Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2025, 2025-0000527540, directie Financiële Markten, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Wft, de Regeling toezicht trustkantoren 2018, de Regeling financiële markten BES 2012 en de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepsregeling in verband met verstrekking van justitiële gegevens voor de beoordeling betrouwbaarheidseis toezichthouders en beleidsbepalers

De Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 7, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit prudentiële regels Wft, artikel 14, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit toezicht trustkantoren 2018, artikel 3:3, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit financiële markten BES, artikel 33, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 31, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft;

BESLUITEN:

ARTIKEL I

Na hoofdstuk 4 van de Uitvoeringsregeling Wft wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A. BETROUWBAARHEID

Bepaling ter uitvoering van artikel 7, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit prudentiële regels Wft, artikel 14, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en artikel 31, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft

Artikel 10a

De toezichthouder kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 7 van het Besluit prudentiële regels Wft, artikel 14 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen en artikel 31 van het besluit reikwijdtebepalingen Wft gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in bijlage A behorend bij het Besluit prudentiële regels Wft, bijlage C behorend bij het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen en bijlage behorende bij artikel 30 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft.

ARTIKEL II

Na hoofdstuk 4 van de Regeling toezicht trustkantoren 2018 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A. BETROUWBAARHEID

Bepaling ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit toezicht trustkantoren 2018

Artikel 9a

De Nederlandsche Bank kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 6 van het Besluit toezicht trustkantoren 2018 gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in de bijlage behorend bij artikel 5 van het Besluit toezicht trustkantoren.

ARTIKEL III

Aan paragraaf 1 van de Regeling financiële markten BES 2012 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 1.8 (betrouwbaarheid)

De toezichtautoriteit kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 3:3 van het besluit gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in bijlage 1 van het besluit.

ARTIKEL IV

Aan hoofdstuk 2 van de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepsregeling wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

Paragraaf 3. Betrouwbaarheid

Artikel 22

De Nederlandsche Bank kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 33 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in de bijlage behorend bij artikel 32 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, E. Heinen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid M.L.J. Paul

TOELICHTING

De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toetsen vanuit hun rol als toezichthouder de betrouwbaarheid van bepaalde kandidaten voor de uitoefening van functies bij financiële ondernemingen. Dit betreft onder andere (mede)beleidsbepalers, interne toezichthouders en houders van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector. Dit wordt gedaan om tegen te gaan dat onder hun verantwoordelijkheid risico’s worden genomen die de stabiliteit en het vertrouwen in de financiële sector in gevaar brengen. De betrouwbaarheid van deze personen wordt vastgesteld aan de hand van de voornemens, handelingen en antecedenten van de te toetsen persoon.

Om inzicht te krijgen in deze voornemens, handelingen en antecenten heeft de toezichthouder informatie nodig. Er is daarom in artikel 7, eerste lid van het Besluit prudentiële regels Wft, artikel 14, eerste lid, van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen, artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit toezicht trustkantoren 2018, artikel 3:3, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit financiële markten BES, artikel 33, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 31, eerste lid, onderdeel k, van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft een lijst met bronnen opgesteld op basis waarvan DNB en/of de AFM inzicht verkrijgen. Materieel gezien zijn deze lijsten hetzelfde. Op grond van deze lijsten is het mogelijk om bij ministeriële regeling andere bronnen aan te wijzen die DNB en/of de AFM voor de betrouwbaarheidstoetsing kunnen raadplegen. Van deze mogelijkheid wordt door middel van deze wijzing gebruik gemaakt.

Justitiële gegevens zijn essentieel om de betrouwbaarheid van een persoon te beoordelen. De toezichthouders ontvingen deze informatie voorheen van het Openbaar Ministerie, die de gegevens op haar beurt van de Nationale Politie ontving. In overleg met het Openbaar Ministerie is echter beslist om het initiatief van het opvragen van gegevens bij DNB en de AFM neer te leggen, zodat zij deze gegevens zelf kunnen opvragen zonder tussenkomst. Om dit mogelijk te maken voor verschillende soorten financiële ondernemingen, worden de Uitvoeringsregeling Wft, de Regeling toezicht trustkantoren 2018, de Regeling financiële markten BES 2012 en de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling gewijzigd. De betrouwbaarheidstoetsing voor pensioeninstellingen wordt uitgevoerd door DNB, daarom wordt in dit nieuwe artikel enkel DNB genoemd, in tegenstelling tot de andere artikelen waarin zowel DNB als de AFM worden genoemd. De toezichthouders krijgen op grond van deze wijzigingen geen toegang tot nieuwe informatie, enkel de manier waarop ze de informatie ontvangen verandert. Dit betekent dat er voor de betrokken partijen, waaronder de personen die getoetst worden, geen wijzigingen zijn. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Deze regeling zal, in afwijking van de vaste verandermomenten, zo snel mogelijk in werking treden, te weten de dag na publicatie in de Staatscourant. Dit omdat DNB en de AFM de gegevens nodig hebben om hun wettelijke taak te vervullen. Wanneer deze taak niet wordt vervuld, kunnen nieuwe beleidsbepalers, interne toezichthouders en houders van gekwalificeerde deelnemingen niet worden getoetst op hun betrouwbaarheid ten aanzien van justitiële gegevens waardoor zij ook niet met hun functie kunnen beginnen. Het is dus in het voordeel van iedere betrokken partij dat de regeling zo spoedig mogelijk in werking treedt.

De Minister van Financiën, E. Heinen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid M.L.J. Paul

Naar boven