Besluit van De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 november 2025, kenmerk 4239597-1089797-Z, houdende vaststelling van een aanwijzing voor de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz 2026 (Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2026)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 4.3 van het Besluit Wfsv;

Besluit:

Artikel 1

De besteedbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg te maken beheerskosten bedragen voor het jaar 2026 € 272,027 miljoen.

Artikel 2

Van het in artikel 1 genoemde bedrag is € 127,779 miljoen beschikbaar voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, en € 144,248 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg, N.J.F. Pouw-Verweij

TOELICHTING

Algemeen

Deze aanwijzing strekt tot het vaststellen van de besteedbare middelen voor de beheerskosten in het kader van de uitvoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor het jaar 2026.

Het macrobedrag van de besteedbare middelen voor de beheerskosten Wlz wordt vastgesteld op grond van artikel 4.3 van het Besluit Wfsv. Op basis van de aanwijzing zal het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels vaststellen. Het totale bedrag besteedbare middelen voor de beheerskosten Wlz 2026 bedraagt hiermee € 272,027 miljoen. Van dit bedrag is € 262,780 miljoen structureel en € 9,247 miljoen incidenteel beschikbaar.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 van deze aanwijzing wordt het bedrag vastgesteld van de besteedbare middelen voor de beheerskosten in het kader van de uitvoering van de in de Wlz geregelde verzekering.

Het bedrag strekt tot dekking van de beheerskosten die de Wlz-uitvoerders maken.

Artikel 2

Artikel 2 bevat de op basis van artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit Wfsv, vereiste onderverdeling van het bedrag van € 272,027 miljoen. Van het genoemde bedrag is € 127,779 miljoen beschikbaar voor de zorgkantoortaken van Wlz-uitvoerders en € 144,248 miljoen voor de overige Wlz-taken van Wlz-uitvoerders.

Er volgt nu een onderbouwing van de aanpassingen ten opzichte van 2025.

Uitgangspunt voor de berekening van het voor het jaar 2026 vast te stellen bedrag voor besteedbare middelen beheerskosten Wlz vormt het structurele bedrag dat voor het jaar 2025 is vastgesteld, te weten € 297,325 miljoen. Van dit bedrag heeft € 119,900 miljoen betrekking op de zorgkantoortaken en € 177,425 miljoen voor de overige Wlz-taken van Wlz-uitvoerders.

1 Loon- en prijsontwikkeling 2025

Op grond van door het Centraal Planbureau (CPB) verstrekte cijfers is voor de aanpassing van de totale kosten in verband met loon- en prijsontwikkelingen voor 2026 een percentage van 3,67% vastgesteld. De verhoging in verband met deze voorcalculatorische loon- en prijsontwikkeling komt hiermee uit op € 10,911 miljoen (3,67% van het structurele bedrag uit 2025 van € 297,325 miljoen).

2 Overheveling onafhankelijk cliëntondersteuning (OCO) en cliëntenvertrouwenspersoon (CVP) naar overige uitvoeringskosten.
2.1 Onafhankelijke clientondersteuning (OCO)

Vanaf 1 januari 2026 worden de kosten van OCO en CVP overgeheveld van de beheerskosten Wlz naar overige uitvoeringskosten Wlz. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt voor de overige uitvoeringskosten Wlz een bedrag per zorgkantoorregio vast. Voor OCO betreft dit € 30,812 miljoen. Dit is gebaseerd op het huidige beheerskostenbudget OCO à € 29,651 miljoen plus een ophoging van € 1,16 miljoen. Deze ophoging zit nog niet in het beheerskostenbudget 2025 en wordt daarom niet in mindering gebracht. Door de overheveling van OCO neemt het beheerskostenbudget voor overige Wlz-taken per 2026 dus structureel af met € 29,651 miljoen.

2.2 Cliëntenvertrouwenspersonen (CVP) Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten(Wzd)

Vanaf 1 januari 2026 worden de kosten van OCO en de CVP overgeheveld van de beheerskosten Wlz naar overige uitvoeringskosten Wlz. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt voor de overige uitvoeringskosten Wlz een bedrag per zorgkantoorregio vast. Voor CVP betreft dit € 18,163 miljoen. Dit is gebaseerd op het huidige beheerskostenbudget CVP à € 16,421 miljoen plus een ophoging van € 1,742 miljoen. Deze ophoging zit nog niet in het beheerskostenbudget 2025. Door de overheveling van CVP neemt het beheerskostenbudget voor overige Wlz-taken per 2026 dus structureel af met € 16,421 miljoen.

3 Aanpassingen in verband met ontwikkelingen op het terrein van de zorgkantoortaken van Wlz-uitvoerders
3.1 PGB op maat

Vanaf januari 2025 geldt pgb op maat voor iedereen met een persoonsgebonden budget (pgb) binnen de Wet langdurige zorg (Wlz). Bij het pgb op maat kijkt het zorgkantoor eerst naar de specifieke zorgvraag van een cliënt. Het zorgkantoor gaat hier met de budgethouder over in gesprek. Daarna wordt pas een passend budget vastgesteld. De toekenning van het pgb start zo meer vanuit de zorgvraag dan vanuit het maximaal beschikbare budget. Voor de financiering van deze nieuwe aanpak wordt voor 2026 incidenteel € 3,479 miljoen euro beschikbaar gesteld.

4 Aanpassingen in verband met ontwikkelingen op het terrein van overige Wlz-taken van Wlz-uitvoerders
4.1 Ondersteuningsteam regionale samenwerking

In het kader van het programma Thuis in het Verpleeghuis is tot en met 2021 de regionale samenwerking tussen Wlz-uitvoerder en zorgaanbieders ondersteund via het begroting-gefinancierde programma Waardigheid en trots in de regio. Sindsdien is dit getransformeerd tot het programma RegioKracht waarvan het ondersteuningsteam regionale samenwerking wordt gefinancierd via de beheerskosten van de Wlz-uitvoerders. Het gaat voor deze aanwijzing om een incidenteel bedrag van € 1,857 miljoen.

4.2 Aansluitingskosten registers

Dit betreft het aansluiten van de backoffice systemen van zorgkantoren op de iWlz registers (indicatie-, bemiddelings- en zorgleveringsregister) die ontwikkeld zijn/worden binnen het netwerkmodel iWlz. De basisgedachte achter het netwerkmodel iWlz is registreren aan de bron en meervoudig gebruik van gegevens waardoor administratieve lasten worden verminderd.

Deze kosten zijn nodig om de zorgkantoren tegemoet te komen in de aansluitkosten op deze registers. Voor 2026 bedraagt het incidenteel € 0,998 miljoen.

4.3 Beheerskosten OCO

Na uitvraag door ZN bij Wlz-uitvoerders is gebleken dat zo’n 2% (€ 0,616 miljoen) van de kosten voor OCO beheerskosten na overheveling nog steeds onder de definitie van beheerskosten vallen. Deze moeten dus onderdeel blijven van het macrobeheerskostenbudget. Hiervoor wordt structureel € 0,616 miljoen beschikbaar gesteld.

4.4 Toekomstbestendig netwerkmodel iWlz

Dit gaat om een modernisatie van het huidige estafettemodel iWlz berichtenverkeer – over het proces van indiceren (CIZ), bemiddelen (Wlz-uitvoerder), leveren (zorgaanbieder) en declareren (CAK) – naar een netwerkmodel, om het zo toekomstbestendig te maken. De basisgedachte achter het netwerkmodel iWlz is registreren aan de bron en meervoudig gebruik van gegevens waardoor administratieve lasten worden verminderd. In verband met de stapsgewijze ontwikkeling van het netwerkmodel iWlz wordt voor 2026 een incidenteel bedrag van € 2,695 miljoen beschikbaar gesteld aan de Wlz-uitvoerders.

4.5 Projectleiding creëren langdurig klinisch wonen en verblijf

Vanuit de praktijk blijkt dat het momenteel ontbreekt aan een langdurige (beveiligde) woonvoorziening voor cliënten die vanwege de ernst van hun problematiek, vaak met forensisch profiel, nu nergens terecht kunnen, vaak met een lange (minstens 15 jaar) behandelhistorie en veel verhuizingen vanwege ongewenst, team-ontwrichtend gedrag. Betrokken partijen hebben VWS gevraagd regie te nemen om samen met de partijen deze voorziening te realiseren. De Tweede Kamer is in maart 2024 over deze voorziening geïnformeerd (Kamerstukken II 2023/24, 34 104, nr. 404).

Gezien de verantwoordelijkheid van Wlz-uitvoerders om gegeven hun zorgplicht ook dit soort zorg in te kopen, zijn de kosten voor de projectleiding ondergebracht bij de beheerskosten van Wlz-uitvoerders. Dit gaat voor 2026 om incidenteel € 0,218 miljoen.

De Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg, N.J.F. Pouw-Verweij

Naar boven