De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit;
BESLUIT:
ARTIKEL I
Bijlage I van de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk wordt als volgt gewijzigd:
1. In de rij behorende bij het onderdeel ‘Batterij enkelschotsbuizen’ wordt na ‘perchloraat/metaal’
ingevoegd ‘, waarbij een maximum van 5% burstlading per compartiment geldt’.
2. In de rij behorende bij het onderdeel ‘Batterij fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen’
wordt in onderdeel c na ‘perchloraat/metaal’ ingevoegd ‘, waarbij een maximum van
5% burstlading per pyrotechnische unit geldt’.
3. In de rij behorende bij het onderdeel ‘Combinaties van fonteinen, mijnen, Romeinse
kaarsen en enkelschotsbuizen’ wordt na beide voorkomens van ‘perchloraat/metaal’ ingevoegd
‘, waarbij een maximum van 5% burstlading per pyrotechnische unit geldt’.
4. In de rij behorende bij het onderdeel ‘Mijnen’ wordt na ‘perchloraat/metaal’ ingevoegd
‘, waarbij een maximum van 5% burstlading per pyrotechnische unit geldt’.
ARTIKEL II
Consumentenvuurwerk dat reeds in het bezit was van een particulier voordat deze regeling
in werking trad, blijft aangewezen als consumentenvuurwerk tot 1 februari 2026.
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2025.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen
TOELICHTING
Op 3 oktober 2025 is de wijziging van de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (Rac)
in verband met het reduceren van risico’s bij de opslag van consumentenvuurwerk vastgesteld.1 Deze wijziging had tot doel om bij de opslag van consumentenvuurwerk het risico op
massa-explosiviteit weg te nemen door de lading in consumentenvuurwerk te beperken,
zodat alleen nog consumentenvuurwerk van ADR-transportklasse 1.4 is aangewezen.
Na publicatie van de regeling is gebleken dat bij deze wijziging een omissie is opgetreden.
Naast het verlagen van de hoeveelheid perchloraat/metaal voor batterij enkelschotsbuizen,
batterij fonteinen of mijnen of Romeinse kaarsen en combinaties van fonteinen, mijnen,
Romeinse kaarsen en enkelschotsbuizen had ook de burstlading verlaagd moeten worden
naar maximaal 5%. Met deze wijziging wordt dit hersteld. Met het herstel van de omissie
wordt bereikt wat was beoogd met de wijziging van 3 oktober jl.
Deze wijzigingsregeling betreft slechts het herstel van een omissie en is in lijn
met de bedoeling en strekking van de eerdere wijziging van de regeling. Om deze reden
is deze wijzigingsregeling niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk
(ATR) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Op grond van het kabinetsstandpunt
inzake internetconsultatie kon internetconsultatie om die reden ook achterwege blijven.2
Met deze wijziging worden technische voorschriften ten aanzien van een product gesteld.
De wijziging is daarom op grond van de notificatierichtlijn3 aan de Europese Commissie gemeld op 30 oktober 2025 (notificatienummer 2025/0653/NL).
Op 14 november 2025 heeft de Europese Commissie ingestemd met de toepassing van de
urgentieprocedure waardoor de stand still termijn van drie maanden niet van toepassing
is.
Deze regeling treedt in werking op 1 december 2025, dezelfde datum als de wijziging
van de Rac van 3 oktober 2025. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten
en de vaste invoeringstermijn voor ministeriële regelingen. Dit is echter gerechtvaardigd
om aanmerkelijke publieke nadelen te voorkomen (artikel 4.17, vijfde lid, onderdeel a,
van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Het is van belang dat beide wijzigingen
tegelijk in werking treden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen