Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 40039 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 40039 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Metalektro
Regeling Vervroegd Uittreden 2026
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van de Stichting Raad van Overleg in de Metalektro namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij ter ener zijde: FME, ondernemersorganisatie voor de technologische industrie;
Partijen ter andere zijde: FNV, CNV, De Unie en VHP2.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
a. De Cao Metalektro: Regeling Vervroegd Uittreden (verder te noemen ‘Cao RVU’ of ‘deze cao’) wordt uitgevoerd door de Stichting RVU Metalektro (verder te noemen ‘RVU Metalektro’ of ‘de stichting’). Cao-partijen hebben de stichting met dit doel opgericht.
b. RVU Metalektro werkt binnen de kaders van (de werkingssfeer van) deze cao, de statuten van RVU Metalektro en het Reglement Vervroegd uittreden uit bijlage C. De statuten van RVU Metalektro en het Reglement Vervroegd Uittreden maken deel uit van deze cao.
c. De Stichting Raad van Overleg in de Metalektro (ROM) is gerechtigd de taken uit te voeren die deze cao aan de ROM opdraagt.
a. De werkgever is jaarlijks een bijdrage van maximaal 0,3% verschuldigd aan RVU Metalektro van de in dat jaar voor de onderneming geldende Loonsom Wfsv.
b. De loonsom Wfsv is hier het totaal van het loon zoals omschreven in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).
c. Cao-partijen stellen jaarlijks de hoogte van de bijdrage vast.
d. Jaarlijks evalueren cao-partijen de premieheffing. Partijen kunnen aan de hand van de evaluatie aanpassing van de benodigde premie overeenkomen. Als partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over aanpassing van de premie, blijft de eerder overeengekomen maximale premie van toepassing.
e. De ROM heft de werkgeversbijdrage en bepaalt het heffingsmoment.
a. De werkgever is verplicht de ROM een voorschot op zijn bijdrage te betalen.
b. Hij doet dit vóór een door de ROM vast te stellen datum, maar uiterlijk op 15 oktober van elk jaar.
c. De ROM bepaalt de hoogte van het voorschot op basis van een redelijke schatting van de op die datum voor de onderneming geldende Loonsom Wfsv. De ROM heft het voorschot.
d. De definitieve afrekening vindt plaats op uiterlijk 15 augustus van het daaropvolgende jaar.
De bepalingen over de werkingssfeer zijn opgenomen in bijlage A. Deze bijlage en bijlage B maken onderdeel uit van deze cao.
De natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de werknemer pleegt te werken.
Degene die:
• een arbeidsovereenkomst heeft in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek of
• in aangenomen werk persoonlijk arbeid verricht, al dan niet als thuiswerker, maar niet in de zelfstandige uitoefening van een bedrijf of beroep.
1.
a. Deze overeenkomst is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van werknemers in dienst van een werkgever in de Metalektro.
b. Deze overeenkomst is tevens van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van werknemers in dienst van de werkgever die niet valt onder 6 of 7 van deze bijlage en in hoofdzaak ondersteunende en/of samenhangende activiteiten verricht ten behoeve van een of meer werkgever(s) in de Metalektro waarmee de werkgever een gezamenlijke onderneming vormt, tenzij de werkgever is gebonden aan de al of niet algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao voor het Metaalbewerkingsbedrijf, of de cao voor het Technisch Installatiebedrijf.
2. Een werkgever die activiteiten verricht als beschreven in 6 tot en met 7 valt onder de werkingssfeer van deze overeenkomst als in hoofdzaak Metalektro-activiteiten worden verricht.
3. Of in hoofdzaak activiteiten binnen de Metalektro worden verricht, wordt bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren dat door werknemers van de werkgever aan die activiteiten wordt besteed. Van ‘in hoofdzaak’ is sprake als dat gewoonlijk meer dan 50% is van de bij de werkgever met de werknemers overeengekomen arbeidsuren.
4. Tot de Metalektro-activiteiten behoren zowel de specifieke activiteiten genoemd in 6 tot en met 7 als werkzaamheden van werknemers die, in een al dan niet ondersteunende functie – waartoe mede wordt verstaan werknemers in de ‘overhead’ –, werkzaam zijn ten behoeve van die specifieke activiteiten.
5. Voor zover werknemers al dan niet in een ondersteunende functie – waartoe mede wordt verstaan werknemers in de ‘overhead’ – werkzaam zijn zowel ten behoeve van de Metalektro- activiteiten als ten behoeve van andere ondernemingsactiviteiten, wordt het aantal arbeidsuren van deze werknemers naar evenredigheid toegerekend aan de verschillende activiteiten van de werkgever.
6. Tot de ‘Metalektro’ behoren – voor zover niet genoemd in 7 en 8 – werkgevers waarin, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende ten minste 1.200 uren per week door bij die werkgever in dienst zijnde werknemers als bedoeld in paragraaf 3.3 van deze overeenkomst,
doch met inachtneming van het gestelde onder 9 t/m 18 en 22, werkzaamheden worden verricht en waarin:
a. uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen wordt uitgeoefend, waaronder onder meer wordt verstaan:
1. het 3D-printen, aanleggen, assembleren, construeren, demonteren, draaien, emailleren, extruderen, forceren, frezen, gieten, herstellen, honen, kotteren, lasercladden, (laser) lassen, leppen, monteren, onderhouden (waaronder onder meer preventief), ontwerpen, ontwikkelen, persen, pletten, samenstellen, slopen, smeden, smelten, snijden, trekken, vervaardigen, verscheuren en/of vermalen, (vonk-) verspanen, walsen, zagen van metaal (waaronder onder meer te verstaan: aluminium, blik, brons, koper, lood, messing, staal, tin, ijzer, zink en legeringen of composities hiervan) of metalen voorwerpen, alles in de ruimste zin van het woord, zoals: apparaten, appendages, automobielen, automaten, beelden, benzinepompen, beregeningsinstallaties, bliksemafleiders, blikwaren, bouten, brandkasten, bromfietsen, bruggen, buizen, capsules, containers niet zijnde carrosserieën, draad, draadnagels, drijfwerk, elektriciteitsmeters, elektroden, gaas, gasmeters, gemotoriseerde rijwielen, gereedschappen, haarden, instrumenten (waaronder optische apparaten), jaloezieën, kachels, ketels (o.a. voor centrale verwarming), kinderwagens, klinknagels, knopen, kroonkurken, machines, matrassen, matrijzen, meters (o.a. gas-, elektriciteits-, water- en taximeters), meubelen, moeren, motoren, motorrijwielen, muziek- instrumenten, onderdelen, ovens, radiatoren, ramen, reservoirs, rolhekken, rollend materieel, rolluiken, rijwielen, schaatsen, schepen (alle vaartuigen hoe dan ook genaamd en van welke aard ook), schroeven, schuifhekken, sierhekken, sluitingen, stempels, stoomketels, tanks, taximeters, toestellen, tuben, uurwerken, voorwerpen, watermeters, werktuigen (waaronder mede begrepen kracht- en arbeidswerktuigen, landbouwmachines, -tractoren en -werktuigen) en zonweringen;
2. het ontwerpen, ontwikkelen, vervaardigen en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen en dergelijke – dit alles ongeacht de aard van het materiaal –, die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals analyseapparatuur, bioreactoren, elektromotoren, elektrische huishoudelijke en industriële toestellen met en zonder elektrische bewegingskracht, elektrische ovens, fornuizen, apparatuur voor het elektrisch lassen en accumulatoren, producten dienende tot het ondergronds transport van elektrisch arbeidsvermogen (grondkabel), isolerend draad, installatie- materiaal (waaronder smeltveiligheden) en alle overige elektronische apparatuur daaronder begrepen elektro-medische toestellen, instrumenten en computers;
3. het staalblazen en/of zandstralen;
4. het verzinken en/of vertinnen, voor zover dit niet langs galvanotechnische weg geschiedt;
5. het reviseren van verbrandingsmotoren en/of onderdelen daarvan in de ruimste zin;
b. uitsluitend of in hoofdzaak het elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf wordt uitgeoefend;
c. uitsluitend of in hoofdzaak rechtstreeks voor derden het bedrijf wordt uitgeoefend van het:
1. wikkelen of herstellen van elektrotechnische machines en gebruiks- en verbruikstoestellen voor sterk- en zwakstroominstallaties (elektrotechnisch wikkelbedrijf);
2. monteren en bedraden van elektrotechnische en elektronische apparatuur van bedienings-, schakel- en signaleringspanelen (elektrotechnisch paneelbouwbedrijf);
3. demonteren, repareren, monteren, vervangen, wijzigen, onderhouden, gebruiksgereed opleveren van apparaten, installaties, toestellen, voorwerpen e.d. die elektrische energie afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken (elektrotechnisch reparatiebedrijf);
d. uitsluitend of in hoofdzaak werknemers ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 7:690 BW van werkgevers waarin uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen wordt uitgeoefend dan wel die op grond van de overige bepalingen van dit artikel worden geacht te behoren tot de Metalektro; echter, niet tot de Metalektro worden geacht te behoren werkgevers waar uitsluitend het bedrijf van het ter beschikking stellen van werknemers van derden wordt uitgeoefend indien de betreffende werkgever:
1. werknemers voor 25% of meer van de arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers ter beschikking stelt van derden die niet uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen uitoefenen dan wel niet op grond van de overige bepalingen van dit artikel worden geacht te behoren tot de Metalektro;
2. én voor 15% of meer van het totale premieplichtige loon op jaarbasis werknemers ter beschikking stelt van derden op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 BW, zoals laatstelijk nader gedefinieerd in Bijlage 1, behorend bij artikel 5.1 van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv), gepubliceerd in de Staatscourant nummer 242 van 13 december 2005. De onderneming heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door de uitvoeringsinstelling (Belastingdienst), die voor de sociale verzekeringen is belast met het indelen van ondernemingen bij sectoren, als zodanig is vastgesteld;
3. én geen onderdeel uitmaakt van een groep van ondernemingen die geacht wordt te behoren tot de Metalektro;
4. én geen door werkgevers- en werknemers (organisatie(s)) tot stand gebrachte arbeidspool is;
e. anders dan in hoofdzaak het bedrijf van het be- en/of verwerken van metalen en/of een of meer van de in 7 genoemde bedrijven wordt uitgeoefend en daarnaast anders dan in hoofdzaak werknemers ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 7:690 BW van werkgevers waar uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen wordt uitgeoefend dan wel die op grond van de overige bepalingen van dit artikel worden geacht te behoren tot de Metalektro, indien in de betreffende werkgever het grootste deel van het totale premieplichtige loon op jaarbasis wordt aangewend ten behoeve van deze activiteiten gezamenlijk.
Onder ‘vervaardigen’ dient eveneens te worden verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen. Ontwerpen en/of ontwikkelen wordt alleen dan tot de werkingssfeer geacht te behoren indien en voor zover dit plaatsvindt ten dienste van een of meer overige zelf te verrichten activiteiten als onder a tot en met d omschreven. Onder ontwerpen, ontwikkelen wordt verstaan, uitgaande van een programma van eisen, het omzetten van dit programma in een technische specificatie, waaronder mede wordt verstaan schets, blauwdruk of prototype, enz.
7. Ongeacht het aantal arbeidsuren gedurende welke in de regel per week door bij die ondernemingen in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht, worden,
behoudends het bepaalde in 6 tevens geacht tot de Metalektro te behoren werkgevers waar uitsluitend of in hoofdzaak een of meer van de volgende bedrijven worden uitgeoefend:
a. het walsen van staal;
b. het ijzer- en staalgietersbedrijf;
c. het ontwerpen, ontwikkelen, vervaardigen en/of herstellen van vliegtuigen;
d. het ontwerpen, ontwikkelen, vervaardigen en/of herstellen van liften.
Onder ‘vervaardigen’ dient eveneens te worden verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen. Ontwerpen en/of ontwikkelen wordt alleen dan tot de werkingssfeer geacht te behoren indien en voor zover dit plaatsvindt ten dienste van een of meer overige zelf te verrichten activiteiten als onder a tot en met d omschreven. Onder ontwerpen, ontwikkelen wordt verstaan, uitgaande van een programma van eisen, het omzetten van dit programma in een technische specificatie, waaronder mede wordt verstaan schets, blauwdruk of prototype, enz.
8. Niet onder de werkingssfeer van deze overeenkomst ressorteren werkgevers, die weliswaar onder de omschrijving van 7 vallen, doch waarop met goedkeuring van de daartoe bevoegde instantie een (algemeen verbindend verklaarde) collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van arbeidsvoorwaarden in de Metaal en Technische Bedrijfstakken (MTB) van toepassing is.
9. Een werkgever, die in verband met het aantal arbeidsuren van haar werknemers behoort tot de Metalektro, behoort tot het metaalbewerkingsbedrijf, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week bij de werkgever, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk 3, 2, of 1 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, minder heeft bedragen dan onderscheidenlijk 1.200, 800 of 400, na afloop van die periode, met inachtneming van het hierna in 10 bepaalde. Indien de daling van het aantal arbeidsuren het directe gevolg is van een juridische herstructurering worden de bij de juridische herstructurering betrokken werkgevers voor de vaststelling van het aantal arbeidsuren als één werkgever beschouwd. Dit geldt niet als op de arbeidsovereenkomsten van een werkgever voorafgaand aan de juridische herstructurering de (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de cao voor het Metaalbewerkingsbedrijf of de (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de cao voor het Technisch Installatiebedrijf van toepassing waren. De werkgever die voornemens is de hierboven bedoelde juridische herstructurering door te voeren maakt hiervan melding bij de ROM waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de gevolgen van de juridische herstructurering voor de betrokken werknemers.
10. De in 9 bedoelde werkgever behoort tot het metaalbewerkingsbedrijf met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar aanvangende na afloop van de hiervoor onder 9 genoemde perioden.
11. Werkgevers waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in hoofdzaak behoort tot de in 6 genoemde takken van bedrijf waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die zijn ingeschreven bij de sector Metaalindustrie of de sector Elektrotechnische Industrie (voorheen Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Elektrotechnische Industrie), doch waarbij op of voor genoemde datum gelet op dat criterium aansluiting bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid (thans de sector Metaal en Technische Bedrijfstakken) had moeten plaatsvinden, worden geacht te behoren tot de Metalektro.
12. In geval van rechtsopvolging van een werkgever als hiervoor in 9 en 11 bedoeld, wordt voor de toepassing van het in 9 en 11 bepaalde aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting.
13. Indien een werkgever als bedoeld in 11 in het kader van het bepaalde bij of krachtens de Regeling Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 242 van 13 december 2005, overgaat naar de sector Metaal en Technische Bedrijfstakken behoort die werkgever met ingang van dezelfde datum tot het metaalbewerkingsbedrijf.
14. Een werkgever, die in verband met het aantal arbeidsuren van haar werknemers behoort tot het metaalbewerkingsbedrijf, behoort, indien het bedoeld aantal arbeidsuren per week van de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk 3, 2 en 1 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van enig jaar, ten minste heeft bedragen onderscheidenlijk 1.200, 2.000 of 3.000, na afloop van die periode, met inachtneming van het hierna in 15 bepaalde, tot de Metalektro.
15. De in 14 bedoelde werkgever behoort tot de Metalektro met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar aanvangende na afloop van de hiervoor in 14 genoemde perioden.
16. Werkgevers waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in hoofdzaak behoort tot de in 6 genoemde takken van bedrijf waarop het tot 1 januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die zijn ingeschreven bij de sector Metaal en Technische Bedrijfstakken (MTB) (voorheen Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid), doch waarbij op of voor genoemde datum gelet op dat criterium aansluiting bij de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Elektrotechnische Industrie (thans de sector Metaalindustrie en de sector Elektrotechnische Industrie) had moeten plaats- vinden, worden geacht te behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf.
17. In geval van rechtsopvolging van een werkgever als hiervoor in 14 en 16 bedoeld, wordt voor de toepassing van het in 14en 16 bepaalde aangenomen dat sprake is van een zelfde aansluiting.
18. Indien een werkgever als bedoeld in 16 in het kader van het bepaalde bij of krachtens de Regeling Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 242 van 13 december 2005, overgaat naar de sector Metaalindustrie of de sector Elektrotechnische Industrie behoort die werkgever met ingang van dezelfde datum tot de Metalektro.
19. De Commissie Werkingssfeer ziet toe op de toepassing van de met betrekking tot de indeling en de overgang van werkgevers in 6 en 9 tot en met 18 gestelde regelen.
20. Deze overeenkomst is niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten met werknemers die werkzaam zijn in lithografische afdelingen van werkgevers in de Metalektro en daar grafische vakarbeid verrichten voor zover deze werknemers onder de Cao Grafimedia vallen.
21. Deze overeenkomst is niet van toepassing op bestuurders in dienst van de werkgever en de functionarissen die rechtstreeks bij het bepalen van het beleid in het bedrijf zijn betrokken.
22. Deze overeenkomst is niet van toepassing op: NXP Semiconductors Netherlands B.V. te Nijmegen en Eindhoven en Philips en de met deze vennootschap in concernverband verbonden werkgevers. De Raad van Overleg in de Metalektro kan te allen tijde deze overeenkomst wel van toepassing verklaren op deze werkgevers indien de grond voor het uitzonderen van de toepassing vervalt. Tijdens de looptijd van deze overeenkomst kan de Raad van Overleg in de Metalektro (bepalingen van) deze overeenkomst desgevraagd niet van toepassing verklaren op andere werkgevers. Een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot dispensatie van (bepalingen van) deze overeenkomst dient te worden ingediend bij de ROM (Postbus 407, 2260 AK te Leidschendam). De ROM zal dit verzoek behandelen met inachtneming van het reglement dispensatie. Dit reglement is opgenomen als bijlage B van deze overeenkomst.
1. De ROM doet uitspraak over een verzoek tot dispensatie als bedoeld onder 22 van bijlage A Werkingssfeer.
2. De werkgroep Werkingssfeer van de ROM adviseert de ROM over een ingediend dispensatieverzoek.
1. De werkgroep Werkingssfeer bestaat uit één lid van de ROM van werkgeverszijde en één lid van de ROM van werknemerszijde.
2. De leden van de werkgroep Werkingssfeer worden benoemd door de ROM.
1. Een verzoek tot dispensatie van (bepalingen van) deze cao kan worden ingediend door een werkgever of groep van werkgevers die organisatorisch en economisch met elkaar verbonden zijn. Uit het verzoek moet duidelijk blijken of het verzoek mede namens alle vakbonden die partij zijn bij deze cao wordt gedaan. Tenzij een vakbond afziet bij de te dispenseren cao betrokken te zijn.
2. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het secretariaat van de ROM (Postbus 407, 2260 AK Leidschendam en/of info@romcao.nl).
3. Het verzoek wordt getoetst aan de volgende voorwaarden:
a. er dient sprake te zijn van een eigen cao overeengekomen met tenminste alle bij deze cao betrokken vakbonden, tenzij een vakbond afziet daarbij betrokken te willen zijn; én
b. de eigen cao dient tenminste gelijkwaardig te zijn aan deze cao; én
c. de onderneming blijft gedurende de termijn van de dispensatie bijdragen betalen en deelnemen aan de collectieve regelingen die gelden voor werkgevers in de Metalektro, waaronder: Stichting Raad van Overleg in de Metalektro (ROM), Stichting Sociaal Fonds in de Metalektro (SSF), Stichting Arbeidsmarkt en Opleiding in de Metalektro (A+O), Stichting Private Aanvulling WW & WGA (PAWW) en de Stichting PME pensioenfonds (PME) tenzij daar al vrijstelling voor verplichte deelneming in dit fonds geldt; én
d. een motivering waarom dispensatie van deze cao nodig is.
4. Het verzoek dient ten minste te bevatten:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de ondertekening door verzoeker;
c. een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het dispensatieverzoek;
d. de motivering van het verzoek;
e. de dagtekening;
f. alsmede bijgesloten een (digitaal) afschrift van de eigen cao.
1. Na ontvangst van het verzoek wordt door het secretariaat van de ROM binnen twee weken beoordeeld of het verzoek in behandeling kan worden genomen. Indien nodig krijgt verzoeker de gelegenheid om het verzoek aan te vullen.
2. Een verzoek wordt in behandeling genomen nadat de informatie die moet worden verstrekt als bedoeld in artikel 3 lid 4 voldoende is voor de beoordeling van het verzoek.
1. De verzoeker ontvangt bericht van het in behandeling nemen van het verzoek. Nadat het verzoek in behandeling is genomen, wordt de beslissing op het verzoek binnen 2 maanden genomen.
2. De termijn bedoeld in het eerste lid kan met hoogstens 2 maanden worden verlengd, indien naar het oordeel van de ROM resp. de werkgroep Werkingssfeer aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling van het verzoek. De verzoeker krijgt binnen die termijn 2 weken voor het overleggen van de aanvullende informatie.
1. De beslissing van de ROM wordt met redenen omkleed.
2. Het secretariaat van de ROM zendt zo spoedig mogelijk de schriftelijke beslissing aan verzoeker.
1. Een verleende dispensatie geldt tot maximaal één jaar nadat de looptijd van deze cao is verstreken.
2. Voor een verlenging van de dispensatietermijn of een dispensatie van een nieuwe eigen cao dient een verzoek te worden ingediend volgens de vereisten van dit reglement.
3. Telkens als de gedispenseerde werkgever een nieuwe eigen cao met de vakbonden heeft afgesloten, informeert deze direct de ROM met het sturen van een afschrift van de eigen cao.
De definities zoals omschreven in artikel 1 van de statuten van de Stichting RVU Metalektro worden geacht te zijn opgenomen in dit Reglement. Verder wordt in afwijking van en in aanvulling op die definities in dit Reglement verstaan onder:
Het aanvraagformulier zoals opgesteld door de Stichting RVU Metalektro en geplaatst op de website www.rvumetalektro.nl.
de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
Het bestuur van de Stichting RVU Metalektro.
de collectieve arbeidsovereenkomst Metalektro Regeling Vervroegd Uittreden (RVU).
onderhavig reglement, namelijk het Reglement Vervroegd Uittreden Metalektro.
De Regeling Vervroegd Uittreden Metalektro, zoals nader beschreven in het Reglement en de cao Metalektro RVU.
Stichting RVU voor de Metalektro, statutair gevestigd te Den Haag.
de periodieke uitkering zoals nader uitgewerkt in dit Reglement.
degene die op grond van dit Reglement recht heeft op een uitkering.
het door de Stichting RVU Metalektro jaarlijks vast te stellen bedrag tot waartoe ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor het verstrekken van nieuwe uitkeringen, zoals bedoeld in artikel 8.
de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van werknemer is geëindigd.
De organisatie die door de Stichting RVU Metalektro is aangewezen als uitkeringsinstantie van de Regeling Vervroegd Uittreden, zoals nader omschreven in artikel 3 lid 2 tot en met lid 4 van dit Reglement.
de werkgever in Metalektro die als zodanig is gedefinieerd in de cao Metalektro RVU: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de werknemer pleegt te werken;
degene die als zodanig is gedefinieerd in de cao Metalektro RVU: degene die:
– een arbeidsovereenkomst heeft in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek of
– in aangenomen werk persoonlijk arbeid verricht, al dan niet als thuiswerker, maar niet in de zelfstandige uitoefening van een bedrijf of beroep.
1. Dit Reglement maakt integraal onderdeel uit van de cao Metalektro RVU.
2. De Uitvoeringsorganisatie is gemandateerd door de Stichting RVU Metalektro om uitvoering te geven aan de Regeling Vervroegd Uittreden, zoals vastgelegd in dit Reglement. Hieronder wordt begrepen:
a. het beheren van de door Stichting RVU Metalektro ontvangen gelden, en
b. het betalen van de uitkering aan uitkeringsgerechtigden uit hoofde van dit Reglement.
3. De Stichting RVU Metalektro kan nadere bevoegdheden mandateren aan de Uitvoeringsorganisatie, of deze weer intrekken.
4. Gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van de Stichting RVU Metalektro.
1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit Reglement, heeft degene die op het moment van deelname voldoet aan de onder sub a en b van dit lid genoemde voorwaarden:
a. in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 op eigen verzoek uit dienst treedt; en die
b. op de uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal 36 maanden en minimaal 6 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ligt; en die op het moment van aanmelding voldoet aan de onder c genoemde voorwaarde:
c. een bruto maandsalaris verdient van maximaal € 4.773 exclusief toeslagen bij voltijdsdienstverband, of die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum tenminste vijf aaneengesloten jaren een periode van minimaal twee jaar regelmatig:
– in ploegendienst heeft gewerkt, of
– in consignatiedienst heeft gewerkt, of
– SAO-toeslag of vergelijkbare toeslagen voor bezwarende arbeidsomstandigheden (zoals vuilwerktoeslag) betaald heeft gekregen.
2. Geen recht op uitkering heeft degene:
a. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW- uitkering of ZW-uitkering (voor WGA- of WAO- uitkering zie artikel 5 lid 3);
b. die met (deeltijd)pensioen gaat of al is gegaan en nog betaalde activiteiten in dienstverband verricht, als zelfstandig ondernemer of anderszins.
1. De maandelijkse uitkering bedraagt in 2026 € 2.273 bruto per maand of zoveel hoger als vastgesteld in verband met de wettelijke indexatie op grond van de door de overheid vast te stellen RVU-drempelvrijstelling.
2. Het in lid 1 genoemde bedrag geldt voor de werknemer die in voltijd werkt. Voor de werknemer die in deeltijd werkt, geldt dit bedrag naar rato (van het aantal door hem gewerkte uren).
3. De uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de uittredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsgeschiktheid (werknemers met WGA- of WAO-uitkering).
1. Het recht op uitkering op grond van dit Reglement eindigt:
a. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
b. met ingang van de maand volgend op de maand waarin de uitkeringsgerechtigde overlijdt.
2. Het recht op uitkering eindigt vóór de in het eerste lid bedoelde datum met ingang van de eerste dag waarop de uitkeringsgerechtigde betaalde activiteiten in dienstverband verricht, als zelfstandig ondernemer of anderszins.
1. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden dient maximaal zes maanden en minimaal drie maanden vóór de uittredingsdatum de aanvraag in bij de Stichting RVU Metalektro, via de website www.rvumetalektro.nl.
2. De aanvraag wordt door de werknemer ingediend door gebruikmaking van het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld. Daarnaast dienen de gevraagde bewijsstukken te worden bijgevoegd waaronder het formulier Toetsing Voorwaarden Metalektro dat door de werkgever is ingevuld en ondertekend of 3 actuele loonstroken. Als de werkgever nalaat het formulier Toetsing voorwaarden Metalektro tijdig in te vullen en te ondertekenen, zoekt de Stichting RVU Metalektro samen met de aanvrager een passende oplossing.
3. De werknemer geeft bij de aanvraag uit eigen beweging alle informatie door, waarvan hem duidelijk kan zijn dat dit relevant is voor het vaststellen van het recht op uitkering.
4. Gedurende de looptijd van de uitkering is de uitkeringsgerechtigde verplicht om uit zichzelf dan wel op verzoek van de Stichting RVU Metalektro alle informatie aan de Stichting RVU Metalektro te verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat die van invloed is op het voortbestaan van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering. Deze informatie dient de uitkeringsgerechtigde onverwijld aan de Stichting RVU Metalektro te verstrekken.
5. De werknemer verklaart zich bij zijn aanvraag akkoord met de op hem van toepassing zijnde rechten en verplichtingen, zoals neergelegd in het Reglement zoals dat op het moment van aanvraag geldt.
6. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.
7. Alleen volledige aanvragen worden door de Stichting RVU Metalektro in behandeling genomen.
8. Onvolledige aanvragen moeten opnieuw worden ingediend. Hierbij geldt, na aanvulling van de onvolledige aanvraag, als binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
1. De Stichting RVU Metalektro beslist binnen 30 dagen na ontvangst van de volledige aanvraag over de voorwaardelijke toekenning of weigering van uitkering. De beslissing wordt schriftelijk aan de aanvrager en de werkgever medegedeeld.
Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de Stichting RVU Metalektro de aanvrager en de werkgever daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist.
2. Een voorwaardelijke toekenning betekent dat de aanvraag tot uitkering wordt toegekend en wordt omgezet in een definitieve toekenning nadat de aanvrager de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst aan de Stichting RVU Metalektro heeft doorgegeven, zoals omschreven in artikel 9.
3. De Stichting RVU Metalektro stelt jaarlijks vast tot welk bedrag ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor het verstrekken van nieuwe uitkeringen.
4. Aanvragen worden door de Stichting RVU Metalektro in behandeling genomen tot het bereiken van het vastgestelde uitkeringsplafond.
5. Aanvragers die een aanvraag doen na het bereiken van het uitkeringsplafond worden op een wachtlijst gezet op volgorde van binnenkomst zoals beschreven in artikel 7. De Stichting RVU Metalektro zal aan de aanvrager en de werkgever een schriftelijke prognose doen toekomen over de te verwachte wachttijd. Aan deze prognose kunnen geen rechten worden ontleend.
6. Stichting RVU Metalektro informeert de werkgever van werknemer over de voorwaardelijke toekenning van de uitkering in verband met eventuele noodzakelijke afstemming over pseudo-eindheffing als bedoeld in artikel 11.
1. Binnen 30 dagen na dagtekening van het besluit tot voorwaardelijke toekenning completeert de aanvrager de aanvraag door toezending van de volgende stukken aan de Stichting RVU Metalektro:
a. een kopie van de schriftelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst met daarop de einddatum van de arbeidsovereenkomst; en
b. een kopie van de schriftelijke ontvangstbevestiging van de opzegging welke is ondertekend door de werkgever. In het geval dat de ontvangstbevestiging van de werkgever nog niet in het bezit is van de aanvrager, dient de aanvrager dit te melden bij de completering van zijn aanvraag. De Stichting RVU Metalektro zoekt dan samen met de aanvrager een passende oplossing om alsnog de ontvangstbevestiging te verkrijgen. De formele uittredingsdatum blijft hierdoor ongewijzigd.
2. De Stichting RVU Metalektro zal binnen 2 weken na ontvangst van de gecompleteerde aanvraag als bedoeld in lid 1, de definitieve toekenning van uitkering schriftelijk bevestigen. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de Stichting RVU Metalektro de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt zij daarbij een redelijke termijn waarbinnen wel kan worden beslist. Deze termijn zal niet later zijn dan de uittredingsdatum.
1. De Uitvoeringsorganisatie betaalt de uitkering maandelijks aan de uitkeringsgerechtigde, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen.
2. De uitkeringsgerechtigde ontvangt van de uitvoeringsorganisatie jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering.
1. De werknemer die op eigen initiatief uit dienst treedt heeft geen recht op een aanvullende financiering van de werkgever of een door de werkgever aangewezen partij.
2. In de situatie dat werkgever en werknemer voornemens zijn af te wijken van lid 1 dient de aanvraag, beschreven in artikel 7, door werkgever en werknemer gezamenlijk te worden gedaan. In de aanvraag dient onder meer melding te worden gemaakt van de afspraken omtrent de aanvulling op de uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden middels een eenmalige of periodiek aanvullende ontslagvergoeding (daaronder begrepen een ontslagvergoeding in natura). In deze situatie is artikel 7 van overeenkomstige toepassing op de werkgever.
3. De Stichting RVU Metalektro zal de aanvraag in behandeling nemen nadat de Stichting RVU Metalektro, de werkgever en de werknemer afspraken hebben gemaakt ten aanzien van een eventuele pseudo-eindheffing. De eventuele pseudo-eindheffing komt niet ten laste van de Stichting RVU Metalektro.
4. De werkgever zal de Stichting RVU Metalektro vrijwaren en volledig schadeloosstellen voor de vordering van de Belastingdienst in het kader van de pseudo-eindheffing in de zin van artikel 32ba Wet op de loonbelasting 1964, inclusief boetes en rentes, alsmede de juridische kosten, als werkgever dan wel een door de werkgever aangewezen partij een financiële regeling heeft getroffen met werknemer welke regeling kwalificeert als regeling vervroegd uittreden in de zin van artikel 32ba, lid 6 Wet op de loonbelasting 1964. De werkgever en werknemer zijn verplicht om mee te werken, en waar nodig de benodigde informatie te verstrekken, voor het afwenden van deze vordering van de Belastingdienst.
5. Wanneer werkgever en werknemer in afwijking van het bepaalde in dit artikel nalaten de Stichting RVU Metalektro te informeren over hun voornemens als bedoeld in het lid 2 van dit artikel vervalt het recht op de uitkering op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden met terugwerkende kracht en worden eventueel reeds uitbetaalde uitkeringen op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden geacht onverschuldigd te zijn betaald.
1. De Stichting RVU Metalektro kan het besluit tot uitkering herzien of intrekken indien:
a. de uitkeringsgerechtigde de op grond van de Regeling Vervroegd Uittreden gevraagde of uit eigen beweging te verstrekken informatie niet, niet tijdig of onjuist verstrekt;
b. indien anderszins de uitkering ten onrechte is verleend.
2. Uitkeringsgerechtigde wordt geacht de in dit Reglement bedoelde informatie niet of niet tijdig te hebben verstrekt, indien de Stichting RVU Metalektro de informatie niet binnen twee maanden na ontvangst van de eerste oproep daartoe of nadat het uit eigen beweging te melden feit bekend is bij uitkeringsgerechtigde, heeft ontvangen.
3. De Stichting RVU Metalektro is bevoegd de opgelopen schade als gevolg van door uitkeringsgerechtigde niet, niet tijdig of onjuist verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in dit Reglement gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen, sociale lasten en rente, te verhalen op uitkeringsgerechtigde. Daarbij behoudt de Stichting RVU Metalektro zich het recht voor verhaal te halen door middel van vermindering van de lopende uitkering.
4. Wanneer sprake is van fraude, valsheid in geschrifte of enig ander misdrijf als vermeld in het Wetboek van Strafrecht, dan kan de Stichting RVU Metalektro daarvan aangifte doen. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civielrechtelijke procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde betalingen, op betrokkene te verhalen.
5. De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de uitkeringsgerechtigde van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Een beroep op het niet kennen van de inhoud van dit Reglement wordt niet als zodanig beschouwd.
6. De beslissing tot intrekking of herziening van uitkering zoals bedoeld in dit artikel wordt schriftelijk en gemotiveerd door de Stichting RVU Metalektro aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld.
1. Indien de uitkering geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan die uitkering of dat deel van de uitkering door de Stichting RVU Metalektro worden teruggevorderd van de persoon aan wie onverschuldigd is betaald.
2. Wanneer blijkt dat een uitkering onverschuldigd is betaald neemt de Stichting RVU Metalektro een beslissing tot terugvordering. De beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de persoon aan wie onverschuldigd is betaald medegedeeld, alsmede de termijn waarbinnen hij het onverschuldigd betaalde bedrag dient terug te betalen. Deze termijn bedraagt vier weken. Voor zover mogelijk zal de terugvordering worden verrekend met de door uitkeringsgerechtigde nog te ontvangen uitkering.
3. Indien de persoon aan wie onverschuldigd is betaald niet in staat is het onverschuldigd betaalde bedrag ineens terug te betalen, dan kan hij om een betalingsregeling verzoeken. Dit verzoek dient binnen twee weken na dagtekening van de beslissing tot terugvordering schriftelijk te worden ingediend bij de Stichting RVU Metalektro. De persoon aan wie onverschuldigd is betaald geeft de Stichting RVU Metalektro volledig inzage in zijn financiële situatie en verstrekt de Stichting RVU Metalektro alle informatie die op de beoordeling van het verzoek van invloed is. De Stichting RVU Metalektro beoordeelt vervolgens of een betalingsregeling overeengekomen kan worden. De Stichting RVU Metalektro houdt daarbij rekening met de beslagvrije voet.
4. Wanneer een betalingsregeling is overeengekomen bericht de Stichting RVU Metalektro de persoon aan wie onverschuldigd is betaald schriftelijk over de hoogte van het periodiek terug te betalen bedrag en het moment waarop de periodieke betalingen door de Stichting RVU Metalektro dienen te zijn ontvangen.
5. Wanneer de Stichting RVU Metalektro niet tegemoetkomt aan een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling, zal hiervan schriftelijk mededeling worden gedaan.
6. Wanneer terugvordering over het lopende kalenderjaar plaatsvindt zal terugvordering van het netto te veel betaalde bedrag plaatsvinden. Vindt terugvordering plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de uitkering onverschuldigd is betaald, dan vordert de Stichting RVU Metalektro het bruto te veel betaalde bedrag terug.
7. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet tijdig aan de verplichting tot terugbetaling voldoet, of – in het geval van een betalingsregeling – zijn periodiek niet tijdig betaalt, zal de Stichting RVU Metalektro eenmaal een herinnering sturen met de mededeling dat de betaling binnen 14 dagen door de Stichting RVU Metalektro moet zijn ontvangen. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet binnen die termijn betaalt of wanneer hij een tweede maal een periodiek mist, zal de gehele vordering zonder verder bericht uit handen worden gegeven aan een incassobureau. De kosten ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komen, conform de wettelijk maximaal toegestane vergoeding zoals vastgesteld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten of enige regelgeving die in plaats van dit besluit zal gelden, voor rekening van de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald.
8. Geen terugvordering zal plaatsvinden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de datum waarop de Stichting RVU Metalektro heeft geconstateerd dat de uitkering onverschuldigd is betaald.
9. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de Stichting RVU Metalektro geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering.
1. Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde hebben zijn nagelaten betrekkingen recht op 70% van de RVU-uitkering, mits voldaan is aan de voorwaarde als genoemd in lid 4 van dit artikel.
2. De uitkering genoemd in lid 1 van dit artikel loopt vanaf de dag volgend op de maand van overlijden van de uitkeringsgerechtigde tot aan de dag waarop de overleden uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.
3. Onder nagelaten betrekkingen als bedoeld in dit artikel worden verstaan de partner of kind/ kinderen van de overleden uitkeringsgerechtigde zoals gedefinieerd in artikel 1 van het geldende PME- pensioenreglement.
4. Binnen 8 weken na de dag volgend op de dag van overlijden van de uitkeringsgerechtigde, dienen de nagelaten betrekkingen de Stichting RVU Metalektro schriftelijk te informeren over het overlijden.
De Stichting RVU Metalektro is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig zijn voor een verantwoorde uitvoering. Voorts zijn cao-partijen bevoegd de inhoud van de Regeling Vervroegd Uittreden te wijzigen, door middel van een wijziging van de cao Metalektro RVU. Ingeval van een ongewijzigde inhoud van het Reglement dienen nader gestelde voorschriften in overeenstemming te zijn met de bepalingen in de statuten en dit Reglement.
Als de bepalingen in dit Reglement in individuele gevallen leidt tot onbedoelde of onbillijke uitkomsten kan de Stichting RVU Metalektro een afwijkende beslissing nemen die tegemoetkomt aan de bedoelingen van de Regeling Vervroegd Uittreden.
1. De werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde die zich niet kan verenigen met een door of namens de Stichting RVU Metalektro genomen beslissing die hem betreft, kan zich schriftelijk tot het bestuur van de Stichting RVU Metalektro wenden met het verzoek het geschil in behandeling te nemen.
2. Het geschil moet worden ingediend binnen een termijn van zes maanden nadat de beslissing is genomen of binnen een termijn van zes maanden nadat de uitvoeringshandeling waarop het geschil betrekking heeft, heeft plaatsgevonden. Na afloop van deze termijn wordt het geschil niet meer in behandeling genomen.
3. Het bestuur van de Stichting RVU Metalektro beslist binnen zes weken over het geschil. Indien de werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde zich niet kan verenigen met de beslissing van het bestuur, staat het de werknemer c.q. de uitkeringsgerechtigde vrij een gerechtelijke procedure aanhangig te maken bij de bevoegde rechter.
4. Indien het geschil nader onderzoek vergt, kan de afhandeling van het geschil langer dan zes weken duren. Het bestuur stelt de belanghebbende daarover binnen vier weken na het indienen van het geschil op de hoogte, met daarbij de redelijke termijn waarbinnen het geschil naar verwachting kan worden afgehandeld.
5. De beslissing van het bestuur ten aanzien van het geschil wordt schriftelijk medegedeeld en bevat de gronden waarop de beslissing berust.
1. In de statuten wordt verstaan onder:
de metalektro als bedoeld in de cao;
het bestuur van de Stichting, bestaande uit één Werkgeverslid en drie Werknemersleden;
een lid van het Bestuur;
de collectieve arbeidsovereenkomst Metalektro Vervroegd Uittreden (RVU), zoals deze van tijd tot tijd geldt;
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: CNV, statutair gevestigd te gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40478675, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: De Unie, statutair gevestigd te gemeente Culemborg, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40477726, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de directeur van de ROM is tevens directeur van de Stichting;
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Federatie Nederlandse Vakbeweging, statutair gevestigd te gemeente Utrecht, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40531840, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Vereniging FME, statutair gevestigd te gemeente Zoetermeer, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 40413607, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de Stichting een geconsolideerde jaarrekening opstelt, en het bestuursverslag;
de stichting: Stichting Raad van Overleg in de Metalektro, statutair gevestigd te gemeente 's-Gravenhage, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 41149603, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de regeling vervroegd uittreden, welke regeling is uitgewerkt in de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen (Wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof, zoals deels in werking getreden per één januari tweeduizend éénentwintig en in werking te treden per één januari tweeduizend zesentwintig);
per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;
de stichting waarvan de statuten in onderhavige akte zijn opgenomen;
de rechtspersonen die deelnemen in de ROM als werknemersorganisaties gezamenlijk, te weten CNV, De Unie, FNV en VHP2;
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: VHP2, statutair gevestigd te gemeente Eindhoven, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 17261210, dan wel haar rechtsopvolger onder algemene titel;
de Bestuurder benoemd door de ROM op bindende voordracht van FME;
een Bestuurder benoemd door de ROM op bindende voordracht van de Vakverenigingen in de ROM.
2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd.
1. De Stichting draagt de naam:
Stichting RVU voor de Metalektro.
2. De Stichting is gevestigd te gemeente 's-Gravenhage.
1. De Stichting heeft ten doel:
a. het bevorderen en het faciliteren van de vervroegde uitdiensttreding van werknemers die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, bijvoorbeeld omdat ze zwaar werk doen, die werkzaam zijn in de Bedrijfstak als bedoeld in de RVU-vrijstellingsregeling en daarmee uitvoering te geven aan de RVU‑vrijstellingsregeling;
b. het bevorderen en het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken in de Bedrijfstak rondom duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden, en
c. het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door het opstellen, aangaan en uitvoeren van cao-afspraken over een collectieve RVU-vrijstellingsregeling voor de Bedrijfstak met onder andere FME en de Vakverenigingen in de ROM.
3. De middelen van de Stichting mogen alleen worden aangewend ten gunste van het doel van de Stichting.
4. De Stichting kan – privaatrechtelijk, publiekrechtelijk en/of op elk ander rechtsgebied – rechtsvorderingen instellen die strekken tot bescherming van belangen van andere personen, voor zover die belangen gelijksoortig zijn aan de belangen die de Stichting behartigt blijkens het bepaalde in dit artikel.
5. De Stichting heeft geen winstoogmerk.
6. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.
7. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
8. In de Stichting werken de Vakverenigingen in de ROM en FME samen. Na verloop van drie jaren na de dag waarop de looptijd van de cao is geëindigd kunnen de Vakverenigingen in de ROM en FME hun medewerking aan de Stichting beëindigen door schriftelijke opzegging met een opzegtermijn van ten minste drie maanden.
1. De geldmiddelen van de Stichting worden gevormd door:
a. fondsen en andere geldelijke bijdragen die aan de Stichting worden verstrekt ter verwezenlijking van haar doel;
b. subsidies;
c. alle andere wettige inkomsten.
2. Het Bestuur is belast met het beheer van het vermogen van de Stichting en het fondsvermogen.
1. Het Bestuur van de Stichting bestaat uit vier Bestuurders, te weten één Werkgeverslid en drie Werknemersleden. Slechts natuurlijke personen kunnen tot Bestuurder worden (her)benoemd.
2. De Bestuurders worden benoemd door de ROM. De benoeming van de Bestuurders geschiedt uit een bindende voordracht, als volgt op te maken voor elke te vervullen plaats:
a. het Werkgeverslid uit een bindende voordracht van FME;
b. één Werknemerslid uit een bindende voordracht van FNV;
c. één Werknemerslid uit een bindende voordracht van CNV; en
d. één Werknemerslid uit een gezamenlijke bindende voordracht van De Unie en VHP2.
De rechtspersonen bedoeld onder a., b., c. en d. zullen binnen twee (2) maanden nadat zij hiertoe schriftelijk door de ROM zijn uitgenodigd, de voordracht als bedoeld in dit lid opmaken.
3. De Bestuurders worden voor onbepaalde tijd benoemd.
4. De ROM kan een Bestuurder schorsen of ontslaan, al dan niet op verzoek van de rechtsperso(o)n(en) die op grond van lid 2 van dit artikel bevoegd is/zijn een bindende voordracht op te maken voor de benoeming van een Bestuurder.
5. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt voorts door:
a. overlijden;
b. het nemen van ontslag;
c. onder curatelestelling of faillissement; en
d. ontslag door de rechtbank en ontslag als bedoeld in lid 4 van dit artikel.
6. Het Bestuur wijst elk jaar uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter aan, met dien verstande dat indien het voorzitterschap wordt vervuld door het Werkgeverslid, het vice-voorzitterschap wordt vervuld door een Werknemerslid en zo elk jaar afwisselend.
7. In geval van ontstentenis of belet van één of meer Bestuurders, berust het Bestuur tijdelijk bij de overblijvende Bestuurders. Bij ontstentenis of belet van alle Bestuurders wordt het Bestuur tijdelijk waargenomen door een persoon die daartoe door de ROM wordt aangewezen, tot conform het bepaalde in lid 2 in de betreffende vacature of zetel kan worden voorzien.
Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een Bestuurder. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een Bestuurder tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een Bestuurder is geschorst.
8. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Indien en zolang de Stichting één Bestuurder heeft, vervult deze alle taken en heeft deze alle bevoegdheden die toekomen aan de Bestuurders.
1. Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting en de met haar verbonden organisatie en beheert het vermogen van de Stichting.
2. Bij de vervulling van hun taken en bevoegdheden richten de Bestuurders zich naar het doel van de Stichting en de met haar verbonden organisatie en de bij de Stichting betrokken belanghebbenden.
3. Het Bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits het desbetreffende besluit wordt genomen met algemene stemmen in een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde Bestuurders aanwezig zijn.
1. Het Bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en verder zo dikwijls een Bestuurder dit wenselijk acht.
2. Het Bestuur kan alleen besluiten nemen indien ten minste het Werkgeverlid en twee Werknemersleden aanwezig zijn ter vergadering.
3. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.
4. Alle besluiten die in een bestuursvergadering kunnen worden genomen, kunnen ook buiten vergadering worden genomen, mits iedere Bestuurder zich schriftelijk ten gunste van het betrokken voorstel uitspreekt.
5. Het Bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle Bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan en door elkaar worden verstaan.
6. Van elke vergadering van het Bestuur worden door of onder verantwoordelijkheid van de vice-voorzitter notulen opgemaakt. De notulen worden in dezelfde of in de eerstvolgende bestuursvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de Bestuurders ondertekend.
7. Een Bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. De aanwezigheid van de betreffende Bestuurder telt niet mee voor het quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de andere Bestuurders genomen, met inachtneming van het hierna in artikel 8 bepaalde. Wanneer als gevolg van het vorenstaande en het bepaalde in artikel 8 door de overige Bestuurders geen rechtsgeldig besluit kan worden genomen, dan wel wanneer alle Bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het desbetreffende besluit genomen door het Bestuur met algemene stemmen en onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
1. Stemming binnen het Bestuur ten behoeve van besluitvorming geschiedt als volgt:
a. het Werkgeverslid brengt achtenvijftig (58) stemmen uit;
b. het Werknemerslid benoemd op bindende voordracht van FNV brengt vierenveertig (44) stemmen uit;
c. het Werknemerslid benoemd op bindende voordracht van CNV brengt acht (8) stemmen uit; en
d. het Werknemerslid benoemd op bindende voordracht van De Unie en VHP2 brengt zes (6) stemmen uit,
een en ander evenwel zodanig dat een Bestuurder niet meer stemmen kan uitbrengen dan de overige Bestuurders gezamenlijk.
Is één van de Werknemersleden niet ter vergadering aanwezig, dan wordt het aantal stemmen dat op grond van het hiervoor bepaalde aan het niet-aanwezige Werknemerslid toekomt, toegedeeld aan de wel ter vergadering aanwezige Werknemersleden alsdan te verdelen onder de aanwezige Werknemersleden in evenredige onderlinge verhouding van het aantal stemmen dat de betrokken wel aanwezige Werknemersleden zelfstandig toekomt uit hoofde van het hiervoor bepaalde. Daarbij geldt voorts dat ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige Bestuurders, het Werkgeverslid ter vergadering evenveel stemmen uitbrengt als de aanwezige Werknemersleden gezamenlijk.
2. Tenzij de statuten een grotere meerderheid van stemmen voorschrijven, worden besluiten van het Bestuur rechtsgeldig genomen indien ten minste éénhonderd acht (108) stemmen ten gunste van het betrokken voorstel zijn uitgebracht.
3. Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk, met ongetekende gesloten briefjes, gestemd.
4. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden als niet uitgebracht aangemerkt, zij tellen echter wel mee ter bepaling van een quorum.
5. Bij staking van de stemmen wordt het voorstel in een volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen weer, dan wordt het betreffende voorstel voorgelegd aan – en beslist door – de ROM.
De Stichting wordt vertegenwoordigd door het Bestuur, alsmede door de voorzitter en vice-voorzitter van het Bestuur tezamen.
Het Bestuur draagt alle secretariële werkzaamheden, waaronder het voorbereiden van werkplannen met bijbehorende begroting, de uitvoering van besluiten van het Bestuur, de financiële administratie en het beleggen van de financiële middelen op aan de directeur van de ROM, de Directeur. Het Bestuur verleent daartoe volmacht aan de Directeur.
De Directeur kan een derde, bij de ROM in dienst zijnde werknemer, aanwijzen als secretaris, die als zodanig toegang heeft tot bestuursvergaderingen en daarin een adviserende stem heeft.
Het Bestuur kan tevens administratieve werkzaamheden, waaronder de excasso, aan een derde opdragen.
1. Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.
2. Jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het laatst verstreken boekjaar, maakt het Bestuur over dat boekjaar het Jaarverslag op. De jaarrekening als onderdeel van het Jaarverslag geeft een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het fonds en van de ontwikkeling daarvan gedurende het boekjaar, in het bestuursverslag als onderdeel van het Jaarverslag geeft het Bestuur rekenschap af over het door hen gevoerde beleid. Het Jaarverslag specificeert de bestedingsdoelen/-activiteiten en wordt gecontroleerd door een door het Bestuur aangewezen externe registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid. Uit de accountantsverklaring moet blijken dat de lasten overeenkomen met de bestedingsdoelen en dat de uitgaven conform de bestedingsdoelen zijn gedaan.
Het Jaarverslag en de accountantsverklaring wordt voor de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers ter inzage gelegd:
a. ten kantore van de Stichting;
b. op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
De accountantsverklaring wordt op aanvraag van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
3. Het Bestuur zendt de ondertekende versies van het Jaarverslag en de accountantsverklaring en een tweede niet-ondertekende versie bedoeld voor publicatie binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar aan de Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
4. Jaarlijks binnen één maand na vaststelling van het Jaarverslag brengt het Bestuur omtrent het gevoerde beleid verslag uit aan de ROM, zulks onder overlegging van de het Jaarverslag en de bijbehorende accountantsverklaring.
1. Het Bestuur zal jaarlijks voor het komende boekjaar een werkplan met bijbehorende begroting vaststellen. Het Bestuur gaat niet tot die vaststelling over voordat de ROM het werkplan en de begroting heeft goedgekeurd.
2. Deze begroting moet zijn ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3 van deze statuten bedoelde bestedingsdoelen/activiteiten.
3. De vastgestelde begroting zal voor bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers ten kantore van de Stichting ter inzage worden gelegd en een afschrift daarvan zal op verzoek worden toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
4. Het goedgekeurde en vastgestelde werkplan en de bijbehorende begroting vormen de basis voor het door het Bestuur voor de betreffende periode te voeren beleid. Het Bestuur kan alleen daarvan afwijken na verkregen goedkeuring van de ROM. Terzake van de uitvoering van het werkplan brengt het Bestuur na afloop van ieder boekjaar verslag uit aan de ROM.
1. Het Bestuur kan een of meer reglementen vaststellen en reglementen aanvullen, wijzigen en opheffen.
2. Reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de wet of de statuten.
1. Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan Bestuurders en aan voormalige Bestuurders vergoed:
a. de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als Bestuurder die zij vervullen of hebben vervuld;
b. eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en
c. eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Stichting treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten.
2. De Stichting zal de Bestuurders en voormalige Bestuurders in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke de Bestuurder is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstand kosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.
3. De Stichting zal een Bestuurder schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een deskundige om schade aan de reputatie van de Bestuurder door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.
4. Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van Bestuurders en voormalige Bestuurders.
5. Mocht de Stichting een Bestuurder of voormalig Bestuurder aansprakelijk stellen ter zake van schade die de Stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van de Bestuurder, dan vergoedt de Stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van de verdediging van de Bestuurder. Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de Stichting, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de Stichting vergoede bedrag. Alvorens de Stichting tot betaling overgaat kan de Stichting zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling.
6. Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover:
(i) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn; of
(ii) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De Stichting kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.
1. Het Bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten, met voorafgaande goedkeuring van de ROM. Voorts is het Bestuur bevoegd te besluiten tot fusie, splitsing, of omzetting van de Stichting met voorafgaande goedkeuring van de ROM.
2. Een statutenwijziging, splitsing, fusie of omzetting treedt niet in werking dan nadat de daartoe strekkende notariële akte is verleden. ledere Bestuurder is tot het doen verlijden van de desbetreffende akte bevoegd.
1. Het Bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de Stichting, met voorafgaande goedkeuring van de ROM.
2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen noodzakelijk is.
3. Na ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het Bestuur. Aan een eventueel batig saldo na vereffening zal door het Bestuur een bestemming moeten worden gegeven, welke zoveel mogelijk overeenkomt met het doel en karakter der Stichting.
4. Na voltooiing van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten bij degene die daartoe door de vereffenaars is aangewezen.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2026.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen. Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40039.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.