De Minister van Financiën,
Gelet op artikel 2:59, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;
BESLUIT:
ARTIKEL I
Aan artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling Wft wordt, onder vervanging van ‘; of’ onder 3° door een puntkomma en van ‘; en’ onder
4° door ‘; of’, een subonderdeel toegevoegd, luidende:
-
5°. cryptoactiva zijn als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, punt 5, van Verordening
(EU) 2023/1114; en
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
TOELICHTING
Deze regeling strekt tot vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 2:55 van
de Wet op het financieel toezicht (Wft) voor beleggingsobjecten die vallen onder de
reikwijdte van de verordening cryptoactiva1 (ook bekend als ‘MiCAR’). Aanleiding hiervoor is dat na implementatie van de verordening
cryptoactiva geconstateerd is dat sommige cyptoactiva ook als beleggingsobject kunnen
kwalificeren. Zo is voorstelbaar dat met de aankoop van een cryptoactivum recht verkregen
wordt op een kunstwerk dat kan kwalificeren als een beleggingsobject. Omdat aanbieders
van dergelijke cryptoactiva op grond van artikel 59 van de verordening cryptoactiva
al vergunningplichtig zijn, is sprake van een dubbele vergunningplicht. Dit is onwenselijk
omdat de Autoriteit Financiële Markten (AFM), als bevoegde autoriteit met betrekking
tot vergunningaanvragen op grond van artikel 59 van verordening cryptoactiva, die
aanbieders in het kader omdat van de vergunningaanvraag op grond van de verordening
cryptoactiva al op alle relevante aspecten kan beoordelen. Handhaving van de dubbele
vergunningplicht zou daarom geen materieel doel dienen en een onnodige last zijn voor
zowel de AFM als aanbieders van cryptoactiva die ook als beleggingsobject kwalificeren.
Er is gekozen voor vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 2:55 Wft omdat
de vergunningplicht op basis van de verordening cryptoactiva Unierechtelijk (dwingend)
is voorgeschreven, een regelgevend kader bevat dat specifiek op cryptoactiva is gericht
en meer omvattend is dan de Wft-vergunningplicht voor beleggingsinstellingen.
Met deze vrijstelling zijn aanbieders van cryptoactiva die ook als beleggingsobject
kwalificeren ook vrijgesteld van Wft-gedragstoezicht door de AFM. Artikel 43, eerste
lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, die deze vrijstelling regelt, verwijst namelijk
direct naar de aanbieders van beleggingsobjecten genoemd in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling Wft. Dat ligt in de rede, omdat deze aanbieders
geen Wft-vergunning meer nodig hebben en op grond van de verordening cryptoactiva
al onder toezicht van de AFM staan.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Daarmee wordt afgeweken van de
vaste minimuminvoeringstermijn van twee maanden. Reden daarvoor is dat deze regeling
onbedoelde negatieve gevolgen van de implementatie van de verordening cryptoactiva
repareert en voorkomt zoals hierboven omschreven. Daarmee werkt deze regeling dus
enkel begunstigend voor aanbieders van cryptoactiva.
De Minister van Financiën, E. van Heinen