Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 40561 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 40561 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Banden- en Wielenbranche
Fonds Collectieve Belangen 2026/2030
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van AWVN namens de partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij ter ener zijde: Vereniging VACO;
Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en De Unie.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
a. De natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming voert, die zich geheel, in hoofdzaak of in belangrijke mate bezighoudt met het produceren, bewerken, verwerken, kopen, verkopen en verhuren van banden of wielen of aanverwante producten.
b. De natuurlijke of rechtspersoon die in een – al dan niet afzonderlijke – afdeling van een onderneming uitsluitend, in hoofdzaak of in belangrijke mate de banden- en wielenbranche uitoefent.
Deze cao geldt daarom in ieder geval voor alle ondernemingen in de sectoren als bedoeld in artikel 2 lid 1.
Iedere persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever, zoals omschreven in lid 1.
Stichting Fonds Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche.
De statuten en het reglement van de Stichting Fonds Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche die aan deze overeenkomst zijn gehecht en geacht worden daarvan deel uit te maken.
Appel Pensioenuitvoering B.V. te Almere
Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche.
De banden- en wielenbranche, zoals deze nader is omschreven in artikel 2 (werkingssfeer) van deze CAO.
1. Sectoren in de branche.
Onder het bandenimportbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling importeren en/of in voorraad houden en/of verkopen op basis van exclusiviteit van nieuwe en/of vernieuwde personenwagenbanden en/of -wielen, en/of vrachtwagenbanden en/of- wielen, en/of landbouwbanden en/of -wielen, en/of industriebanden en/of -wielen, en/of andere banden en/of wielen, en/of binnenbanden, en/of ventielen, en/of velgen en/of velglinten, en/of andere banden/automaterialen en/of gereedschappen, het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of eindgebruikers.
Onder het bandengroothandelsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling importeren en/of exporteren en/of in voorraad houden en/of verkopen niet op basis van exclusiviteit van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of -wielen, en/of vrachtwagenbanden en/of- wielen, en/of landbouwbanden en/of -wielen, en/of industriebanden en/of- wielen, en/of andere banden en/of wielen, en/of binnenbanden, en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten, en/of ander banden-/automateriaal, het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of (bedrijfsmatige) eindgebruikers.
Onder het bandenservicebedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling inkopen, in voorraad houden en verkopen en/of de- en monteren van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of -wielen, en/of vrachtwagenbanden en/of -wielen, en/of landbouwbanden en/of -wielen, en/of industriebanden en/of -wielen, en/of andere banden en/of wielen, en/of binnenbanden, en/of ventielen, en/of velgen en/of velglinten, en/of ander bandenmateriaal en/of het repareren van banden, en/of het balanceren van banden en wielen, en/of het corrigeren van sporing en wielstanden, en/of het kalibreren van de stuurhoeksensor en/of het controleren van de juiste werking en/of kalibreren en/of programmeren van rijhulpsystemen en/of het de- en monteren en controleren en/of het programmeren van bandenspanningscontrolesystemen en/of het controleren van slijtagepatronen van banden en/of het controleren van banden op slijtage en/of bandenspanning en/of het controleren van de technische eigenschappen van de banden en wielen in relatie tot het voertuig en/of het uitvoeren van bandenpechservice en/of het uitvoeren van wagenparkcontrole voor banden en wielen en advisering omtrent vervanging, reparatie en onderhoud hiervan, voorzover niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitoefening valt onder de werkingssfeerbepalingen van de cao Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.
Onder het bandensnelservicebedrijf wordt verstaan het uitsluitend of in hoofdzaak inkopen, in voorraad houden en verkopen van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of ‑wielen en/of andere vervangingsdelen en/of het repareren van banden en/of balanceren van banden en wielen en/of het corrigeren van sporing en wielstanden en/of andere snelserviceverrichtingen, voorzover niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitoefening valt onder de werkingssfeerbepalingen van de cao Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.
Onder het bandeninzamelingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling inkopen, importeren, in voorraad houden, keuren, vervoeren, opslaan, verkopen, exporteren van gebruikte afgesleten personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of andere banden en/of binnenbanden en/of velglinten en het doorleveren van niet meer bruikbare karkassen aan bandenverwerkingsbedrijven en/of daartoe aangewezen recyclingdepots.
Onder het bandenproductie en vernieuwingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling, het geheel of gedeeltelijk produceren/vernieuwen, in voorraad houden, verkopen, exporteren van personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of vliegtuigbanden en/of andere banden, en/of delen daarvan, en/of binnenbanden en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal.
Onder het bandenbe- en verwerkingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling het voor hergebruik be- of verwerken tot granulaat, regeneraat of anderszins van afgekeurde of afgesleten nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden, en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden, en/of industriebanden, en/of andere banden, en/of delen daarvan, en/of binnenbanden, en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal, het keuren, selecteren, in voorraad houden en verkopen van deze grondstoffen, voor zover niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitoefening valt onder de werkingssfeerbepalingen van de cao Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijf Sociaal Fonds.
2. Werkingssfeer
De bepalingen van deze CAO zijn van toepassing op alle werkgevers en werknemers als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2.
3. Met het begrip ‘in hoofdzaak’ wordt bedoeld de bedrijfsuitoefening van een onderneming die zich voornamelijk beperkt tot de bedrijven als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder a tot en met g.
4. Met het begrip ‘in belangrijke mate’ wordt bedoeld dat de bedrijfsuitoefening van een onderneming als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder a tot en met g een wezenlijk deel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening.
5. Met het begrip ‘afzonderlijke afdeling’ wordt bedoeld dat in de totale bedrijfsuitoefening van een onderneming een bedrijf wordt uitgeoefend als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder a tot en met g dat organisatorisch los staat van andere afdelingen.
De Stichting heeft ten doel het in de Branche bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, goede arbeidsomstandigheden, een goede uitvoering en een optimaal functioneren van de arbeidsvoorwaarden als overeengekomen in de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche, een goede toepassing van de werking van wettelijke regelingen inzake arbeidsomstandigheden en arbo beleid en een optimale werking van de arbeidsmarkt.
De in artikel 3 van deze CAO genoemde doelstellingen dienen gerealiseerd te worden door het bevorderen, het doen uitvoeren en geheel of gedeeltelijk financieren van activiteiten die invulling geven aan onderstaande omschrijvingen:
a. Het doen verstrekken van zowel collectieve als individuele voorlichting en begeleiding met betrekking tot de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de afzonderlijke Collectieve Arbeidsovereenkomsten voor de Banden- en Wielenbranche. Deze activiteit is ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de Banden- en Wielenbranche.
b. Het procesmatig bevorderen van de toepassing van innovaties vanuit het branchegerichte kenniscentrum. Deze stimulansen zijn bedoeld ter verbetering van de kwaliteit van de arbeid en/of gericht op het voeren van strategisch arbeidsmarktbeleid binnen de bedrijfstak.
c. Het subsidiëren van branchegerichte vormings-, opleidings-, en trainingsactiviteiten voor werknemers in de banden- en wielenbranche zoals deze worden ontwikkeld en/of uitgevoerd en/of gecoördineerd door het branche-instituut SVOB aan de hand van paritair vastgestelde toetsingscriteria.
d. Het opzetten en organiseren van activiteiten welke gericht zijn op positionering van de bedrijfstak bij de onderscheiden doelgroepen ter versterking van de beeldvorming om daarmee de bevordering van de werkgelegenheid te stimuleren.
e. Het activeren van branchegerichte thematische informatievoorziening door middel van publicaties en bijeenkomsten voor zowel werkgevers als werknemers, waardoor een voortdurende informatie-uitwisseling tot stand kan worden gebracht ter versterking van deze communicatieprocessen.
f. Het stimuleren van structuurverbeterende projecten binnen de bedrijfstak zijnde kwaliteitszorg, milieuzorg, arbo zorg en voorzieningen gericht op het terugdringen van het ziekteverzuim, ter bevordering van de kwaliteit van de arbeid en/of ter optimalisering van de werkgelegenheidsontwikkeling in alle sectoren van de bedrijfskolom.
g. Het uitvoeren en verrichten van de werkzaamheden van de Vaste Commissie. De Vaste Commissie geeft advies bij onenigheid over de uitleg of bedoeling van de regels van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche. De gang van zaken en de werkzaamheden van de Vaste Commissie zijn vastgelegd in een reglement, welke deel uitmaakt van deze CAO.
1. Ter financiering van de activiteiten als aangegeven in de doelstelling en nader omschreven in artikel 4 is de werkgever per kalenderjaar met ingang van 1 januari 2005 een bijdrage verschuldigd van 1,1% berekend over de voor de onderneming(en) van de werkgever geldende ongemaximeerde loonsom in de zin van artikel 16 van de wet Financiering Sociale Verzekeringen (conform kolom 8 van de verzamelloonstaat) van het lopende kalenderjaar.
2. De werkgever is verplicht deze bijdrage aan de Stichting te voldoen door betaling van de door de in artikel 6, lid 2 genoemde administrateur uit te brengen premienota en wel: zonder inhouding op het loon van de werknemer.
1. De uitvoering van deze CAO is opgedragen aan de Stichting en geschiedt volgens de bepalingen van het reglement. De statuten en het reglement van de Stichting maken deel uit van deze CAO.
2. Het geldelijk en administratief beheer van de stichting en secretariaat zijn, onder verantwoordelijkheid van het bestuur, opgedragen aan Appel Pensioenuitvoering B.V. te Almere.
1. Iedere werknemer en iedere werkgever heeft het recht deel te nemen aan c.q. gebruik te maken van de (resultaten van) de door de Stichting gefinancierde of gesubsidieerde activiteiten.
2. De werkgevers en de werknemers zijn gehouden:
a. de door de Stichting, in het kader van de in artikel 3 en 4 van deze CAO genoemde activiteiten, gegevens te verstrekken;
b. zich te houden aan al hetgeen in deze CAO en de daarbij behorende statuten en het reglement is of wordt bepaald.
De Stichting draagt de naam: Stichting Fonds Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche. De Stichting is gevestigd te Amsterdam.
De Stichting heeft, overeenkomstig de bepalingen van deze statuten en het reglement, ten doel het in de banden- en wielenbranche bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, goede arbeidsomstandigheden, een goede uitvoering en een optimaal functioneren van de arbeidsvoorwaarden als overeengekomen in de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche, een goede toepassing van de werking van wettelijke regelingen inzake arbeidsomstandigheden en arbobeleid en een optimale werking van de arbeidsmarkt. Deze doelstellingen dienen gerealiseerd te worden door het bevorderen, het doen uitvoeren en geheel of gedeeltelijk financieren van activiteiten die invulling geven aan onderstaande omschrijvingen:
a. Het doen verstrekken van zowel collectieve als individuele voorlichting en begeleiding met betrekking tot de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de afzonderlijke CAO´s voor de Banden- en Wielenbranche. Deze activiteit is ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de Banden- en Wielenbranche.
b. Het procesmatig bevorderen van de toepassing van innovaties vanuit het branchegerichte kenniscentrum. Deze stimulansen zijn bedoeld ter verbetering van de kwaliteit van de arbeid en/of gericht op het voeren van strategisch arbeidsmarktbeleid binnen de bedrijfstak.
c. Het subsidiëren van branchegerichte vormings-, opleidings-, en trainingsactiviteiten voor werknemers in de banden- en wielenbranche zoals deze ontwikkeld en/of uitgevoerd en/of gecoördineerd door het branche-instituut SVOB aan de hand van paritair vastgestelde toetsingscriteria.
d. Het opzetten en organiseren van activiteiten welke gericht zijn op positionering van de bedrijfstak bij de onderscheiden doelgroepen ter versterking van de beeldvorming om daarmee de bevordering van de werkgelegenheid te stimuleren.
e. Het activeren van branchegerichte thematische informatievoorziening door middel van publicaties en bijeenkomsten voor zowel werkgevers als werknemers, waardoor een voortdurende informatie-uitwisseling tot stand kan worden gebracht ter versterking van deze communicatieprocessen.
f. Het stimuleren van structuurverbeterende projecten binnen de bedrijfstak zijnde kwaliteitszorg, milieuzorg, arbo zorg en voorzieningen gericht op het terugdringen van het ziekteverzuim, ter bevordering van de kwaliteit van de arbeid en/of ter optimalisering van de werkgelegenheidsontwikkeling in alle sectoren van de bedrijfskolom.
g. Het uitvoeren en verrichten van de werkzaamheden van de Vaste Commissie. De Vaste Commissie geeft advies bij onenigheid over de uitleg of bedoeling van de regels van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche. De gang van zaken en de werkzaamheden van de Vaste Commissie zijn vastgelegd in een reglement, welke deel uitmaakt van de Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche.
1. De inkomsten van de Stichting worden gevormd door:
a. het stichtingskapitaal;
b. de door de werkgever verschuldigde bijdragen, als bepaald in de CAO inzake Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche;
c. eventuele andere baten;
d. de te kweken rente;
Erfstellingen kunnen slechts aanvaard worden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
2. De uitgaven van de Stichting bestaan uit:
a. uitgaven die voortvloeien uit de in artikel 2 van deze statuten bedoelde activiteiten;
b. administratiekosten;
c. andere uitgaven die noodzakelijk zijn om het in artikel 2 van deze statuten genoemde doel te kunnen realiseren.
1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit zes leden, waarvan worden aangewezen:
– drie leden door Vereniging VACO, Bedrijfstakorganisatie voor de Banden- en Wielenbranche in Nederland, statutair gevestigd te Leiden en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40407521;
– een lid door de Federatie Nederlandse Vakbeweging, statutair gevestigd te Utrecht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40531840;
– een lid door CNV, statutair gevestigd te Utrecht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 40478675;
– een lid door De Unie, statutair gevestigd te Culemborg en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40477726.
2. De genoemde organisaties benoemen voor elk bestuurslid een plaatsvervangend lid dat zitting zal nemen in het bestuur bij verhindering van het zittend bestuurslid.
3. De in lid 1 genoemde organisaties hebben te allen tijde het recht de door haar aangewezen bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden te vervangen door anderen.
1. De leden van het bestuur en plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van twee jaar. Aftredende bestuursleden en hun plaatsvervangers komen voor herbenoeming in aanmerking.
2. Op één januari van het ene jaar treden vier bestuursleden en hun plaatsvervangers af, te weten twee werkgeversleden en hun plaatsvervangers alsmede twee werknemersleden en hun plaatsvervangers. Op één januari van het andere jaar treden twee bestuursleden en hun plaatsvervangers af, te weten het overgebleven andere werkgeverslid en haar/zijn plaatsvervanger alsmede het overgebleven andere werknemerslid en haar/zijn plaatsvervanger.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt door:
a. bedanken;
b. vervanging overeenkomstig het bepaalde in lid 4 van artikel 4;
c. door het verstrijken van de periode waarvoor de benoeming geldt;
d. door schriftelijk bedanken;
e. door overlijden;
f. als een bestuurslid de beschikkingsbevoegdheid over zijn vermogen verliest;
g. door een besluit van de organisatie(s) die het betrokken bestuurslid benoemde(n); en
h. door ontslag op grond van artikel 2: 298 Boek 2 Burgerlijk Recht.
4. In een tussentijdse vacature wordt, zo spoedig mogelijk na het ontstaan daarvan, voorzien met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van artikel 4. Het nieuwe bestuurslid heeft zitting gedurende de tijd, die het vervangend lid nog had te vervullen, doch is na afloop van die termijn terstond opnieuw benoembaar. Het bestuur behoudt al zijn bevoegdheden zolang ten minste één werkgeverslid en één werknemerslid daarvan rechtsgeldig deel uitmaken.
5. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuursleden of het overblijvende bestuurslid. Een niet voltallig bestuur blijft volledig bevoegd met inachtneming van het bepaalde in lid 5 laatste volzin van dit artikel. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuursleden kan door de rechtbank van het arrondissement waarin de Stichting is gevestigd, op verzoek van een afgetreden bestuurslid, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een nieuw bestuur worden benoemd. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een bestuurslid zijn functie gedurende een periode van meer dan tien dagen niet kan uitoefenen door ziekte of andere oorzaken.
1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en een plaatsvervangend secretaris.
2. De functies van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden in de even kalenderjaren vervuld door werkgeversleden en in de oneven kalenderjaren door werknemersleden. Omgekeerd worden de functies van secretaris en plaatsvervangend secretaris in de oneven kalenderjaren vervuld door werkgeversleden en in de even kalenderjaren door werknemersleden.
1. Het bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten en het uitvoeringsreglement. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuursleden zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie.
2. Het bestuur is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking binnen de kring van de doelstelling van de Stichting. Ook is het bestuur conform het bepaalde in artikel 291, tweede lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3. Het bestuur kan zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk delegeren aan de administrateur of aan één of meer uit zijn midden aangewezen commissies. Degene aan wie de bevoegdheden zijn gedelegeerd is voor de uitoefening van die bevoegdheid verantwoording schuldig aan het bestuur.
4. De Stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur of door de voorzitter en de secretaris tezamen. Bij ontstentenis van de voorzitter en/of de secretaris treedt de plaatsvervangend voorzitter en/of de plaatsvervangend secretaris in hun plaats.
1. Het bestuur vergadert minimaal eenmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter of bij diens afwezigheid degene die hem als zodanig vervangt het wenselijk acht. Het bestuur vergadert bovendien, indien ten minste drie bestuursleden dit wenselijk achten.
2. De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit geregeld.
3. De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde vergadering van het bestuur een jaarlijks door het bestuur vast te stellen vacatiegeld. Reis- en verblijfkosten, door de leden van het bestuur in hun functie gemaakt, worden vergoed volgens door het bestuur vast te stellen regelen.
4. Vergaderingen van het bestuur kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend bestuurslid door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. Een bestuurslid kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het bestuur deelnemen, mits dat bestuurslid steeds alle anderen aan de vergadering deelnemende bestuursleden kan verstaan en door die andere bestuursleden wordt verstaan.
1. Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet tenminste één van de door de werkgeversorganisatie aangewezen bestuursleden en één van de door de werknemersorganisaties aangewezen bestuursleden, als genoemd in artikel 4, aanwezig zijn.
2. De besluiten van het bestuur worden, voor zover in deze statuten niet anders bepaald, genomen bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd. Elk werkgeverslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werknemersleden. Elk werknemerslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werkgeversleden.
3. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
4. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Het bestuur is evenwel bevoegd indien de meerderheid daartoe besluit, de stemming op een andere wijze te houden.
5. Indien een bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt hij dit terstond aan de voorzitter van het bestuur en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige bestuurders besluiten buiten aanwezigheid van de betrokken bestuurder of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende bestuurslid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
6. In afwijking van het bepaalde in voorgaande leden kan besluitvorming door het bestuur ook schriftelijk tot stand komen, mits alle bestuursleden hun stem uitbrengen. Het bepaalde in lid 2, eerste twee volzinnen, lid 3 en lid 5, is daarbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat bij staking van stemmen het voorstel in de eerstkomende vergadering aan de orde wordt gesteld.
7. Van een wijziging in de statuten wordt een notariële akte opgemaakt.
De bestuursleden kunnen zich in de vergadering van het bestuur laten bijstaan door adviseurs.
1. Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur gevoerd door een tot wederopzegging benoemde administrateur.
2. De opdracht tot het voeren van administratief en geldelijk beheer aan de administrateur wordt schriftelijk verstrekt. Bij deze opdracht behoort een instructie welke door het bestuur wordt vastgesteld in overleg met de administrateur.
3. De kosten van het administratief beheer komen voor rekening van de Stichting.
1. Het bestuur benoemt een externe registeraccountant, die tot taak heeft jaarlijks de balans en de rekening van baten en lasten te controleren.
2. De accountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden van de Stichting. De waarden van de Stichting worden hem desverlangd getoond.
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het bestuur een door een externe registeraccountant of een accountantadministratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde balans, rekening van baten en lasten en verslag over de financiële toestand van de Stichting vast. Het verslag moet overeenkomstig de in artikel 2 genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten zijn gespecificeerd. De verklaringen van de subsidie-ontvangende instellingen maken deel uit van het bestuursverslag. De stukken geven een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Stichting en van de ontwikkeling daarvan gedurende het afgelopen jaar. Uit het verslag en de accountantsverklaring moet blijken dat de uitgaven conform de bestedingsdoelen zijn gedaan. Ten blijke van de vaststelling worden deze stukken door de voorzitter en de secretaris van de Stichting ondertekend
2. Het bestuur legt in het verslag rekenschap af van het gevoerde beleid.
3. Het verslag en de accountantsverklaring worden ten kantore van de administrateur ter inzage van de daarbij betrokken werkgevers en werknemers neergelegd, alsmede op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
4. Het verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag aan de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
5. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
6. Voorafgaand aan ieder jaar stelt het bestuur een begroting voor het eerstvolgende boekjaar vast. Deze begroting is gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten. De begroting is beschikbaar voor bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers.
Jaarlijks zal door de gesubsidieerde instellingen aan het bestuur van de Stichting verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen middelen worden afgelegd. De ontvangen verantwoordingen worden opgenomen in de door de Stichting over te leggen rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 13.
1. Besluiten tot wijziging van de statuten respectievelijk ontbinding van de Stichting kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een uitdrukkelijk daartoe bijeengeroepen vergadering. Een besluit tot ontbinding van de Stichting kan slechts genomen worden na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de in artikel 4 vermelde organisaties.
2. Bij ontbinding van de Stichting is het bestuur met de vereffening belast, tenzij bij het besluit tot ontbinding een of meer liquidateurs zijn aangewezen. Het ontbindingsbesluit duidt tevens de bestemming van een eventueel batig saldo van de vereffening aan. Deze bestemming zal zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het doel van de Stichting.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen de statuten ook door middel van schriftelijke besluitvorming gewijzigd worden, mits alle leden hun stem uitbrengen. Het voorstel tot wijziging van de statuten dient met algemene stemmen goedgekeurd te worden. Mocht op deze wijze geen besluit tot stand komen dan wordt het voorstel in de eerstkomende vergadering aan de orde gesteld.
4. De stukken van de ontbonden Stichting dienen zeven jaar bewaard te worden.
1. Het bestuur stelt een reglement vast. De bepalingen van het reglement mogen niet in strijd zijn met deze statuten.
2. Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van het reglement is het bepaalde in artikel 15, eerste lid en derde lid, van toepassing.
1. Voor zover gelden van de Stichting voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.
2. Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur. De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenissen worden bewaard in de kluis van de administrateur. De effecten en andere waardepapieren aan toonder worden voornamelijk bewaard bij algemene handelsbanken.
3. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten vaststellen.
In dit reglement gelden de definities, als omschreven in artikel 1 van de CAO inzake Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche.
1. De werkgever is de bijdrage verschuldigd als bedoeld in de CAO inzake Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche.
2. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de Stichting is bepaald, de gegevens te verstrekken die het bestuur nodig acht om de door de werkgever verschuldigde bijdrage vast te stellen.
Indien de werkgever niet, niet tijdig of onvolledig de benodigde gegevens aan de Stichting verstrekt, is de Stichting bevoegd de hoogte van de bijdrage naar beste weten zelf vast te stellen. De kosten van het vergaren en verstrekken van de door de Stichting gewenste informatie komen voor rekening van de werkgever.
3. De werkgever is verplicht de verschuldigde bijdrage binnen 14 dagen na de dagtekening van de desbetreffende nota van de Stichting te voldoen.
4. Bij niet tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in verzuim. De Stichting is dan bevoegd te vorderen:
– rente over het verschuldigde bedrag vanaf de dag volgend op de dag dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;
– vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten zoals bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, onder c, van het Burgerlijk Wetboek, onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet.
5. De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke rente, dat geldt op de dag dat de werkgever in verzuim is, als bedoeld in artikel 6:119 jo 120 van het Burgerlijk Wetboek. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op maximaal 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van € 40,–.
De Stichting realiseert de in artikel 2 van de statuten genoemde doelen door het toekennen van subsidies aan instellingen die activiteiten als genoemd in deze doelstelling verrichten en de financiering van de kosten verbonden aan de werkzaamheden van de Vaste Commissie als bedoeld in artikel 2, onder g, van de statuten.
1. De werkgevers en werknemers zijn verplicht alle gegevens te verstrekken die het bestuur voor een goede uitvoering van de statuten en het reglement nodig acht.
2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde gegevens is het bestuur gerechtigd de betreffende gegevens naar beste weten te schatten.
3. Bij een aanvraag om subsidie dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden ingezonden. Deze begroting dient te zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten. Jaarlijks zal door een gesubsidieerde instelling aan het bestuur van de Stichting verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden worden afgelegd. De gesubsidieerde instelling dient daarbij een door een registeraccountant of accountant- administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding van de ontvangen gelden. De verklaring moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten en maakt een integraal onderdeel uit van het in artikel 9, eerste lid van de statuten genoemde verslag.
1. De aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 3, dienen schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend en we
– voor éénmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit een subsidie aan te vragen;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 1e oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft.
Bij de aanvragen dient een begroting betreffende besteding van de aangevraagde gelden te worden meegezonden. De begroting dient te zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten.
2. De verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden als bedoeld in artikel 4, lid 3, dient schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend, en wel
– voor éénmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na de besteding van deze gelden;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 1e april volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft;
De verantwoording dient te geschieden middels het overleggen van een door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring over de besteding van de ontvangen gelden. De verklaring moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 2 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten en maakt een integraal onderdeel uit van het in artikel 9, eerste lid, van de statuten genoemde verslag.
3. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidie-aanvraag mee te zenden begroting c.q. de schriftelijke verantwoording dient te voldoen.
4. Op beslissingen van het bestuur omtrent de subsidie-aanvraag kan geen beroep worden ingesteld, onverlet de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen.
Het bestuur van de Stichting stelt jaarlijks voor 1 november een begroting van inkomsten en uitgaven van de Stichting vast. De begroting omvat:
a. de inkomsten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de statuten;
b. subsidiëring van activiteiten als bedoeld in artikel 2 van de statuten;
c. de kosten van administratie en bestuur;
d. eventuele andere lasten.
1. Voor wat de in dit reglement gebruikte terminologie betreft, is artikel 1 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche van toepassing.
2. De Vaste Commissie zal hierna worden genoemd ‘de Commissie’.
De Commissie zal bestaan uit een gelijk aantal leden, dat gelijkelijk door de werkgevers- en door de werknemersorganisaties wordt aangewezen, met een maximum van vier personen.
De leden van de Commissie benoemen bij meerderheid van stemmen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter, respectievelijk uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers. Het voorzitterschap wisselt om het jaar, zodat het ene jaar één der werkgeversleden voorzitter is en het volgend jaar één der werknemersleden.
1. De leden van de Commissie hebben voor onbepaalde tijd zitting.
2. In een vacature wordt binnen één maand voorzien door de organisatie die het aftredende lid had benoemd.
Het lidmaatschap van de Commissie eindigt door:
a. bedanken;
b. overlijden;
c. de verklaring van de organisatie dat de benoeming deed, dat betrokkene niet langer als lid fungeert.
De Commissie benoemt een secretaris. Het secretariaat is bereikbaar via Vereniging VACO, Postbus 33, 2300 AA Leiden.
1. Een geschil wordt door een der partijen of beide partijen schriftelijk en in tweevoud bij het secretariaat van de Commissie aanhangig gemaakt.
2. Het secretariaat stelt de wederpartij op de hoogte van het geschil door toezending van een afschrift van het schrijven van de klagende partij.
3. De wederpartij is bevoegd binnen 14 dagen na verzending door het secretariaat van de in het vorig lid bedoelde brief, schriftelijk van haar zienswijze kennis te geven.
4. Partijen in het geschil zijn bevoegd, na wisseling van de in de vorige leden bedoelde stukken, nogmaals met inachtneming van een termijn van 14 dagen hun zienswijze aan het secretariaat kenbaar te maken, waarna de schriftelijke uiteenzetting van het wederzijdse standpunt wordt gesloten.
5. Partijen bij het geschil, hun waarnemer of één of meer leden der Commissie zijn bevoegd één of meer getuigen of deskundigen bij de mondelinge behandeling van het geschil mede te brengen, opdat deze door de Commissie kunnen worden gehoord.
1. Beslissingen kunnen slechts worden genomen, indien ten minste 2 leden der Commissie aanwezig zijn.
2. Bij dispariteit in de aanwezigheid brengt elk der leden zoveel stemmen uit als van de andere partij aanwezig zijn.
3. De Commissie neemt haar beslissingen bij gewone meerderheid van stemmen.
4. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
5. Bij staking der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
1. De Commissie is bevoegd, alvorens een beslissing te nemen, nadere inlichtingen in te winnen zowel bij partijen als bij derden. Zij is bevoegd partijen, getuigen en deskundigen ter nadere toelichting op te roepen om in haar vergadering te verschijnen.
2. Uit de weigering van partijen om gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter vergadering te verschijnen, zal de Commissie conclusies trekken, welke haar geraden voorkomen.
1. Verzoeken van werkgevers om in collectieve gevallen af te wijken van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Banden- en Wielenbranche en bezwaren van werknemers tegen een beslissing van een werkgever dan wel tegen het niet geven van een extra periodiek, moeten schriftelijk en in tweevoud worden ingediend bij het secretariaat van de Commissie.
2. Deze verzoeken moeten een toelichting bevatten op de omstandigheden die aanleiding zijn tot het verzoek.
3. Wanneer de Commissie aanleiding vindt een verzoek geheel of gedeeltelijk toe dan wel af te wijzen dient deze toe- of afwijzing schriftelijk te geschieden en met redenen omkleed. Bij geschillen is er sprake van een advies.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40561.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.