Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 1 december 2025, nummer WBV 2025/24, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C1/4.10 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

4.10. Hervestiging

4.10.1. Inleiding

Hervestiging vindt plaats overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350 tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147 (hierna: Hervestigingsverordening).

4.10.2. Toelatingsprocedure

De beoordeling of een vreemdeling in aanmerking komt voor hervestiging wordt gedaan door de IND. In deze procedure wordt het advies van het COA en/of BMA betrokken. Deze beoordeling vindt plaats voor de komst van de vreemdeling naar Nederland.

Op basis van de door de UNHCR verstrekte informatie besluit de IND of er een toelatingsprocedure wordt gevoerd ten aanzien van een vreemdeling. Indien hiertoe besloten wordt, beoordeelt de IND of de vreemdeling – gelet op het bepaalde in artikel 9, zesde lid, in combinatie met artikel 5, Hervestigingsverordening – te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade en hij daarmee voor een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29, eerste lid aanhef en onder a of b Vw in aanmerking komt.

De IND betrekt bij die beoordeling of de toelating op grond van artikel 6, eerste lid Hervestigingsverordening geweigerd moet worden. De IND kan de toelating weigeren indien sprake is van situaties zoals beschreven in artikel 6, tweede lid, Hervestigingsverordening. Voor de beoordeling van de omstandigheden zoals neergelegd in artikel 6, tweede lid, onder c en d Hervestigingsverordening, wordt het advies van het COA en/of het BMA betrokken.

Hierna volgt een conclusie van de IND over hervestiging van de vreemdeling, en indien van toepassing, de in artikel 5, vierde lid, Hervestigingsverordening genoemde gelijktijdig voor hervestiging voorgedragen familieleden.

Na de conclusie van de IND, verzorgt het COA een Culturele Oriëntatie training als een verplicht onderdeel van het hervestigingsproces.

De IND stopt de toelatingsprocedure alsnog na een positieve conclusie indien de vreemdeling zijn instemming intrekt (artikel 9, elfde lid Hervestigingsverordening). In de overige gevallen genoemd in het elfde lid kan de IND de toelatingsprocedure alsnog stoppen.

Indien nieuwe informatie of gewijzigde omstandigheden na de conclusie bekend worden bij de IND, kan ook dan overgegaan worden tot weigering. Gewijzigde omstandigheden van de vreemdeling die ertoe leiden dat het niet langer mogelijk is om passende steun te verlenen bij aankomst in Nederland kunnen leiden tot stopzetting of weigering van de toelatingsprocedure. Wanneer relevante informatie ten aanzien van de toelatingsprocedure op een later moment bekend wordt, met name wanneer de vreemdeling dit heeft achtergehouden, kan de toelatingsprocedure ook stopgezet of geweigerd worden, overeenkomstig artikel 6 Hervestigingsverordening.

4.10.3 Aanvraag verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling, en indien van toepassing, diens gelijktijdig voor hervestiging geaccepteerde familieleden, melden zich na aankomst in Nederland bij de IND voor de formele indiening van de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vreemdeling zal daarbij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid aanhef en onder a of b, Vw. De familieleden, indien zij zelf niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en a of b, Vw, zullen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, tweede lid Vw. Hiermee is de toelatingsprocedure in het kader van de Hervestigingsverordening geëindigd.

4.10.4. Intrekking verblijfsvergunning asiel

De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In de regel trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4 Vc in combinatie met artikel 32, eerste lid, onder c, Vw).

4.10.5. Vrijwillige terugkeer land van herkomst

Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege deze vrijwillige terugkeer aan de hand van paragraaf C2/10.4.5 Vc.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 december 2025

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

ARTIKELSGEWIJS

A

Op 1 januari 2026 treedt de hervestigingsverordening in werking (Verordening (EU) 2024/1350 tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147).

Paragraaf C1/4.10 Vc is hierop aangepast. In paragraaf C1/4 10.2 is de procedure voor hervestiging beschreven, waaronder onder andere de taken van de IND en het COA.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven