Besluit van 10 november 2025 tot wijziging van de Regeling Makers buiten het boek

Het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds;

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 15, derde lid, van de statuten van de Stichting Nederlands Letterenfonds;

gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds;

ARTIKEL I

De Regeling Makers buiten het boek wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, tweede lid, onder a, wordt ‘in de periode 2021–2024’ vervangen door ‘in de periode 2021–2028'.

In artikel 3, tweede lid, onder b, wordt ‘de Regeling Literaire tijdschriften 2021–2024' vervangen door ‘de Regeling Literaire tijdschriften 2021–2024 of de Regeling Literaire tijdschriften 2025–2028'.

B

In artikel 15 wordt ‘1 januari 2026’ vervangen door ‘1 januari 2029’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst alsmede op de website van de Stichting Nederlands Letterenfonds, www.letterenfonds.nl

Amsterdam, 10 november 2025

Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds, R.N. de Bildt, Directeur-bestuurder

TOELICHTING

De huidige regeling loopt tot eind 2025. Het bestuur heeft het voornemen de regeling te wijzigen. In de tussentijd wordt met dit wijzigingsbesluit de duur van de regeling verlengd met drie jaar.

De toelichting bij de regeling is deels achterhaald. Gelet daarop komt de toelichting als volgt te luiden.

TOELICHTING

Het Letterenfonds stimuleert de kwaliteit en diversiteit van literaire creatie in het Nederlands, Fries, Papiaments en Nederlandse Gebarentaal door subsidies aan met name schrijvers, vertalers en uitgevers. Met de regeling Projectsubsidies voor makers van boeken worden schrijvers en illustratoren in staat gesteld tijd vrij te maken voor de creatie van nieuw werk in boekvorm. Het literaire domein verandert echter voortdurend door technologische innovaties, veranderende behoeften en het opkomen van nieuwe groepen makers. Sinds eind 2022 biedt het Letterenfonds daarom ook vernieuwende individuele makers van literaire projecten buiten het boek, van performance tot podcast, een directe subsidieaanvraagmogelijkheid via de pilotregeling Makers buiten het boek. Met deze regeling stelt het fonds projectsubsidies beschikbaar voor nieuwe vormen van literaire creatie voor nieuwe groepen makers vanuit het hele Koninkrijk. Daarmee wordt de diversiteit van de literatuur vergroot. Eind 2023 is de eerste pilotfase geëvalueerd en in 2024 ging de regeling met een aantal aanpassingen weer van start onder de titel Regeling Makers buiten het boek. Tijdens de beleidsperiode 2025–2028 wordt de regeling weer geëvalueerd.

Voor wie is de regeling bedoeld?

De regeling staat open voor uiteenlopende initiatieven. Het gaat om makers die zich al professioneel manifesteren in het literaire domein binnen het Koninkrijk en die worden ondersteund, begeleid en gepresenteerd door een presentatiepartner. Het kan bijvoorbeeld gaan om iemand die literaire teksten voordraagt op een publiek podium of om een maker die een digitaal literair werk maakt. Op het podium vertolkt de maker – anders dan bij theatertekstschrijvers – het eigen werk. Bij een podcast of een audiovisueel project kan het werk van de maker ook door anderen worden gepresenteerd en hoeft de maker het dus niet noodzakelijkerwijs zelf te vertolken.

Wie komt voor de regeling in aanmerking?

Om te kunnen aanvragen dient de aanvrager minstens één project of werk te overleggen. Deze projecten of werken worden in het kader van deze aanvraag beoordeeld om een beeld te krijgen van de literaire kwaliteit van het werk. Dat werk kan een literaire publicatie zijn. Bij een tijdschrift moet het gaan om een artikel dat in een door het Letterenfonds gesubsidieerd literair tijdschrift is verschenen; bij een boek moet het zijn uitgegeven met een modelcontract bij een uitgeverij. Het kan ook gaan om een project in de zin van een podiumoptreden (spoken-word) of een podcast, video- of audioproductie. Het podiumoptreden moet zijn gerealiseerd door een instelling die daarvoor subsidie ontving van het Letterenfonds. Ook bij de totstandkoming van een te beoordelen digitale productie moet een door het Letterenfonds ondersteunde professionele producent betrokken zijn geweest.

Presentatiepartner

De presentatiepartner is gevestigd in het Koninkrijk en ontvangt een meerjarige subsidie of een incidentele subsidie voor literaire projecten van het Letterenfonds in de periode vanaf 2021. Door als voorwaarde te stellen dat de presentatiepartner subsidie heeft ontvangen van het Letterenfonds wordt de kwaliteit van het podium geborgd. Daarnaast kunnen professionele producenten die niet door het Letterenfonds ondersteund worden ook als presentatiepartner worden opgevoerd. Van hen zal dan tijdens de beoordeling van de aanvraag worden getoetst of zij aannemelijk kunnen maken dat zij het literaire product van de aanvrager een podium kunnen bieden en zorg kunnen dragen voor de nodige PR, waardoor een bepaald publiek bereikt wordt. Voor optredens dient de maker een vergoeding minimaal conform het basistarief van de Schrijverscentrale te ontvangen. Ook uitgeverijen kunnen presentatiepartner zijn, ondanks dat het binnen deze regeling niet om een boekproductie mag gaan. Aan hen wordt niet de eis gesteld dat zij een meerjarige subsidie of een incidentele subsidie voor literaire projecten van het Letterenfonds in de periode vanaf 2021 moeten ontvangen.

Waarvoor kan een aanvraag worden ingediend?

De subsidie is bedoeld voor nieuw te maken literair werk. Dat kunnen literaire teksten zijn, zoals bijvoorbeeld spoken word of storytelling, maar het kan ook een digitaal literair werk, een podcast of iets anders zijn. Belangrijk is dat het nieuwe werk voor een breed publiek openbaar wordt gemaakt en dat een presentatiepartner zich daaraan committeert. Het nieuwe werk is geen boek of een bewerking van een eerder verschenen boek. Er kan een bedrag van € 5.000 of € 10.000 worden aangevraagd, dat kan worden gebruikt voor het eigen honorarium, maar ook voor andere kosten die het project met zich meebrengt, zoals productiekosten en honoraria van andere makers met wie samengewerkt wordt. Belangrijk is wel dat minimaal 50% van de subsidie gebruikt wordt voor het eigen honorarium van de aanvrager. Daarnaast kan een deel van het bedrag besteed worden aan de professionele ontwikkeling van de aanvrager. Daarbij kan gedacht worden aan begeleiding, coaching of scholing. Ook reis- en verblijfskosten in het kader van het project kunnen met de beurs worden bekostigd. In de aanvraag wordt aangegeven welk concreet eindresultaat men wil bereiken en, indien relevant, hoe het (ontwikkel)traject eruitziet. Bij de aanvraag wordt een begroting meegestuurd, waarin de verschillende posten op een rij worden gezet en wordt vermeld wat de totale (geschatte) kosten zijn.

Wanneer kan er niet aangevraagd worden?

Er kan niet twee keer een aanvraag gedaan worden voor hetzelfde project. Ook kan niet worden aangevraagd voor een project waarvoor al een subsidie is ontvangen van een ander rijkscultuurfonds, te weten Fonds Podiumkunsten, Fonds voor Cultuurparticipatie, Nederlands Filmfonds, Mondriaan Fonds of Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en ook niet van Literatuur Vlaanderen. Schrijvers van theaterteksten, waarbij in de regel de personen die de tekst presenteren niet samenvallen met de schrijver komen niet in aanmerking voor subsidie. Er kan geen aanvraag worden ingediend wanneer de aanvrager werkzaam is bij of voor de betrokken presentatiepartner, hieronder vallen ook zzp’ers.

Waarop wordt een aanvraag beoordeeld?

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

  • De literaire kwaliteit van het oeuvre van de aanvrager: er wordt gekeken naar wat de aanvrager reeds bereikt heeft. Daarbij wordt gebruikgemaakt van beoordelingen van adviseurs over de kwaliteit van het eerdere werk.

  • De kwaliteit van het project- en ontwikkelplan: er wordt gekeken naar de inhoud van het plan, de (sluitende) begroting van het project, de beschreven werkwijze, en de wijze waarop het beoogd publiek bereikt zal worden. Indien een ontwikkeltraject onderdeel is van de aanvraag wordt gekeken naar de doelen, de opzet en de meerwaarde van het ontwikkeltraject, inclusief sluitende begroting. Daarnaast zal gekeken worden naar de samenhang tussen beide onderdelen.

  • De mate waarin het werk een aanvulling zal vormen op het bestaande literair aanbod: hierbij wordt de mate waarin dit project bijdraagt aan de diversiteit van het literaire aanbod beoordeeld. Daarbij wordt gekeken naar de mate waarin het project iets toevoegt aan het huidige aanbod van literaire uitingen, bijvoorbeeld door de mate van originaliteit of de gerichtheid op nieuwe doelgroepen.

Voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over alle genoemde criteria positief te zijn.

Hoe werkt het?

Jaarlijks is er een periode waarbinnen aanvragen ingediend kunnen worden. De start- en einddatum van die periode worden bekendgemaakt op de website van het Nederlands Letterenfonds. Ook het subsidieplafond per kalenderjaar zal worden gepubliceerd op de website. Aan de hand van het aanvraagformulier met enkele specifieke vragen wordt de aanvraag ingediend. Vervolgens wordt beoordeeld of de aanvraag compleet is en of het project past binnen de regeling. Indien dit het geval is, gaat de aanvraag naar de adviseurs van het Letterenfonds, die de aanvraag inhoudelijk beoordelen. Het streven is om vanaf het indienen van de aanvraag binnen dertien weken te besluiten. Voorafgaand aan het online indienen van de aanvraag, kunnen aanvragers bij medewerkers van het Letterenfonds terecht om hun vragen te stellen over hun project, de procedure en het verloop van de subsidieaanvraag.

Wanneer kan opnieuw worden aangevraagd?

Als een aanvraag niet aan de formele eisen voldoet, dan krijgt aanvrager de gelegenheid om dit te herstellen. Voldoet de aanvraag dan nog steeds niet, dan wordt deze niet in behandeling genomen. Een inhoudelijk nieuwe aanvraag kan pas worden ingediend als het eerder gehonoreerde project voltooid is.

Naar boven