Regeling van de Minister van Financiën van 25 november 2025, 2025-0000534806, directie Financiële Markten, tot vaststelling van de bijdragen gemoedsbezwaarden 2026

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 20 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;

BESLUIT:

Artikel 1

Het bedrag dat personen die gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering, verschuldigd zijn voor het verkrijgen van een bewijs van vrijstelling van de verplichting van verzekering, beloopt voor het jaar 2026:

Categorie 1

€ 37,50

voor vierwielige personenauto's en bestelauto's;

Categorie 3

€ 37,50

voor autobussen, vrachtauto’s en trekkers;

Categorie 6

€ 12,50

voor motorrijwielen, scooters, motorcarriers en overige niet tot de categorieën 1, 3, 7 of 8 behorende motorrijtuigen;

Categorie 7

€ 12,50

voor landbouwwerktuigen;

Categorie 8

€ 12,50

voor rijwielen met hulpmotor.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, E. Heinen

TOELICHTING

Bezitters of houders van motorrijtuigen zijn ingevolge de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen verplicht een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Een uitzondering geldt voor personen die gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering en die als zodanig door of namens de Minister van Financiën zijn erkend. De betrokken gemoedsbezwaarden dienen voor elk motorrijtuig in het bezit te zijn van een door of namens de Minister van Financiën afgegeven vrijstellingsbewijs.

Gemoedsbezwaarden zijn per motorrijtuig een jaarlijkse bijdrage verschuldigd aan het Fonds Middelen Gemoedsbezwaarden (FMG). De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks door de Minister van Financiën vastgesteld. Om te voorkomen dat gemoedsbezwaarden door het zich al dan niet voordoen van ernstige ongevallen elk jaar onzekerheid hebben over de te betalen bijdrage, zijn de tarieven gekoppeld aan het vermogen van het FMG. Het FMG-vermogen ligt naar verwachting op 31 december 2025 met € 4,2 miljoen op een niveau waarbij er voor 2026, net als in 2025, geen aanleiding is om de sinds 2017 gehanteerde tarieven te wijzigen.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Naar boven