Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 27 oktober 2025, nr. 6787569, tot wijziging van het Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 18 juni 2019, nr. 2624966, houdende de aanwijzing van de SIS II-databank als databank waarmee de Passagiersinformatie-eenheid de passagiersgegevens bevoegd is te vergelijken in de zin van artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

Als databank waarmee de Passagiersinformatie-eenheid bij het beoordelen van de passagiers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven de passagiersgegevens als bedoeld in artikel 1 van die wet bevoegd is te vergelijken, wordt aangewezen:

  • a. het Schengeninformatiesysteem (SIS) waarnaar wordt verwezen in artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c van Verordening (EU)/2018/1862 van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie, PbEU 2018, L 312, en

  • b. het Schengeninformatiesysteem (SIS) waarnaar in artikel 34, eerste lid, aanhef en onder c, van Verordening (EU) 2018/1861 van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006, PbEU 2018, L 312

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 2 en 3 van het Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid in werking treden.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

TOELICHTING

Dit besluit strekt tot een technische aanpassing van het Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 18 juni 2019, nr. 2624966, houdende de aanwijzing van de SIS II-databank als databank met welke inhoud de Passagiersinformatie-eenheid bevoegd is de passagiersgegevens te vergelijken in de zin van artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven (verder te noemen: Wet). De aanpassing betreft een vermelding naar de SIS-verordening grenscontroles1 en de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken2. Deze verordeningen actualiseren het Schengeninformatiesysteem (SIS). De verordeningen zijn geïmplementeerd in de Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid. In het Uitvoeringsbesluit EU-verordeningen grenzen en veiligheid wordt in artikel 2, onder g, bepaald dat de Passagiersinformatie-eenheid rechtstreeks toegang heeft tot de gegevens in het SIS waarbij verwezen wordt naar de artikelen 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles en 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Met deze implementatie wordt beoogd de Passagiersinformatie-eenheid de mogelijkheid te bieden ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, onder a, van de Wet de verwerkte passagiersgegevens te vergelijken met het SIS.

Bij de uitvoering wordt op grond van voornoemde artikelen 34 en 44 bij de vergelijking rekenschap gegeven van de doelbinding van de Wet. Dit betekent dat de passagiersgegevens niet met alle gegevens in SIS wordt vergeleken, maar uitsluitend met de gegevens met betrekking tot personen en voorwerpen die ten behoeve van het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische of ernstige misdrijven zijn gesignaleerd. Eenzelfde aanpak wordt gekozen voor de vergelijking van de SIS signalering gebaseerd op de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking. Enkel kan worden vergeleken met signaleringen die betrekking hebben op ernstige criminaliteit of terroristische misdrijven. Dit betekent dat bijvoorbeeld met de artikelen 26 en 36 kan worden vergeleken. Ook kan worden vergeleken met de signaleringen die voortvloeien uit artikel 32, eerste lid, onder c, d en e voor zover het betrekking heeft op een ernstig misdrijf of terrorisme. Bij een aanpassing van de SIS verordeningen zal telkens moeten wordt beoordeeld of de signaleringen zijn gekoppeld aan een ernstig misdrijf of terrorisme. De functionaris voor gegevensbescherming is bevoegd hier toezicht op te houden (art 18, eerste lid, van de Wet).

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten


X Noot
1

Verordening (EU) 2018/1861 van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006, PbEU 2018, L 312.

X Noot
2

Verordening (EU)/2018/1862 van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie, PbEU 2018, L 312

Naar boven