeping en de dag waarop de vergadering plaatsvindt niet worden meegerekend. De Algemene Termijnenwet is te dezen niet van toepassing. Indien de oproeping tot het bijwonen van een bestuursvergadering per brief geschiedt, worden de oproepingsbrieven verzonden aan de adressen van de bestuurders zoals zij deze schriftelijk aan de Stichting hebben opgegeven.

    Bestuursvergaderingen worden, op verzoek van de voorzitter van het bestuur of op verzoek van de bestuurders die het houden van de vergadering verlangen, bijeengeroepen door de secretaris.

    Het bestuur kan toestaan, dat waarnemers en/of adviseurs tot de vergadering worden toegelaten.

  • 3. Indien twee of meer bestuurders schriftelijk een verzoek indienen bij de voorzitter van het bestuur tot het houden van een bestuursvergadering en aan dit verzoek niet binnen veertien dagen gevolg wordt gegeven, zijn de verzoekers zelf bevoegd de vergadering bijeen te roepen, met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Een vergadering als in de vorige zin bedoeld, voorziet zelf in haar leiding en wijst een persoon aan die de notulen houdt.

  • 4. In een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen – mits met algemene stemmen – wettige besluiten worden genomen over alle aan de orde gestelde onderwerpen, ook al zijn de voorschriften voor het bijeenroepen en houden van bestuursvergaderingen niet in acht genomen.

  • 5. Alle besluiten die in een bestuursvergadering kunnen worden genomen, kunnen ook buiten vergadering worden genomen, mits iedere bestuurder zich schriftelijk ten gunste van het betrokken voorstel uitspreekt. Van elk aldus genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering van het bestuur; deze mededeling wordt in de notulen van die vergadering opgenomen. De geschriften waaruit van de besluitvorming buiten vergadering blijkt, worden aan de in de vorige zin bedoelde notulen gehecht.

  • 6. Het bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een bestuurder kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het bestuur deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden van het bestuur kan verstaan en door die andere bestuurders wordt verstaan.

  • 7. Een Werkgeversbestuurder kan zich in een vergadering van het bestuur door een andere Werkgeversbestuurder en een Werknemersbestuurder kan zich in een vergadering van het bestuur door een andere Werknemersbestuurder doen vertegenwoordigen, doch uitsluitend krachtens schriftelijke volmacht, waarin wordt vermeld voor welke bestuursvergadering de volmacht geldt. De volmacht dient door de volmachtgever te zijn ondertekend en moet door de gevolmachtigde tijdig worden ingeleverd bij de voorzitter van de betrokken vergadering dan wel uit eigen naam van de volmachtgever te zijn verstuurd per e-mail en moet door de gevolmachtigde tijdig worden ingeleverd bij de secretaris van de betrokken vergadering. Een bestuurder kan niet meer dan één andere bestuurder vertegenwoordigen uit hoofde van het in dit lid bepaalde.

  • 8. Bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door de vicevoorzitter; is ook de vicevoorzitter verhinderd, dan wijzen de ter vergadering aanwezige bestuurders uit hun midden de voorzitter van de betrokken vergadering aan.

  • 9. Van elke bestuursvergadering worden door of onder verantwoordelijkheid van de ambtelijk secretaris notulen opgemaakt. De notulen worden in dezelfde of in de eerstvolgende bestuursvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

  • 10. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige bestuurders genomen. Wanneer alle bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting, wordt het desbetreffende besluit genomen door het bestuur met algemene stemmen en onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Artikel 7 Besluitvorming en stemrecht

  • 1. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten is de aanwezigheid vereist van ten minste vijf bestuurders en/of bij volmacht vertegenwoordigde bestuurders, waarbij in ieder geval twee werknemersorganisaties moeten zijn vertegenwoordigd en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 2. De gezamenlijke Werkgeversbestuurders brengen, evenals de gezamenlijke Werknemersbestuurders in totaal zeven stemmen uit, met dien verstande dat iedere Werkgeversbestuurder afzonderlijk een aantal stemmen uitbrengt dat gelijk is aan het quotiënt dat gevormd wordt door het getal zeven te delen door het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde Werkgeversbestuurders. Aan werknemerszijde brengt het aantal aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde leden van FNV, CNV en De Unie in totaal respectievelijk vier, twee en één stem(men) uit. Hierbij geldt voorts dat ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders ter vergadering, de Werkgeversbestuurders ter vergadering evenveel stemmen uitbrengen als de Werknemersbestuurders.

  • 3. In afwijking van lid 1 kan een besluit tot vaststelling, wijziging of aanvulling van de statuten of reglementen en een besluit tot ontbinding van de Stichting overeenkomstig artikel 15 slechts rechtsgeldig genomen worden indien ten minste zes bestuurders en/of bij volmacht vertegenwoordigde bestuurders, waarbij in ieder geval twee werknemersorganisaties moeten zijn vertegenwoordigd, zich vóór aanvaarding van het besluit verklaren en bij de stemming zich aan elke zijde ten minste vier stemmen voor aanvaarding van het besluit verklaren.

  • 4. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk gestemd. Schriftelijke stemming geschiedt met behulp van stembriefjes, welke een naar de groep van bestuurders onderscheiden waarmerk dragen.

  • 5. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden als niet uitgebracht aangemerkt; zij tellen echter wel mee ter bepaling van een quorum.

  • 6. Het in een bestuursvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van die vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend, waarbij de voorzitter in dit geval de inhoud van het voorstel bepaalt en het oordeel van de voorzitter dit geval niet kwalificeert als het uitoefenen van een stem. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt of wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

  • 7. De bestuurders zijn bevoegd zich door een daartoe schriftelijk gevolmachtigd andere bestuurder te doen vertegenwoordigen.

  • 8. Het bestuur is bevoegd buiten de vergadering besluiten te nemen. In dat geval is vereist dat alle bestuurders hun stem schriftelijk uitbrengen. Een dergelijk besluit staat gelijk met een besluit genomen in een vergadering.

Artikel 8 Vertegenwoordiging

  • 1. Onverminderd de wettelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur wordt de Stichting vertegenwoordigd – ook in het geval van het aangaan van rechtshandelingen als bedoeld lid 2 van dit artikel – door de voorzitter en de vicevoorzitter, gezamenlijk handelend.

  • 2. Het bestuur kan aan de directeur of adjunct-directeur, een voorzitter van een commissie en ook aan een of meer andere personen een beperkte procuratie verlenen om de Stichting te vertegenwoordigen binnen de bij de procuratieverlening vastgelegde grenzen.

  • 3. Vertegenwoordiging van de Stichting krachtens volmacht kan slechts geschieden indien de volmacht op schrift is gesteld.

Artikel 9 Bureau

  • 1. De Stichting kent een bureau. Het bestuur kan de uitvoering van de werkzaamheden, verbonden aan het secretariaat en het penningmeesterschap, zomede andere door het bestuur te bepalen taken, opdragen aan het bureau. De ambtelijk secretaris – hierna in dit artikel aangeduid als: de directeur – heeft de dagelijkse leiding over het bureau en verricht alle daarmee verband houdende taken in opdracht van en onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Bij afwezigheid van de directeur neemt de adjunct-directeur de taken waar, waaronder de dagelijkse leiding van het bureau.

  • 2. Voorts is de directeur belast met die taken en bevoegdheden die hem/haar bij reglement zijn toebedeeld. In elk geval is de directeur bevoegd tot het (doen) voorbereiden en uitvoeren van de besluitvorming van het bestuur en belast met de externe communicatie.

Artikel 10 Commissies

  • 1. Het bestuur kan besluiten tot de instelling en opheffing van één of meer vaste of tijdelijke commissies op zodanige terreinen als het bestuur raadzaam zal oordelen. Commissies staan het bestuur met raad terzijde en brengen aan het bestuur, gevraagd of ongevraagd, advies uit op het terrein waarvoor zij zijn ingeschakeld.

  • 2. De interne werkwijze en besluitvorming van commissies kunnen in een door het bestuur vast te stellen reglement nader worden bepaald.

Artikel 11 Boekjaar en Jaarverslag. Begroting

  • 1. Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.

  • 2. Binnen zes (6) maanden na afloop van het laatst verstreken boekjaar, behoudens verlening van deze termijn met ten hoogste vier (4) maanden, maakt het bestuur over dat boekjaar het Jaarverslag op. Het bestuur zendt het Jaarverslag en de accountantsverklaring binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar in drievoud aan de Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Jaarverslag specificeert de bestedingsdoelen/-activiteiten en wordt gecontroleerd door de door het bestuur aangewezen externe registeraccountant of accountant­ administratieconsulent met certificerende bevoegdheid.

    Het Jaarverslag wordt door het bestuur vastgesteld binnen zeven (7) maanden na afloop van het boekjaar waarop het Jaarverslag betrekking heeft. Ten blijke van de vaststelling wordt het Jaarverslag ondertekend door de bestuurders.

    Het Jaarverslag wordt gecontroleerd door een door het bestuur aangewezen externe registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid. Uit de accountantsverklaring moet blijken dat de lasten overeenkomen met de bestedingsdoelen.

    De accountantsverklaring wordt voor de organisaties die aan de Stichting medewerken en de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers ter inzage gelegd:

    • a. ten kantore van de Stichting;

    • b. op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.

    De accountantsverklaring wordt op aanvraag van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

  • 3. Uiterlijk in de maand december stelt het bestuur een begroting op voor het eerstvolgende boekjaar. De begroting omvat een gespecificeerde opgave van de te verwachten inkomsten en uitgaven. De begroting is voor de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers beschikbaar en is ingericht en gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen/activiteiten van de Stichting.

  • 4. Het bestuur is verplicht de in dit artikel genoemde bescheiden zeven (7) jaren lang te bewaren.

Artikel 12 Reglementen

  • 1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen en reglementen aanvullen, wijzigen en opheffen.

  • 2. Reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de wet of de statuten.

Artikel 13 Vrijwaring

  • 1. Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan bestuurders en aan voormalige bestuurders vergoed:

    • a. de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als bestuurder die zij vervullen of hebben vervuld;

    • b. eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en

    • c. eventuele schikkingen die zij treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten.

  • 2. De Stichting zal de bestuurders en voormalige bestuurders in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke de bestuurder is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstand kosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.

  • 3. De Stichting zal een bestuurder schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een deskundige om schade aan de reputatie van de bestuurder door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.

  • 4. Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van bestuurders en voormalige bestuurders.

  • 5. Mocht de Stichting een bestuurder of voormalig bestuurder aansprakelijk stellen ter zake van schade die de Stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van de bestuurder, dan vergoedt de Stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van de verdediging van de bestuurder.

  • 6. Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoedingen als hiervoor in dit artikel bedoeld in verband met, voortvloeiende uit of als gevolg van:

    • a. een opzettelijk of frauduleus handelen of nalaten of een opzettelijke overtreding van de wet door deze betrokkene;

    • b. het feit dat de betrokkene een persoonlijk gewin heeft gemaakt, beloning heeft verkregen of voordeel heeft behaald waartoe die betrokkene wettelijk niet gerechtigd was.

    Echter deze uitsluiting geldt niet voor verdedigingskosten tot het moment waarop een gerechtelijke uitspraak, een civiele of strafrechtelijke procedure, een door een overheid of toezichthouder ingestelde procedure of officieel onderzoek, een arbitrale of andere beslissing tegen deze betrokkene, of een mondelinge of schriftelijke erkenning in of buiten rechte zulk opzettelijk of frauduleus handelen of nalaten of zulke opzettelijke overtreding van een wet door deze betrokkene, of zulk een persoonlijk gewin, beloning of voordeel waartoe deze betrokkene wettelijk niet gerechtigd was, vaststelt.

Artikel 14 Belangrijke besluiten

  • 1. Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel, bevoegd de statuten te wijzigen.

  • 2. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met algemene stemmen in een bestuursvergadering waarin op het tijdstip van stemming alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien op het tijdstip van stemming niet alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen en gehouden, waarin het besluit tot statutenwijziging kan worden genomen, mits met algemene stemmen, onafhankelijk van het aantal in functie zijnde bestuurders dat in de tweede vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.

    De oproeping tot de tweede vergadering heeft niet eerder plaats dan na afloop van de eerste vergadering. De tweede vergadering dient binnen zes weken na afloop van de eerste vergadering te worden gehouden.

    In de agenda van elke vergadering waarin het voorstel tot wijziging van de statuten wordt behandeld, dient de voorgenomen statutenwijziging als onderwerp te zijn opgenomen. Bij deze agenda dient een afschrift te zijn gevoegd van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de letterlijke tekst van de voorgestelde wijziging(en) is opgenomen.

  • 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie, juridische splitsing, omzetting of ontbinding van de Stichting, mits met inachtneming van de in lid 2 van dit artikel gestelde vereisten met betrekking tot de meerderheid van stemmen en het quorum.

  • 4. Een statutenwijziging, omzetting, juridische splitsing of juridische fusie treedt niet in werking dan nadat de daartoe strekkende notariële akte is verleden. Iedere bestuurder is tot het doen verlijden van de desbetreffende akte bevoegd.

Artikel 15 Ontbinding en vereffening

  • 1. Indien het bestuur besluit tot ontbinding van de Stichting, wijst het bestuur, indien dat noodzakelijk is, een of meer vereffenaars aan.

  • 2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen noodzakelijk is.

  • 3. Hetgeen na de voldoening van de schulden van het vermogen van de ontbonden Stichting is overgebleven, wordt door degene(n) die met de vereffening is/zijn belast, bestemd voor een doel dat het doel van de Stichting zoveel mogelijk nabij komt of, indien dat niet mogelijk is, voor een ideëel of sociaal doel.

  • 4. Na voltooiing van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten bij degene die daartoe door de vereffenaars is aangewezen.

FINANCIERINGSREGLEMENT STICHTING FONDS VOOR HET MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN HET TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

de Stichting:

Stichting Fonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf, gevestigd te Houten.

de CAO:

de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds;

Werkgever:

de werkgever zoals omschreven in artikel 1 van de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

Werknemer:

de werknemer zoals omschreven in artikel 1 van de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

jaarsalaris:

Voor het bepalen van het jaarsalaris van de werknemer wordt uitgegaan van de leveringen uit de Loonaangifte van UWV. Voor de specificaties wordt uitgegaan van de Productspecificatie Loonaangifte UWV, 2023. Het jaarsalaris is gelijk aan het bedrag loon in geld in het betreffende jaar onder aftrek van het bedrag vergoeding uit overwerk. Het jaarsalaris is exclusief bijtelling als gevolg van het privégebruik van een zakelijke auto. Indien een werknemer in het betreffende kalenderjaar in dienst komt worden de salarisbetalingen in dat betreffende kalenderjaar vertaald naar een jaarsalaris. Het jaarsalaris wordt gemaximeerd op het maximum SV-loon per 31 december van het betreffende jaar.

Definitieve vaststellingen van het jaarsalaris, van de te betalen verzekeringspremie en van de bijdrage aan het sociaal fonds vindt plaats op basis van de gegevens die de administrateur verkrijgt van het UWV. Deze gegevens zijn leidend voor de administrateur, tenzij voor de administrateur vaststaat dat deze gegevens niet juist of onvolledig zijn. De beslissing dat de gegevens niet juist of onvolledig zijn, wordt door de administrateur genomen. Deze beslissing is bindend als de werkgever de informatie niet, niet volledig of niet tijdig aan de administrateur levert.

loonsom:

het totaal van de jaarsalarissen van de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers bedoeld in dit artikel.

Artikel 2

De door de werkgever verschuldigde bijdrage aan de Stichting beloopt per kalenderjaar het percentage van het maximum jaarsalaris, zoals vastgesteld in artikel 5 lid 1 van de CAO.

Artikel 3

  • 1. De door de werkgever verschuldigde jaarlijkse bijdrage wordt geheven in vier kwartaaltermijnen. Ieder kwartaal wordt een nota gestuurd op basis van een schatting van het jaarsalaris op grond van de gegevens uit het loonaangifte bericht. Na afloop van het jaar wordt een eindafrekening gemaakt van het definitieve jaarsalaris op basis van de gegevens uit het loonaangifte bericht.

  • 2. De werkgever dient de nota aan de Stichting te voldoen binnen de daartoe door het bestuur blijkens de mededeling op de betaalopdracht gestelde termijn.

  • 3. Bij niet tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in gebreke.

    De Stichting is dan bevoegd te vorderen:

    • rente over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn en

    • vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten vast te stellen op 15% van de vordering met een minimum van € 22,50, onverminderd de overige kosten van vervolging, verschuldigd volgens de Wet.

    De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke rente bedoeld in de artikelen 6:119 en 6:120 van het BW, dat geldt voor de periode waarover de rente door de Stichting wordt gevorderd.

Artikel 4

De voorzitter en de vice-voorzitter bepalen in goed overleg of, en zo ja, wanneer en op welke wijze bij wanbetaling kan worden ingevorderd. Hiervan wordt verslag uitgebracht aan het bestuur.

Artikel 5

Wijziging van dit reglement behoeft de goedkeuring van 3/4 deel van de bestuursleden.

UITKERINGSREGLEMENT VAN DE STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1 Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

Werkgever:

de werkgever zoals omschreven in artikel 1 van de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

Werknemer:

de werknemer zoals omschreven in artikel 1 van de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

De BBL-student:

degene die ten minste gemiddeld 2 1/2 dag per week bij de werkgever in dienst is en met wie door de werkgever een praktijkovereenkomst als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) is afgesloten.

Artikel 2 Talentontwikkeling leermeestrs en BBL-studenten

  • 1. De Stichting OOMT wil nieuwe leermeesters kennis, vaardigheden en instrumenten bieden die zij nodig hebben om een BBL-student binnen de werkplaats deskundig te kunnen begeleiden bij hun talentontwikkeling. In dit kader is er voor de werkgever een premie op de kostprijs van de Leermeestertraining beschikbaar, ten bedrage van € 183.

    Aanmelding voor de Leermeestertraining is mogelijk via het kenniscentrum Innovam. Nadere informatie staat beschreven op www.innovam.nl/leermeester-worden/leermeester-worden-werkplaats.

  • 2. Er zijn voor de werkgever premies beschikbaar op de Regionale Praktijktrainingen (RPT). Deze trainingen zijn bedoeld als aanvulling op hetgeen door de leerling is geleerd van hun leermeester. De premie voor een training op niveau 2 bedraagt € 142,–, voor een training op niveau 3 bedraagt de premie € 105,– en voor een training op niveau 4 bedraagt de premie € 74,–.

    Aanmelding voor de in dit lid genoemde trainingen verloopt via het kenniscentrum Innovam, Structuurbaan 2, 3439 MB Nieuwegein. Het actuele aanbod van RPT-dagen is voor iedereen toegankelijk via www.innovam.nl/rpt.

  • 3. Voor leermeesters die hun leermeestervaardigheden verder willen ontwikkelen is een bijscholingsaanbod beschikbaar. OOMT stelt een premie beschikbaar van € 49,– op een online training en een premie van € 122,– op een training inclusief praktijkdag. Het actuele bijscholingsaanbod voor leermeesters is voor iedereen toegankelijk via https://www.innovam.nl/leermeester-worden.

Artikel 3 Talentontwikkeling vakmensen

  • 1. Voor fietstechnici die hun vakmanschap aan willen tonen om duurzaam inzetbaar te blijven binnen een bedrijf of om nieuwe carrièrekansen te creëren is het certificaat Branchespecialist Tweewielers en Branchemedewerker Basis ontwikkeld. Voor deze erkenning van vakmanschap stelt OOMT een premie van € 483,– ex BTW voor Branchespecialist en € 1.102,– ex BTW voor Branchemedewerker beschikbaar voor de kosten van deze examenprocedures, die worden afgenomen door het exameninstituut IBKI. Meer informatie is te vinden op de website www.ibki.nl/overige.

  • 2. werknemers in de motorvoertuigen-en tweewielerbranche die hun opgedane kennis en ervaring in kaart willen brengen en willen laten erkennen om duurzaam inzetbaar te blijven of een beter arbeidsperspectief te creëren, stelt OOMT voor de werkgever een premie op de kostprijs van een EVC-procedure (Ervaringscertificaat) beschikbaar, ten bedrage van maximaal € 1.350,– ex BTW. Iedere werknemer in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche die tenminste 5 jaar ervaring heeft in de functie of een vergelijkbare functie binnen of buiten de branche, kan eenmaal in de vijf jaar een EVC-procedure volgen, bij een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder.

    Meer informatie en de procedure is te vinden op de website https://www.oomt.nl/medewerker/erkenning-van-je-vaardigheden-evc/.

  • 3. Werknemers en werkgevers die aan de slag willen met hun ontwikkeling, loopbaan of veilig- en gezond werken kunnen kosteloos een gesprek aanvragen met een OOMT coach. De namen, telefoonnummers en emailadressen van de coaches zijn te vinden op de website www.oomt.nl. Als het gesprek met de coach leidt tot een persoonlijk ontwikkel plan kan de coach overwegen om gericht een loopbaancheque toe te kennen, ten bedrage van maximaal € 1.200,–.

  • 4. Werkgevers en werknemers die invulling willen geven aan veilig en gezond werken, kunnen kosteloos gebruik maken van de branche risico-inventarisatie en -evaluatie, de arbocatalogus en de (online) trainingen en workshops die op dit gebied worden aangeboden (waaronder preventiemedewerker, workshops RI&E en De Veilige Werkplaats). Deze producten en diensten zijn openbaar toegankelijk via www.oomt.nl.

Artikel 4 Uitbetaling van de premies

De wijze van uitbetaling van de premies als bedoeld in de artikelen 2 en 3, kan verschillen. Bij de afzonderlijke activiteiten waarvoor premie beschikbaar is, wordt op de website www.oomt.nl aangegeven op welke wijze de premie wordt uitbetaald.

Artikel 5 Overige bestedingen

Naast dan wel in plaats van de vergoeding aan werkgevers als bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan het bestuur van de Stichting OOMT besluiten de geldmiddelen van het fonds aan te wenden voor de gehele of gedeeltelijke financiering (dan wel subsidiëring) van één of meer activiteiten als genoemd in artikel 3 van de statuten van de Stichting Opleidings‑ en Ontwikkelingsfonds Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.

Een dergelijk besluit wordt genomen op grond van omschrijving van de activiteiten en van de begroting van de daaraan verbonden kosten. Ter vaststelling van de werkelijke kosten dient een door een registeraccountant opgemaakte rekening en verantwoording aan de stichting te worden overgelegd.

REGLEMENT VERVROEGD UITTREDEN MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELERBEDRIJF

Artikel 1 - Definities

De definities zoals omschreven in artikel 1 van de statuten van de Stichting RVU worden geacht te zijn opgenomen dit Reglement. Verder wordt in afwijking van en in aanvulling op die definities in dit Reglement verstaan onder:

a. Aanvraagformulier:

Het aanvraagformulier zoals opgesteld door de Stichting RVU en geplaatst op de website www.mvtcao.nl.

b. AOW-gerechtigde leeftijd:

de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

c. Bestuur:

Het bestuur van de Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf

d. Cao:

de Collectieve Arbeidsovereenkomst Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.

e. Cao Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf:

De arbeidsvoorwaarden cao Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.

f. Reglement:

onderhavig reglement, namelijk het Reglement Vervroegd Uittreden Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.

g. Regeling Vervroegd Uittreden:

De Regeling Vervroegd Uittreden Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, zoals nader beschreven in het Reglement en de statuten van de Stichting RVU Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.

h. Stichting RVU:

Stichting RVU voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, statutair gevestigd te Houten.

i. Toepasselijke functie:

een functie zoals vermeld op de Lijst Zware beroep, opgenomen als bijlage I van dit Reglement.

j. Uitkering:

de periodieke uitkering zoals nader uitgewerkt in dit Reglement.

k. Uitkeringsgerechtigde:

degene die op grond van dit Reglement recht heeft op een uitkering.

l. Uittredingsdatum:

de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van werknemer is beëindigd.

m. Uitvoeringsorganisatie:

De organisatie die door de Stichting RVU is aangewezen als uitkeringsinstantie van de Regeling Vervroegd Uittreden zoals nader omschreven in artikel 3 lid 2 tot en met lid 4 van dit Reglement.

n. Werkgever:

de werkgever in het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf die als zodanig is gedefinieerd in de cao.

o. Werknemer:

degene die als zodanig is gedefinieerd in de cao.

Artikel 2 - Inwerkingtreding

Onverminderd het bepaalde in dit Reglement, ontstaat het recht op uitkering uitsluitend indien het Reglement van kracht is op de dag direct voorafgaande aan de uittredingsdatum van de uitkeringsgerechtigde.

Artikel 3 - Algemene bepalingen

  • 1. De statuten van de Stichting RVU en dit Reglement maken integraal onderdeel uit van de cao.

  • 2. De Uitvoeringsorganisatie is gemandateerd door de Stichting RVU om uitvoering te geven aan de Regeling Vervroegd Uittreden, zoals vastgelegd in dit Reglement. Hieronder wordt begrepen:

    • a. het beheren van de door Stichting RVU ontvangen gelden, en

    • b. het betalen van de uitkering aan uitkeringsgerechtigden uit hoofde van dit Reglement.

  • 3. De Stichting RVU kan nadere bevoegdheden mandateren aan de Uitvoeringsorganisatie, of deze weer intrekken.

  • 4. Gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van de Stichting RVU.

Artikel 4 - Recht op uitkering

  • 1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit Reglement, heeft degene die:

    • a. in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2025 op eigen verzoek uit dienst treedt; en die

    • b. op de uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal 36 maanden en minimaal 6 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ligt; en die

    • c. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum als werknemer tenminste vijf aaneengesloten jaren in een toepasselijke functie in dienst is geweest bij een werkgever vallend onder de werkingssfeer van de cao.

  • 2. Geen recht op uitkering heeft degene:

    • a. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering;

    • b. die met deeltijdpensioen gaat of al is gegaan en nog gedeeltelijk blijft werken.

Artikel 5 - Hoogte van de uitkering

  • 1. De uitkering bedraagt in 2025 € 2.273 bruto per maand en wordt jaarlijks geïndexeerd op grond van de door de overheid jaarlijks vast te stellen RVU-drempelvrijstelling.

  • 2. Het in lid 1 genoemde bedrag geldt voor de uitkeringsrechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week of meer, berekend over een periode van maximaal één jaar. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum een overeengekomen arbeidsduur had van gemiddeld minder dan 38 uur, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen arbeidsduur ten opzichte van een gemiddelde arbeidsduur van 38 uren per week.

  • 3. De uitkeringsgerechtigde die in de periode van twee jaar voorafgaand aan de uittredingsdatum een dienstverband had van gemiddeld minder dan 38 uur per week, maar van wie de overeengekomen arbeidsduur in die periode is verhoogd, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn overeengekomen arbeidsduur zoals gold twee jaar voorafgaand aan de uittredingsdatum.

  • 4. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsgeschiktheid.

Artikel 6 - Einde recht op uitkering

  • 1. Het recht op uitkering op grond van dit Reglement eindigt:

    • a. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;

    • b. met ingang van de maand volgend op de maand waarin de uitkeringsgerechtigde overlijdt.

  • 2. Het recht op uitkering eindigt vóór de in het eerste lid bedoelde datum:

    met ingang van de eerste dag waarop de uitkeringsgerechtigde betaalde activiteiten in dienstverband verricht, als zelfstandig ondernemer of anderszins.

Artikel 7- Aanvragen uitkering en verstrekken van gegevens

  • 1. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden dient maximaal zes maanden en minimaal drie maanden vóór de uittredingsdatum een daartoe strekkende aanvraag in bij de Stichting RVU via de website www.mvtcao.nl.

  • 2. De aanvraag wordt door de werknemer ingediend door gebruikmaking van het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld. Tevens dienen de gevraagde bewijsstukken te worden bijgevoegd. De aanvraag voor toekenning van uitkering wordt door de werknemer ondertekend.

  • 3. De werknemer geeft bij de aanvraag uit eigen beweging alle informatie door, waarvan hem duidelijk kan zijn dat dit relevant is voor het vaststellen van het recht op uitkering.

  • 4. Gedurende de looptijd van de uitkering is de uitkeringsgerechtigde verplicht om uit zichzelf dan wel op verzoek van de Stichting RVU alle informatie aan de Stichting RVU te verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dan die van invloed is op het voortbestaan van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering. Deze informatie dient de uitkeringsgerechtigde onverwijld aan de Stichting RVU te verstrekken.

  • 5. De werknemer verklaart zich bij zijn aanvraag akkoord met de op hem van toepassing zijnde rechten en verplichtingen, zoals neergelegd in het Reglement zoals dat op het moment van aanvraag geldt.

  • 6. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • 7. Alleen volledige aanvragen worden door de Stichting RVU in behandeling genomen.

  • 8. Onvolledige aanvragen moeten opnieuw worden ingediend. Hierbij geldt, na aanvulling van de onvolledige aanvraag, als binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

Artikel 8 - Beslissing voorwaardelijke toekenning uitkering en uitkeringsplafond

  • 1. De Stichting RVU beslist binnen twee weken na ontvangst van de volledige aanvraag over de voorwaardelijke toekenning of weigering van uitkering. De beslissing wordt schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de Stichting RVU de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist.

  • 2. Een voorwaardelijke toekenning betekent dat de aanvraag tot uitkering wordt toegekend en wordt omgezet in een definitieve toekenning nadat de aanvrager de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst aan de Stichting RVU heeft doorgegeven, zoals omschreven in artikel 9.

  • 3. De Stichting RVU stelt jaarlijks vast tot welk bedrag ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor het verstrekken van nieuwe uitkeringen.

  • 4. Aanvragen worden door de Stichting RVU in behandeling genomen tot het bereiken van het vastgestelde uitkeringsplafond.

  • 5. Aanvragers die een aanvraag doen na het bereiken van het uitkeringsplafond worden op een wachtlijst gezet op volgorde van binnenkomst zoals beschreven in artikel 7. De Stichting RVU zal aan de aanvrager een schriftelijke prognose doen toekomen over de te verwachte wachttijd. Aan deze prognose kunnen geen rechten worden ontleend.

  • 6. Nadat de Stichting RVU de uitkering voorwaardelijk heeft toegekend, informeert de Stichting RVU de werkgever van werknemer hierover in verband met eventuele noodzakelijke afstemming over pseudo-eindheffing als bedoeld in artikel 11. Het informeren vindt alleen plaats voor zover de aanvraag niet door werknemer en werkgever gezamenlijk is gedaan.

Artikel 9 - Beslissing definitieve toekenning uitkering en completering aanvraag door werknemer

  • 1. Binnen zes weken na dagtekening van het besluit tot voorwaardelijke toekenning completeert de aanvrager de aanvraag door toezending van de volgende stukken aan de Stichting RVU:

    • a) een kopie van schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst met daarop de einddatum van de arbeidsovereenkomst; en

    • b) een kopie van de schriftelijke ontvangstbevestiging van de opzegging welke is ondertekend door de werkgever. In het geval dat de ontvangstbevestiging van de werkgever nog niet in het bezit is van de aanvrager, dient de aanvrager dit te melden bij de completering van zijn aanvraag. De Stichting RVU zoekt dan samen met de aanvrager een passende oplossing om alsnog de ontvangstbevestiging te verkrijgen. De formele uittredingsdatum blijft hierdoor ongewijzigd.

  • 2. De Stichting RVU zal binnen 2 weken na ontvangst van de gecompleteerde aanvraag als bedoeld in lid 1, de definitieve toekenning van uitkering schriftelijk bevestigen. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de Stichting RVU de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist. Deze termijn zal niet later zijn dan de uittredingsdatum.

Artikel 10 - Uitbetaling van de uitkering

  • 1. De Uitvoeringsorganisatie betaalt de uitkering, die start vanaf de eerste dag van de maand, maandelijks aan de uitkeringsgerechtigde, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen.

  • 2. De uitkeringsgerechtigde ontvangt van de uitvoeringsorganisatie jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering.

Artikel 11 - Aanvullende financiering werkgever

  • 1. Het uitgangspunt voor het recht op uitkering is dat de werknemer op eigen initiatief uit dienst treedt en daarbij geen recht heeft op een aanvullende financiering van de werkgever of een door de werkgever aangewezen partij.

  • 2. In de situatie dat werkgever en werknemer voornemens zijn af te wijken van het in lid 1 genoemde uitgangspunt dient de aanvraag, beschreven in artikel 7, door werkgever en werknemer gezamenlijk te worden gedaan. In de aanvraag dient onder meer melding te worden gemaakt van de afspraken omtrent de aanvulling op de uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden middels een eenmalige of periodiek aanvullende ontslagvergoeding (daaronder begrepen een ontslagvergoeding in natura). In deze situatie is artikel 7 van overeenkomstige toepassing op de werkgever.

  • 3. De Stichting RVU zal de aanvraag in behandeling nemen nadat de Stichting RVU, de werkgever en de werknemer afspraken hebben gemaakt ten aanzien van een eventuele pseudo-eindheffing. De eventuele pseudo-eindheffing komt niet ten laste van de Stichting RVU.

  • 4. De werkgever zal de Stichting RVU vrijwaren en volledig schadeloosstellen voor de vordering van de Belastingdienst in het kader van de pseudo-eindheffing in de zin van artikel 32ba Wet op de loonbelasting 1964, inclusief boetes en rentes, alsmede de juridische kosten, als werkgever dan wel een door de werkgever aangewezen partij een financiële regeling heeft getroffen met werknemer welke regeling kwalificeert als regeling vervroegd uittreden in de zin van artikel 32ba, lid 6 Wet op de loonbelasting 1964. De werkgever en werknemer zijn verplicht om mee te werken, en waar nodig de benodigde informatie te verstrekken, voor het afwenden van deze vordering van de Belastingdienst.

  • 5. Wanneer werkgever en werknemer in afwijking van het bepaalde in dit artikel nalaten de Stichting RVU te informeren over hun voornemens als bedoeld in het lid 2 van dit artikel vervalt het recht op de uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden met terugwerkende kracht en worden eventueel reeds uitbetaalde uitkeringen op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden geacht onverschuldigd te zijn betaald.

Artikel 12 - Intrekking en herziening van een besluit tot uitkering

  • 1. De Stichting RVU kan het besluit tot uitkering herzien of intrekken indien:

    • a. de uitkeringsgerechtigde de op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden gevraagde of uit eigen beweging te verstrekken informatie niet, niet tijdig of onjuist verstrekt;

    • b. indien anderszins de uitkering ten onrechte is verleend;

  • 2. Uitkeringsgerechtigde wordt geacht de in dit Reglement bedoelde informatie niet of niet tijdig te hebben verstrekt, indien de Stichting RVU de informatie niet binnen twee maanden na ontvangst van de eerste oproep daartoe of nadat het uit eigen beweging te melden feit bekend is bij uitkeringsgerechtigde, heeft ontvangen.

  • 3. De Stichting RVU is bevoegd de opgelopen schade als gevolg van door uitkeringsgerechtigde niet, niet tijdig of onjuist verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in dit Reglement gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen, sociale lasten en rente, te verhalen op uitkeringsgerechtigde. Daarbij behoudt de Stichting RVU zich het recht voor verhaal te halen door middel van vermindering van de lopende uitkering.

  • 4. Wanneer sprake is van fraude, valsheid in geschrifte of enig ander misdrijf als vermeld in het Wetboek van Strafrecht, dan kan de Stichting RVU daarvan aangifte doen. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civielrechtelijke procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde betalingen, op betrokkene te verhalen.

  • 5. De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de uitkeringsgerechtigde van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Een beroep op het niet kennen van de inhoud van dit Reglement wordt niet als zodanig beschouwd.

  • 6. De beslissing tot intrekking of herziening van uitkering zoals bedoeld in dit artikel wordt schriftelijk en gemotiveerd door de Stichting RVU aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld.

Artikel 13 - Terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering

  • 1. Indien de uitkering geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan die uitkering of dat deel van de uitkering door de Stichting RVU worden teruggevorderd van de persoon aan wie onverschuldigd is betaald.

  • 2. Wanneer blijkt dat een uitkering onverschuldigd is betaald neemt de Stichting RVU een beslissing tot terugvordering. De beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de persoon aan wie onverschuldigd is betaald medegedeeld, alsmede de termijn waarbinnen hij het onverschuldigd betaalde bedrag dient terug te betalen. Deze termijn bedraagt vier weken. Voor zover mogelijk zal de terugvordering worden verrekend met de door uitkeringsgerechtigde nog te ontvangen uitkering.

  • 3. Indien de persoon aan wie onverschuldigd is betaald niet in staat is het onverschuldigd betaalde bedrag ineens terug te betalen, dan kan hij om een betalingsregeling verzoeken. Dit verzoek dient binnen twee weken na dagtekening van de beslissing tot terugvordering schriftelijk te worden ingediend bij de Stichting RVU. De persoon aan wie onverschuldigd is betaald geeft de Stichting RVU volledig inzage in zijn financiële situatie en verstrekt de Stichting RVU alle informatie die op de beoordeling van het verzoek van invloed is. De Stichting RVU beoordeelt vervolgens of een betalingsregeling overeengekomen kan worden. De Stichting RVU houdt daarbij rekening met de beslagvrije voet.

  • 4. Wanneer een betalingsregeling is overeengekomen bericht de Stichting RVU de persoon aan wie onverschuldigd is betaald schriftelijk over de hoogte van het periodiek terug te betalen bedrag en het moment waarop de periodieke betalingen door de Stichting RVU dienen te zijn ontvangen.

  • 5. Wanneer de Stichting RVU niet tegemoetkomt aan een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling, zal hiervan schriftelijk mededeling worden gedaan.

  • 6. Wanneer terugvordering over het lopende kalenderjaar plaatsvindt zal terugvordering van het netto te veel betaalde bedrag plaatsvinden. Vindt terugvordering plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de uitkering onverschuldigd is betaald, dan vordert de Stichting RVU het bruto te veel betaalde bedrag terug.

  • 7. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet tijdig aan de verplichting tot terugbetaling voldoet, of – in het geval van een betalingsregeling – zijn periodiek niet tijdig betaalt, zal de Stichting RVU eenmaal een herinnering sturen met de mededeling dat de betaling binnen 14 dagen door de Stichting RVU moet zijn ontvangen. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet binnen die termijn betaalt of wanneer hij een tweede maal een periodiek mist, zal de gehele vordering zonder verder bericht uit handen worden gegeven aan een incassobureau. De kosten ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komen, conform de wettelijk maximaal toegestane vergoeding zoals vastgesteld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten of enige regelgeving die in plaats van dit besluit zal gelden, voor rekening van de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald.

  • 8. Geen terugvordering zal plaatsvinden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de datum waarop de Stichting RVU heeft geconstateerd dat de uitkering onverschuldigd is betaald.

  • 9. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de Stichting RVU geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering.

Artikel 14 - Overlijdensuitkering

  • 1. Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde hebben de nabestaanden van de uitkeringsgerechtigde recht op 70% van de RVU-uitkering, mits voldaan is aan de voorwaarde van lid 3 van dit artikel. Deze overlijdensuitkering loopt vanaf de dag volgend op de maand van overlijden van de uitkeringsgerechtigde tot aan de dag waarop de overleden uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.

  • 2. Onder nabestaanden wordt verstaan de nagelaten betrekkingen als verwoord in artikel 7:674 BW.

  • 3. Binnen 8 weken na de dag volgend op de dag van overlijden van de uitkeringsgerechtigde, dienen de nabestaanden de Stichting RVU schriftelijk te informeren over het overlijden.

  • 4. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat, na de datum van overlijden reeds is uitbetaald en ziet op de periode vanaf overlijden.

Artikel 15 - Voorschriften

De Stichting RVU is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig zijn voor een verantwoorde uitvoering. Voorts zijn cao-partijen bevoegd de inhoud van de Regeling Vervroegd Uittreden te wijzigen, door middel van een wijziging van de cao.

Indien er van overheidswege wordt besloten om de tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing in te korten, zal de instroom in de RVU worden stopgezet. Cao-partijen treden in dat geval in overleg over de afhandeling en bespreken alternatieven voor een regeling die rekening houdt met zwaar werk.

Ingeval van een ongewijzigde inhoud van het Reglement dienen nader gestelde voorschriften in overeenstemming te zijn met de bepalingen in de statuten en dit Reglement.

Artikel 16 - Hardheidsclausule

Als de bepalingen in dit Reglement in individuele gevallen leidt tot onbedoelde of onbillijke uitkomsten kan de Stichting RVU een afwijkende beslissing nemen die tegemoetkomt aan de bedoelingen van de Regeling Vervroegd Uittreden.

Artikel 17 - Geschil

  • 1. De werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde die zich niet kan verenigen met een door of namens de Stichting RVU genomen beslissing die hem betreft, kan zich schriftelijk tot het bestuur van de Stichting RVU wenden met het verzoek het geschil in behandeling te nemen.

  • 2. Het geschil moet worden ingediend binnen een termijn van zes maanden nadat de beslissing is genomen of binnen een termijn van zes maanden nadat de uitvoeringshandeling waarop het geschil betrekking heeft, heeft plaatsgevonden. Na afloop van deze termijn wordt het geschil niet meer in behandeling genomen.

  • 3. Het bestuur van de Stichting RVU beslist binnen zes weken over het geschil. Indien de werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde zich niet kan verenigen met de beslissing van het bestuur, staat het de werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde vrij een gerechtelijke procedure aanhangig te maken bij de bevoegde rechter.

  • 4. Indien het geschil nader onderzoek vergt, kan de afhandeling van het geschil langer dan zes weken duren. Het bestuur stelt de belanghebbende daarover binnen vier weken na het indienen van het geschil op de hoogte, met daarbij de redelijke termijn waarbinnen het geschil naar verwachting kan worden afgehandeld.

  • 5. De beslissing van het bestuur ten aanzien van het geschil wordt schriftelijk medegedeeld en bevat de gronden waarop de beslissing berust.

BIJLAGE I

Lijst Zware Beroepen

Categorieën:

I Fysiek zware belasting

II Mentaal zware belasting

III Psychisch zware arbeidsomstandigheden

IV Onregelmatige werk- en rusttijden

V Fysisch zware arbeidsomstandigheden

 

Functiefamilies

A

 

Accountmanager

1

Adaptatieadviseur

34

Adaptatietechnicus

34

Administrateur

3, 4

Administrateur (Bedrijfs-)

5

Administratief Medewerker

3, 4, 6, 9, 10

Administratief Medewerker P & O

6

Administratieve Hulp

3, 4, 6

Afdelingshoofd

33

Afdelingssecretaresse

9

Afleveraar

34

Afleveringsmedewerker

20, 21, 22

Afleveringsmonteur

20, 21, 22

Afsteller Mechatronica

28

After Sales Manager

33

Afwerker Modellen

26

Allround Lasser

27

Appendage Reviseur Motorenrevisie

28

Applicatiebeheerder

8

Applicatieontwikkelaar

7, 8

Arbeidsanalist

13

Arbo Functionaris

32

Arbocoördinator

32

Archiefmedewerker

14

Assemblagecontroleur

12

Assemblagemonteur

28, 34

Assistent Accountant

5

Assistent Bedrijfscontroller

3

Assistent Bedrijfsleider

16

Assistent Communicatiemedewerker

2

Assistent Expediteur

15

Assistent Office Manager

9

Autobekleder

25

Autoplaatwerker

23

Autoruitspecialist

24

Autoschadehersteller

23

Autoschadetechnicus

23

Autospuiter

26

Autotechnicus

21, 23

Autotechni cus Personenwagens

21, 22

B

 

Baliemedewerker

1, 10, 11

Bandenspecialist

20

Bankwerker

27

Bankwerker/Lasser Bedrijfsautomobielen

27

Bedrijfsautotechnicus

22

Bedrijfseconomisch Medewerker

5

Bedrijfsleider

16, 33

Bedrijfsmanager Mobiliteitsbranche

33

Bedrijfsvoerder Tankstation

19

Beheerder Telecommunicatie-netwerk

8

Bestandsbeheerder

8

Besteller/Administratief Medewerker

1

Boekhouder

4

Boekhoudkundig Medewerker

4

Brand Marketeer

2

Brandstofpompen Specialist

20, 21, 22

Bromfietstechnicus

20

Bromfietstechnicus/-monteur

20

Business to Business Marketeer

2

C

 

Caravanhersteller

23

Caravanschadehersteller

23

Caravanschademonteur

23

Caravantechnicus

23, 28, 30

Carrosseriebouwer Kunststof

30

Chauffeur

17

Chauffeur Bergingswagen

17

Chauffeur Takel-/Kraanwagen

17

Chef Schade Carrosserie

16

Chef Werkplaats Motorvoertuigen

16

Chef Werkplaats Plaatmakerij

16

Chef Crediteuren

4

Chef Magazijn + Expeditie

15

Chef Personeelszaken

13

Chef Postkamer

14

Chef Werkplaats

16, 22

Cilinderkop Reviseur

28

Commercieel Medewerker

19

Commercieel Medewerker Binnendienst

1

Commercieel Medewerker Export

36

Communicatie Coördinator

2

Constructie-bankwerker

27

Contactcenter Medewerker

1

Contract Beheerder

1

Controleur Carrosseriebouw

12

Controller

5

Coördinator Datatypisten

3

Coördinator Logistiek

15

Coördinator Opleidingen

31

D

 

Databaseontwerper

7

Datatypist

3, 9

De- en Montagemonteur

23

Debiteurenadministrateur

4

Decorateur

26

Demonteur Motoren

29

Diagnosetechnicus

21, 22

Diagnosetechnicus/-monteur

21, 22

Directiesecretaresse/Managementassistente

9

E

 

Eerste Autotechnicus

21

Eerste Bedrijfs Autotechnicus

22

Eerste Lasser

27

Eerste Monteur

22

Eerste Motorfietstechnicus

20

Eindcontroleur

12

Eindcontroleur Carrosseriebouw

12

Elektromachine Monteur

28

Expeditiemedewerker

15

Export Manager

36

Export Manager Logistiek

36

Export Medewerker

15, 36

Export Medewerker Binnendienst

36

F

 

Facilitair Medewerker

14

Fietsenmaker

20

Fietstechnicus

20

Fietstechnicus/-monteur

20

Filiaal Manager

33

Financieel-economisch Medewerker

5

G

 

Groepsleider Receptie

10

H

 

Hoofd Adaptatie Technicus

34

Hoofd Administratie

4

Hoofd Administratie/Boekhouding

3

Hoofd Algemene Zaken

14

Hoofd Automatisering

7, 8

Hoofd Bedrijfseconomische Afdeling

3, 5

Hoofd Boekhouding

4

Hoofd Financiële Administratie

5

Hoofd Interne Dienst

14

Hoofd Interne Service Dienst

14

Hoofd Kwaliteitscontrole (Elektronica)

12

Hoofd Kwaliteitszorg

12

Hoofd Magazijn

15

Hoofd Marketing

2

Hoofd Opleidingen

31

Hoofd Personeelszaken

13

Hoofd Secretariaat

9

Hoofd Technische Dienst

35

Hoofd Verslaggeving

3

HR Adviseur

13

Huismeester

14

Hulp Magazijn/Expeditie

15

Hulp Stoffeerder/Autobekleder

25

Hulpexpediteur

15

Hulpmonteur/Assistent Autotechnicus

21

I

 

ICT Beheerder

8

Inbouwspecialist

21, 22

Inkoopmedewerker

1

Inkoper

1

Instrumentfitter

28

J

 

Juridisch Medewerker Personeelswerk

13

K

 

KAM Coördinator

32

KAM Manager

32

Kantinebeheerder

14

Keurmeester

22

Koerier

17

Kraandrijver/-machinist (mobiele kraan)

18

Kunststof Bewerker

30

Kunststoflasser

30

Kwaliteitscontroleur Productie

12

Kwaliteitsfunctionaris projecten

32

L

 

Laadsystemen Specialist

28

Lasser

27

Lastechnisch Kwaliteitscontroleur

12

Leerling Monteur (Schadeherstel Carrosserie)

24

Leidinggevend Monteur Elektrotechnische installaties

16

Leraar Bedrijfsschool

31

Logistiek Medewerker

15

Loonadministrateur

6

M

 

Machine Bankwerker

27

Machinist Autolaadkraan met Hijsfunctie

18

Magazijnmedewerker

15

Magazijnmeester

15

Management Assistente

9

Manager Fysieke Distributie

15

Manager HRM

13

Manager Technische Dienst

35

Marketing Assistent

2, 9

Marketing Medewerker

2

Marktonderzoeker

2

Materiaalbeheerder

15

Medewerker Adaptatietechniek

34

Medewerker Administratie

3, 6

Medewerker Algemene Dienst

14

Medewerker Arbo en Milieu

32

Medewerker Assemblage

28

Medewerker Bedrijfsadministratie

3

Medewerker Bedrijfseconomische Afdeling

5

Medewerker Bedrijfsrestaurant

14

Medewerker Commerciële Binnendienst

1

Medewerker Crediteurenadministratie

4

Medewerker Debiteuren/Crediteuren

3

Medewerker Facilitaire Dienst

14

Medewerker Financiële Administratie

4

Medewerker Grootboek

3, 4

Medewerker Helpdesk

8

Medewerker Huishoudelijke Dienst

14

Medewerker ICT

7

Medewerker Interne Dienst

14

Medewerker Logistiek

15

Medewerker Marketing

2

Medewerker Personeelsregistratie

6

Medewerker Personeelszaken

13

Medewerker Polyesterbewerking- en verwerking

30

Medewerker Postkamer

14

Medewerker Receptie

10

Medewerker Registratie

3

Medewerker Salarisadministratie

3, 6

Medewerker Secretariaat Personeel & Organisatie

9

Medewerker Tankstation

19

Medewerker Technische Dienst

35

Medewerker Verkoop Binnendienst

1

Medewerker Verzendafdeling

15

Medewerker Voorraad/Retouren

1

Meewerkend Voorman (interne) Technische Dienst

35

Metaalbewerker

27

Meubelmonteur Carrosseriebouw

28

Meubelstoffeerder

25

Milieu Coördinator

32

Montageleider (intern)

16

Montagemedewerker

30, 28

Monteur

21, 28

Monteur (interne) Technische Dienst

35

Monteur Apparaten (nieuwbouw)

28

Monteur Carrosseriebouw

30

Monteur Carrosseriebouw Kunststof

30

Monteur Exterieur Carrosseriebouw

28

Monteur Mechatronica

28

Monteur Technische Dienst

35

Monteur Tester Mechatronica

28

Monteur/Bankwerker

27

Monteur/Tester/Afsteller Mechatronica

28

Motordemonteur

29

Motorfietstechnicus

20

N

 

Netwerkbeheerder

8

O

 

Opleidingscoördinator

31

Opleidingsfunctionaris

13

P

 

Personeelsfunctionaris

13

Pijp- of Plaatlasser

27

Plaatwerker

23, 27

Pompbediende

19

Praktijkopleider

31

Procesbewaking Assistent

12

Productie Controleur

12

Productiechef

16

Programmeur

7, 8

Projectleider ICT

7

Q

 

Quality Assurance Engineer

12

R

 

Receptionist

10

Regio Manager

33

Revisietechnicus Motoren

28

S

 

Salarisadministrateur

3, 6

Sales Coördinator

1

Schadehersteller

23

Schilder

26

Schoonmaker

14

Schuurder/Plamuurder

26

Secretaresse

9

Secretaresse Personeelszaken

13

Secretarieel Medewerker

9

Secretariële Hulp

9

Service Adviseur Mobiliteitsbranche

11

Service Monteur (Autoruitschadeherstel)

24

Service Technicus Motoren

28

Servicemedewerker Tankstation

19

Servicemonteur

24

Sloper

29

Spuiter

26

Stafmedewerker Administratieve Organisatie

5

Stafmedewerker Arbo

32

Stafmedewerker Kwaliteit

12

Stafmedewerker Milieu

32

Stoffeerder

25

Straler/Spuiter/Conserveerder

26

Systeembeheerder

8

Systeemontwerper

7

T

 

Tankmedewerker

19

Teamleider Adaptatietechniek

34

Teamleider Salarisadministratie

6

Technicus alle voertuigen

20, 21, 22

Technisch Bedrijfsleider

16

Technisch Coördinator

12

Technisch Inkoper

1

Technisch Opleider

31

Technisch Receptionist

11

Telefoniste/Receptioniste

10

Tester

28

Trade Marketeer

2

Trailer Monteur

22

Trainer

31

Transport Begeleider

17

Transporteur

15

Tweewielermonteur

20

U

 

Uitvoerder/Chef Montage (intern)

16

V

 

Verkoop Binnendienst medewerker

1

Verkoop Specialist

19

Verkoopleider

1, 2

Verkoopleider Elektronica

1, 2

Verkoopmedewerker

19

Verkoper Binnendienst

1

Verkoper Tankstations

19

Vestigingsleider

33

VGM Coördinator

32

Voorbewerker

23

Voorbewerker Spuiten

26

Voorman

16 + diverse

Voorman Carrosseriebouw

16

Voorman/Chef Werkplaats Carrosseriebouw

16

Vorkheftruckrijder

15

W

 

Wasstraat Medewerker

19

Werkplaatsmanager Mobiliteitsbranche

11

Werkplekbeheerder

8

Dictum II

De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2030.

Dictum III

Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Voor gewijzigde wet- en regelgeving door de inwerkingtreding van de Wet invoering minimumuurloon per 1 januari 2024 geldt ook dat bij strijdigheid genoemde gewijzigde wet- en regelgeving prevaleert zoals de regelen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent onder andere dat indien de salarisbedragen lager zijn dan het wettelijk minimum(uur)loon, de wettelijke bedragen van toepassing zijn en dat in de loonopgave ook melding gemaakt moet worden van het voor desbetreffende werknemer van toepassing zijnde minimumuurloon.

Dictum IV

Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uitmaakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.

Dictum V

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van 1 januari 2031 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 17 december 2025

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten, P.S. Nanhekhan

Naar boven