Regeling tijdelijke aanstelling militairen, Ministerie van Defensie

12 mei 2025

Nr. D2025-001366/MINDEF20250010754

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 11a van het Algemeen militair ambtenarenreglement;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

AMAR:

het Algemeen militair ambtenarenreglement;

bevoegd gezag:

de functionaris, bedoeld in het Mandaatbesluit toedeling uitvoerende personele bevoegdheden defensie 2021;

militair:

degene die tijdelijk is aangesteld op grond van artikel 11a van het AMAR.

Artikel 2. Algemeen

  • 1. Van het Verplaatsingskostenbesluit Defensie zijn de artikelen 2 tot en met 18, 21, 22, 23 niet van toepassing.

  • 2. Voor de militair geldt dat onder het algemeen deel van de initiële opleiding, bedoeld in artikel 3a van de Inkomstenregeling militairen, wordt verstaan: het succesvol afronden van de Algemene Militaire Basisopleiding.

Artikel 3. Aan de aanstelling verbonden verplichting

De militair is verplicht om gedurende één jaar deel uit te maken van het beroepspersoneel, met inbegrip van de voor de militair geldende initiële opleiding.

Artikel 4. Functietoewijzing

Aan de militair wordt door het bevoegd gezag een functie toegewezen voor de duur van diens aanstelling.

Artikel 5. Loopbaangesprek

Het bevoegd gezag voert een gesprek met de militair uiterlijk drie maanden voor het einde van diens aanstelling, teneinde te inventariseren of de militair diens aanstelling wenst te verlengen of te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR.

Artikel 6. Verlenging aanstelling

  • 1. De militair die wenst diens aanstelling te verlengen, dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.

  • 2. Indien de aanstelling van de militair wordt verlengd, kan het bevoegd gezag de huidige functieduur verlengen dan wel een andere functie toewijzen voor de duur van de verlenging.

Artikel 7. Wijziging aanstelling

  • 1. De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.

  • 2. Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat:

    • a. de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden;

    • b. de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR, krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan;

    • c. aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.

Artikel 8. Ontheffing functie

Indien de militair door het bevoegd gezag wordt ontheven van diens functie, eindigt de aanstelling met ingang van de dag van die ontheffing van rechtswege.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop Besluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het invoeren van een nieuwe tijdelijke aanstelling als militair in het kader van het Dienjaar Defensie in werking treedt.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanstelling militairen.

De Staatssecretaris van Defensie Voor deze De Hoofddirecteur Personeel M.A. Suwout (wnd)

TOELICHTING

Algemeen

Op 12 december 2024 is met de centrales van overheidspersoneel overeenstemming bereikt over de rechtspositionele borging van het Dienjaar Defensie1 door enerzijds het opnemen van een nieuw artikel 11a in het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) dat via het ‘Besluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het invoeren van een tijdelijke aanstelling als militair in het kader van het Dienjaar Defensie’ in het AMAR wordt doorgevoerd.2 Anderzijds is op die datum onderhavige regeling tijdelijke aanstelling militairen met de centrales van overheidspersoneel overeengekomen. Hiermee wordt invulling gegeven om op grond van het vierde lid van artikel 11a AMAR op ministerieel niveau nadere regels te stellen met betrekking tot de aanstelling in tijdelijke dienst. Deze nadere invulling ziet op onderwerpen als duur dienverplichting, wijze van functietoewijzing- en ontheffing, verlenging en wijziging van de aanstelling van de militair die in tijdelijke dienst is aangesteld. Hoewel deze regeling initieel is bedoeld voor de aanstelling van dienjaarmilitairen, kan deze regeling ook in bredere zin worden toegepast.

Hiermee is voor de deelnemers aan het dienjaar een op hen toegesneden, tijdelijke aanstellingsgrond in de vorm van een meer algemeen toepasbare tijdelijke aanstelling, gecreëerd en zijn ook de nadere verplichtingen en aanspraken bepaald.

Artikelsgewijs

Artikel 2, eerste lid

Uit rendementsoverwegingen wordt het redelijk geacht dat er sprake is van een terugbetalings-verplichting ten aanzien van een toegekende tegemoetkoming in de verhuiskosten indien de militair binnen een korte tijd na indiensttreding wordt ontslagen. De militair aangesteld op grond van artikel 11a AMAR verricht tijdelijk werkzaamheden; de aanstelling heeft derhalve een kortdurend karakter. Het is daarom uitdrukkelijk niet de bedoeling dat dergelijke tijdelijke aanstellingen aanspraken genereren op het gebied van tegemoetkomingen in de verhuiskosten.

Artikel 9

Deze regeling treedt pas in werking op het moment dat eerder aangehaald wijzigingsbesluit in werking treedt.

De Staatssecretaris van Defensie Voor deze De Hoofddirecteur Personeel M.A. Suwout (wnd)


X Noot
1

Zie brief van 3 december 2024 ‘Schaalbare krijgsmacht: rechtspositionele borging Dienjaar’ aan de werkgroep Algemeen Personeelsbeleid van het georganiseerd overleg sector Defensie (AP/24.0744, zaaknummer ZD.200.3).

X Noot
2

Stb. nog niet bekend

Naar boven