Bouw & Infra 2025/2027

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 november 2025 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bouw & Infra

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Technisch Bureau Bouw en Infra namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partijen ter ener zijde: Bouwend Nederland, de vereniging van bedrijven in de sectoren Bouw en infrastructuur, Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland (Bovatin), Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB), Vereniging van Infrabedrijven MKB INFRA, Boorinfo Branche Vereniging, Ondernemersorganisatie MKB Bouw, Vereniging Wapeningsstaal Nederland (VWN), Vereniging voor aannemers in de sloop (VERAS), Noordelijke Vereniging Burgerlijke- en Utiliteitsbouw (NVBU), Straatwerk Nederland, Vereniging van Erkende Na-Isolatiebedrijven in Nederland (VENIN), Vereniging Gebouwschil Nederland, secties Metselen en Voegen, Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBVT), Vereniging Cumela Nederland, Vereniging van Waterbouwers en WoningBouwersNL;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 3.6.6 komt te luiden:

‘3.6.6 Bevalling van de partner of van degene van wie de werknemer het kind heeft erkend

  • Bij bevalling van de partner of van degene van wie de werknemer het kind heeft erkend heeft de werknemer recht op één dag betaald verlof. De werkgever betaalt het vast overeengekomen loon of het salaris.

  • Daarnaast heeft de werknemer recht op wettelijk geboorteverlof. Dit bestaat uit twee delen.

    • Verlof van eenmaal het aantal werkuren per week. De werkgever betaalt het vast overeengekomen loon of het salaris.

    • Aanvullend verlof van maximaal vijfmaal het aantal werkuren per week. UWV betaalt een uitkering van 70% van het dagloon.’

Tabel 4.4.2 komt luiden:

‘Tabel 4.4.2 Garantieloon leerlingwerknemer tijdens bbl 2 of tweejarig bbl 3 (euro per uur)

leeftijd

tijdens bbl 2 of tweejarig bbl 3

1/7/2025

(periode 8)

1/1/2026

(periode 1)

1/1/2027

(periode 1)

16

bbl 2

6,45

6,72

6,82

 

bbl 3, 1e jaar

7,23

7,53

7,64

 

bbl 3, 2e jaar

8,07

8,40

8,53

17

bbl 2

7,35

7,66

7,77

 

bbl 3, 1e jaar

8,22

8,56

8,69

 

bbl 3, 2e jaar

9,13

9,51

9,65

18

bbl 2

8,34

8,69

8,82

 

bbl 3, 1e jaar

9,33

9,72

9,87

 

bbl 3, 2e jaar

10,44

10,87

11,03

19

bbl 2

9,55

9,95

10,10

 

bbl 3, 1e jaar

10,65

11,09

11,26

 

bbl 3, 2e jaar

11,93

12,43

12,62

20

bbl 2

12,71

13,24

13,44

 

bbl 3, 1e jaar

13,83

14,40

14,62

 

bbl 3, 2e jaar

14,81

15,42

15,65

21 of ouder

bbl 2

15,85

16,51

16,76

 

bbl 3, 1e jaar

17,01

17,72

17,99

 

bbl 3, 2e jaar

17,68

18,41

18,69

Tabel 4.4.3 komt te luiden:

‘Tabel 4.4.3 Garantieloon leerlingwerknemer tijdens driejarig bbl 3 (euro per uur)

leeftijd

tijdens driejarig bbl 3

1/7/2025

(periode 8)

1/1/2026

(periode 1)

1/1/2027

(periode 1)

16

1e jaar

6,45

6,72

6,82

 

2e jaar

7,23

7,53

7,64

 

3e jaar

8,07

8,40

8,53

17

1e jaar

7,35

7,66

7,77

 

2e jaar

8,22

8,56

8,69

 

3e jaar

9,13

9,51

9,65

18

1e jaar

8,34

8,69

8,82

 

2e jaar

9,33

9,72

9,87

 

3e jaar

10,44

10,87

11,03

19

1e jaar

9,55

9,95

10,10

 

2e jaar

10,65

11,09

11,26

 

3e jaar

11,93

12,43

12,62

20

1e jaar

12,71

13,24

13,44

 

2e jaar

13,83

14,40

14,62

 

3e jaar

14,81

15,42

15,65

21 of ouder

1e jaar

15,85

16,51

16,76

 

2e jaar

17,01

17,72

17,99

 

3e jaar

17,68

18,41

18,69

Tabel 4.5 komt te luiden:

‘Tabel 4.5 Starttabel bouwplaatswerknemer (euro per uur)

leeftijd

max. duur

1/7/2025

(periode 8)

1/1/2026

(periode 1)

1/7/20261

(periode 1)

1/1/20271

(periode 1)

16

1e halfjaar

5,64

5,80

nntb

nntb

 

2e halfjaar

6,32

6,52

nntb

nntb

17

1e halfjaar

6,41

6,58

nntb

nntb

 

2e halfjaar

7,12

7,35

nntb

nntb

18

1e halfjaar

7,97

8,19

nntb

nntb

 

2e halfjaar

8,74

9,03

nntb

nntb

19

1e halfjaar

9,49

9,76

nntb

nntb

 

2e halfjaar

10,35

10,68

nntb

nntb

20

1e halfjaar

12,10

12,42

nntb

nntb

 

2e halfjaar

12,67

13,07

nntb

nntb

21 of ouder

1e halfjaar

15,36

15,77

nntb

nntb

 

2e halfjaar

16,31

16,83

nntb

nntb

X Noot
1

Bedragen zijn afhankelijk van het wettelijk minimum(jeugd)loon (Wml)

Het Wml per 1 juli 2026 en per 1 januari 2027 is nog niet bekend.’

Tabel 4.11 komt te luiden:

‘Tabel 4.11 Starttabel uta-werknemer (euro per uur)

leeftijd

   

1/7/2025

1/1/2026

1/7/2026

1/1/2027

   

(periode 8)

(periode 1)

(periode 8)

(periode 1)

16

   

5,28

5,49

5,49

5,57

17

   

5,99

6,23

6,23

6,32

18

   

7,51

7,81

7,81

7,93

19

   

8,95

9,31

9,31

9,45

20

   

11,84

12,31

12,31

12,49

 

1e halfjaar

2e halfjaar

1e halfjaar

2e halfjaar

1e halfjaar

2e halfjaar

1e halfjaar

2e halfjaar

1e halfjaar

2e halfjaar

1e halfjaar

2e halfjaar

21 of ouder1

14,17

14,28

14,30

14,54

14,59

14,78

14,98

15,24

nntb

nntb

nntb

nntb

X Noot
1

Bedragen zijn afhankelijk van het wettelijk minimum(jeugd)loon (Wml). Het Wml per 1 juli 2026 en per 1 januari 2027 is nog niet bekend.’

Tabel 4.14.3 komt te luiden:

‘Tabel 4.14.3 Wat betaalt de werkgever op jaarbasis voor het individueel budget?

doelen

bouwplaatswerknemer

(vast overeengekomen loon)

uta-werknemer

(salaris)

duurzame inzetbaarheid tot en met 31-12-2025

duurzame inzetbaarheid vanaf 1-1-2026

4,36%

4,51%

2,18%

2,30%

dagen

18 dagen

13 dagen

vakantietoeslag

8,00%

8,00%

Artikel 5.23 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘5.23 Schooldagbonus (geldend vanaf 1 januari 2026)

5.23.1 Waar gaat het om?

  • Volgt de leerlingwerknemer dagonderwijs bij een opleiding bbl 2 of bbl 3 in het domein:

    • Bouw & infra;

    • Afbouw, hout en onderhoud of

    • Techniek en procesindustrie?

  • Dan heeft de leerlingwerknemer zolang hij de opleiding volgt, recht op de schooldagbonus volgens tabel 5.23.1

  • De leeftijd van de leerlingwerknemer bij de start van de opleiding (ingangsdatum bpvo) is bepalend voor de hoogte van de schooldagbonus gedurende de gehele opleiding.

  • De werkgever betaalt de schooldagbonus iedere betalingsperiode van vier weken tegelijk met het loon en vermeldt deze apart op de loonstrook.

Tabel 5.23.1 Schooldagbonus per vier weken tijdens bbl 2 en bbl 3

instroom-leeftijd

tijdens bbl 2 of bbl 3

Schooldagbonus per vier weken

16

bbl 2

165,00

 

bbl 3

196,00

17

bbl 2

188,00

 

bbl 3

224,00

18

bbl 2

225,00

 

bbl 3

262,00

19

bbl 2

285,00

 

bbl 3

319,00

20

bbl 2

337,00

 

bbl 3

371,00

21 of ouder

bbl 2

355,00

 

bbl 3

378,00

Artikel 6.1.4 komt te luiden:

‘6.1.4 Theorielessen en examens

  • De werkgever stelt de leerlingwerknemer in de gelegenheid het theorieonderwijs van de bbl te volgen. De werknemer tot en met 22 jaar volgt dit onderwijs overdag, op een doordeweekse dag. Tot en met 31 december 2025 wordt de schooldag niet betaald. Vanaf 1 januari 2026 heeft de leerlingwerknemer recht op de schooldagbonus zoals bedoeld in 5.23.

  • Volgt de leerlingwerknemer avondonderwijs? Dan mag hij op lesdagen zoveel eerder stoppen met werken, als nodig is om op tijd op school te komen. De werknemer doet dit in overleg met de werkgever. De hierdoor niet gewerkte uren worden niet betaald.

  • De werkgever stelt de leerlingwerknemer in de gelegenheid in beroepspraktijkvormingstijd examens af te leggen. Hij betaalt het loon over deze uren door. Dit geldt ook voor andere activiteiten die volgens de onderwijsinstelling in werktijd moeten worden uitgevoerd.’

Artikel 10.1 de definitie ‘Web’ komt te luiden:

‘Web: Wet educatie en beroepsonderwijs (Wet van 31 oktober 1995 (Staatsblad 1995, 501), laatstelijk gewijzigd bij wet van 14 juli 2025 (Staatsblad 2025, 210)).’

Bijlage 4.2 Artikel 4 komt te luiden:

‘Artikel 4 - Vaststelling afdracht Duurzame inzetbaarheid

  • 1. De afdracht Duurzame inzetbaarheid wordt berekend via de volgende formule:

    UL x 8 x 261 x %

    AB

    UL = vast overeengekomen loon of salaris per uur.

    % = tot en met 31 december 2025 voor bouwplaatswerknemers 4,36%. Voor uta-werknemers 2,18%.

    % = vanaf 1 januari 2026 voor bouwplaatswerknemers 4,51%. Voor uta-werknemers 2,30%.

    De afdracht Duurzame inzetbaarheid is niet van toepassing voor leerlingwerknemers, omdat die is opgenomen in het brutoloon.

    AB = het aantal betalingsperioden per jaar (12 of 13).

    Voor werknemers die in deeltijd werken moet op de uitkomst van deze formule nog de deeltijdfactor worden toegepast. Dit geldt niet voor werknemers van 55 jaar en ouder die een vierdaagse werkweek hebben op grond van 6.5 van de cao.

  • 2. De afdracht Duurzame inzetbaarheid betreft in alle gevallen een volledige storting.’

Bijlage 6.3 tabel 6.3.2 komt te luiden:

‘Tabel 6.3.2 Garantieloon leerlingwerknemer tijdens beroepsopleiding in de bouw & infra (euro per uur)1

leeftijd

1/7/2025

(periode 8)

1-1-2026

(periode 1)

1/1/2027

(periode 1)

16

6,45

6,72

6,82

17

7,35

7,66

7,77

18

8,34

8,69

8,82

19

9,55

9,95

10,10

20

12,71

13,24

13,44

21 of ouder

15,85

16,51

16,76

X Noot
1

Deze tabel vervangt 4.4 van de cao.’

Bijlage 7.3 tabel 7.3.2 komt te luiden:

‘Tabel 7.3.2 Garantieloon leerling uitzendkracht in een bouwplaatsfunctie tijdens beroepsopleiding in de bouw & infra (euro per uur)1

leeftijd

1/7/2025

(periode 8)

1-1-2026

(periode 1)

1/1/2027

(periode 1)

16

6,45

6,72

6,82

17

7,35

7,66

7,77

18

8,34

8,69

8,82

19

9,55

9,95

10,10

20

12,71

13,24

13,44

21 of ouder

15,85

16,51

16,76

X Noot
1

Deze tabel vervangt 4.4 van de cao.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 26 november 2025

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten, P.S. Nanhekhan

Naar boven