Regeling van de Minister van Financiën van 18 november 2025, 2025-0000537783, directie Financiële Markten, tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft in verband met het opheffen van een dubbele vergunningsplicht voor het aanbieden van cryptoactiva die ook als beleggingsobject kwalificeren

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 2:59, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Aan artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling Wft wordt, onder vervanging van ‘; of’ onder 3° door een puntkomma en van ‘; en’ onder 4° door ‘; of’, een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 5°. cryptoactiva zijn als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, punt 5, van Verordening (EU) 2023/1114; en

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, E. van Heinen

TOELICHTING

Deze regeling strekt tot vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 2:55 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) voor beleggingsobjecten die vallen onder de reikwijdte van de verordening cryptoactiva1 (ook bekend als ‘MiCAR’). Aanleiding hiervoor is dat na implementatie van de verordening cryptoactiva geconstateerd is dat sommige cyptoactiva ook als beleggingsobject kunnen kwalificeren. Zo is voorstelbaar dat met de aankoop van een cryptoactivum recht verkregen wordt op een kunstwerk dat kan kwalificeren als een beleggingsobject. Omdat aanbieders van dergelijke cryptoactiva op grond van artikel 59 van de verordening cryptoactiva al vergunningplichtig zijn, is sprake van een dubbele vergunningplicht. Dit is onwenselijk omdat de Autoriteit Financiële Markten (AFM), als bevoegde autoriteit met betrekking tot vergunningaanvragen op grond van artikel 59 van verordening cryptoactiva, die aanbieders in het kader omdat van de vergunningaanvraag op grond van de verordening cryptoactiva al op alle relevante aspecten kan beoordelen. Handhaving van de dubbele vergunningplicht zou daarom geen materieel doel dienen en een onnodige last zijn voor zowel de AFM als aanbieders van cryptoactiva die ook als beleggingsobject kwalificeren.

Er is gekozen voor vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 2:55 Wft omdat de vergunningplicht op basis van de verordening cryptoactiva Unierechtelijk (dwingend) is voorgeschreven, een regelgevend kader bevat dat specifiek op cryptoactiva is gericht en meer omvattend is dan de Wft-vergunningplicht voor beleggingsinstellingen.

Met deze vrijstelling zijn aanbieders van cryptoactiva die ook als beleggingsobject kwalificeren ook vrijgesteld van Wft-gedragstoezicht door de AFM. Artikel 43, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, die deze vrijstelling regelt, verwijst namelijk direct naar de aanbieders van beleggingsobjecten genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling Wft. Dat ligt in de rede, omdat deze aanbieders geen Wft-vergunning meer nodig hebben en op grond van de verordening cryptoactiva al onder toezicht van de AFM staan.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Daarmee wordt afgeweken van de vaste minimuminvoeringstermijn van twee maanden. Reden daarvoor is dat deze regeling onbedoelde negatieve gevolgen van de implementatie van de verordening cryptoactiva repareert en voorkomt zoals hierboven omschreven. Daarmee werkt deze regeling dus enkel begunstigend voor aanbieders van cryptoactiva.

De Minister van Financiën, E. van Heinen


X Noot
1

Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Pparlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.

Naar boven